24 mei, 2022 | Auteur: Monica Lam, Sofia Turati | Trefwoord: nederland

Nederland stuurt slachtoffers mensenhandel terug naar Italië ondanks risico op herhaalde uitbuiting

Vanwege vermoedens van valse aangiftes veranderde Ankie Broekers-Knol, de voormalige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, in 2019 de tijdelijke verblijfsvergunning voor slachtoffers van mensenhandel. Uit onderzoek van Lost in Europe blijkt nu dat deze aanpassing ongefundeerd is. “De bewering dat er veel valse aangiftes zijn onder mensenhandel slachtoffers klopt niet”, zegt Hendrik van der Veen van de Vreemdelingenpolitie (AVIM). Volgens juridisch experts overtreedt Nederland met de aanpassing zelfs Europese wetgeving.

Rob Kelder, zorgcoördinator mensenhandel bij Fier, het landelijk expertise- en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties, kent honderd specifieke gevallen van mensen uit Nigeria die in Europa slachtoffer van mensenhandel zijn geworden. In 2015 hielp hij een 25-jarige vrouw uit Nigeria, die toen arriveerde in Nederland. “Ze dwaalde een aantal jaar door verschillende Europese landen, op zoek naar geld om haar mensenhandelaar terug te betalen. In 2010 was ze overgestoken van Libië naar Italië waarvoor ze een schuld had. In totaal moest ze 50.000 euro terugbetalen. De mensenhandelaar dwong haar om sekswerk te doen”, legt Kelder uit. “Daarna ging ze naar Zwitserland, Frankrijk en Nederland. Hier voelde ze zich veilig genoeg om aangifte te doen in 2016. Maar de autoriteiten geloofden haar niet.”

Kelder: “Ze noemde de straatnamen in de Europese steden op waar ze was uitgebuit, maar de politie kon de namen niet vinden op de kaart. Dus mij werd door de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) verteld dat ze loog.” Kelder besloot hierna met haar achter een computer te zitten en vroeg haar de straatnamen hardop te zeggen. Die vatte hij fonetisch op. “Soms kunnen dingen misgaan in de vertaling. We keken samen op Google Street View en zij wist de specifieke bar aan te wijzen in de straat waar zij gedwongen was sekswerk te verrichten. Sterker nog, ze had zelfs een foto van zichzelf in de straat in Zwitserland, die overeenkwam met wat we zagen op Street View.” Kelder zocht vervolgens contact met een lokale Zwitserse organisatie die verifieerde dat de straat bekendstaat als plek waar mensen voor sekswerk worden geëxploiteerd.

Maar nogmaals wordt de vrouw niet geloofd. Omdat de vrouw lachend op de foto staat in de betreffende straat, bleef de IND bij de beslissing. “‘Ze lacht’, zeiden ze. Dus zou er geen sprake zijn van mensenhandel.”

Valse aangiftes

Ankie Broekers-Knol, de voormalige staatssecretaris van asiel, veronderstelde dat veel slachtoffers van mensenhandel liegen tijdens hun aangiftes. Haar bewering volgde na een artikel van het NRC, die begin 2019 schreven dat het aantal Dublinclaimanten dat aangifte van mensenhandel doet sterk groeit. Maar hoe concreet zijn de feiten op basis waarvan Broekers-Knol beweerde dat er veel valse aangiftes zijn gedaan door asielzoekers met een Dublinclaim?

Hendrik van der Veen, teamchef Migratiecriminaliteit en Mensenhandel bij AVIM (de Vreemdelingenpolitie), verklaart dat op basis van onderzoek de bewering dat er veel valse aangiftes zijn onder mensenhandel slachtoffers niet klopt. “Een eerder WODC onderzoek uit 2013 toonde al aan dat er geen indicatoren voor valse aangiftes vast te stellen zijn. Bovendien concludeerde een intern politierapport dat er geen bewijs is gevonden voor deze veronderstellingen”, vertelt Van der Veen.

Dublinclaimanten zijn asielzoekers die geregistreerd staan in een bepaald Europees land, maar hun asielprocedure zijn gestart in een tweede Europees land, terwijl volgens Dublin het eerste Europese land verantwoordelijk is voor hun procedure. Broekers-Knol vermoedde dat de reden voor de toename van het aantal aangiftes van Dublinclaimanten kwam, omdat het een manier zou zijn om makkelijk een tijdelijke verblijfsvergunning te krijgen, schreef ze aan de Tweede Kamer in juli 2019. Verder onderzoek werd verzocht, maar het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) reageerde dat het niet mogelijk was dit onderzoek uit te voeren, vanwege de privacyregels. Desalniettemin voerde Broekers-Knol de nieuwe maatregelen uit vanaf de zomer van 2019.

De nieuwe maatregel scheidt niet-Dublinclaimanten van Dublinclaimanten. Niet-Dublinclaimanten krijgen nog steeds een tijdelijke verblijfsstatus van drie maanden in Nederland, zodat zij bedenktijd krijgen om aangifte te doen bij de politie. Als zij dat doen, krijgen zij de B8/3 verblijfsvergunning, die net zo lang geldig is zolang het opsporings- en vervolgingsonderzoek bezig is.

Maar voor Dublinclaimanten zijn de regels veranderd. Zij kunnen nog steeds aangifte doen, maar de politie en het Openbaar Ministerie moeten bepalen of er voldoende opsporingsindicaties in Nederland zijn. Wanneer dit niet het geval is, moeten zij terugkeren naar het eerste Europese land dat volgens Dublin verantwoordelijk is. “Veel van de uitbuiting in Europa heeft plaatsgevonden in Italië, wat betekent dat als een slachtoffer zich daar heeft geregistreerd, hij ook naar de lidstaat teruggestuurd kan worden waar hij uitgebuit werd”, zegt asieladvocaat Judith Pieters. Nederland vertrouwt dat ze in dat land goed opgevangen worden, in de Dublinverordening is vastgelegd dat alle Europese lidstaten daarin gelijk zijn, toch wringt dit principe als het gaat om uitbuiting in Italië.

Opsporingsindicaties

“Sinds begin 2019 is een substantiële stijging te zien van het aantal vreemdelingen, met name Dublinclaimanten, dat aangifte wil doen van mensenhandel (..). In de afgelopen periode is bij verschillende organisaties het vermoeden ontstaan dat de verblijfsregeling mensenhandel door sommigen oneigenlijk wordt gebruikt”, schreef Ankie-Broekers-Knol in diezelfde brief van juli 2019 aan de Tweede Kamer. Er wordt niet onderbouwd welke organisaties dat zijn. Waar baseerde de voormalig staatssecretaris zich op? En heeft de nieuwe aanpak het probleem opgelost?

“Een patroon wat naar voren komt is dat er in sommige aangiftes opsporingsindicaties ontbreken, zoals huis- en telefoonnummers”, verklaart de landelijk officier mensenhandel van het Openbaar Ministerie Warner ten Kate. Het blijft een samenspel tussen OM, IND en de Vreemdelingenpolitie, waar volgens ingewijden nog steeds inhoudelijk discussie plaatsvindt over de aanpak.

Volgens Van der Veen moet de focus bij de aangiftes meer liggen op het verhaal van het slachtoffer van mensenhandel in plaats van op de koppeling tussen aangifte en verblijf. “Ook als er geen opsporing vanuit het OM plaats kan vinden, zitten er wel degelijk elementen in die het verhaal verifieerbaar maken. Met name als je bij een aangifte alleen moet letten of er opsporingsindicaties in zitten. Die manier is niet geschikt om vast te stellen of het strafbare feit wel of niet heeft plaatsgevonden. Daarbij zou het goed zijn om het uitgangspunt te hanteren dat deze verhalen waar zijn, tenzij het tegendeel aangetoond kan worden. Dat doen we immers ook bij alle andere strafbare feiten”, legt Van der Veen uit.

“In sommige gevallen, dit soort zaken komen niet veel voor, zien wij ook dat de mensen echt slachtoffers zijn, maar dat er opsporingsindicaties missen, terwijl wij wel kunnen aantonen dat de criminelen of organisaties bestaan. Wij kunnen in die gevallen bij de IND aangeven dat er bijzondere gronden zijn om iemand in Nederland te laten verblijven. Daar gaat de IND uiteindelijk over”, vertelt Ten Kate.

De vrouw uit Nigeria die niet werd geloofd door de autoriteiten is uiteindelijk met onbekende bestemming (MOB) vertrokken, anderhalf jaar nadat zij aangifte had gedaan. Kelder heeft geen contact meer met haar. “Voor deze asielzoekers, als er vanuit wordt gegaan dat ze liegen, is er geen hoop meer. Zelfs als ze met bewijs komen, neigen de autoriteiten hen geen krediet te geven. Ze staan bij aankomst al met 3-0 achter en moeten zich extra bewijzen om geloofd te worden”, zegt Kelder.

Angst voor de mensenhandelaar

Zoals de vrouw uit Nigeria, staan er meer Dublinclaimanten die gedwongen Nederland moeten verlaten niet te springen om terug te keren naar Italië. Volgens statistieken van het IOM (Internationale Organisatie voor Migratie), nam tussen 2014 en 2017 het aantal potentiële slachtoffers van mensenhandel dat aankwam aan de Italiaanse kust toe met bijna 600 procent. “Destijds maakten veel mensensmokkelnetwerken uit Nigeria misbruik van het Italiaanse beschermingssysteem, waarbij de slachtoffers als asielzoekers werden geregistreerd terwijl zij hen bleven uitbuiten”, zegt Gianfranco Della Valle van Numero Verde Antitratta, de Italiaanse hulplijn tegen mensenhandel. “In die zin hebben we gefaald om hen te beschermen.”

“De twee voornaamste redenen waarom slachtoffers van mensenhandel niet willen terugkeren van Nederland naar Italië zijn vanwege de angst voor mensenhandelaren en omdat ze geen vertrouwen hebben in het vermogen van de Italiaanse autoriteiten om hen te beschermen”, legt Joan van Geel uit, die Dublinclaimanten in Amsterdam onderzocht namens de Regiegroep Ongedocumenteerden Amsterdam.

Via een Wob-verzoek ontving Lost in Europe interne mailwisselingen van het COA (het Centraal Orgaan opvang asielzoekers). De communicatie tussen medewerkers in de periode van februari 2017 tot en met januari 2020 toont de zorgen van het COA personeel over Nigeriaanse asielzoekers die (vermoedelijk) slachtoffer van mensenhandel zijn. Van deze 247 asielzoekers uit Nigeria, waren er ten minste 137 in Italië geweest.

In de communicatie over de slachtoffers staat dat deze mensen doodsbang zijn. Een aantal verliet Italië voor Nederland om hun uitbuiters te ontvluchten, terwijl sommigen ook in Nederland zijn uitgebuit. De slachtoffers zijn angstig omdat ze een openstaande schuld oplopend in de tienduizenden euro’s hebben bij de mensenhandelaren die hen hielpen bij de oversteek naar Europa. De mensenhandelaren dwingen hen dit terug te verdienen door het verrichten van gedwongen sekswerk of drugshandel. Ze ontvangen doodsbedreigingen via hun telefoon als ze het geld niet terugverdienen. Een vrouw toonde het COA personeel een Whatsapp bericht van een Italiaans nummer waarop stond: “Denk niet dat je weg kan rennen. Ik zal ervoor zorgen dat ik je vermoord en je hele familie in Nigeria uitroei. Je kan beter terugkomen en mij het geld betalen, anders zal ik je vinden waar je ook bent.”

Nederlands beleid in strijd met EU wetgeving

Terug naar de maatregelen van Broekers-Knol in 2019. Hoe werkt dit binnen de Europese context? Kan Nederland haar eigen maatregelen uitwerken binnen de geldende Europese afspraken? En mocht de B8/3 regeling zomaar aangepast worden zonder dat de Tweede Kamer daarover een stemming heeft uitgebracht?

De vorige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid kon dit doen omdat de regeling is vastgelegd in het beleid, de Vreemdelingencirculaire, en niet in de wetgeving.

Maar volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel Herman Bolhaar is dit omstreden, omdat het hierbij gaat om belangrijke rechten voor slachtoffers van mensenhandel. “Het Hof van Justitie van de Europese Unie buigt zich hier momenteel over. De aanpassingen voor Dublinslachtoffers hebben geen basis in de wet, maar zijn puur beleidsbepalingen. Internationale verdragen vragen, ook van de Nederlandse overheid, een proactieve houding in de bescherming van slachtoffers.”

Jurist Rosa Vahl onderzocht de B8/3 regeling en concludeert dat de recente aanpassing in strijd is met Europese wetgeving. Landen in de EU moeten zich houden aan Europese richtlijnen. Zij kunnen deze richtlijnen ook omzetten in nationale wetgeving en daarin aanpassingen maken. Dit mag alleen als de landen zich houden aan een aantal eisen. Volgens Vahl voldoet de recente aanpassing van de B8/3 regeling niet aan deze eisen.

“Met enkel een brief aan de Tweede Kamer maakte de staatssecretaris een belangrijk beleid om de rechten voor slachtoffers van mensenhandel te beschermen ongedaan”, legt Vahl uit. Volgens Vahl is de aanpassing in de B8/3 regeling in strijd met Richtlijn 2011/36/EU en 2004/81/EG. “Er is nu een verschil tussen slachtoffers met en zonder Dublinstatus. Het Nederlandse beleid beschermt alleen degenen zonder een Dublinclaim. Er ligt meer nadruk op het vervolgen van daders, in plaats van het beschermen van alle slachtoffers”, vervolgt zij.

Een belangrijke reden voor de vorige staatssecretaris om de B8-regeling aan te passen, was omdat het aantal aangiftes toenam, waardoor de wachttijden bij het doen van aangifte opliepen en omdat er zorgen waren over valse aangiftes. “De oplossing om ‘valse aangiftes’ tegen te gaan is dan ook buiten proportie, omdat nu te veel slachtoffers verhinderd worden om gebruik te maken van hun rechten. Het zorgt ervoor dat verschillende mensenrechten in het gedrang komen”, concludeert Vahl.

Gerrie Lodder, docent en onderzoeker aan de Universiteit Leiden, beaamt dat de wijze van implementatie van Richtlijn 2004/81/EG in de Vreemdelingencirculaire niet correct is. “De uitwerking van het recht op bedenktijd bij het doen van aangifte staat alleen in de Vreemdelingencirculaire. Dit is geen wet maar beleid. Het feit dat Nederland dat niet heeft gedaan in de Vreemdelingenwet of het Vreemdelingenbesluit is in strijd hoe je EU richtlijnen hoort te implementeren.”

Ook de Nationaal Rapporteur beargumenteert dat het Nederlandse beleid een tegenovergestelde ontwikkeling doormaakt dan waar internationale instituten om vragen. “Jaren geleden riep de Europese Commissie al om extra criteria en drempels die niet in de Richtlijn staan weg te nemen en slachtoffers meer zekerheid te bieden”, aldus de Nationaal Rapporteur.

Gebrek aan toezicht op slachtoffers

Wanneer we kijken naar de statistieken dan valt er één ding op: Nigeria is de meest voorkomende nationaliteit onder de slachtoffers van mensenhandel in Nederland. Veel van deze slachtoffers hebben ook een Dublinindicatie. Dat blijkt uit de meest recente Slachtoffermonitor van de Nationaal Rapporteur over de periode van 2016-2020.

Naar hoeveel slachtoffers van mensenhandel met een Nigeriaanse nationaliteit en een Dublinclaim kijken we eigenlijk? De journalisten van Lost in Europe deden hiervoor navraag bij de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie, CoMensha, de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) en het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken.

De instanties gaan verschillend met de gegevens om. CoMensha, het landelijk Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel ontvangt alle meldingen van vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel. Opsporingsinstanties zijn verplicht dit bij CoMensha te melden. Het Openbaar Ministerie registreert niet hoeveel slachtoffers met een Nigeriaanse nationaliteit ook een Dublinclaim hebben. Zij houden alleen het algemene percentage van Dublinclaimanten op het totaal aantal zaken bij.

Er zijn tussen 2018 en 2021 in totaal 975 slachtoffers gemeld bij CoMensha die een B8-aangifte hebben gedaan en een asielprocedure hebben lopen. Hiervan heeft 621 de Nigeriaanse nationaliteit. De overgrote meerderheid heeft ook een Dublinclaim, 551 van de 621 Nigeriaanse asielzoekers.

De Nationale Politie deelde de statistieken van het Openbaar Ministerie, die handmatig bijhouden hoeveel zaken zij behandelen. Tussen 2018 en 2021 had het Openbaar Ministerie in totaal 1311 zaken van asielzoekers die aangifte hadden gedaan van mensenhandel. Daarvan hadden 758 mensen de Nigeriaanse nationaliteit. Dit zijn echter alleen de zaken die bij het landelijke Openbaar Ministerie terecht zijn gekomen. Zaken met opsporingsindicaties die naar regionale afdelingen zijn gestuurd, ontbreken hierbij. Het OM kan niet aangeven hoeveel zaken van Nigeriaanse asielzoekers ook een Dublinclaim hadden. Maar van alle 1311 zaken in de afgelopen vier jaar had 79 procent een Dublinclaim.

Van de 1311 zaken deelde het OM 175 zaken met het buitenland. De overgrote meerderheid hiervan werd gedeeld met de Italiaanse autoriteiten, omdat deze mogelijke opsporingsindicaties van mensenhandel in dat land hadden.

De IND kon geen data delen over het aantal asielzoekers met een Nigeriaanse nationaliteit dat een B8-procedure had lopen of hoeveel Nigeriaanse asielzoekers die aangifte hadden gedaan van mensenhandel terug moesten naar Italië.

De IND houdt wel het totale aantal Nigeriaanse asielzoekers bij die terug moeten keren naar Italië. Tussen 2018 en 2021 verzocht de IND Italië 2.680 keer om een Nigeriaanse asielzoeker op te vangen. Hiervan accepteerde Italië ongeveer 36 procent van de verzoeken, namelijk 970 keer.

Lost in Europe stelde dezelfde vraag aan Italië maar zij gaven andere cijfers. Tussen 2018 en 2021 zou Italië 2.334 keer het verzoek vanuit Nederland hebben ontvangen om een Nigeriaanse asielzoeker op te vangen, waarvan Italië er 1.883 zou hebben geaccepteerd. Daarvan zouden er maar 293 asielzoekers met een Nigeriaanse nationaliteit daadwerkelijk zijn overgebracht. Op de vraag hoeveel slachtoffers van mensenhandel Italië vanuit Nederland ontvangt, antwoordde het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken dat zij dit niet bijhouden.

Omdat mensen door Europa ronddwalen, is het moeilijk om bij te houden waar ze zijn, zegt Kelder. “Van de meeste slachtoffers van mensenhandel hoor ik niks meer, ze verdwijnen van de radar. Een enkeling stuurt nog wel eens een berichtje. Een Nigeriaanse man, bijvoorbeeld. Volgens de procedure zegt Nederland in zijn dossier dat hij een slachtoffer is van mensenhandel. Dan is het toch wel de bedoeling dat Italië bescherming biedt. Maar na zijn aankomst videobelde hij me vanaf het vliegveld in Italië. Hij liet me een document zien dat hij in handen kreeg gedrukt bij aankomst. Daarop stond: je moet binnen acht dagen het land verlaten. Daarna is hij ook voor mij verdwenen, ik heb geen contact met hem.”

Gebrekkige communicatie

Het voorbeeld van de Nigeriaanse man die met Kelder sprak, is niet uniek. Een recent onderzoek van de Universiteit van Venetië (2021) over mensenhandel netwerken in Italië toont aan dat er geen controle is of er aanwijzingen zijn voor mensenhandel wanneer een Dublinclaimant aankomt op een Italiaanse luchthaven, meestal Milaan, Rome of Venetië. Volgens de onderzoekers is het niet verplicht voor het Netwerk tegen Mensenhandel of de Italiaanse hulplijn tegen mensenhandel om bescherming aan te bieden. En dat terwijl lidstaten verplicht zijn om bescherming aan te bieden volgens het Verdrag van de Raad van Europa.

Het onderzoek toont aan dat slachtoffers van mensenhandel die vanwege de Dublinclaim terugkeren naar Italië op de luchthavens niet in contact worden gebracht met het Italiaanse Netwerk tegen Mensenhandel. “De slachtoffers arriveren op de luchthavens maar ontvangen geen enkele ondersteuning”, aldus het rapport.

Volgens de Dublinverordening zijn de lidstaten verplicht om elkaar informatie te verstrekken over eventuele bijzondere behoeften om de bescherming van kwetsbare asielzoekers te waarborgen via het platform DubliNet. Maar volgens het onderzoek van de Universiteit van Venetië is het niet gemakkelijk te begrijpen wie deze informatie aan wie communiceert.

De Italiaanse Dublineenheid, die verantwoordelijk is voor Dublinoverdrachten naar en vanuit Italië en onder het ministerie van Binnenlandse Zaken valt, communiceert niet rechtstreeks met het Netwerk tegen Mensenhandel. Werknemers van het Netwerk tegen Mensenhandel geven in het onderzoek aan dat er geen directe samenwerking is met de Dublineenheid. Ook andere projecten om mensenhandel te bestrijden werken niet samen met de Dublineenheid.

Een senior ambtenaar werkzaam voor de Italiaanse prefectuur voor de luchthaven van Milaan, één van de drie belangrijkste hubs voor Dublinclaimanten, verklaart dat zij geen toegang heeft tot DubliNet. Hierdoor ontvangt zij geen informatie of de teruggestuurde Dublinclaimant ook slachtoffer is van mensenhandel. “Maar”, geeft ze toe, “dit kan in de andere prefecturen misschien anders zijn.” Lost in Europe deed daarom navraag bij de twee andere belangrijkste Italiaanse luchthavens waar teruggestuurde Dublinclaimanten aankomen, maar hierop kwam geen reactie. Volgens de prefectuur die samenwerkt met het vliegveld van Milaan “zou de grenspolitie op de luchthaven die informatie kunnen hebben”. Maar volgens de grenspolitie bij de luchthaven van Milaan gaan zij daar niet over, maar de Dublineenheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De grenspolitie van de twee andere belangrijke luchthavens, Rome en Venetië, gaven geen reactie op onze vragen.

Het gebrek aan communicatie is opvallend. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) in Nederland verklaart dat zij informatie delen met de verantwoordelijke lidstaten over teruggekeerde asielzoekers met een Dublinclaim die aangifte hebben gedaan van mensenhandel in Nederland. Nederland heeft in Rome ook een speciaal bureau van de politie en het OM. Volgens Warner ten Kate zitten er in de liaison in Rome twee Nederlandse officieren van justitie die direct met de Italiaanse politie communiceert. “Bij zaken met concrete opsporingsindicaties sturen wij het door naar onze liaison in Rome. Die zetten het door naar de Italiaanse politie. Hierdoor hebben al een stuk of tien zaken tot een succes geleid.”

Terwijl de communicatie tussen de Nederlandse en Italiaanse politie goed lijkt te verlopen wanneer er concrete opsporingsindicaties zijn, gaat het mis wanneer een mensenhandel slachtoffer terug moet naar Italië omdat die indicaties ontbreken. Zoals eerder benoemd, houdt het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken niet bij hoeveel teruggekeerde Dublinclaimanten aangifte hebben gedaan van mensenhandel in Nederland. Ook andere Italiaanse autoriteiten hebben het aantal slachtoffers van mensenhandel met een Dublinclaim niet paraat. Zelfs de Italiaanse hulplijn tegen mensenhandel die het Netwerk tegen Mensenhandel coördineert, kan deze informatie niet delen. “Wij houden deze informatie niet bij, omdat dit voor ons niet relevant is. Dit is een kwestie voor het internationale beschermingssysteem, niet van ons”, legt Gianfraco Della Valle uit.

Grensoverschrijdende samenwerking in de EU

Door het gebrek aan communicatie tussen autoriteiten springen ngo’s in dit gat om bilateraal informatie te delen. De Italiaanse hulplijn tegen mensenhandel meldt sinds 2019 twee keer te zijn benaderd door Nederlandse organisaties om de komst van slachtoffers van mensenhandel naar Italië te melden.

Eén van de twee gevallen betreft een Nigeriaans gezin. Giuseppina di Bari, coördinator van een lokale organisatie tegen mensenhandel: “Een man en een zwangere vrouw kwamen met hun kind in mei 2021 aan op de luchthaven van Venetië. Bij hun aankomst kregen de vrouw en het kind een tijdelijk onderkomen, maar de man niet. Zij namen daarom contact op met de Nederlandse organisatie Recht in Zicht, onderdeel van het Leger des Heils, dat juridische hulp biedt aan slachtoffers van mensenhandel. Recht in Zicht nam vervolgens contact op met de Italiaanse hulplijn tegen mensenhandel en gaf de zaak door aan ons.” Volgens Di Bari kwam de Nigeriaanse vrouw in 2016 aan in Italië waarbij ze al snel gedwongen sekswerk moest verrichten. In september 2020 kwam ze aan in Nederland waar ze aangifte deed van mensenhandel, maar vanwege de aanpassing in de B8/3 regeling terug moest keren naar Italië.

Di Bari merkt op dat er geen sprake was van formele communicatie. “Zonder het initiatief van het gezin en Recht in Zicht hadden we deze slachtoffers van mensenhandel niet opgemerkt”. Uiteindelijk kreeg het gezin onderdak in Italië, maar na een paar weken was het gezin alweer verdwenen.

Vanwege de duidelijke gaten voelen ngo’s de behoefte om initiatieven op te richten, zoals de T-Dan (Netwerk voor Bijstand bij Terugkeer) dat deel uitmaakt van een door de Europese Commissie gefinancierd project genaamd SISA. Dit netwerk bestaat uit tien Europese organisaties die toegang hebben tot meer dan 200 noodhuisvestingsoplossingen in heel Italië om slachtoffers van mensenhandel te ondersteunen bij terugkeer vanwege Dublin. “We ontdekten dat bureaucratische vertragingen in de communicatie tussen Duitsland en Italië de toegang tot officiële steun van de overheid zouden belemmeren. Daarom wil T-DAN de kloof overbruggen door cliënten onderdak te bieden in veilige huisvesting en onmiddellijke steun in het land van terugkeer”, zegt Rawan Shrum, initiatiefnemer van het SISA-project.

Een ander initiatief op Europese schaal om grensoverschrijdende samenwerking te verbeteren is het door Europa gefinancierde project TIATAS (Transnational Initiative Against Trafficking in the Context of European Asylum Systems). Projectmanager Sabine Bauer-Amin, werkzaam voor het Duitse International Rescue Committee (IRC), startte het project in januari 2022. “In sommige landen is er niet eens een nationaal verwijzingsmechanisme voor slachtoffers van mensenhandel. Ons doel is om de samenwerking tussen verschillende landen te vergroten, onder andere door het ontwikkelen van een internationale databank van betrokken ngo’s”, zegt Bauer-Amin.

Vertrouwen in Italië?

Wat gebeurt er met slachtoffers van mensenhandel wanneer zij gedwongen worden terug te keren naar het land waar zij zijn uitgebuit? In alle Dublin-zaken moet er een interstatelijk vertrouwen zijn. Dit betekent dat de lidstaten vertrouwen in elkaar hebben en dat de rechten van asielzoekers worden beschermd zoals bepaald in het Vluchtelingenverdrag en andere regelingen. Maar er kunnen uitzonderingen worden gemaakt. In 2011 oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat het interstatelijk vertrouwen in de Griekse asielprocedure ontbreekt vanwege systematische tekortkomingen in het asielsysteem. Door die uitspraak kunnen Dublinclaimanten dus niet worden teruggestuurd naar Griekenland.

Wat Italië betreft, bestaan er twijfels over dit interstatelijk vertrouwen. Een aantal asieladvocaten heeft in rechtszaken betoogd dat Italië geen adequate opvang kan bieden aan Dublinclaimanten. Tot nu toe zijn deze rechtszaken zonder succes. Asieladvocaat Marion Pals heeft veel Nigeriaanse asielzoekers met een Dublinclaim in Italië bijgestaan. “De situatie is schokkend. Het is niet eerlijk. Niet alleen voor slachtoffers van mensenhandel, maar voor alle Dublinclaimanten. Ik procedeer nu al zes jaar bij de Nederlandse rechtbank. Maar rechters zien de bezwaren niet.”

Advocaat Judith Pieters is het met Pals eens. “De werkelijkheid voor deze asielzoekers die mensenhandel slachtoffer zijn, is totaal anders. Het grootste deel van de uitbuiting heeft in Italië plaatsgevonden. Deze slachtoffers staan in hun volste recht om niet terug te keren naar een land waar ze zijn uitgebuit. En waar niemand die persoon beschermt. Dit probleem is toegenomen sinds Nederland in 2019 de B8/3-regeling heeft aangepast.”

Volgens Warner ten Kate moet er uit worden gegaan van een wederzijds vertrouwen met Italië. “Binnen de EU hebben we met elkaar afgesproken dat we vertrouwen hebben in elkaars rechtssysteem. Dus ook iemand die in Italië aangifte doet van mensenhandel zal in Italië fatsoenlijk worden opgevangen. Maar als wij in Nederland al niets kunnen doen wat betreft de opsporing, dan zal Italië vaak ook niks meer kunnen betekenen voor een Dublinclaimant, omdat er opsporingsindicaties ontbreken.”

Voor dit onderzoek sprak Lost in Europe met negen Nederlandse organisaties die allemaal bevestigden dat zij te maken hebben met een groot aantal Nigeriaanse slachtoffers van mensenhandel dat een Dublinclaim Italië heeft, en moest terugkeren.

De 29-jarige Kayode (niet zijn echte naam) kwam als asielzoeker uit Nigeria, via Italië naar Nederland. Kayode arriveerde in 2018 in Italië, waar hij in verkeerde handen belandde. Daar werd hij gedwongen tot sekswerk om zijn schuld voor het oversteken van de Middellandse Zee af te lossen. Op een dag plaatste zijn mensenhandelaar hem geblinddoekt in een busje. De mensenhandelaar zette hem af in Amsterdam en droeg hem over aan een andere mensenhandelaar. Hij werd in een kleine kamer gezet, naast andere jonge mannen. Hij werd vastgeketend en moest elke dag gedwongen seks hebben.

In het voorjaar van 2019 wist Kayode te ontsnappen en kwam in contact met het EMP (Expertisecentrum Mensenhandel en (Jeugd)Prostitutie), dat onderdeel is van Lumens in Eindhoven. Awatief Trouk, zorgcoördinator bij het EMP: “We hebben hem geholpen met een bed, bad en brood, en een advocaat. De wachtlijst om aangifte te doen bij de politie was erg lang. Het is bizar dat het negen maanden heeft geduurd voordat hij aan de beurt was. Maar dat was een teleurstellende ervaring. Hij wist de straatnamen waar hij was geweest, maar niet het exacte huisnummer. Dat kwam omdat hij vastgeketend zat in dat kleine kamertje. Uiteindelijk kon de politie niets met zijn aangifte, omdat ze niet genoeg aanknopingspunten had voor onderzoek.”

Kayode kreeg van de Nederlandse autoriteiten te horen dat hij terug moest naar Italië vanwege zijn Dublinclaim. Maar daar wilde hij niet heen vanwege zijn angst voor het mensenhandelnetwerk. Hij besloot te vertrekken met een onbekende bestemming (MOB). Volgens Awatief Trouk is dit slechts één van de tientallen voorbeelden. EMP kent meerdere gevallen van Nigeriaanse asielzoekers die in Italië slachtoffer werden van mensenhandel en in Nederland het risico lopen te worden teruggestuurd. “Maar niemand wil terug naar Italië. De angst is te groot.”

Ook bij SHOP, het kennis- en expertisecentrum sekswerk en mensenhandel uit Den Haag, zijn de casussen bekend. Zorgcoördinator Heady Soe-Agnie kent drie Nigeriaanse mannen die, sinds het aanpassen van de B8/3 regeling, terug moesten naar Italië. “Eén van mijn cliënten kreeg een brief van AVIM die hij moest overhandigen aan de Italiaanse politie. Hij belde me toen hij arriveerde in Italië. Hij wilde aangifte doen bij de Italiaanse politie. Maar zij deden niets voor hem. Hij is vervolgens weer teruggegaan naar Nederland, en klopte weer bij ons op de deur. Waar hij nu is, is onbekend. Ik gok dat hij hier ongedocumenteerd leeft.”

Lisa Elsenburg van Here to Support vertelt over een jonge Nigeriaanse vrouw. “Ze was zwanger en uit Italië gevlucht omdat ze daar gedwongen werkte als sekswerker. Ze had foto’s van zichzelf waar haar benen in het gips zaten, haar gezicht gezwollen en blauw en haar voortand eruit geslagen. De mensenhandelaar had dit gedaan omdat ze weigerde te doen wat ze van haar vroegen. Hier in Nederland kreeg ze te horen dat ze terug moest naar Italië, waar dit allemaal had plaatsgevonden. En dat ze daar aangifte moest doen. Haar mensenhandelaren tegenkomen in Italië was haar grootste nachtmerrie. Terugkeren wilde ze niet. Inmiddels leeft ze ongedocumenteerd in Nederland.”

Chela Lemmens, juridisch consulent voor ongedocumenteerden bij VluchtelingenWerk, vertelt over een Nigeriaanse vrouw die gedwongen werd om sekswerk te doen in Italië. “In Nederland wilde ze aangifte doen tegen haar mensenhandelaar, maar er was een lange wachtlijst bij de politie. Het duurde zo lang dat ze uiteindelijk terugkeerde naar Italië.” Daar heeft ze een casi speciali aangevraagd, een tijdelijke verblijfsvergunning van zes maanden voor slachtoffers van mensenhandel, waar ze nog steeds in afwachting van is.

Recht in Zicht schrijft momenteel een rapport over slachtoffers mensenhandel met de Nigeriaanse nationaliteit die een Dublinclaim Italië hebben. “Wij willen het verhaal van deze grote groep cliënten naar voren brengen. Vooral omdat degenen met een Dublinclaim geen bescherming meer krijgen na de wijziging van de B8/3-regeling”, vertelt Meeuw Kollen, juridisch casemanager. Het onderzoek is rond juni 2022 afgerond. “We proberen om in contact te blijven met onze cliënten die naar Italië zijn teruggekeerd. Degenen die terugkeren krijgen bij ons weten geen opvang en belanden op straat. We maken ons zorgen dat zij terechtkomen in het netwerk van de mensenhandelaar.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.