19 augustus, 2008 | Beeld: Rogier ten Hacken | Trefwoord: nederland
Op zondag gaan Polen naar de kerk
Aan de Pieter Calandlaan in Amsterdam staat de St. Paul’s kerk. Iedere zondag vanaf twaalf uur ’s middags komen daar een paar honderd Poolse gelovigen van alle leeftijden bijeen. Het geloof neemt in Polen nog steeds een belangrijke rol in de samenleving in.
In 2002 was 89,8 procent van de inwoners van Polen rooms-katholiek, waarvan 75 procent actief naar de kerk gaat. In de hoofdstad Warschau ligt dit cijfer veel lager. Vooral een Wit-Russische minderheid van 1,3 procent in Podlachië gaf in 2002 aan oosters-orthodox te zijn. Verder was 0,3 procent protestants en 8,3 procent had geen religie aangegeven. De orthodox-christelijken zijn veruit de grootste groep in het voormalig Oostblokland (Cijfers: CIA, The world factbook).
Vanaf één van de gebedsbanken klinkt door een microfoon het gebed en boxen verspreiden dat geluid door de St Paul’s kerk. Een vrouw reciteert een half uur lang knielend richting het altaar. De dienst begint. Zolang er nog plek is nemen de binnenkomende geloofbelijders allen plaats op de harde en koude houten banken.
Een kleine groep ontsteekt vroom een kaars voor het beeld van de Heilige Maagd Maria. Zij bidden en nemen dan ook plaats in de banken. Anderen dopen hun vingers in wijwater en slaan een kruisje. Het duurt lang voordat iedereen zit.
Achter in de kerk zijn de banken bezet door ouders met kinderwagens. Dicht bij de uitgang, want baby’s kun je eenmaal niet dwingen ruim een uur stil te zijn. De priester leidde de kerkdienst geheel in het Pools. Gedurende de mis galmde het babygehuil regelmatig door de kerk.