23 augustus, 2008 | Auteur: Geesje van Haren | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland

Kan je Polen stimuleren vrije tijd goed te besteden?

Polen zorgen voor overlast. Polen drinken te veel alcohol en Polen praten met z’n allen tegelijk door elkaar, waardoor enorm veel kabaal ontstaat. Hoe meer Polen in Nederland komen werken, hoe meer druk dit geeft in de achterstandwijken waar zij komen wonen en de huisvestingsproblemen die daar toch al hoogtij vieren.

Dit is heel zwart-wit het beeld dat is ontstaan van het gedrag van Poolse werknemers in hun vrije tijd in de grote steden. OTTO Work Force heeft een andere benadering. Het uitzendbureau heeft dagelijks ruim 3.500 mensen uit de nieuwe Europese lidstaten werken bij Nederlandse bedrijven.

“Onze medewerkers werken samen, wonen samen en rijden samen in een OTTO-busje heen en terug”, proclameert de OTTO-brochure. Net over de Duitse grens bij Venray, in Weeze (D), zijn de medewerkers ondergebracht in een ‘woonlocatie’. Het is een kazerneterrein vlak naast het vliegveld dat zijn functie verloor toen de Britse luchtmacht het afstootte. Nu wonen er zo’n achthonderd uitzendkrachten die ieder zestig euro per week betalen. Lukasz Greszczak waakt over hun vrijetijdsbesteding. Hij is als ‘animatie manager’ belast met het faciliteren van sport, ontspanning en het vermaak van de mensen buiten hun arbeidsuren.

Lukasz vertelt graag over zijn werkzaamheden. Hij is bij OTTO gaan werken omdat hij Nederland wilde zien en de taal wilde leren. Op het Duitse kazerneterrein valt dat niet mee. Het ligt in groot bosrijk gebied, waar geen Nederlander komt en waar tachtig procent van de bewoners Pools is. Van de overige twintig procent komt de helft uit Slovenië en de rest uit andere Oost-Europese landen. Lukasz probeert het verblijf van zijn landgenoten zo aangenaam mogelijk te maken. Hij beheert de bioscoopzaal, de fitnessruimte met computers met internet en tafeltennistafels, de fietsverhuur en op zaterdag verzorgt hij de discotheek.

In de barakken hebben alle werknemers hun eigen kamer. Per vier kamers is er een gedeelde keuken, douche en een woonkamer. Daarin staan banken en een televisie die via de schotel Poolse zenders ontvangt. Lukasz laat een heel verzorgde barak zien. Mevrouw Emma speelt voor gastvrouw. Zij woont op de bovenetage, vriendelijk glimlachend staat zij in hal. Ze stapt wat heen en weer om de man die het tapijt stofzuigt de ruimte te geven. “Geen probleem, ik laat u graag mijn kamer zien”, zegt Emma. Zij was voorbereid op bezoek. Haar bed is strak opgemaakt met witte lakens waar een sprei overheen is gedrapeerd en hartjeskussentjes liggen.

Beneden klinken stemmen. Daar zitten voornamelijk jongeren televisie te kijken. Zij drinken een biertje en spelen met een waterpijp. “Als je dit niet op de foto zet, dan laat ik je mijn kamer zien”, zegt één van de jongens. Hij loopt snel vooruit, gaat zijn kamer binnen en komt er met roze bonten handboeien weer uit. “Gaat uw gang”, zegt hij. De kamer hangt vol met pin-ups. Ongemakkelijk loopt Lukasz in de gang. Hij wil mevrouw Emma nog een keer bezoeken. “Zij kan dan op haar bed zitten voor de foto”, zegt hij.

In de fitnessruimte trainen twee grote jongens hun spierballen. Op de tafeltennistafels ernaast wordt gezellig gepingpongd. “Het is nu rustig”, vertelt Lukasz. “Eens in de drie weken organiseren we toernooitjes en dan is het hier hartstikke druk.” In de ruimte wordt niet alleen gesport, er staan tien computers waaraan mensen zitten te internetten. “Ik wil het liefst een draadloos netwerk laten aanleggen, waarmee iedereen met een laptop in zijn eigen kamer toegang heeft tot het internet”, zegt Lukasz. “Of dat mogelijk is met het vliegveld hiernaast, weet ik nog niet.”

Lukasz heeft veel meer plannen met het terrein. Zo wil hij een beachvolleybalveld laten aanleggen, met ‘echt wit zand’ en hij zou in een oude uitkijktoren workshops klimmen willen organiseren. Zijn plannen komen uit de ideeënbus waarin bewoners suggesties kunnen doen. Ook let hij goed op wat er op het terrein gebeurt. “Op de grote weg wordt veel geskateboard, maar dat is heel gevaarlijk omdat daar erg hard gereden wordt. Daarom wil ik een skateboardbaan laten aanleggen achter het basketbalveld”, vertelt hij. Het is half acht ‘s avonds. Op de weg tussen de barakken stoppen grote bussen bij de bushaltes, honderden Polen stappen uit.

De uitzendkrachten werken in de transport, logistiek en industrie. In de bushaltes hangen schema’s hoe laat de bus naar elk bedrijf vertrekt. De reistijd is minimaal een uur heen en terug. Inclusief reistijd bedraagt een werkdag dus minimaal tien uur. Eenmaal terug op het kazerneterrein lopen de werknemers direct naar hun barak om uit te rusten. Het zijn vooral studenten die in hun zomervakantie acht tot tien weken via OTTO werken. Het wordt nu wat levendiger op het terrein. Uit sommige barakken klinkt muziek, bij anderen hangen jongeren in de entree.

Iedereen groet Lukasz en maakt een praatje in het Pools. Net als in woonwijken mag er na tien uur ’s avonds geen kabaal meer worden gemaakt. “Iedereen moet ’s ochtends vroeg opstaan. Er kan dus niet tot ‘s avonds laat gefeest worden, dat is respectloos”, zegt Lukasz. “We moeten weleens ingrijpen. Met gele en rode kaarten waarschuwen we overlastveroorzakers. Een gele kaart kost 35 euro en bij een rode kaart houdt je carrière via OTTO op. Die cv’s worden uit de database gewist. Scorpio Beveiligingen verzorgt de collectieve beveiliging. Zij houden ook alcoholtesten bij mensen die ‘s ochtends naar hun werk gaan.”

De stilte op vrijdagavond is opvallend. Er klinkt om half tien nog maar in één barak harde muziek. Daar wordt flink gedronken en geblowd. “Tja”, zegt Lukasz. “Velen werken ook op zaterdag. Vandaar dat we het weekend alleen op zaterdagavond vieren. Dan is er disco en wordt er gebarbecued bij de barakken.” Lukasz ziet zelf een positieve ontwikkeling door zijn werk. “Er wordt nu al meer gebruik gemaakt van de faciliteiten dan toen ik hier twee maanden geleden kwam. Ik hamer erop dat de prijzen laag moeten zijn. Zolang de voorzieningen in prijs vergelijkbaar zijn met de prijzen in Polen, zijn zij toegankelijk. Als dat niet het geval is trekken de mensen zich terug.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.