4 augustus, 2007 | Auteur: Karen Maassen | Beeld: Karen Maassen | Trefwoord: nederland
Volwassen met de lengte van een tienjarige
Orlando MacBean is 1.08 meter lang en 45 jaar oud. Orlando heeft achondroplasie, in de volksmond ook wel ‘dwerggroei’ of ‘lilliputter’ genoemd. Maar zoals vele kleine mensen hoort Orlando die woorden niet graag. “Wij zijn net als ieder ander, alleen wat kleiner.”
Samen met zijn vriendin Urmila woont hij in een flatje in Diemen. Het stel is vier jaar samen. Orlando staat ingeschreven bij verschillende castingbureaus en verdient zijn geld onder andere met acteren. “Ik zie mijn lengte niet als negatief, maar als positief punt. En in mijn beroep heb ik er juist profijt van.”
Achondroplasie betekent letterlijk: geen kraakbeenvorming. Kraakbeen zorgt normaal gesproken voor de lengtegroei. Aan de uiteinden van botten bevinden zich groeischijven. Tot en met de pubertijd maken deze groeischijven kraakbeen aan, dat weer wordt omgezet in hard bot. Zo ontstaat de lengtegroei.
Over tot welke lengte iemand een ‘klein mens’ is, zijn de meningen verdeeld. In de medische wereld geldt dit voor mannen tot 1.51 meter en voor vrouwen tot 1.45 meter. Maar omdat het kan voorkomen dat iemand 1.55 meter is en toch achondroplasie heeft, heeft de Belangenvereniging van Kleine Mensen (BVKM) die norm aangesteld.
Naast de korte lengte zijn de ledematen (armen en benen) ernstig verkort, terwijl de romp juist een normale lengte heeft. Bovendien is het hoofd relatief groot. Door de ziekte ontstaan een aantal complicaties die bij alle kleine mensen te herken-nen zijn; gebitsproblemen (geen nette tandenrij, maar onregelmatig), chronische oorontsteking, O-benen en beknelling van het ruggenmerg (gevolgen zijn tintelingen in benen en voeten, pijn in de rug, krachtverslies van benen en voeten en incontinentieproblemen).
Al op jonge leeftijd liep Orlando soms letterlijk tegen problemen aan. “Vooral wat mobiliteit betreft en dingen waar je gewoonweg niet bij kan. Maar ik kreeg bijvoorbeeld ook te maken met speeltoestel-len die te hoog waren en waar ik dus niet op kon spelen. Daarnaast werd ik veel gepest. Kinderen kunnen hard zijn en dat kon ik als kind niet altijd begrijpen. Als ik vroeger van school naar huis reed met de bus, werd ik bij het uitstappen altijd gevolgd door een aantal kinderen. Die scholden me dan uit voor kabouter, of dwerg. Dat soort dingen maken je wel harder.”
“Nu ik volwassen ben, ben ik gelukkig een stuk wijzer. Veel dingen kan ik inmiddels wel begrijpen en naast me neerleggen. Er zijn echter nog altijd momenten dat mensen me echt pijn kunnen doen. Als een moeder met haar kind op straat loopt en het kind wijst me na, dan is dat begrijpelijk. Een kind weet niet beter. Maar op het moment dat een moeder haar kind aan de arm trekt en wijzend mijn richting uit roept, ‘moet je kijken wat daar loopt’, dan raakt me dat nog steeds diep. Ik irriteer me er enorm aan en begrijp het ook gewoon niet.”
Op het internaat in Arnhem kreeg Orlando voor het eerst te maken met toneel. “We konden meespelen met het amateurtoneelgezelschap en dat leek me wel wat. Kort daarna wist ik dat ik acteur wilde worden. Ik speelde in verschillende amateurtoneel-groepen en had verschillende optredens.” In 1988 komt de doorbraak. MacBean krijgt een figurantenrol in de film ‘Willow’ en dat is meteen zijn eerste, betaalde baan. Kort daarop besluit hij zich in te schrijven bij een aantal castingbureaus. “Ik heb bewust besloten om niet naar de toneelschool te gaan. Bij ‘normale’ mensen zijn ze al streng. Ik had gewoon geen trek in nog meer vernederingen.”
Als Orlando terugkijkt naar de afgelopen jaren, is hij tevreden. Niet alleen mag hij meerdere, grote toneelstukken (‘Sneeuwwitje en de zeven dwergen’, ‘Het raadsel van de kluizenaar’) op zijn naam zetten, ook verscheidene films (‘Jezus is een Palestijn’, ‘Missing Link’) en een televisieserie (‘Circus Waltz’) staan op zijn curriculum vitae.
In ‘Circus Waltz’ speelde MacBean onder andere met Aart Staartjes, Theo Maassen, Barry Atsma en Koen Wouters. De zevendelige dramaserie verscheen in november 2006 op de televisie en was een enorm succes. Het vertelt het verhaal van directeur Willy Waltz (Aart Staartjes) die met ijzeren hand over het circus en de familie regeert. Hij denkt niet aan stoppen. Als bij hem een kwaadaardige hersentumor wordt gevonden, moet hij alles op alles zetten om het voortbestaan van Waltz veilig te stellen.
MacBean speelt de rol van Spartacus, de beste vriend van Willy Waltz’ jongste zoon Enrico. In de piste is hij de clown en die rol lijkt MacBean op het lijf gechreven. “Ik heb met heel veel plezier aan de serie meegewerkt en het ook een enorme eer gevonden om met meneer Aart samen te werken,” vertelt hij lachend. “Ja, meneer Aart, zo heb ik hem tijdens de opnames nog wel eens genoemd. Gelukkig kon iedereen daar hard om lachen.”
Dankzij ‘Circus Waltz’ is de carrière van Orlando in een opwaartse spiraal terecht gekomen. “Tegenwoordig heb ik het wel een beetje voor het kiezen. Soms weiger ik inderdaad en opdracht, maar ik voel me niet snel ergens te goed voor. Een paar jaar geleden stond ik op de Horecava in de RAI te Amsterdam. Ik moest in een konijnenpak het enegiedrankje ‘Rabbit’ promoten met twee mooie dames naast me. Veel menzen vonden het raar dat ik me liet lenen voor dat werk. Of ik me niet gebruikt voelde? Nee, ik maak gebruik van de kwaliteiten die ik heb. En daar is mijn lengte er één van.”
In mei 2003 leerde Orlando zijn huidige vriendin Urmila Rambaran (1.30 meter en 30 jaar) kennen via de BVKM. MacBean: “Mijn zussen stimuleerden me om eens bij de belangenvereniging te gaan kijken. Wie weet zou ik daar nieuwe vrienden leren kennen. Urmila ging met hetzelfde idee voor het eerst naar de vereniging. Het was liefde op het eerste gezicht en drie maanden later woonden we samen.”
Het huis waarin het stel woont is aangepast. Het opvallendst zijn de aangepaste keuken (laag aanrechtblad en aangepaste kraan) en de badkamer waarin naast het bad een stenen trappetje is geplaatst. Daarnaast zijn alle lichtknoppen verlaagd. Verder is het een standaard woning. Er staat een gewone bank, salontafel en een normale eettafel met stoelen.
Voor de voordeur staat een klein, rood invalideautootje, een Canta. Sinds een half jaar is Orlando eigenaar van de auto. “Ik heb de auto afgekocht van de gemeente. Sinds april 2004 hebben we een aangepaste Renault Twingo. En met een ‘gewone’ auto voor de deur heb je geen recht meer op een Canta. Maar omdat we die wel makkelijk vinden voor de boodschappen en de kleine afstanden, besloten we de auto af te kopen. Voor de Twingo hebben we een invalideparkeerplaats gekregen en de Canta mag voor de deur. Dus net als iedereen hebben ook wij twee auto’s,” zegt Orlando lachend.