28 februari, 2008 | Auteur: Arjen Mulder | Beeld: Arjen Mulder | Trefwoord: dominicaanse-republiek
Hiv-project in een vakantieparadijs 1
Eind vijftiende eeuw zette Columbus voet aan wal op de Dominicaanse Republiek en begonnen de Spanjaarden met hun verovering van Las Americas. Nu is het eiland vooral bekend om zijn luxueuze hotels en witte palmstranden. Toeristen uit voornamelijk de Verenigde Staten en Europa komen hier in groten getale naartoe om hun Caribische droombeeld bevestigd te zien. Vaak komen ze niet buiten de muren van de all-inclusive resorts en worden ze nauwelijks geconfronteerd met de ontwikkelingsproblemen van dit land.
Sinds juli 2006 werkt Arjen Mulder voor het Nederlandse Rode Kruis in de Dominicaanse Republiek. De komende zeven maanden doet hij verslag van zijn werkzaamheden in de rubriek Verbeter de wereld.
De afgelopen anderhalf jaar heb ik dit land juist van een andere kant leren kennen. Samen met mijn vriendin en dochter van vier maanden woon ik in de koloniale binnenstad van Santo Domingo die qua uiterlijk doet denken aan het Cubaanse Havana. In deze drukke hoofdstad wonen we tussen drie miljoen luidruchtige Dominicanen.
Veel van het leven in onze wijk speelt zich af op straat en bij de kleine buurtwinkeltjes, die hier ‘colmados’ heten. Hier kunnen buurtbewoners op de pof levensmiddelen kopen, bevroren biertjes in papieren zakken drinken, televisie kijken, dominoën en tot laat in de avond genieten van harde muziek. We hebben er bewust voor gekozen om hier midden in het Dominicaanse leven te gaan wonen en het bevalt ons ontzettend goed.
In het begin moesten we wel even wennen aan het gekraai van hanen. Dat verwacht je niet direct in de binnenstad, maar hier in de Dominicaanse Republiek is men gek op hanengevechten en hebben veel mensen een vechthaantje in de tuin. Ook de nationale muziek (bachata en merengue) kwam ons na een paar maanden behoorlijk de keel uit, omdat in de colmados in onze buurt dezelfde cd tot vervelens toe gedraaid werd. Nu horen we het eigenlijk al niet eens meer.
Vooral in de stad word je geconfronteerd met de grote verschillen tussen rijk en arm in dit land. Het chaotische verkeer is hiervoor een goede metafoor. Het grootste deel van de Dominicanen reist elke dag samen met vijf andere reizigers (er passen immers gemakkelijk twee personen op de bijrijderstoel en vier op de achterbank). In kleine krakkemikkige personenauto’s rijden ze met z'n allen naar hun slecht betaalde werk. Deze volgepropte auto’s, die vaak met tape bij elkaar worden gehouden, doen dienst als openbaar vervoer.
Voor een plekje op de overvolle wegen moeten ze het gevecht aangaan met dure terreinwagens. Ik heb nog nooit zoveel Hummers gezien in mijn leven als hier. Verkeersregels zijn er trouwens niet. Overal geldt het recht van de sterkste: de grootste of meest roekeloze auto heeft voorrang. In het begin was dat wel erg spannend, maar inmiddels heb ik mij de Dominicaanse rijstijl aardig eigen gemaakt.
Hiv-project
Ik ben in dit land om het Dominicaanse Rode Kruis te ondersteunen bij de uitvoering van hun hiv-project. In de Dominicaanse Republiek leven zo’n 88.000 mensen met hiv. Een hoog aantal voor een land met maar negen miljoen inwoners. Het is natuurlijk niet te vergelijken met de dramatische situatie in zuidelijk Afrika, maar wel een aantal dat zorgen baart. Zeker als je daarbij kijkt naar het grote aantal tienerzwangerschappen en seksueel overdraagbare aandoeningen onder jongeren. Voor het Rode Kruis was dit voldoende reden om hier tijdig in te zetten op preventie.
In het project worden jongeren getraind die vervolgens hun leeftijdsgenoten seksuele voorlichting geven (zogenaamde peer-education). Naast de voorlichting richt het project zich ook op steun voor mensen die al met HIV leven en organi- seren we campagnes tegen discriminatie en stigmatisering van deze mensen.
Door middel van mijn uitzending hoopt het Nederlandse Rode Kruis een bijdrage te leveren aan de versterking van de capaciteit van het Dominicaanse Rode Kruis zodat zij in de toekomst dit soort projecten zelf kan blijven uitvoeren. Ik ondersteun mijn collega’s van het Dominicaanse Rode Kruis bijvoorbeeld met het maken van planningen, de coördinatie van de activiteiten, het financieel management en het monitoren van de resultaten van het project.
Ik geef deze ondersteuning zowel op het hoofdkantoor in Santo Domingo als in de zes lokale afdelingen van het Dominicaanse Rode Kruis die betrokken zijn bij de uitvoering van het project. Zo werkt het project in en om de steden Barahona en San Juan, twee belangrijke provinciesteden in het westen van het land (hier vreemd genoeg het zuiden genoemd). Deze steden zijn gekozen vanwege de armoede in dit gebied, maar ook vanwege hun ligging dicht bij de grens met Haïti, waar het percentage mensen met hiv veel hoger ligt.
Ook werk ik met de lokale afdeling van het Dominicaanse Rode Kruis in Santo Domingo. In de hoofdstad woont immers het grootste aantal mensen met HIV en zijn er veel arme wijken waar informatie over hiv-preventie nog maar mondjesmaat is doorgedrongen. Het kustplaatsje Boca Chica (op een half uur rijden van Santo Domingo) werd geselecteerd omdat deze plaats berucht is vanwege sekstoerisme en prostitutie. In de wijken rondom Boca Chica werkt het project met twee lokale afdelingen.
Ten slotte richten we ons op San Pedro de Macoris, een stad in een gebied in het oosten waar voorheen veel suikerriet- plantages waren en waar veel gastarbeiders uit Haïti werkten. Hun ‘tijdelijke’ nederzettingen hebben nu een meer permanente status gekregen, maar in veel gevallen ontbreekt het in deze zogenaamde ‘bateyes’ aan veel voorzieningen. Ze worden gerekend tot de armste wijken van het land waar volgens schattingen en onderzoeken het percentage hiv-infecties erg hoog ligt. Via de lokale afdeling in San Pedro werken we daarom onder andere in deze bateyes.
In al deze steden zijn de jonge vrijwilligers van het Rode Kruis bezig om in scholen en wijken hun leeftijdsgenoten op een interactieve manier wat meer te vertellen over seksuele voorlichting. Ook praten ze over groepsdruk, over de keuzes die je maakt in je leven en de gevolgen die deze keuzes kunnen hebben. Over seksueel overdraagbare aandoeningen, over de manieren waarop je wel en niet met hiv geïnfecteerd kunt raken en hoe je op de juiste manier een condoom gebruikt. Het is inspirerend om te zien hoe goed de trainingen ontvangen worden. De jongeren vragen hun trainers de oren van het hoofd en doen fanatiek aan alle oefeningen mee.
Het zijn dit soort ervaringen die me motiveren om dit belangrijke werk te blijven doen, inmiddels al weer zeven jaar. In mijn vorige baan bij VSO Nederland, adviseerde ik collega’s op veldkantoren van VSO in zuidelijk Afrika bij het ontwikkelen van hiv-projecten. Ik reisde daarvoor geregeld naar Namibië, Zuid-Afrika en Malawi en werkte op het kantoor in Utrecht aan financieringsvoorstellen en voortgangsrapportages. Ook schreef ik op basis van de ervaringen in de hiv-projecten in zuidelijk Afrika een publicatie over de grote uitdagingen waar ontwikkelingsorganisaties hier voor staan.
In 2006 besloot ik dat het na zes jaar op afstand ondersteuning te hebben gegeven aan de ontwikkeling en financiering van hiv-projecten, tijd was om ook ervaring op te doen met de directe ondersteuning bij de uitvoering van dit soort projecten. Het Nederlandse Rode Kruis bood me die kans.