22 september, 2013 | Auteur: Victoria Broens | Beeld: Marleen Hoftijzer | Trefwoord: fvev-in-beeld

Ook ik ben veteraan

“Ton was twintig toen hij werd uitgezonden. Ik was toen 19 jaar oud. We kenden elkaar al sinds de kleuterklas en kregen verkering toen we 12 en 13 jaar oud waren. Dat klinkt wat belachelijk, maar het was heel serieus. We deden alles samen, groeiden samen op in ons kleine Limburgse dorp. Het is wel ooit even uit geweest. Zes weken lang zonder elkaar. Maar niet meer dan dat. En toen vertelde hij me dat hij voor zes maanden weg ging. Naar Libanon.”

“Ik heb hem elke dag een brief geschreven. Dat waren een soort dagboeken. Ik vertelde hem kleine dingetjes, wat ik die dag gedaan had. Als ik op het nieuws hoorde dat er iets gebeurd was kon ik niks anders doen dan weer een brief schrijven. Een week later kreeg ik dan antwoord: het was een ander kamp dat beschoten was, met hem ging het goed. Als ik nu naar de foto’s van hem uit die tijd kijk zie ik een kind. Mager en kaalgeschoren met een blote bast en een legerbroek. Toen ik die foto’s kreeg via de post heb ik gehuild.

Voor zijn eerste verlof spraken we af in Israël. Mijn eerste keer in een vliegtuig. We hebben vanaf het Ramada hotel, waar Ton toen verbleef, een stuk moeten lopen door de hitte. Daar liep ik dan in mijn winterkleren, met een koffertje in mijn hand. Toen we aankwamen stond het hotel volledig in de steigers. Dat hadden ze ons natuurlijk niet gezegd. De eerste dagen was Ton hartstikke ziek. De overgang van het kamp naar het hotel was moeilijk. Hij werd 21, daar in Israël. Ik had slingers mee en heb toen de hotelkamer versierd.

Het tweede verlof kwam hij naar huis. Hij hoefde daarna nog maar drie weken weg, maar dat was vreemd genoeg het moeilijkst. Het was genoeg geweest voor ons allebei, het was klaar. Ik wilde niet dat hij weer ging.

Tegelijkertijd was er in die periode een wereld voor mij open gegaan. Ik was een naïef kind, gewend om altijd met hem te zijn. Nu ging ik opeens doordeweeks uit, met vrienden naar de bioscoop. We zijn toen allebei volwassen geworden en konden, toen hij eenmaal terug was, niet wachten om op ons zelf te gaan wonen.

Na zijn thuiskomst werd er weinig over Libanon gepraat. Het leven ging gewoon verder. Dat vonden we zelf ook normaal, in die tijd was er geen aandacht voor de moeilijkheden die veteranen konden ervaren bij terugkomst. We zijn getrouwd, kochten een huis en kregen kinderen. Ton wilde die periode afsluiten. De brieven die ik hem stuurde heeft hij op een dag verbrand. Het was voorbij.

Ook wij hebben moeilijke periodes gekend in ons huwelijk. Dat kan niet anders: soms groeit de één wat harder dan de ander en moet je even stil staan, je neus weer dezelfde kant op krijgen. Ik heb weleens met een koffertje bij de deur gestaan, maar ben nooit echt vertrokken. Dat zijn wel altijd de momenten waarop Libanon weer ter sprake komt, als er wrijving is of moeilijkheden. Het is lastig te zeggen hoeveel invloed die periode op ons huwelijk heeft gehad. Maar toch, ons is geadviseerd meer over die tijd te praten.

Niet lang geleden heeft Ton een zilveren roos aan mij gegeven, een symbool dat veteranen aan de persoon mogen geven die hen tijdens de diensttijd het meeste heeft geholpen. Ik was zwaar ontroerd. Nu merk ik pas hoe makkelijk ik kan volschieten als ik aan die periode denk. Ook ik ben veteraan. Die tijd heeft mij getekend. Ik was jong en kon mijn trots, mijn angst en mijn zorgen niet delen. Ook ben ik lang boos en teleurgesteld geweest. Defensie heeft beloftes gemaakt die ze niet waar kon maken. Veel huwelijke stranden, veel mannen drinken te veel, niet iedereen heeft zoveel geluk gehad als wij.

Ik zou best een keer met Ton naar Libanon willen gaan, maar dat wil hij niet. Dat roept te veel emoties op. Met de jongens met wie hij in het kamp zat hebben we sinds enkele jaren weer contact. Daar heb ik Ton wel in aangespoord. Eens hebben we vier dagen lang met z’n allen geklust in het huis van één van hen. Ik zag hoe de vriendschappen van vroeger heel ontspannen werden opgepakt. Ze noemden elkaar bij hun Libanese bijnamen uit die tijd. Het was ongedwongen, iedereen sliep op een matje, iedereen deed z’n best. Dat heeft ons ongelooflijk veel goed gedaan.”

Els is procesbegeleider vrijwilligers bij een zorginstelling. Samen met Ton woont zij in het ouderlijk huis van Ton in Wellerlooi, een klein Limburgs dorp. Ze hebben samen drie kinderen, waarvan er twee nog thuiswonen.

FveV wordt mede mogelijk gemaakt door het Vfonds met middelen uit de BankGiro Loterij. Uw deelname aan deze loterij wordt daarom van harte aanbevolen.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.