30 juni, 2008 | Auteur: Geesje van Haren | Trefwoord: nederland

Getuigen over hun laatste horrordagen in Potocari

Kiezen tussen leven of dood, de tolk Hasan Nuhanovic mocht op 14 juli 1995 op de Dutchbatcompound blijven terwijl zijn vader, moeder en broer door Servische bussen werden afgevoerd. Hasan Nuhanovic koos ervoor in Potocari te blijven. Zijn familie is sindsdien vermist, ze zijn vermoord. Hij overleefde en kon vorige maand zijn verhaal navertellen in zijn rechtzaak tegen de Staat der Nederlanden.

Voor het eerst na vijf jaar procederen mocht Hasan Nuhanovic het woord nemen in de rechtzaal. Nuhanovic spande in 2002 de civiele procedure aan. Zijn advocaat Liesbeth Zegveld zegt dat de Nederlandse militairen onder commando van de Nederlandse Staat de vluchtelingen actief hebben blootgesteld aan de vijand, en dat is in strijd met alle mensenrechtenverdragen.

Nuhanovic wil dat de dood van zijn familie los wordt gezien van de grote groep vluchtelingen die in juli 1995 om het leven kwamen. “Dit omdat voor het recht op bescherming geen gelijkheidsbeginsel geldt”, zegt zijn advocaat. “Oscar Schindler werd na de Tweede Wereldoorlog een oorlogsheld omdat hij enkelen wél beschermde, niet omdat hij zes miljoen anderen niet kon beschermen.”

De landsadvocaat G. Houtzagers verwijst de aansprakelijkheid van de Staat door naar de Verenigde Naties. Daarbij stelde hij dat Dutchbat de vluchtelingen niet langer kon beschermen omdat er een voedseltekort was op de compound van Potocari. “Maar”, stelde de advocaat van Nuhanovic, “in oorlogssituaties gaat het belang om te overleven vóór andere perspectieven als voedsel of fatsoenlijke kleding.”

Van dag tot dag beschrijft Nuhanovic voor de rechtbank de val van Srebrenica en de manier waarop zijn familie en de andere Bosnische moslims steeds verder in het nauw werden gedreven. Zijn verhaal vindt aansluiting bij het dagboekverslag dat Ronald Geval in 2000 op het internet plaatste. Ronald Geval was lid van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) die sinds januari 1995 bij Dutchbat 3 op de compound in Potocari werkte. Zijn dagboek begint met zijn vertrek uit Nederland, zijn reis en zijn aankomst.

Donderdag 12-01-1995 – Sneeuw en koud temperatuur ca. 2° C

Om ca. 11.00 uur ongeveer 10 kilometer voor de grens van Servië en Bosnië-Herzegovina checkpoint Zvornik bereikt en een uitgebreide ID-check gehad tot aan de bepakking aan toe. Na controle helm en vesten aan, voor vervolg van de reis. Om 11.55 uur in oorlogsgebied. Het laatste stuk was een zeer smal zandpad langs het water waarbij men maar erg langzaam kon rijden.

Aangekomen bij checkpoint Yellow-bridge werd er geen controle gehouden en konden we doorrijden, zodat we om 14.40 uur op Potocari aankwamen. Daar opgevangen door Theo en Ad welke ons de compound lieten zien en de EOD-ruimtes. Bepakking gehaald en bed in orde gemaakt, hierna gegeten (zeer goed) en lekker koffie gedronken terwijl we ingefloten werden omtrent de werkzaamheden. Om ca. 23.45 uur eindelijk naar bed!

In het dagboekverslag maakt Ronald Geval melding van het eerste moment dat op compound in Potocari de alarmfase rood in gaat op 6 juli 1995. Het Servische leger is begonnen met de aanval op de Srebrenica-enclave. Er bevinden zich dan 30.000 tot 40.000 burgers in het gebied en enkele honderden Bosnische moslimsoldaten.

Donderdag 06-07-1995 – Bewolkt 26° tot 18°C

Vanmorgen werden we om 04.00 uur gewekt door zeer zware detonaties. Dit bleken raketten te zijn welke tussen Potocari en Srebrenica insloegen. Om 06.00 uur moesten we het bed uit, alarmfase ROOD ging in. Dus naar het kotje voor koffie. Maar om 06.05 uur kwam het bunkeralarm tot 07.15 uur. Terwijl wij in de bunker zaten, sloegen in de omgeving van de compound diverse granaten in. Nadat het bunkeralarm was beëindigd, konden we koffie zetten.

De Bosnisch-Servische troepen trekken het gebied rondom Srebrenica langzaam binnen. In het hele gebied zijn diverse Dutchbat-observatieposten (OP genoemd) geïnstalleerd en de Serven proberen die één voor één in te nemen, onderwijl zij de Bosnische moslimtroepen bestrijden. Over de intenties van alle drie de partijen heerst onderling veel achterdocht.

Op 8 juli 1995 komen er Bosnisch-Servische troepen aan bij zo’n Dutchbatpost, de OP-F. “Zij verkeerden in ‘redelijke feeststemming’, en de reden was duidelijk: de VRS (Bosnische Serviers red.) ging de OP-F innemen”, beschrijft het NIOD-rapport De val van Srebrenica in 2002. “De VRS wilde de bemanning van de OP laten gaan wanneer zij de wapens en scherfvesten achterlieten. Na enig overleg mochten de Dutchbatters de scherfvesten houden. Vervolgens eiste de VRS dat de OP-bemanning binnen tien minuten zou vertrekken. (..) Onder aan de heuvel waren AbiH-militairen (Bosnische moslims red.) bezig een barricade op te werpen, en zij hielden de YPR (het Nederlands pantserrupsvoertuig red.) tegen. De AbiH zag voor de tweede keer dat de VRS een OP overnam. (..) Dat wilde de AbiH voorkomen, om welke reden zij probeerden de Dutchbatters op de terugtocht tegen te houden. Bij de bemanning leidde dit omgekeerd tot de angst dat de AbiH haar als schild zou gebruiken tegen de Bosnische Serven; reden genoeg om graag verder te willen. Na zich ervan gewist te hebben dat er geen antitankwapens op de YPR waren gericht, en na verkregen toestemming van de commandopost (Opsroom) van de B-compagnie reed het voertuig door de barricade heen, terwijl de inzittenden op bevel van de YPR-commandant onder pantser gingen. Soldaat R. Van Renssen was net iets te lang om dat op tijd voor elkaar te krijgen en werd door een AbiH-soldaat geraakt door een schot hagel – sommigen spraken overigens van een handgranaat- waarvan de metaaldeeltjes juist onder de rand van zijn helm zijn schedel binnendrongen.”

Ronald Geval meldt na dit drama:

Zaterdag 08-07-1995 – Zonnig 28° tot 18°C

Bij aankomst op de verbandplaats bleek dat de soldaat was overleden. Nu zit ook OP-U en OP-S in de problemen. Deze zijn volledig omsingeld door BSA (Bosnische Serviers red.) en BIH (Bosnische moslims red.). Om deze eventueel retour te laten komen is luchtsteun aangevraagd. Ook onze compound is in staat van paraatheid gebracht en alle posten zijn bemand en doorgeladen. Ook vandaag is het voordetachement van BLJ (met voedsel, diesel en verlofgangers red.) niet aangekomen ze hebben weer geen ‘clearance’ gekregen. Het idee gaat nu hier dat ze ons wel laten gaan, maar geen nieuwe toelaten. De stemming op de compound is nu erg laag. Wat staat ons nog te wachten?

De Dutchbatters vrezen hierna voor de Bosnische moslims, zij durven zich niet meer terug te trekken uit hun posten terwijl die wel worden ingenomen door de Serviërs. Dus geven zij zich over. Het Servische leger gijzelt steeds meer Nederlanders waardoor Duchtbat met steeds minder manschappen de enclave moet beschermen. Op 9 juli besluit het Bosnisch-Servische leger om de hele enclave te veroveren, ook de stad Srebrenica. In Potacari is er die dag de herdenkingsmis voor R. van Renssen.

Gevlucht maar opnieuw in gevaar

Toen de oorlog in Bosnië in 1992 uitbrak, vluchtte Hasan Nuhanovic met zijn ouders en zijn broertje naar Srebrenica. Zij leefden daar van heel weinig, in de stad was bijna geen voedsel te krijgen. In 1993 kwam het Canadese vredesbataljon met 150 soldaten aan in de enclave. Nuhanovic bood hen zijn diensten aan als tolk. Hij werd aangenomen en toen Dutchbat de Canadezen afloste kon hij voor hen zijn werk als tolk voorzetten. In de laatste dagen voor de val van Srebrenica hielp hij de Dutchbatcommandanten bij hun onderhandelingen met de Bosnische moslims en de Bosnische Serven.

In die gesprekken hoorde hij hoe bedreigend de situatie is in Srebrenica. Hij weet dat de Bosnische Serviërs voornamelijk jacht maken op jongens en mannen van 17 tot 60 jaar, zodat zij die kunnen ‘ondervragen over oorlogsmisdaden’. “In de namiddag van 10 juli ben ik van de compound in Potocari naar mijn familie in Srebrenica gegaan. Daar heb ik mijn ouders ervan overtuigd dat mijn broertje van 19 jaar gevaar liep. Ik nam hem mee naar Potocari. Hierdoor was hij de eerste burger die op de compound bescherming zocht”, vertelt Nuhanovic in de rechtzaal. “Die avond en nacht assisteerde ik bij meerdere onderhandelingen en overleggen. Toen ik tussendoor terugkwam in Potocari zag ik dat Nederlandse soldaten achter de compound een gat in het hek aan het knippen waren. Ik snapte niet wat zij deden, maar ik heb niets gevraagd.”

Ook bij andere burgers in Srebrenica werd het die nacht overduidelijk dat zij in de stad niet veilig waren. Duizenden mensen stroomden richting Potocari. Dutchbatsoldaten werden door B-compagniecommandant Groen ingezet om mee te lopen in de vluchtelingenstroom om een gevoel van veiligheid te geven. “Op alles wat kon rijden, zaten of stonden mensen”, beschrijft het NIOD-rapport. “Tijdens de tocht naar Potocari schoot de VRS (Bosnische Serviërs red.) niet op de vluchtelingen, maar wel eroverheen.” Groen ontving de opdracht van Dutchbatofficier Franken om bij de afslag naar Susnjari, net ten zuiden van de fabriekscomplexen halt te houden en daar de vluchtelingen op te vangen. In overleg stopt Groen 150 meter verder dan de aangewezen plek, omdat het kruispunt bekend staat als ‘favoriet inschietpunt van de VRS’.

Ondertussen op de compound van Potocari zelf horen Ronald Geval en zijn collega’s hoe de chaos in de stad verloopt.

Dinsdag 11-07-1995 – Zeer zonnig 38° tot 20°C

Vanmorgen om 06.00 uur de bunkers in, in verband met de aangevraagde luchtaanval. Ca. 10.00 uur nog geen aanval geweest in verband met de mist. Op de radio hoorde we dat de B-cie een directe mortierinslag had. Daar liepen al ongeveer 4.000 vluchtelingen rond waartussen de mortier insloeg. (..) De B-cie heeft hierna alle mensen in vrachtwagens geladen en is naar ons toe gekomen. De verbandplaats vroeg om vrijwilligers welke hielpen bij het lossen van de vluchtelingen. (..) De gewonden in de vrachtwagens waren net een slagerswinkel, het was een verschrikkelijk gezicht. De wagens zijn van Srebrenica naar Potocari gereden bijna over de lijken heen. Op de wegen in de omgeving liggen de lijken gewoon op straat. Het is voor de mensen nu ieder voor zich en god voor ons allen. Na het lossen van twee gewondentransporten zat je tot je ellebogen vol met bloed.

Hasan Nuhanovic werd op dat moment ingezet om te vertalen wat Dutchbat wilde overbrengen aan de 25.000 vluchtelingen die zich buiten het hek van de compound hadden verzameld. “Ik stond bij het gat in het hek aan de achterkant van het terrein. Van de soldaten naast mij kreeg ik een megafoon waarmee ik de menigte moest toespreken. ‘Zeg ze dat alleen de vrouwen met baby’s en de ouderen door het hek mogen’, zei een soldaat. Dat deed ik en hoewel de mensen mij vragend aankeken, volgden zij netjes de orders van Dutchbat op. De hele dag kropen mensen door het hek naar binnen, terwijl 20.000 anderen bleven staan en toekeken”, aldus Nuhanovic.

Ook Ronald Geval is naar die plek gekomen om de vluchtelingen te helpen:

Via een fabrieksterrein achter de compound werden deze opgevangen. Hier werd een selectie gemaakt van mensen die de compound opmochten; alleen vrouwen met jonge kinderen en lichtgewonden. Het was hier zo warm dat er verschillende door de hitte bevangen werden en tegen de grond sloegen. Ron vond een vrouw die daar ter plaatse een miskraam kreeg met een zware bloeding. Hij heeft deze vrouw met behulp van een soldaat op een draagbaar de compound opgebracht. Om 21.00 uur was onze compound gevuld met circa 4.000 vluchtelingen. Hierna zijn Ron, Jan en Richard gaan helpen met het uitdelen van eten aan de vluchtelingen. Door dit uitdelen is onze voedselvoorraad teruggebracht tot ongeveer 1 á 2 dagen.

Om negen uur ’s avonds ging het gat in het hek dicht, niemand mocht erin of eruit. Hasan Nuhanovic vertelt in de rechtzaal hoe onrechtvaardig dit in zijn ogen was. Op een luchtfoto van de compound laat hij zien dat er plek was voor veel meer mensen. “Dit is de fabriekhal waar de vluchtelingen werden opgevangen. En hiervoor stonden containers van Dutchbat, daartussen was een grasveld, daar konden nog mensen terecht. En hier en hier stonden gebouwen leeg, daar konden er ook nog duizenden in”, wijst hij aan op de foto. “De Serviërs deden niets tegen de mensen binnen het hek, maar buiten hoorde ik ze schieten op mensen en ik hoorde de hele nacht mensen gillen.”

Woensdag 12-07-1995 – Zeer zonnig 36° tot 20°C

Vanmorgen om 06.00 uur op en er was een wonder gebeurd, er klonk geen schot. Op het moment dat het licht werd, wilden de vluchtelingen naar buiten. Dit kon niet vanwege de BSA die de compound in de gaten hield. Dus nu maar afwachten wat onze minister Voorhoeven (volgens iedereen een klootzak eersteklas) nu weer voor lulkoek op de radio verkoopt voor het thuisfront. Om 10.00 uur reden twee tanks OP-P voorbij en namen stelling tegenover de compound. De rest van de compound is nu omsingeld door het Drina-bataljon. Achter ons in de bergen zijn ze bezig de heuvels te zuiveren van BIH. Na zuivering wordt alles in brand gestoken. Het is nu afwachten wat we eventueel mogen meenemen naar huis. Ook de vluchtelingen zijn geheel in paniek. Het is hartverscheurend als je deze mensen ziet en je kan ze niet helpen. Je bent nu zelf een gevangene, beschrijft Ronald Geval.

De omstandigheden op de compound zijn zeer slecht. Er dreigt een tekort aan voedsel en water. Mensen kunnen zich niet wassen en er is geen toilet voor de vluchtelingen. In de fabriekshal waar de circa 5.000 vluchtelingen zitten, is het heel warm. Dutchbat en de vluchtelingen willen weg van die plek, maar voor evacuatie hebben zij toestemming nodig van de Bosnische Serviërs. Op 13 juli wordt Ibro Nuhanovic, de vader van Hasan Nuhanovic, met twee andere Bosnische moslims afgevaardigd om de Dutchbatbevelhebber ter plaatse, overste Karremans, te vergezellen bij onderhandelingen met generaal Mladic over het lot van de vluchtelingen.

“Er is een videofilm waarop mijn vader is te zien met Mladic. Mijn vader probeerde namens de 25.000 vluchtelingen Mladic ervan te overtuigen dat zij allen burgers zijn en dus ook als burgers behandeld dienen te worden”, verklaart Hasan Nuhanovic. Mladic eist een directe ontruiming van het gebied en doet daarbij de valse belofte dat iedereen kan worden geëvacueerd naar veilig gebied. Dutchbat mag daarbij toezien op een ordentelijk verloop.

In de rechtzaal benadrukt Hasan Nuhanovic dat, hoewel de situatie in de fabriekshal met het uur verslechterd, wilde je overleven dan moest je in die hal blijven.

“Ik zette op 13 juli een paar stappen buiten het hek. Meteen kwamen er wraaklustige Serven op mij af. Van schrik zette ik een paar stappen achteruit naar binnen het hek en direct bleven de Serven staan. Zij respecteerden de compound als veilig gebied van de VN. De enige keer dat er Bosnische Serviërs in de fabriekshal kwamen, werd dat begeleid door Dutchbatsoldaten. Verder zijn zij niet op het terrein geweest.”

Ondertussen zitten de vluchtelingen al 48 uur opgesloten in de hal. De omstandigheden zijn zo mensonterend dat iedereen eigenlijk wel weg wil. Evacuatie lijkt de oplossing. Ware het niet dat deze zou uitmonden in etnische zuivering en genocide.

Nuhanovic krijgt weer een megafoon om de 5.000 vluchtelingen in de fabriekshal op de compound toe te spreken. “Ik zag dat de Dutchbatsoldaten buiten een pad maakten van één meter breed dat aan beide kanten was afgezet met lint en houtenpalen. Het pad liep vanaf de fabriekshal naar de hoofdingang van de compound. Binnen moest ik vanaf een verhoging de mensen zeggen dat zij in groepjes van vijf moesten vertrekken. Dat deed ik. Maar toen ik weer op grond stond heb ik zoveel mogelijk mensen gezegd dat de mannen zouden omkomen.”

Ronald Geval beschrijft een toenemende afgunst van de Dutchbatsoldaten voor de vluchtelingen, maar ziet tegelijkertijd dat de evacuatie meer weg heeft van een deportatie.

Donderdag 13-07-1995 – Zeer zonnig 36° tot 20°C

Vanmorgen zijn de geregelde BSA-troepen verder de enclave ingegaan en deze zijn vervangen door de reserve-eenheden. Deze eenheden zijn een ongeregelde zooi. Als je langs komt voor werkzaamheden, moet je geen horloge of ketting om hebben, daar je deze meteen moet afgeven.

Dit zootje steelt je compleet kaal. Ze gingen met tractors de bergen in naar de dorpjes en kwamen terug met een aanhanger vol bruikbare spullen. Achter de aanhangers werd vee meegenomen. De transportwagens zijn nu meer vrachtwagens dan bussen. Als je ziet hoeveel er op een wagen wordt gestampt. Het lijkt net '40-'45, alleen gaat het hier in vrachtwagens. We zijn blij dat we vaccinaties hebben gehad. Dit omdat de toestand op de compound nu bij de vluchtelingen echt zeer vies is. Als je op twintig meter vanaf de loods staat, ruik je al de stank van ontlasting.

Ze poepen waar ze staan dus de open plekken zijn echt gevuld met stront. Verder planten de vlo en de luis zich door de hitte zich zeer goed voort. Wanneer je binnen de vier meter van een vluchteling komt, dan zit je gelijk vol met de beroemde springers. We moeten dan douchen met speciaal spul van de MGD anders krijg je die krengen in je haar niet dood. Als deze mensen ook zijn weggehaald dan is het niet raadzaam om de ruimtes te betreden. Verder zit de angst er bij de mensen goed in, aangezien bij nagenoeg elke leegbeurt van de dixi er munitie en wapens in gevonden worden.

Nuhanovic: "Mensen kwamen buiten de hal en zagen daar de Nederlandse soldaten naast de Bosnische Serviërs staan. Ze hielpen met het scheiden van de mannen en de vrouwen. Op dat moment wisten de vluchtelingen ‘Dit is verkeerd, ik ben niet veilig, ik word uitgeleverd aan de Serven’. Zij konden niet terug. Tegen mijn ouders en mijn broertje heb ik gezegd dat zij zo lang mogelijk in de hal moesten blijven. Ik probeerde mijn broertje op de lijst van VN-medewerkers te laten registreren, zodat hij net als ik daar mocht blijven.”

Het afvoeren van de vluchtelingen in Potocari gaat door tot en met de volgende avond 20.00 uur.

Vrijdag 14-07-1995 – Zeer zonnig 38° tot 20°C

Vandaag ging men door met het transport van mensen buiten de compound. Ron en Richard hielpen met het begeleiden van de mensen en ze te voorzien van water. Het was geen leuk gezicht. Na de middag bleek er nog transport genoeg te zijn waarna men is begonnen de mensen op de compound naar de bussen en vrachtauto's te begeleiden voor afvoer. Tijdens dit riep Ron tegen de mensen dat messen en dolken zeer gevaarlijk waren bij controle. Na deze oproep kwamen totaal zeven bakken met dolken en messen te voorschijn. Er werden zelfs munitie en wapens ingeleverd. (..) De BSA had diverse cameraploegen meegenomen en deze maakten opnamen van ons en ook van de eigen mensen. De opnamen van eigen mensen waren opgezet. Men hielp voor de camera mensen in de wagen en droeg spullen voor ze. Als de camera weg was, lieten ze gewoon iedereen en alles vallen, beschrijft Ronald Geval.

“Ik probeerde mijn familie zolang mogelijk binnen te houden, maar aan het eind van de dag, toen de meesten al waren weggevoerd kwamen er Nederlandse soldaten naar ons toe. Zij zeiden; ‘Hasan, je moet dit vertalen. Zeg tegen je familie dat zij moeten gaan’. Ik huilde. En hoewel ze wisten dat zij en mijn broertje vermoord zou worden, bleven mijn ouders kalm. Zij wilden niet dat ik in paniek raakte en ook in gevaar zou komen. Zij hoopten dat zij door te vertrekken in ieder geval hun oudste zoon konden beschermen”, vertelt Hasan Nuhanovic in de rechtzaal. “Toen we buiten stonden, kwam Dutchbatofficier Franken naar ons toe. Hij zei; ‘Hasan vertaal dit aan je vader’. ‘Zeg hem dat hij mag blijven omdat hij heeft geholpen met de onderhandelingen.’ Ik vertaalde het en smeekte of mijn moeder en broertje ook mochten blijven. Maar dat mocht niet. Mijn vader besloot daarom bij hen te blijven, hij zou het niet kunnen verwerken om mijn broertje alleen de dood tegemoet te laten lopen. Hij ging mee. Ik bleef achter. En nu sta ik hier nu om u het verhaal te vertellen.”

Dat was keer laatste dat Hasan Nuhanovic zijn ouders en zijn broertje zag. Zijn leven heeft hij ingericht om de oorlogsmisdadigers op te sporen. Hij wil gerechtigheid. Ook van de Nederlandse Staat, die in zijn ogen de commando’s heeft gegeven aan de Dutchbatsoldaten om te handelen zoals zij hebben gehandeld. Op 10 september 2008 zal de rechtbank in Den Haag uitspraak doen.

Nuhanovic is dan nog lang niet klaar met vervolgen. Hij zoekt naar de waarheid over zijn familie. Wat is er met hen gebeurd nadat hij ze voor de laatste keer zag? In een gesprek in januari 2006 vertelt hij aan producer Joe Rubin wat hij heeft gevonden over zijn moeder.

“Van een Servische getuige hoorde ik over het lot van mijn moeder”, vertelt hij. “In de gevangenis in een stadje vlakbij Srebrenica probeerden zes Serven haar te verkrachten. Net op tijd voordat de Serven haar celdeur open kregen, brak zij een ruit in haar cel en sneed zij haar aderen door. Zes Serven. Ik heb de naam van de Servische politiecommandant kunnen achterhalen die de leiding had in die gevangenis. Van hem en van andere politiecommissarissen en militaire leiders weet ik wie het zijn en waar zij wonen. Zij zijn nog steeds niet opgepakt.”

Nuhanovic hoopt dat er de komende vijf tot tien jaar processen kunnen worden gevoerd, zodat er ook recht kan worden gesproken door de rechtbank van Sarajevo tegen al die oorlogsmisdadigers die nog vrij rond lopen.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.