17 februari, 2022 | Beeld: LOST IN EUROPE | Trefwoord: bosnie-herzegovina
Pushbacks Kroatië: ...
“Ik had nog steeds mijn Afghaanse ID-kaart. Maar toen ik die aan de Kroatische politie liet zien en vertelde dat ik 15 jaar was hebben ze mijn kaart kapot gemaakt”. Al twee jaar is Ali in Bosnië. Zijn verhalen over het geweld van de Kroatische grenspolitie zijn eindeloos. Samen met zeker tien andere jongens woont hij in een verlaten huis naast de rivier de Una in het noordwesten van Bosnië en Herzegovina. De route over de Balkan naar West Europa is de laatste jaren steeds gevaarlijker geworden. Alleenreizende minderjarigen, zoals Ali en zijn vrienden, zijn extreem kwetsbaar. Hulporganisaties bereiken de kinderen vaak niet. In dit grensgebied moeten zij zelf zien te overleven.
Ali pakt een kleedje en legt die neer onder de schaduw van twee grote bomen en ploft samen met zijn vriend Abdul op de grond. “Hier is het niet zo warm”, zegt hij. Verschrikt kijken ze op als er een auto langsrijdt en ze iemand horen praten. Voorzichtig lopen de jongens de kleine heuvel op om te kijken wie er langs de weg staat. Het blijkt een Bosnische vrouw te zijn die verderop woont en de jongens waarschuwt voor een slang. Ali en Abdul lachen. Een slang is het minste van hun zorgen. “We dachten dat het de politie was. Die komt hier om ons weg te jagen, maar we houden om de beurt de wacht”, vertelt Ali. “Nu staat onze vriend op de uitkijk, zodra hij politie ziet dan zijn wij weg”, lacht hij ondeugend.
Ali en Abdul kwamen als 15-jarige jongens aan in Bosnië en Herzegovina. Ali uit Afghanistan en Abdul uit Pakistan. Al twee jaar lang zitten ze hier vast en al maanden bivakkeren ze in het verlaten huis. Eerder verbleven ze in het Sedra kamp voor alleenreizende kinderen en families, maar na een ruzie zijn zij het kamp uitgezet. Het huis waarin zij leven is verwaarloosd, een deel van het dak stort in elkaar en er is geen stromend water of elektriciteit.
Ali voor het huis waarin hij en zijn vrienden verblijven. Foto: Qali Nur
Begin 2021 schatte Save The Children dat er zo’n 500 alleenreizende kinderen in Bosnië en Herzegovina verblijven. Alleenreizende kinderen zijn erg kwetsbaar. In een persbericht waarschuwt Save the Children dat strengere grenscontroles en pushbacks, zowel aan de EU-grens als tussen EU-landen, hebben geleid tot een toename van geweld en ander misbruik tegen kinderen en andere kwetsbare mensen.
Ali en Abdul zijn niet de enige alleenreizende jongeren die in gekraakte huizen wonen. Tot mei 2021 konden alleenreizende kinderen terecht in het Sedra kamp in de kleine stad Cazin, maar dat kamp werd gesloten. Volgens de nieuwszender N1, verlieten op 30 juni de laatste bewoners het Sedra kamp Kinderen zoals Ali en Abdul proberen keer op keer de Kroatische grens over te steken en zo verder naar West Europa te reizen, maar die grens oversteek is gevaarlijk. De jongeren noemen het ‘the game’ omdat zij allerlei obstakels moeten vermijden zoals landmijnen, wilde dieren en het belangrijkste obstakel, de Kroatische grenspolitie. Tussen januari 2020 en december 2021 rapporteerde de hulporganisatie Danish Refugee Council zeker 638 pushbacks van alleenreizende kinderen en kinderen die gescheiden zijn van hun familie aan de Kroatisch-Bosnische grens. Deze zogeheten pushbacks van asielzoekers zijn in strijd met het beginsel van non-refoulement. Het terugdringen van asielzoekers die zich al op EU-grondgebied bevinden, is in strijd met het non-refoulement beginsel als niet is beoordeeld of een persoon in aanmerking komt voor bescherming. Bovendien moeten volgens het kinderrecht jongeren opgevangen worden als ze onder de 18 jaar zijn. Maar volgens Ali en Abdul heeft de Kroatische politie lak aan de internationale verdragen. Opvang wordt niet geboden en geweld wordt niet geschuwd.
Voor politiechef Ale Šiljdedić uit de grensplaats Bihać lijkt er geen einde te komen aan de vicieuze cirkel; Bihać blijft de transit plek voor de mensen op doorreis naar West Europa . Steeds ziet hij jongens zoals Ali en Abdul weer terugkomen. Hij is duidelijk gefrustreerd en slaat regelmatig met zijn vuist op tafel om zijn woorden kracht bij te zetten. “Als ze ‘the game’ willen doen, dan blijven ze het proberen. Dat doen ze al drie jaar lang. En wat doet de EU tegen Kroatië? Niks, ze krijgen zelfs meer steun en meer geld. De grens oversteken is nu net zo moeilijk als het oversteken van de Chinese Muur”, vertelt Šiljdedić .
Zo’n 25 kilometer van Ali en Abdul vandaan in de stad Bihać verblijven Rohala (16) en Farvez (14) in de oude ‘Krajina’ staalfabriek. In tegenstelling tot het kleine verlaten huisje in het bos waar Ali en Abdul in verblijven is de staalfabriek groot en vol met mensen. Niet iedereen is daar blij mee. Een grote gespierde man staat voor de metaalfabriek. Luide metal muziek komt uit de boombox radio van de man. Met zijn hond loopt hij heen en weer. Vol afschuw kijkt hij naar de migranten. “Die man staat hier vaak, als hij journalisten of hulpverleners ziet dan schreeuwt hij naar ze of belt hij de politie. Hij wil niet dat wij hier zijn of dat mensen ons komen helpen”, vertelt de Afghaanse Ahmed, die in de fabriek verblijft.
Rohala en Farvez zijn net terug vanuit Kroatië, weer een mislukte ‘game’. De twee neefjes hebben al 6 keer geprobeerd de grens met Kroatië over te steken, maar iedere keer komen ze berooid terug. Zonder ouders zijn ze van naar Bosnië gereisd. In de Afghaanse provincie Nangarhar leefden ze in angst voor de Taliban vertellen de jongens. Het liefst willen zij naar België. Daar is het goed voor alleenstaande kinderen, horen zij van vrienden die hen voor zijn gegaan. Iedere poging om België te bereiken mislukt en de jongens voelen zich verslagen. “Bosnië is een mooi land, maar niet voor ons. Wij wonen in verwoeste gebouwen, hebben geen schone kleren en de hygiëne is slecht”, zegt Farvez. “Tijdens ramadan, konden wij niet eens bidden in onze vuile kleren”. Farvez en Rohala zitten vast in Bosnië, maar terug naar Afghanistan is geen optie.
“Afghanistan is een van de meest gevaarlijke landen om kind te zijn. Bijna 33.000 kinderen zijn de afgelopen 20 jaar in Afghanistan gedood of verminkt”, volgens hulporganisatie Save the Children. Dat is gemiddeld één kind per vijf uur. “Het werkelijke aantal directe kinderslachtoffers van het conflict zal waarschijnlijk veel hoger zijn dan de geschatte 32.945 dit aantal omvat namelijk niet de kinderen die in die tijd zijn omgekomen door honger, armoede en ziekte”, laat Save the Children in dat zelfde persbericht weten.
In de staalfabriek probeert een man in te praten op Rohala. “Neem mij niet kwalijk, onthoud een paar dingen”, zegt de man. “Als de interviewers vragen stellen moet je zodanig reageren dat ze worden verrast. Oke?” “Oke”, zegt Rohala. “Zeg hen dat je de Duitse regering vraagt om je jouw rechten als minderjarige te geven. Wij hebben onze rechten. Ze zouden ons met een vliegtuig moeten ophalen. Begrijp je?”. “Ja”, antwoordt Rohala. Alleenreizende kinderen zijn vaak afhankelijk van smokkelaars en andere mensen die zij onderweg tegenkomen.
Almir Strkljevic operatie manager bij Save the Children maakt zich zorgen om de kinderen die in gekraakte panden en fabrieken verblijven. Strkljevic zucht “de kinderen willen niet naar de kampen, die zijn te ver van de grens. Maar buiten de kampen is het heel onveilig.” Naast de onhandige ligging van de kampen zien kinderen zoals Rohala en Farwez het ook niet zitten om verplicht in quarantaine te gaan voor tien tot veertien dagen. Daarnaast is de bewegingsvrijheid klein. Eenmaal in het kamp kun je niet naar buiten en binnen wanneer je wilt. “Helaas, denk ik dat er meer alleenreizende kinderen buiten de kampen zijn dan in de kampen. Dat is een groot probleem, eenmaal buiten de kampen worden ze onzichtbaar voor hulporganisaties.”
Sinds januari 2021 is het in Una Sana kanton, waaronder Bihac en Cazin vallen, verboden voor organisaties zoals Save the Children om hulp te bieden in ‘stedelijke gebieden’. Het gevolg is dat alleenreizende kinderen hierdoor nog meer uit het oog van hulporganisaties verdwijnen. “In de kampen is er een aparte zone voor alleenreizende kinderen, er is 24/7 iemand aanwezig. En de kinderen zijn geregistreerd en krijgen een voogd toegewezen. Maar daarbuiten hebben ze geen enkele bescherming”, vertelt Strkljevic. Toch willen veel kinderen niet mee, de kampen zijn druk, vies en ver weg. In de kampen krijgen ze toch ook te maken met geweld en uitbuiting vertellen Ali, Farvez, Rohala en andere jongeren. Liever blijven ze bij elkaar met vrienden en mensen die zij kennen.
Farvez en Rohala in de oude staalfabriek. Foto: Irene Hollebrandse
Vooral de kampen bij de grens met Kroatië zijn overvol. Bosniërs uit de omgeving zeggen overlast te ondervinden en op politiek niveau is er strijd over de verantwoordelijkheid van de opvang van migranten. Een grote uitdaging voor de hulpverleners ter plekke. “We weten het nooit zeker, want soms worden er opeens beslissingen genomen door de lokale autoriteiten, zelfs tegen de besluiten van de centrale staat”, reageert Laura Lungarotti, hoofd van de IOM-missie in Bosnië, op het gerucht dat kamp Miral binnenkort zal sluiten. Niet lang daarna sluit niet Miral, maar Sedra kamp. Er vinden grootschalige ontruimingen plaats in de verlaten gebouwen waar migranten verblijven. De fabriek waar Rohala en Farvez hun onderkomen hebben wordt leeggeveegd. Iedereen wordt naar kamp Lipa gebracht, ver buiten het stedelijk gebied. Veel migranten verlaten het kamp direct, ze willen dichter bij de grens verblijven. Deze situatie verhoogd de zorg over de situatie voor alleenreizende kinderen. “Een logisch gevolg van deze ontruimingen is dat ze zich nog verder uit het zicht onttrekken en nog dieper in de bossen verschuilen. We doen ons best om zoveel mogelijk kinderen te lokaliseren, maar we weten dat we niet iedereen in beeld hebben”, vertelt Strkljevic na de ontruimingen.
Dan op 15 augustus valt Kabul. De Taliban neemt de stad over en vele Afghanen proberen de stad te ontvluchten. Een maand later is de situatie niet veel beter en dat heeft gevolgen voor de alleenreizende Afghaanse kinderen in Bosnië. Ali is de tel kwijtgeraakt maar schat dat hij sinds mei dit jaar misschien wel elf of twaalf keer geprobeerd heeft om de grens over te steken en West Europa te bereiken. De val van Kabul heeft als gevolg dat hij geen geld meer toegestuurd krijgt van familie en vrienden. De banken waren gesloten en zijn vrienden en familieleden komen zelf amper rond. “Zelfs de prijs van brood is gestegen”, zegt Ali. Terwijl hij dat zegt draait hij zijn telefoon en laat drie vermoeide jongens zien. “Kijk zij zijn net weer gedeporteerd, we kunnen nergens heen. We zitten hier maar”.
Als Ali tijdens een van zijn pogingen om Kroatië te doorkruisen wordt aangehouden door de politie verscheurt die zijn identiteitskaart. Dat was zijn enige bewijs om te laten zien dat hij minderjarig is. Tijdens een andere poging gelooft een Kroatische agent hem niet als hij vertelt dat hij 15 jaar oud is. Hij negeert zijn antwoord en schrijft ‘18 jaar’ op. Het aantal keer dat de jongens te maken hebben gehad met een gewelddadige Kroatische politie weten ze niet meer precies. Vaker wel, dan niet. Ondanks herhaaldelijk verzoek weigert de Kroatische grenspolitie, via het Ministerie van Binnenlandse Zaken, een reactie te geven op vragen naar aanleiding van de ervaringen van Ali, Farvez en Rohala. Meerdere malen beloven ze telefonisch per e-mail te antwoorden op vragen van de redactie, maar na maanden correspondentie blijft een inhoudelijke reactie nog steeds uit.
Eind november stuurt Ali een berichtje. Twee jaar lang probeerde hij via Kroatië, West Europa te bereiken, maar dat bleek onmogelijk. In oktober trok hij naar Roemenië in de hoop j via Hongarije en Oostenrijk toch Frankrijk te bereiken. Het bericht van Ali is een video. In de video glimlacht Ali naar de camera. Hij staat middenin Parijs tussen de toeristen die voor de eiffeltoren foto’s maken. Ali verblijft nu in een asielzoekerscentrum en wacht zijn asielprocedure af. Zijn vriend Abdul is het wel gelukt om via Kroatië Italië te bereiken. Ook hij is daar in afwachting van zijn procedure.
Deze publicatie voor Lost in Europe kwam mede tot stand door financiële steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en het Lira Auteursfonds Reprorecht. Zie: www.fondsbjp.nl