17 juni, 2008 | Auteur: Geesje van Haren | Trefwoord: bosnie-herzegovina
Wat Dutchbat achterliet
De voormalige Dutchbat-compound in Potocari bij Srebrenica ligt er nog net zo bij als hoe het op 21 juli 1995 door de Nederlanders werd achtergelaten. De tekeningen en teksten die de soldaten tijdens hun verblijf op de wanden kalkten zijn nog zo goed als intact.
Normaal gesproken komt van een risicovolle missie vijf procent van de soldaten terug met een posttraumatisch stresssyndroom. Van alle uitgezonden Dutchbatters had tien procent hier last van. Ook waren er veel met andere psychische klachten, in totaal had veertig procent na terugkeer psychologische hulp nodig.
Voordat de militairen werden uitgezonden, kregen zij instructies over de cultuur en het land waarin zij terecht zouden komen. Het NIOD-rapport beschrijft dat er vooraf zeer negatief werd gesproken over de Bosnische moslims die de soldaten moesten beschermen.
“Nog voordat ze uitgezonden waren, hadden de Dutchbatters het al over een ‘geitenpad’ in plaats van over een zandpad. Kinderen ‘schooierden’, mannen ‘waren onbetrouwbaar en hielden jankverhalen’. Alle moslimvrouwen droegen ‘pyjamabroeken’, hoofddoekjes en hadden ‘snorren’ en ‘typisch Bosnische gebitten’,” aldus NIOD: Srebrenica, een ‘veilig’ gebied.
Door slechte voorbereiding arriveerden de militairen met vooroordelen over moslims in Srebrenica. Omdat de vluchtelingen ook nog erg slecht gekleed waren en niets hadden om zich te wassen, schrokken veel Nederlandse soldaten van hun toestand, ze vonden ze zelfs vies. Sommige Dutchbatters hadden grote moeite de Bosnische moslims in deze situatie als gelijken te zien.
In het boek Herinneringen aan Srebrenica worden soldaten geïnterviewd waarvan een aantal echter wel probeerde een band op te bouwen. “Ik zocht wel contact met de bevolking. Ruilhandel, of ik gaf een snoepje aan de kinderen. Er was een meisje van een jaar of twaalf. Ze leerde Engels op school en ik hielp haar met de moeilijke woorden. Ze leerde dan mij weer haar taal.”
Serge (die zijn achternaam niet wil noemen) zat met de eerste lichting in 1994 in Srebrenica, bij het 1e beveiligings peloton. Hij zegt: “Wij zijn daarheen gegaan, zonder vooroordelen. Wij hadden voor ons vertrek geen idee wat we daar zouden aantreffen, er was geen beeldmateriaal (foto, video). We schrokken van de situatie zoals we die aantroffen, en voelden ons verbonden met de moslims. Zij zaten opgesloten, maar ook wij. Velen van ons hadden contact met locals.”
“De tekeningen zijn gemaakt om de tijd te doden en gedachten weer te geven, als buddy’s onder elkaar, maar nooit om iemand openlijk te kwetsen. Niemand kon vermoeden dat de enclave zou vallen, anders had men zich in sommige tekeningen nooit zo uitgelaten. Door ze op internet te zetten kwets je de locals en de mensen die berouw hebben van hun uitlatingen. Het is een menselijke reactie op een ongewone situatie,” verklaard Serge.
Gerelateerde publicaties:
Srebrenica; Hoe zat dat ook alweer?
Bosnië en Herzegovina de recente geschiedenis
Nieuwe massagraven ontdekt in mei 2008