6 juli, 2022 | Auteur: Martha Bulten | Beeld: de redactie | Trefwoord: verkiezingen

Hoe ziet de toekomst van de lokale politiek eruit?

In de lokale politiek is iets vreemds aan de gang. Hoewel gemeenteraden in toenemende mate grotere verantwoordelijkheden dragen, neemt het aantal stemmers bij lokale verkiezingen af. Ook vindt er versplintering plaats. Niet eerder werden er zoveel lokale, onafhankelijke partijen gekozen om gemeenteraden te besturen als dit jaar. Hebben de partijen onvoldoende campagne gevoerd waardoor kiezers wegbleven bij de stembus? Of schoot de landelijke politiek tekort? Wie is aan zet om bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen de opkomst op te krikken?

Lokale partijen zijn al sinds de jaren ‘90 sterk in opkomst. Het waren toen met name partijen met het begrip ‘Leefbaar’ in de naam, zoals Leefbaar Rotterdam. “Dat is ook nu weer de grootste partij in de Rotterdamse gemeenteraad”, reageert Hans Vollaard, universitair hoofddocent Nederlandse en Europese politiek aan de Universiteit Utrecht. Er bestaan op dit moment iets minder dan duizend lokale, onafhankelijke partijen in Nederland. Het precieze aantal is onduidelijk omdat ze vaak afsplitsingen of naamsverandering ondergaan en zelfs opgeheven worden voordat ze goed en wel zijn opgericht.

Lage opkomst

Hoewel gemeenteraden sinds 2015 steeds meer verantwoordelijkheden dragen, neemt het aantal kiezers bij de gemeenteraadsverkiezingen jaar na jaar af. Dit jaar was de opkomst met slechts 50,4% een historisch dieptepunt. In dertig jaar daalde het opkomstpercentage gestaag van 65,3% in 1994 naar een dip in 2010 van 54,1%. De jaren daarop schommelde de opkomst steeds rond de 55%. Totdat dit jaar dus maar de helft van de kiezers naar de stembus ging. Ondertussen is de decentralisatie sinds de jaren ’80 aan de gang. Volgens Vollaard is het aantal mensen dat lokale politiek van belang vindt bij hun partijkeuze in de loop der jaren juist fors toegenomen. “Dat kan erop wijzen dat meer mensen meer in de gaten hebben dat gemeenten meer verantwoordelijkheden hebben gekregen”, aldus Vollaard.

Veelgehoorde redenen waarom mensen niet stemmen zijn ondervertegenwoordiging en wantrouwen in de oude politiek. Simon Otjes, universitair docent Nederlandse politiek aan de Universiteit Leiden, denkt dat de keuze die kiezers hebben moeilijker is geworden. “Neem bijvoorbeeld kiezers die economisch links zijn, maar cultureel conservatief. Die hebben een ingewikkelde keuze. Er zijn namelijk wel linkse partijen, maar die zijn cultureel niet zo conservatief. Er zijn ook cultureel conservatieve partijen, maar die zijn economisch niet zo links. In dat kwadrant zitten geen politieke partijen.”

Afbeelding van: Flickr

Deze kiezers behoren tot een specifieke mix van ideologieën die verschilt van veel politieke partijen. En omdat zij zich niet vertegenwoordigd voelen door landelijke politieke partijen, bieden de lokale partijen misschien wel uitkomst, is de gedachte. Toch is Otjes hier niet zeker van: “Als we kijken naar een links-rechtse eendimensionale ruimte, zien we dat lokale partijen toch vooral een centrumrechtse positie innemen.”

Opmerkelijk genoeg deden er dit jaar minder lokale partijen mee in de grote steden dan voorheen. Uit onderzoek van het ANP en LocalFocus blijkt dat in de tien grootste Nederlandse gemeenten het percentage lokale partijen gedaald is van 53% naar 33%, sinds 2014. Otjes: “Het onderscheid tussen de politieke partijen waar mensen in steden op stemmen en de partijen waar mensen op het platteland op stemmen wordt wel scherper en duidelijker. In een aantal grote steden, zoals Den Bosch, Amersfoort, Utrecht en Amsterdam zijn GroenLinks, D66 en de Partij van de Arbeid het sterkst. In de rurale gebieden scoorden lokale partijen en traditionele partijen als de VVD en het CDA bij deze verkiezingen goed.”

Lokale politieke belangen

Er zijn dus meer taken van de overheid overgeheveld naar de regio’s en de gemeenten, maar de opkomst neemt niet meer toe bij de gemeenteraadsverkiezingen. Als er in de toekomst nog minder mensen op komen dagen, worden de verkiezingen minder representatief. Otjes: “Dat zorgt ervoor dat in de gemeenteraad met name oudere mannen zonder migratieachtergrond met een vaak hogere opleiding en hoger inkomen beter vertegenwoordigd zijn. Dan gaan zij zitten op de thema’s die hun kiezers belangrijk vinden. Bij de thema’s die andere kiezers belangrijk vinden, zoals discriminatie en klimaatverandering, hebben die politieke vertegenwoordigers minder belang. Decisions are made by those who show up.”

De hoop is gevestigd op de jongere generaties die nu nog niet kunnen stemmen, maar zich in de toekomst geroepen voelen naar de stembus te gaan. Mede doordat er op middelbare scholen tegenwoordig het vak burgerschapsonderwijs wordt aangeboden. Vollaard vindt het belangrijk dat er consistent aandacht wordt gegeven aan wat de overheid voor de burgers doet, want daardoor blijft kennis over politieke zaken hangen: “De politieke component heeft altijd minder aandacht gekregen. Wij zijn daar in Nederland altijd makkelijk mee geweest.”

Een potentiële oplossing zou de opkomstplicht kunnen zijn. Nederland kende een opkomstplicht tussen 1917 tot 1970. Als die weer ingevoerd zou worden, betekent dit dat er meer mensen hun stem moeten uitbrengen ondanks desinteresse, gebrek aan kennis van de Nederlandse taal of politieke zaken.

Er zijn dit jaar andere opties uitgeprobeerd: we konden drie dagen onze stem uitbrengen en per brief stemmen. Deze opties hebben echter niet tot een heel positief resultaat geleid. Otjes oppert daarom ook om er kosten tegenover te stellen als iemand zijn of haar stem niet uitbrengt. Els Boers, sinds de jaren’90 politiek actief en sinds 2009 interim-griffier en oprichter van Krachtig Lokaal Bestuur, stelt dat er niet één oplossing is en dat Nederlanders ook nog eens heel eigenwijs zijn hierin: “We willen niet dingen doen omdat we ze moeten doen. Daarom moeten mensen overtúigd worden om te stemmen. Waarbij geldt dat gezagsgetrouwe mensen altijd stemmen."

Partijfinanciering

Het is natuurlijk belangrijk dat zo veel mogelijk mensen hun stem uitbrengen, zodat er een waardevolle representatie is in de politiek van de wensen van de samenleving. Dat is wat democratie op de been houdt. Aan de andere kant is het van betekenis dat het stelsel an sich goed draait en daar komen ook financiën bij kijken. Uit analyses en evaluaties blijkt dat het nu meer dan ooit nodig is om verandering aan te brengen in het financiële speelveld van politieke partijen. De in 2013 inwerking gezette Wet Financiering Politieke Partijen (Wfpp) is daar een voorbeeld van. Die is er gekomen om politieke partijen te instrueren openheid te geven over hun inkomsten. Landelijke partijen zijn verplicht om grotere giften te openbaren zodat niemand politieke invloed kan kopen. In 2017 evalueerde de Commissie Veling de Wfpp en zij erkende dat door decentralisaties de verantwoordelijkheden van de gemeenten zijn gegroeid, maar dat alle lokale partijen daarvoor niet de nodige overheidssubsidie krijgen.

Op de vraag waarom de Wfpp niet meteen na de evaluatie door Commissie Veling gewijzigd is in 2017 noemt Vollaard twee punten: “Ten eerste heeft de regering lange tijd gezegd dat als gemeenten die lokale partijen zo belangrijk vinden, ze daar maar zelf steun aan moeten geven. Ten tweede hebben de landelijke partijen in de Tweede Kamer niet per se enorm belang om de lokale concurrenten door de overheid te laten steunen.” Wel ondersteunt de nationale overheid het Kennispunt Lokale Partijen.

Hoewel landelijke partijen tot voor kort niet een hele grote aandrang hadden om hun budget te zien krimpen ten gunste van lokale partijen, moet de democratie een gelijk speelveld blijven voor iedereen die zich er direct in wilt mengen. Vanuit de praktijk reageert Els Boers: “Ik vind het kwalijk dat alleen de landelijke partijen geld krijgen en de rest niet. Ik werk momenteel in de kleine gemeente van Oudewater en daar hebben ze binnen het al beperkte gemeentebudget, ook weinig budget voor de fractieondersteuning. Gemeenten zouden zelf voldoende budget zouden moeten hebben om alle partijen die meedoen met de lokale verkiezingen te kunnen subsidiëren. En dan wellicht de lokale partijen wat meer dan de landelijke partijen. Dan functioneren onafhankelijke partijen net zoals de landelijke partijen gewoon beter.”

Al sinds 2003 waarschuwt Group of States against Corruption, een anti-corruptiewaakhond van de Raad van Europa die gaat over transparantie over de financiering van politieke partijen, Nederland voor het gebrekkige toezicht op geldstromen binnen de politiek. Nu is het zo dat lokale partijen veel inkomsten halen uit donaties, afdrachten en giften in natura. Uit onderzoek van Follow the Money uit 2022 bleek dat zelfstandige lokale partijen, ondanks het uitblijven van overheidssubsidie, een hoog campagnebudget hebben. Zelfstandige, lokale partijen beschikten gemiddeld over een budget van € 9.820 en partijen die verbonden zijn aan een landelijke of regionale moederpartij hadden zo’n € 5.058 euro budget. Lokale afdelingen van landelijke partijen en regionale partijen bezitten dus aanzienlijk minder budget, maar worden ondersteund door hun moederpartijen voor bijvoorbeeld reclamewerk, vrijwilligers en huisvesting.

Afbeelding van: ShutterstockToch is het hoge campagnebudget voor lokale partijen niet het sprookje wat het lijkt. Uit het recente onderzoek van Follow the Money is ook gebleken dat één op de zeven partijen die bijdrage vanuit de gemeente ontvangt deze ook inzet voor campagnevoeren, terwijl die eigenlijk besteed moet worden aan bijvoorbeeld telefoonrekeningen en kantoorkosten. Dit geld wordt opgehaald door leden, lokale ondernemers en soms betalen raadsleden en wethouders de campagne. Hier kan het geldspoor duister lopen. Er is namelijk niet veel regelgeving over transparantie over donaties en de giften in natura bij lokale partijen.

Alle partijen met minstens één zetel moeten hun giftenreglement toegankelijk maken voor het publiek, maar de boekhouding blijft achter. Doordat dat niet noodzakelijk is, kan het bijvoorbeeld heel makkelijk de suggestie wekken dat er invloed wordt gekocht. De overheid kan dit voorkomen door in te springen met financiële ondersteuning. Vollaard vult aan dat “als lokale partijen meer ondersteuning krijgen, de drang hopelijk beperkt wordt om donaties of giften in natura te ontvangen van troebele figuren”. Een andere manier om transparantie te bevorderen is om lokale partijen toch te verplichten de boekhouding te openbaren, zodat ze laten zien van wie ze donaties ontvangen. “Maar mensen verleiden tot goed gedrag werkt niet optimaal door sancties. En dan kom je weer terug op de overheidssubsidie,” concludeert Vollaard.

Wetswijziging

De Tweede Kamer stemde op 12 april jongstleden over een wijziging in de Wet financiering politieke partijen waardoor landelijke politieke partijen en neveninstellingen meer transparant moeten zijn over hun financiën. Er is een maximumbedrag van € 100.000 euro ingesteld per donateur. Ook komt er een verbod op giften uit het buitenland en wordt de drempel om donaties openbaar te maken verlaagd van € 4.500 naar € 1.000 euro per donateur per jaar. Tot slot komt er een meldplicht voor substantiële giften.

Voor de lokale partijen verandert er door deze wijziging niet veel. Het is wel positief dat vóór de stemming over de wetswijziging een Kamermeerderheid in het debat heeft besloten dat ze wél willen vechten voor subsidie voor lokale partijen. Het CDA diende op 5 april 2022 een motie in waarin staat dat lokale partijen subsidie moeten krijgen vanaf 1 januari 2024. Maar de Tweede Kamer is er nog niet over uit onder welke wet die subsidie zou moeten vallen.

Coalitiepartijen willen het laten opnemen in de Wet op Politieke Partijen, die nu nog een wetsvoorstel is. Maar de oppositie denkt daar anders over. Daarom hebben de SP en PvdA een amendement ingediend waarin ze pleiten om de subsidie op te nemen in de Wfpp. Dit is er niet doorheen gekomen. De nieuwe Wet op Politieke Partijen, die een subsidie van 10 miljoen euro voor lokale partijen mogelijk moet maken, staat gepland om volgend jaar te worden ingediend.

Het voor nu nog financiële, ongelijke speelveld kan lokale partijen naar achterkamers duwen waar de overheid geen zicht op heeft. Met subsidieverstrekking wordt dit speelveld meer gebonden aan regels en dat kan een overwinning opleveren op de inmenging van ‘moeilijk traceerbare’ donateurs. Ook hoeven lokale, onafhankelijke partijen door subsidie niet meer te snoepen van hun budget voor fractieondersteuning als ze campagne voeren. Vollaard: “Dankzij subsidie kunnen zij hun interne taken beter verdelen om met de beste organisatie kiezers te trekken die nu niet stemmen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen”.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.