11 oktober, 2018 | Auteur: Arco van de Ree | Beeld: Arco van de Ree | Trefwoord: nederland
Haalt de Oosterscheldekering de 100 jaar?
Met een druk op de knop opende koningin Beatrix in 1986 de Oosterscheldekering en verklaarde daarmee Zeeland veilig. Het laatste werk van het Deltaplan was immers voltooid. Maar inmiddels staan de zaken er anders voor dan in de jaren tachtig. Toen was de verwachting dat de kering het land 200 jaar tegen de zee kon beschermen. Nu is het nog maar de vraag of de 100 jaar wordt gehaald. Oorzaak: de enorme zeespiegelstijging door klimaatverandering.
In 2008 kwam er een tweede Deltacommissie. Zij adviseerde om Nederland zo in te richten, dat het land ook op de lange termijn veilig is tegen overstromingen. Het rapport ziet water niet alleen als een bedreiging, maar ook als een kans: “Meebewegen met water en bouwen met de natuur is nu de toekomst,” was het advies. Een ommekeer die in de jaren zeventig was ingezet met de vraag of de Oosterschelde wel of niet moest worden afgesloten. De stormvloedkering kwam er uiteindelijk toch en voldoet tot 2075 aan de eisen.
Daarna moet de veiligheid worden gecombineerd met het grotendeels terugbrengen van de getijdenwerking, volgens de tweede Deltacommissie. Hoe dat er precies zal uitzien is op dit moment nog niet duidelijk.
Deltaprogramma
Inmiddels worden de gevolgen van de klimaatverandering steeds duidelijker. De extreme droogte van dit jaar en de diverse heftige regenbuien zijn het bewijs. Door het smelten van landijs op bijvoorbeeld Groenland en Antarctica stijgt de zeespiegel. Gletsjers en ijskappen verdwijnen als sneeuw voor de zon, zoals op de berg Kilimanjaro in Afrika. Het merendeel van dat water komt in de zeeën en oceanen terecht. Het Deltaprogramma van de Nederlandse regering houdt rekening met een zeespiegelstijging van 2 tot 4 meter in het jaar 2200.
Onder het motto ‘Doorwerken aan de Delta: Nederland tijdig aanpassen aan de klimaatverandering’ gaat het werk door. Tot 2050 is daar naar schatting 1,2 tot 1,6 miljard euro per jaar voor nodig uit het Deltafonds. In de begroting van 2019 is ruim 400 miljoen euro beschikbaar voor de waterveiligheid. Een heel andere situatie dan in 1953. Toen was er een stormvloed nodig om Nederland wakker te schudden.
Cassandra
Ingenieur Johan van Veen (1893-1959) van Rijkswaterstaat constateerde al in 1946 dat de Zeeuwse dijken te laag en te zwak waren. Hij stelde voor om behalve de dijken te verhogen ook de zeegaten af te sluiten. Van Veen was een roepende in de woestijn, want zijn plannen belandden in de kast.
Pas eind 1952 mocht Van Veen eindelijk onderzoek doen naar de afsluiting van de zeegaten tussen Walcheren en Voorne. Op 29 januari 1953 werd de opdracht tot afsluiting ondertekend. Het Deltaplan was geboren. Te laat, want twee dagen later voltrok zich de Watersnoodramp in zuidwest Nederland. Die kostte 1.836 mensen en 47.000 stuks vee het leven.
“Ze vinden mij een Cassandra”, zei Van Veen in 1952 tegen Elsevier-journalist H.J. Looman, verwijzend naar de figuur uit de Griekse mythologie die het volk steeds waarschuwde, maar waar niemand naar luisterde. Het artikel werd niet gepubliceerd. De hoofdredacteur vond het maar paniekzaaierij. Heel Nederland was immers druk bezig met de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. In 1978 is het interview alsnog gepubliceerd bij de 25-jarige herdenking van de Watersnoodramp.