14 december, 2022 | Auteur: Marlies Rothoff | Trefwoord: migrants
Een taart, net als vroeger
Deborah vierde op 18 december 2020 haar 18e verjaardag in het asielzoekerscentrum in Arnhem. Op school vierde ze het stilletjes met haar beste vrienden. Ze hadden kleine cadeautjes en gebakjes mee. Terug op het AZC at ze taart met haar vader en moeder. Deborah vond het een lastige dag, ze wilde er niet te veel aandacht aan schenken dat ze nu echt volwassen werd.
Taart en gebakjes doen Deborah nog altijd denken aan Zuid-Afrika, het land waar ze met haar ouders woonde voordat ze in Nederland terechtkwamen. “Mijn moeder had daar een bakkerswinkel”, vertelt ze. “Die liep ontzettend goed. Ze verkocht niet alleen taarten, maar ook alles wat daarbij hoort. Ze gaf zelfs cursussen taartbakken en versieren.”

Toen Zuid-Afrika rond 2017 in een economische crisis belandde ging de taartwinkel verderop in de straat failliet. De zaak van Deborah’s moeder redde het: dankzij alle extra’s, en slim ondernemerschap. Vanaf dat moment begonnen volgens Deborah de problemen. “Mijn familie komt oorspronkelijk uit Nigeria, en niet uit Zuid-Afrika. In de buurt heerste het idee dat wij buitenlanders alles voor onszelf wilden houden en de plaatselijke inwoners niets gunden. Ze vonden het apart dat de winkel van mijn moeder de crisis wel doorstond – in tegenstelling tot alle andere winkels – en dachten dat het doorgestoken kaart was.”
Bedreigd in de bakkerswinkel
Door de crisis ontstond steeds meer argwaan richting buitenlanders, vertelt Deborah. “De ramen van onze auto werden ingegooid. We kregen weinig steun van de politie. Die zeiden dat ze niet veel konden doen, en waren erg langzaam met het opnemen van getuigenissen.” Het was vervelend, maar de familie zag het als een incident. Dat veranderde op de dag dat Deborahs moeder werd bedreigd in haar eigen winkel. Ze werd onder schot gehouden. “De mensen die de winkel binnenkwamen zeiden dat ze ons hadden gevolgd. Het was persoonlijk geworden. Mijn moeder wist te ontsnappen en is een rotvaart naar ons huis gereden.”
De familie was al van plan om in december naar Nederland op vakantie te gaan, maar besloot om de volgende dag al te vertrekken. Ook op aanraden van de politie. “Die wisten niet zeker of ze ons konden beschermen.” Ze boekten hun tickets om en keerden nooit meer terug.
Verteld op verjaardag
Dit alles heeft Deborah pas op haar 18e verjaardag aan haar vrienden verteld. Zij zijn namelijk Nederlands, en zien 18 worden als iets speciaals, dus ze wilden Deborah’s verjaardag groots vieren. Voor Deborah betekende haar verjaardag vooral “meer ellende”. Dat komt doordat ze nu door de immigratiedienst IND als volwassene wordt gezien. “De rechten die ik had als kind, vervielen.” Dat is extra schrijnend, omdat het vluchtverhaal van Deborah en haar ouders nog niet is afgelopen. Vlak voor Deborah’s verjaardag kreeg de familie te horen dat hun asielverzoek is afgewezen. De IND beschouwt Zuid-Afrika als een veilig land. Maar het gezin komt dus niet uit Zuid-Afrika, maar uit Nigeria. Alleen: dat land waren ze eerder al ontvlucht, na een familiedrama. “Mijn ouders hebben verschillende geloven. De een is moslim en de ander christen. Ze werden verliefd en besloten dat ze samen wilden zijn. Ze zetten hun geloof op de tweede plek. Dat kan niet in de Nigeriaanse cultuur. De families staken daarom het huis van mijn ouders in brand. Mijn broertje kwam om het leven.” Deborah’s ouders vluchtten samen naar Zuid-Afrika, maar ook daar bleek het voor hen uiteindelijk niet veilig. Ze zucht, omdat ze betwijfelt op de Nederlandse autoriteiten dat ooit gaan inzien. Zij beschouwen Zuid-Afrika en Nigeria als veilige landen. “Mijn vrienden schrokken van dit hele verhaal”, vertelt Deborah, “maar ze waren ook heel lief.” 
Van vmbo naar vwo
Op haar eigen manier probeert Deborah er het beste van te maken. “Ik ben goed in leren. In Zuid-Afrika kon ik me al op mijn schoolwerk storten, dus ik besloot om dat in Nederland weer te doen.” In Zuid-Afrika had ze een hoog niveau, in Nederland moest ze weer onderaan beginnen. “Ik heb zo snel mogelijk Nederlands geleerd, zodat ik kon opklimmen.” Ze begon op een school met leerlingen uit het asielzoekerscentrum “waar je alleen de basis leert van de Nederlandse taal”. Daarna stroomde ze door naar het vmbo, de havo en uiteindelijk naar het vwo. “De docenten stonden te kijken van wat ik kon.”
Het was verre van vanzelfsprekend, want in diezelfde tijd moest Deborah meer dan zes keer verhuizen, van azc naar azc. “Allemaal in verschillende dorpen en steden, en allemaal met net iets andere regels.” Ze bleef wel zoveel mogelijk op dezelfde scholen als ze een bepaald niveau wilde halen, omdat ze niet steeds wilde wisselen. “Ik had er vrienden gemaakt en vond het er fijn. Dus stond ik ’s ochtends om zes uur op om naar de andere kant van het land te gaan. Ondertussen kregen mijn ouders keer op keer te horen dat hun verhaal niet geloofwaardig genoeg is.”
Geen recht op studie
Toen de asielaanvraag van haar ouders was afgewezen, en Deborah haar 18e verjaardag vierde, werd het gezin al snel overgeplaatst naar de asielopvang in Amersfoort. Een locatie voor gezinnen die niet in Nederland mogen blijven. “Het was echt een oud gebouw, waar het vochtig was. We kregen met z’n drieën een zolderkamer. De riolering werkt niet goed, en andere omstandigheden waren ook belabberd. Ik sliep op een matras op de grond tussen de ratten. Die lopen daar ’s nachts gewoon rond.” Daar zitten ze nu niet meer, het gezin wacht hun procedure op een andere plek af.
Overdag studeert Deborah nu rechten aan de Universiteit. Ze weet niet of ze haar studie kan afmaken. Sinds haar 18e verjaardag heeft ze geen recht meer op onderwijs, omdat ze geen Nederlands paspoort heeft. De afgelopen jaren hielpen haar ouders haar met hun spaargeld, maar dat begint op te raken. “Misschien kan ik via een omweg verder studeren, door via Zuid-Afrika of Nigeria een studentenvisum aan te vragen.” Ze is dankbaar dat ze in ieder geval niet werd gescheiden van haar ouders. “Als ik mijn ouders niet had, weet ik niet of ik het had volgehouden. Nu is het hopen op een goed einde.”