11 augustus, 2008 | Auteur: Geesje van Haren | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland
Polen noodzakelijk voor biologisch telen
Met zestig hectare prei is de Braok in Mierlo één van de grootste biologische telers van Europa. Deze zomer verbouwen zij ook venkel, Chinese kool en bleekselderij. Jan van Lierop (48) is de eigenaar en tevens de enige Nederlander in het bedrijf. De veertig werknemers komen uit Polen, Sierra Leone en Marokko.
De boerderij is een klein internationaal dorp. Pools is de voertaal, ook wordt er Engels, Nederlands en Duits gesproken. Jan van Lierop werkt al 15 jaar met vooral buitenlandse werknemers. “De mensen werken, eten en slapen iedere dag op het terrein. Huisvesting in het dorp wijzen ze af. Dat vinden ze te duur en te veel reizen. Iedereen weet alles van elkaar omdat ze zo dicht op elkaar leven. Hun doel is niet om hier iets op te bouwen. Zij werken voor een goed leven en een mooie auto in Polen.”
Sinds Jan van Lierop tien jaar geleden omschakelde van gangbaar naar biologisch telen heeft zijn bedrijf relatief grote behoefte aan handenarbeid. “Vooral de groei van ongewenste gewassen – onkruid – vergt veel van de mensen. Het past niet bij mijn principes en bij de biologische richtlijnen om met gif onkruid te verdelgen. Dus gaan de werknemers op hun knietjes door het land om onkruid te wieden.”
In de grote hal van de Braok wordt lopendebandwerk verricht. Daar tussendoor scheurt Anna Maryniak (28) met een heftruck. Zij doet de administratie, personeelszaken en hand- en spandiensten van het bedrijf. Anna woont wel in een huis in Mierlo. “Het is nu hoogseizoen en top druk, ik werk deze zomer vaak twaalf uur per dag. Ik ben moe en verlang naar vakantie, maar ik kan pas in november weg.” Om de vraag of ze dan naar Polen gaat moet Anna lachen. “Nee, ik denk dat het Egypte wordt. Vorig jaar was ik in Mexico.”
Buiten op de akker wuiven de fijne stengels van de venkelplant in de wind. Het ziet er schitterend uit. Het venkelveld heeft een diepgroene kleur, de witte venkel wordt geaccentueerd door Hollands licht, een helder blauwe lucht bedekt met dikke witte schapenwolken. Schijn bedriegt. “Het is rotspul om in te werken”, vertelt Jan van Lierop. “De dunne groene takjes nemen veel vocht op, dat verwarmt in de zon. Bij echt Hollands weer, vocht aan de grond met een droge warme wind, is het veld één grote broeierige sauna.”
Op hun knieën kruipen vier Poolse mannen in rijen door het veld. Met drie halen kappen ze venkelknollen van de grond. De oliebroek om hun knieën houdt hun spijkerbroek droog. Petjes beschermen het hoofd tegen de felle zomerzon. Pasik heeft de leiding buiten. Hij is daar verantwoordelijk voor de hand- en spandiensten en rijdt met de traktor rond. Zijn vrouw spoelt op een kar de venkel schoon en weegt kratjes van vijf kilo af. In hoog tempo vormen honderd kratjes een palet. Vandaag haalt de ploeg ruim zeven palets venkel van het land.
Binnen staan twee machines, één met prei en één met om de beurt Chinese kool en peterselie. De groenten worden per stuk schoongemaakt en in kratjes gelegd. Anna crosst heen en weer om palets behendig in de koelcel te laten verdwijnen. “Pauze”, roept iemand precies om drie uur. Per direct wordt het werk neergelegd, iedereen verdwijnt. In een gedeelte van de hal zijn een kantoor, een kantine, douche en toilet, wasruimte en slaapkamers ingetimmerd. Iedere slaapkamer telt twee stapelbedden. Daar verblijft de helft van de mensen, de anderen leven in caravans naast de loods.
Jan van Lierop is erg tevreden over de ploeg, maar hij heeft wel wat kritiek. “Het is weleens jammer dat de mensen niet altijd zo met je spullen omgaan als je zelf doet. Daarbij zou het goed zijn als ze ’s avonds iets meer te doen hebben behalve slapen, werken, eten, drinken en weer slapen. Ik heb een tafeltennistafel voor ze neegezet en in het dorp is pas een Lidl geopend. Daar is het nu op vrijdagmiddag ‘Polenuurtje’. Maar meer komt er niet van de grond”, vertelt hij.
Ook de vakantietijd baart Jan van Lierop zorgen. Pasiks zoon werkt tijdens zijn schoolvakantie met zijn vader en moeder in het bedrijf. Binnenkort is zijn vakantie afgelopen. Het hele gezin rijdt dan terug naar Polen. “Het is de vraag of daarna alleen Pasik terugkomt of ook zijn vrouw. De anderen nemen dan ook vakantie. Ik vind het jammer dat je ze niet kunt tegenhouden. We hebben ze zo hard nodig. Gelukkig komen er binnenkort weer een aantal mensen terug van vakantie. Dat stemmen ze onderling wel op elkaar af.”
Het wordt voor het bedrijf steeds moeilijker goede Poolse werknemers te rekruteren. Tot nog toe werd dat vooral mondeling gedaan. “We hebben een vaste ploeg mensen die hier al jaren komen. Nieuwelingen komen vooral via via mee”, vertelt Anna. Omdat zij drie talen vloeiend spreekt, Pools, Nederlands en Engels, kan zij makkelijk communiceren met de ploeg. “Als we in de toekomst Bulgaren en Roemenen aantrekken wordt praten wel een probleem.”
Maar het kan niet anders. “In Polen stijgen sinds de toetreding tot de Europese Unie de prijzen van gas en elektra, het dagelijks leven wordt duurder, bijna gelijk aan Nederland”, zegt Anna. De werknemers van de Braok verdienen het minimumloon dat neerkomt op zo’n acht euro bruto per uur. Omdat de zloty stijgt ten opzichte van de euro maken zij steeds minder winst. “Daarbij hebben zij geen werkvergunning meer nodig om te kunnen werken waar zij willen”, zegt Jan van Lierop.
Biologisch telen was een flinke investering voor de Braok. “Voor de overstap naar ecologische teelt, moest de grond eerst twee jaar bewerkt worden via biologische richtlijnen. Pas daarna mochten we producten ‘eko’ noemen en konden we een hogere prijs vragen. We moesten nieuwe machines aanschaffen en de arbeidskosten zijn hoger omdat je meer handwerk hebt”, legt Jan van Lierop uit.
Het was moeilijk om bij de omschakeling en groei van het bedrijf ook een groeiende afzetmarkt te vinden. Via de biologische markt in Den Haag verhandelt Jan van Lierop zijn produkten. Hij heeft een aantal vaste afzetgebieden door heel Europa. “Ons aanbod stemmen we geheel af op de vraagmarkt”, vertelt hij. “Maar die markt is grillig. In Engeland zakt het nu een beetje in, terwijl dit een groot afzetgebied is. In de koelcel staan nog twee partijen prei die eigenlijk deze week weg moeten.”
Op de Braok heerst een gezellige, rommelige, harde werksfeer. Volgens Jan van Lierop is dat te wijden aan het biologisch telen. Alle afval, de bladeren en stelen van de groenten, is voedsel voor het volgende gewas. De produktie is meer flexibel dan in een gangbaar tuinbouwbedrijf. “Er zit hier een aardbeienboer in de buurt die tweehonderd mensen in dienst heeft. Daar is flink wat structuur nodig wil je alles in goede banen leiden.”
Van Lierop gaat bewust om met de natuur. De Braok is voortdurend op zoek naar duurzame innovatie om een gezond en winstgevend bedrijf te realiseren. “Het is jammer dat kinderen tegenwoordig niet meer weten hoe een venkelplant eruit ziet”, zegt hij. Hij ziet dan ook graag jongeren op het bedrijf verschijnen. “Maar de Polen zijn goede landarbeiders en prettige mensen, in het weekend organiseren zij weleens een barbecue, daar schuif ik altijd graag bij aan.”
Zie voor meer informatie: www.braok.nl, deze website is in het Nederlands, Engels en Pools opgezet.