4 november, 2025 | Auteur: Monica Lam | Beeld: de redactie
La Strada International waarschuwt voor EU-besluit
Sinds vorig jaar ziet de Europese Unie de ‘exploitatie van draagmoederschap’ als vorm van mensenhandel. Volgens La Strada International is het EU-besluit genomen zonder concreet bewijs van uitbuiting. ‘Het EU-besluit leidt tot juridische onzekerheid en verdere stigmatisering van draagmoeders.’
Sinds 14 juli 2024 geldt in de Europese Unie een vernieuwde anti-mensenhandelrichtlijn. De richtlijn biedt lidstaten meer manieren om vormen van uitbuiting te onderzoeken en te vervolgen. Daarnaast zijn er definities aan mensenhandel toegevoegd, zoals ‘de exploitatie van draagmoederschap, gedwongen huwelijk of illegale adoptie’.
Draagmoederschap an sich wordt EU-breed niet gezien als illegaal, maar vrouwen die worden uitgebuit om kinderen voor anderen te dragen wel. Op papier een logische toevoeging, maar volgens de ngo La Strada International (LSI), een Europees netwerk tegen mensenhandel, is dit besluit niet gebaseerd op feiten.
Dat bllijkt uit een recent rapport van LSI. Het doel van het LSI-rapport was om te begrijpen hoe, waarom en wanneer draagmoederschap in de richtlijn werd opgenomen, aangezien dit onderwerp volledig ontbrak in het oorspronkelijke voorstel van de richtlijn in december 2022. In het rapport concludeert LSI dat er tot op heden geen bewijs is gevonden dat ‘exploitatief draagmoederschap’ in Europa daadwerkelijk ‘een opkomende vorm van mensenhandel is’. Ook ging het besluit gepaard met haast en zonder degelijk onderzoek. Hoe komt het dat het dan toch aan de richtlijn is toegevoegd?
Eigen onderzoek
La Strada International is een netwerk dat bestaat uit 33 organisaties die zich in Europa inzetten tegen mensenhandel. Drie Nederlandse organisaties zijn hier aan verbonden: FairWork, CoMensha en SHOP. Het netwerk bestaat sinds 2004 en heeft haar hoofdkantoor in Amsterdam. La Strada International voerde voor het rapport zelf onderzoek uit. Zo analyseerde de organisatie juridische documenten, beleidsrapporten en statistieken uit alle EU-lidstaten. Ook interviewden ze meerdere deskundigen en besluitvormers in het proces.
LSI schrijft in het rapport dat draagmoederschap pas laat in het besluitvormingsproces op tafel kwam, als gevolg van druk van verschillende partijen. Vervolgens leidde dit tot een ‘gehaast debat’ waarin weinig tijd was om de complexiteit van het thema grondig te onderzoeken of specialisten te raadplegen. Daarna nam een meerderheid van het Europees Parlement de aangepaste richtlijn aan.
Beeld: Kate Stanworth
La Strada International schrijft op detailniveau hoe die politieke druk tot stand kwam. De organisatie baseert zich hierbij onder andere op gespreksnotities en interviews. Tijdens de onderhandelingen, over het aanpassen van de EU-richtlijn tegen mensenhandel, stonden twee kampen tegenover elkaar. Aan de ene kant waren daar de ‘inclusionisten’, die vooral afkomstig waren uit conservatieve, katholieke of radicale feministische hoek. Zij vinden dat alle vormen van draagmoederschap, inclusief vrijwillige, uitbuiting zijn. Deze organisaties zien de EU-richtlijn als een strategische eerste stap richting een volledig wettelijk verbod op draagmoederschap in de EU.
Opvallend detail: hier zaten ook belangrijke partijen tussen die Europese instituties vertegenwoordigen, zoals Eurojust, Europol en de EESC (Europees Economisch en Sociaal Comité). Ook de twee rapporteurs van het Europees Parlement voor dit dossier, Malin Björk (GUE/NGL) en Eugenia Rodríguez Palop (GUE/NGL), stonden aan de conservatieve kant.
Zij steunden openlijk de argumenten van de inclusionisten, terwijl zij tegelijkertijd een belangrijke rol speelden in het beoordelen van het wetsvoorstel. Aan de andere kant stonden de ‘exclusionisten’, waaronder La Strada International zelf. Zij pleiten ervoor om mensenhandel te blijven bestrijden op basis van feitelijke dwang en niet op morele overtuigingen. Zij vrezen dat de vaag geformuleerde definitie van ‘exploitatie van draagmoederschap’ in combinatie met politieke druk kan leiden tot onbedoelde gevolgen, zoals het verwarren van alle vormen van draagmoederschap met mensenhandel, zoals een vrijwillige vorm. Dit zou niet alleen kunnen leiden tot juridische onzekerheid, maar ook tot verdere stigmatisering van draagmoeders en wensouders, vinden zij.
Ook organisaties die werken met vluchtelingen, zoals de Europese Raad voor Vluchtelingen en Ballingen (ECRE) en het Platform voor Internationale Samenwerking inzake Ongedocumenteerde Migranten (PICUM), schaarden zich bij deze groep. Aangezien commercieel draagmoederschap (oftewel het betalen van een draagmoeder) in alle EU-lidstaten verboden is, maar bij draagmoederschap regelmatig over de grenzen heen wordt gekeken, brengt dit vrouwen – waaronder potentieel migrantenvrouwen – in kwetsbare posities, waarbij zij onterecht kunnen worden gezien als dader of slachtoffer. En dit zijn juist de groepen die bescherming nodig hebben, vinden zij.
Geen bewijs
LSI constateert verder dat ‘exploitatie van draagmoederschap’ niet tot nauwelijks een gespreksonderwerp was tijdens de vergaderingen over de herziende richtlijn. Ook de voormalig Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken Ylva Johansson was geen voorstander om de ‘exploitatie van draagmoederschap’ toe te voegen aan de richtlijn. Dat blijkt uit een gesprek dat Johansson had met de twee rapporteurs op 24 mei 2023. Zo zei Johansson dat draagmoederschap ‘opzettelijke en gedwongen handelingen’ moet omvatten om aan de richtlijn te worden toegevoegd. Ook merkte Johansson tijdens dit gesprek op dat er slechts een beperkt aantal gedocumenteerde gevallen van illegaal draagmoederschap waren.
Ylva Johansson. Beeld: EC – Audiovisual Service
Dat blijkt dan ook uit cijfers van Eurostat: tussen 2008 en 2023 was er geen enkele melding van mensenhandel via illegaal draagmoederschap. En Eurojust, het samenwerkingsorgaan voor Europese justitie, registreerde in 25 jaar tijd slechts twee zaken die in die categorie vielen. Ook is het thema in de laatste twee decennia nog nooit besproken tijdens Europese debatten over mensenhandel, aldus La Strada International.
Toch bleek de druk van de ‘inclusionisten’ succesvol, waardoor dit op het laatste moment toch op de agenda verscheen. LSI noemt dit besluit ‘politiek gemotiveerd’ en ‘onvoldoende onderbouwd met bewijs’. ‘Het verband tussen draagmoederschap en mensenhandel blijkt zwak en in sommige opzichten kunstmatig geconstrueerd,’ schrijft LSI in het rapport.
Toekomst
Nadat het Europees Parlement de aangepaste richtlijn aannam in juli 2024, hebben individuele lidstaten tot en met 15 juli 2026 de tijd om de nieuwe regels in hun nationale wetgeving over te nemen. Nu de lidstaten aan zet zijn, benadrukt LSI dat er behoefte is aan een duidelijke begeleiding van de Europese Unie. Zonder heldere EU-richtlijnen over hoe ‘exploitatief draagmoederschap’ in de praktijk geïnterpreteerd moet worden, en wanneer het wordt gezien als mensenhandel, zal dit het risico op uiteenlopende nationale interpretaties en juridische onzekerheid vergroten, wat haaks staat op het beoogde doel van de richtlijn, aldus het rapport.
LSI verzoekt de EU daarom om eerst onderzoek uit te voeren en bewijs te verzamelen naar mogelijke uitbuiting bij draagmoederschap.
Nederland
Lidstaten zijn verplicht om de richtlijn over te nemen, maar mogen dit wel op hun eigen manier doen. Zo mogen landen vrijwillig draagmoederschap toestaan onder bepaalde omstandigheden. In Nederland is de aangepaste richtlijn nog niet toegevoegd aan de huidige nationale wetten. In juni diende de SGP samen met de BBB een amendement in om via nationale wetgeving vast te leggen dat draagmoederschap een vorm van mensenhandel is. De SGP omschrijft draagmoederschap als ‘een vorm van moderne slavernij waarbij vrouwen gereduceerd worden tot baarmoeder.’
Nadat dit werd besproken door de Tweede Kamer, reageerde voormalig staatssecretaris Arno Rutte (Justitie en Veiligheid) op 1 oktober als volgt: ‘Ter implementatie van de herziene Europese richtlijn mensenhandel wordt – zonder dat verandering wordt gebracht in de bestaande reikwijdte van de strafbaarstelling van mensenhandel – uitbuiting van draagmoederschap expliciet toegevoegd aan artikel 273 Sr. Wanneer het draagmoederschapstraject volgens de regels van dit wetsvoorstel wordt doorlopen, is geen sprake van opzettelijk gebruik van een beïnvloedingsmiddel of het oogmerk van uitbuiting van draagmoederschap en dus evenmin van mensenhandel.’
Het voorstel ligt nu bij de Eerste Kamer.