25 september, 2025 | Auteur: Monica Lam | Beeld: LOST IN EUROPE | Trefwoord: nederland

Kamer debatteert over schrijnende situatie kinderen in asielopvang

De Tweede Kamer maakt zich grote zorgen over de duizenden kinderen die in Nederlandse noodopvanglocaties verblijven. Tijdens een commissiedebat vroegen Kamerleden om directe verbeteringen voor de meest kwetsbare kinderen, maar minister Mona Keijzer temperde de verwachtingen. “Ik kan geen plekken uit de grond stampen.”

Ruim 4 op de 10 kinderen in de Nederlandse asielopvang verblijft momenteel in noodopvanglocaties. Het gaat om ruim 7.000 kinderen die in tijdelijke opvanglocaties

verblijven. Dat is bijna een verdubbeling van de groep, in 2023 ging het nog om circa 4.000 kinderen. Tijdens een commissiedebat in de Tweede Kamer, op 23 september 2025, werd hun situatie besproken door Kamerleden en minister voor Asiel en Migratie Mona Keijzer.

“Zo is er in opvangcentra geen goed onderwijs”

In de zomer concludeerden de Inspectie Justitie en Veiligheid, de Inspectie van het Onderwijs en de Inspectie Gezondsheidszorg en Jeugd dat de situatie van kinderen in de noodopvang in de afgelopen jaren onvoldoende verbeterd is. Zo is er in opvangcentra geen goed onderwijs en is er weinig toezicht op de veiligheid en de gezondheid van de kinderen. De drie inspecties verzochten de ministers van Asiel en Migratie om de situatie voor de kinderen snel te verbeteren.

Ontwikkelingsschade

Deze bevindingen werden vervolgens besproken tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer op 9 september 2025. Partijen als de Inspectie Justitie en Veiligheid, het COA en de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) werden uitgenodigd om over hun ervaringen en zorgen te praten. Ook UNICEF, Defence for Children, Save the Children en Vluchtelingenwerk waren aanwezig. Aan aanwezige Kamerleden vertelden de organisaties dat zij vrezen dat kinderen die in de noodopvang verblijven ernstige ontwikkelingsschade oplopen. Ze wezen op ondervoeding en kakkerlakkenplagen. Volgens Save the Children verblijven er 600 kinderen op locaties die zó onveilig zijn dat onmiddellijke verplaatsing noodzakelijk is.

“Kinderen kunnen in de noodopvang ernstige ontwikkelingsschade oplopen, zij kampen met onder meer ondervoeding en kakkerlakkenplagen”

Ook wezen de organisaties op de voortdurende verhuizingen van kinderen als gevolg van de tijdelijke aard van de noodopvang. “Sommige kinderen hebben geen onderwijs of lopen telkens vertraging op vanwege een verhuizing. De schade die daar opgelopen wordt, is langdurig,” zei Marlieke van Schalkwijk namens UNICEF. Van Schalkwijk vertelde vervolgens over een leraar die haar vertelde dat leerlingen soms huilend onder hun tafels doken als zij een taxibusje zagen; uit angst opnieuw verplaatst te worden naar een nieuwe locatie. “Een enkeling van die kinderen wordt een paar dagen later daadwerkelijk opgehaald met een taxi vanwege een verplaatsing naar een andere opvanglocatie,” aldus Van Schalkwijk.

De keuze voor noodopvang

Hoe zat het ook al weer met deze noodopvanglocaties? Normaal gesproken horen asielzoekers, en dus ook kinderen, in reguliere asielzoekerscentra (azc’s) opgevangen te worden. Deze centra zijn ingericht voor op de lange termijn, waardoor er meer voorzieningen geregeld zijn zoals onderwijs, zorg en begeleiding. Een paar jaar geleden ontstond er bij het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) noodgedwongen de vraag naar tijdelijke opvanglocaties.

Dit is het gevolg van bezuinigingen die terug te voeren zijn naar toenmalig staatssecretaris van Asiel Klaas Dijkhoff (VVD) die bezuinigde op het COA. In het najaar van 2016 besloot Dijkhoff dat er 45 COA-locaties moesten sluiten. Ook zijn opvolger, Mark Harbers (VVD), sloot in het voorjaar van 2018 elf azc’s.

Beeld: COA

Vervolgens ontstond er een stagnerende uitstroom van statushouders op azc’s, die in afwachting zijn van een woning. Bovendien wil niet elke gemeente meer asielzoekers opvangen in een azc in hun gemeente. Hierdoor is er momenteel een tekort aan reguliere azc’s. Alhoewel het idee van de noodopvang is dat dit een tijdelijke locatie is, verblijft momenteel ongeveer twee derde van de asielzoekers in een tijdelijke opvang, zoals in sporthallen, hotels en op cruiseschepen.

Voor de verkiezingen

Op 23 september werd de situatie van de noodopvang opnieuw besproken, maar nu tijdens een commissiedebat met minister Mona Keijzer (ministerie van Asiel en Migratie). Over de embarmelijke situatie waarin sommige kinderen zich bevinden, bleek de Kamer tijdens het commissiedebat eensgezind: de situatie moet snel verbeteren, het liefst nog vóór de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025.

“De VVD staat bekend om versobering van de asielopvang. Maar voor kinderen willen we extra eisen aan de noodopvang stellen”

Queeny Rajkowski (VVD) zei hierover: “De VVD staat bekend om versobering van de asielopvang. Maar voor kinderen willen we extra maar realistische eisen aan de noodopvang stellen, zoals recht op onderwijs en privacy. Onze grootste zorg zit bij de 600 meest schrijnende gevallen.” Don Ceder (ChristenUnie) wil dat kinderen voorrang krijgen in de asielprocedure en dat kleinschalige opvang voor deze kinderen geregeld wordt. Michiel van Nispen (SP) stelde dat de rechten van kinderen in geding zijn en dat die rechten verbeterd moeten worden.

Andere partijen benadrukten structurele oplossingen. D66 drong aan op het behoud van de spreidingswet, NSC op het stellen van minimale eisen aan noodopvanglocaties per 2026. BBB legde de nadruk onder andere op snellere asielprocedures en beperking van instroom. In beantwoording op de vragen verwees minister Keijzer veelvuldig naar de brief die zij vorige week naar de Kamer stuurde. Daarin presenteerde ze onder andere de resultaten van een inventarisatie door het COA.

Volgens dat onderzoek voldoen opvanglocaties grotendeels aan de basisvoorwaarden: zo heeft 100% van de ondervraagde kinderen toegang tot eerstelijnszorg (huisarts), 84% toegang tot onderwijs in de eerste drie maanden en 79% tot wekelijkse activiteiten. Privacy, voorlichting en participatie scoren veel lager, vooral in noodopvanglocaties.

“Stabiliteit, veiligheid en perspectief zijn leidend,” zei de minister. “Maar noodopvang betekent niet dat het slecht is. We zijn nu kwalitatief aan het kijken wat we kunnen verbeteren.” Tegelijkertijd wees Keijzer naar de 18.000 statushouders die blijven vastzitten in opvanglocaties. “Als de mensen blijven komen, blijven wij dit probleem houden. We moeten wat aan de instroom doen.”

600 kinderen

Het debat draaide vooral om de 600 kinderen in de meest schrijnende situaties. Zij verblijven op vier kwetsbare noodopvanglocaties. De Kamerleden drongen erop aan dat deze kinderen daar zo snel mogelijk weggehaald worden. Eén van die locaties is de noodopvang in Rotterdam, waar kinderen en hun gezinnen slapen op cruiseschip De Silja. In de media werden eerder verhalen gedeeld over schurft, kakkerlakken, fysiek en mentaal geweld op die locatie. Over deze locatie gaf minister Keijzer aan dat “de meningen verschillen.”

“De meningen verschillen”

“Ik had een gesprek met ambtenaren die ter plekke langs zijn geweest. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de situatie daar acceptabel is. Is het ideaal? Nee. Maar het is wel een plek met bedden waar kinderen opgevangen kunnen worden met hun ouders. Het alternatief is ze weghalen en waar kan ik ze naar toe brengen? De opvang zit vol”, aldus Keijzer.

De noodopvang in Assen (Expo Hal) is voor de minister daarentegen niet acceptabel. Een jaar geleden al schreef een GGD-arts een brandbrief over deze locatie. Zo zouden meerdere jonge kinderen ondervoed zijn. “Assen is een probleem. Wij gaan kijken hoeveel kinderen daar zitten en waar die zo snel mogelijk naar toe kunnen gaan. Dat betekent wel een verhuizing. Dus: kinderen in Assen naar een azc, in ruil voor een andere groep zoals alleenstaande mannen die naar Assen zullen verhuizen.” Keijzer wil met de gemeente Assen hierover in gesprek gaan. Zij zal de Tweede Kamer binnen twee weken informeren over welke verandering zij kunnen brengen.

Ongenoegen en frustratie

Momenteel onderzoeken het ministerie van Asiel en Migratie en het COA of het mogelijk is om gezinnen met kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) met voorrang te plaatsen op locaties waar toegang tot onderwijs gegarandeerd is, schreef de minister in de kamerbrief. Ook schreef Keijzer in diezelfde brief dat “een belangrijke stap om stabiliteit te creëren in de asielopvang de afbouw van (tijdelijke) noodopvang is.” De minister wees in de brief naar de Spreidingswet, die niet bij alle Kamerleden geliefd is. “Het COA verwacht in het kader van de eerste cyclus van de Spreidingswet 75.000 plekken te kunnen realiseren (…) De gerealiseerde plekken zullen er rechtstreeks aan bijdragen dat asielzoekers die nu in dure noodopvang verblijven elders kunnen worden opgevangen.”

Als andere oplossingen wees Keijzer op extra toezicht, spelactiviteiten en vertrouwenspersonen op noodopvanglocaties waar kinderen verblijven. Tot ongenoegen van Van Nispen (SP) en Kati Piri (GroenLinks/PvdA). Die vinden dat de situatie van de 600 meest schrijnende gevallen hierdoor niet snel genoeg opgelost worden.

Van Nispen: “De situatie van die 600 kinderen los je niet op met een speelvoorziening. Sommige locaties zijn pertinent ongeschikt voor kinderen. Kan de minister meer inspanningen leveren?” Volgens de minister is, naast een oplossing verzinnen voor de situatie in Assen, momenteel niet meer mogelijk: “Ik kan geen plek uit de grond stampen. Het frustreert mij ook, maar we hebben te maken met hoge aantallen vluchtelingen.”

Piri zei hierover: “De minister geeft aan dat je van mening kan verschillen [over de noodopvang in Rotterdam, red.]. Wil de minister het ambtenaren- en inspectierapport delen met de Kamer zodat wij hier zelf een oordeel over kunnen vellen?”. Die rapporten zijn er niet, stelde de minister. “Het feit dat een gemeenteraad [Rotterdam, red.] zegt dat het niet veilig is, is voor de rekening van de gemeenteraad.”

Het commissiedebat, dat maximaal twee uur mocht duren, kwam daarna tot een eind. Van Nispen vroeg vervolgens, uit onvrede, een tweeminutendebat aan om moties te kunnen indienen. Dit betekent dat het onderwerp binnenkort weer besproken zal worden door de Tweede Kamer.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.