23 september, 2025 | Auteur: Qali Nur | Beeld: Kate Stanworth | Trefwoord: kenia
"Koolstof kolonialisme": CO₂-compensatie verdeeld Masai gemeenschap Kenia
In een klein Masai-dorp in de zuidelijke hooglanden van Kenia verzamelt een groep mannen zich onder een acaciaboom, waarvan de takken zwaar hangen van de kwetterende wevervogels. Gehuld in felrode tartan shúkàs zijn de ouderen van de Oldonyonyokie Group Ranch in een diepgaand gesprek verwikkeld over een nieuwe, urgente kwestie die hun hechte gemeenschap heeft verdeeld: een CO₂-compensatieprogramma dat hun voorouderlijke land claimt voor de komende 40 jaar.
De handel in CO₂-emissierechten mag de afgelopen decennia flink aan populariteit hebben gewonnen, nieuw is het niet. De oorsprong van deze markt ligt in het Kyoto-protocol uit 1997, waarin 192 landen overeenkwamen dat geïndustrialiseerde landen hun uitstoot van broeikasgassen tussen 2008 en 2012 met gemiddeld 5,2 procent moesten terugdringen ten opzichte van 1990. Om enige flexibiliteit te bieden in hoe landen die doelen zouden behalen, introduceerde het protocol drie mechanismen. Eén daarvan: de handel in emissierechten.

Deze emissiehandel kent in de EU inmiddels twee vormen: een verplichte en een vrijwillige variant. Binnen de Europese Unie geldt het verplichte Europese Emissiehandelssysteem (ETS), waarbij bedrijven onderling emissierechten kunnen kopen of verkopen. Dit systeem draagt direct bij aan het behalen van de klimaatdoelen van de EU. Daarnaast bestaat er een vrijwillige markt, waar bedrijven op eigen initiatief CO₂-uitstoot compenseren, vaak om hun ‘groene’ imago te versterken. Deze vrijwillige handel valt buiten officiële regelgeving en telt niet mee voor de EU-doelstellingen.
Flexibiliteit of gemakzucht?
Tot voor kort was het alleen de vrijwillige markt die zich grotendeels buiten Europa bevond, met klimaatprojecten die in het buitenland grote stukken land opkochten om elders CO₂-uitstoot te compenseren. Het project in de zuidelijke hooglanden van Kenia is daar één van. Soils for the Future Africa (SftFA), een bedrijf gevestigd in Nairobi, beheert het project. Het is onderdeel van het Kajiado Rangelands Carbon Project (KRCP) en behelst anderhalf miljoen hectare in de regio. Dat is groter dan het totale landoppervlak van Montenegro of bijna een kwart van het landoppervlak van Nederland. Hiervan omvat 68.000 hectare het land van de Masai-gemeenschap.
Als het aan Eurocommissaris Wopke Hoekstra ligt verdandert dit binnenkort. Begin juli presenteerde hij de nieuwe klimaatdoelen voor 2040, waarin een opvallende wending zit. De uitstoot van broeikasgassen moet in dat jaar met maar liefst 90 procent zijn verminderd ten opzichte van 1990. Een ambitieus streven dat volgens Hoekstra “pragmatisch en flexibel” moet worden ingevuld.
Om dit te bereiken is een nieuw plan bedacht dat vanaf 2036 voor het eerst internationale koolstofkredieten kunnen worden toegestaan binnen de EU. Daarmee mag tot 3 procent van de uitstoot buiten de EU worden gecompenseerd — een duidelijke breuk met het eerdere principe dat álle reductie binnen de EU moet plaatsvinden. Een officieel akkoord op het plan is voorlopig nog niet bereikt. Er klinkt veel kritiek.

Onderzoeker Joanna Cabello van het Nederlandse onderzoeksinstituut SOMO verwacht dat de vraag naar compensatieprojecten in het Globale Zuiden er sterk door zal toenemen, met mogelijk ernstige gevolgen voor lokale gemeenschappen en ecosystemen. “We weten nog niet precies welke methodologieën of regels zouden gelden, maar dat maakt eigenlijk niet uit,” stelt ze. “Het onderliggende verhaal blijft hetzelfde. We mogen blijven uitstoten, zolang we het ergens anders compenseren.” Volgens Cabello druist dit nieuwe beleid ook regelrecht in tegen wetenschappelijke aanbevelingen.
Voorstanders benadrukken juist dat de nieuwe CO₂-compensatieprogramma’s zouden bijdragen aan het halen van klimaatdoelen én aan natuurbehoud. Toch klinkt ook hier steeds luider kritiek. Veel projecten blijken in de praktijk ineffectief of zelfs schadelijk. Zo onthulde The Guardian in 2023 dat meer dan 90 procent van de boscompensatieprojecten die gecertificeerd waren door Verra – de grootste keuringsinstantie in de sector – feitelijk geen waarde hadden. Onderzoekers spraken van “spookkredieten”. Verra betwiste deze conclusies, maar kon niet voorkomen dat het vertrouwen in de markt flinke schade opliep.
De discussie gaat inmiddels verder dan alleen de vraag of CO₂-compensatieprogramma’s effectief zijn. Of het nou bijdraagt of niet aan de Europese klimaatdoelen, het draait ook om de vraag wie zeggenschap heeft over het land, de natuur en de lucht die we inademen?
Een nieuwe vorm van kolonialisme
Deze kwestie kwam al aan het licht bij het grootste koolstofkredietproject ter wereld: de Northern Rangelands Trust (NRT) in Kenia. Dit project bestrijkt maar liefst tien procent van het totale Keniaanse landoppervlak. Het heeft grote bedrijven als Netflix en Meta onder zijn klanten. In januari dit jaar oordeelde een Keniaanse rechtbank dat twee natuurreservaten die aan het project verbonden zijn, onrechtmatig waren opgericht, zonder de vereiste inspraak van lokale gemeenschappen. In mei werd het project tijdelijk opgeschort, wat betekent dat er geen koolstofkredieten verhandeld mochten worden.
Voor steeds meer onderzoekers is het duidelijk: CO₂-compensatie mondt uit in een moderne vorm van landroof. Joanna Cabello spreekt zelfs van “koolstof kolonialisme” — een term die verwijst naar het inpikken van land en de zelfingenomenheid van natuurbehoud project ontwikkelaars die vaak het idee hebben dat lokale bewoners een bedreiging vormen voor de natuur.
"We weten welke boom we met rust moeten laten en waar ons vee niet mag grazen"
In de praktijk betekent dit dat traditionele gemeenschappen, zoals de Masai van de Oldonyonyokie Group Ranch worden weggezet als onderdeel van het probleem, terwijl zij juist al generaties lang zorgen voor hun omgeving. Samuel Kudate, een oudere binnen de Masai-gemeenschap van de Oldonyonyokie Group Ranch, benadrukt dat zijn volk de diepe kennis heeft van het land die buitenstaanders missen. Rechtenstudent Gedion Kancheri voegt daaraan toe: “Wij weten hier precies hoe we het land moeten beheren. We weten welke boom we met rust moeten laten en waar ons vee niet mag grazen. Wij zijn de beste beschermers van dit land.”
Op de foto: Samuel Kudate.
Volgens Cabello doen koolstofkredietprojectontwikkelaars alsof natuurbehoud alleen dankzij hun tussenkomst mogelijk is. Alsof gemeenschappen die al eeuwen op dat land leven, pas dankzij een compensatieproject opeens weten wat goed is voor het bos. “Dat is een extreem koloniale gedachte,” zegt ze. “Natuurlijk kunnen lokale gemeenschappen ook fouten maken. En doen ze soms iets wat niet goed is voor de natuur, maar ze veroorzaken geen grootschalige ontbossing of klimaatverandering."
Cabello legt uit dat het standaard verhaal om een compensatieproject in deze gebieden te beginnen is: "We moeten iemand aanwijzen als bedreiging, zodat wij als redders kunnen in beeld komen. Zonder dreiging is er immers geen reden voor het project.”
Het verkopen van lucht
Een ander probleem is het gebrek aan transparantie en informatie. Volgens Cabello worden gemeenschappen nauwelijks geïnformeerd over de inhoud en de gevolgen van deze projecten. “De informatie die ze krijgen, is vaak ontoereikend”, stelt ze.
Kancheri is een van de jongeren binnen de Masai-gemeenschap van de Oldonyonyokie Group Ranch. Hij legt uit dat veel oudere Masai niet kunnen lezen of schrijven, laat staan in het Kiswahili of Engels waarin de contracten zijn opgesteld. “Wat weten onze mensen eigenlijk van deze plannen? En hebben ze wel de kennis om een contract te ondertekenen?” vraagt hij zich harop af.
Rechts: Gedion Kancheri, links: activist Enoch Simera.
Samuel Kudate vertelt dat veel mensen simpelweg niet begrijpen wat 'koolstof' überhaupt is. Ze noemen de initiatiefnemers vaak “watu wa hewa”. Dat betekent "Mensen van de lucht". Omdat ze geloven dat het draait om het verkopen van lucht. “We zijn tegen het project omdat het niet transparant is,” zegt Kudate. Hij stelt dat Soils for the Future Africa de gemeenschap nauwelijks heeft betrokken.
Volgens Cabello is het probleem veel fundamenteler dan gebrekkige communicatie. “Wat mensen vaak niet verteld wordt, is dat ze met het ondertekenen van zo’n contract vaak het risico lopen om hun autonomie over hun land te verliezen. Als zij hun landgebruik willen aanpassen vanwege bijvoorbeeld klimaatverandering of andere redenen, mogen ze dat vaak niet. De koolstof in de bomen en in de bodem is dan een handelswaar en door die te verkopen, ligt de autonomie niet langer bij de gemeenschap zelf.”
Ze concludeert: “Het gaat niet alleen om CO₂. Het gaat om wie de beslissingen mag nemen over het land, de natuur en de toekomst van de gemeenschappen. En dat raakt aan iets heel belangrijk, namelijk soevereiniteit.”
Sommige van de lokale Masai in Kajiado County hebben de overeenkomsten met SftFA al ondertekend. Samuel Kudate zegt echter dat het aan hen beloofde geld nooit is ontvangen.
"Het Globale Zuiden draait op voor de vervuilende levensstijl van het Globale Noorden"
Isa Mulder, onderzoeker bij Carbon Watch, verbaast het niet dat dit soort praktijken voorkomen. Zij noemt de invulling van het systeem binnen de handel in koolstofkredieten inherent ongeschikt om op een eerlijke en gelijkwaardige manier iets te betekenen voor zowel het klimaat als voor lokale gemeenschappen. “We zien op een grotere schaal dat de koolstofkredieten worden gebruikt om de uitstoot van bedrijven in het Globale Noorden door te kunnen laten gaan”, zegt Mulder. Volgens haar draait het Globale Zuiden op voor de vervuilende levensstijl van het Globale Noorden. In 2024 deed Carbon Watch een steekproef waaruit bleek dat van de 101 bedrijven die in Afrika aan compensatieprojecten werkten, minder dan 28% bedrijven waren uit Afrika.
Generatie Z Masai-activisten
In Kenia is er een beweging begonnen tegen de CO₂-compensatieprogramma’s. In breuk met de Masai-traditie, waar leeftijd respect afdwingt, zijn het niet de ouderen die het voortouw nemen in deze strijd maar jongeren zoals Gedion Kancheri. Hij maakt deel uit van deze opkomende Generatie Z Masai-activisten die hun opleiding en sociale media gebruiken om hun verzet te uiten tegen wat zij zien als "een moderne vorm van landroof".
Begin mei marcheerden meer dan honderd jonge ranchleden door de stad Magadi om een einde te eisen aan het koolstofproject, scanderend "Nee tegen koolstofkolonialisme!". De politie werd opgeroepen om de spanningen te kalmeren.
Kancheri is blij dat ze de deal tot nu toe hebben kunnen dwarsbomen. Hij zegt dat hij elke jongere in zijn gemeenschap zou willen oproepen zich te verzetten tegen wat hij "straffeloosheid" noemt. Hij ziet parallellen met het koloniale tijdperk, toen de Britten het land van de Masai bezetten. Zijn boodschap aan de jongere generatie: "Vecht voor wat van jou en je ouders is, zij zijn niet in staat om voor zichzelf te vechten."
Soils for the Future Africa, het bedrijf dat het Kajiado Rangelands Carbon Project beheert, heeft ondanks herhaaldelijk verzoek niet gereageerd op vragen over de beweringen van de Masai gemeenschap.
Dit artikel is mogelijk gemaakt met steun van het JournalismFund Europe.