3 december, 2020 | Auteur: Sander Hölsgens, Tamara Witschge | Trefwoord: nederland

Mixed-media documentaires en het hergebruik van archiefmateriaal

Door sociale media, smartphones en gratis montageprogramma’s is het relatief makkelijk om media te maken en delen. Maar wat gebeurt er met al dat materiaal? Wie maakt er gebruik van – en op welke manier? En hoe kun je experimenteren met deze ongelofelijke hoeveelheid aan beeld en geluid? In dit artikel richten we ons op documentairemakers die archieven en archiefmateriaal op inspirerende, kritische en radicale manieren inzetten om nieuwe verhalen te vertellen.

In een recent avondprogramma bij MU Hybrid Art House vertelt Wong over Us & Them, een documentaire over de Amerikaanse representatie van Aziatische migranten. Voor het werk doorzocht Alice Wong de krochten van het internetarchief. Haar vondst: uren aan audiovisueel materiaal – van historische foto’s tot afleveringen van The Simpsons – vol stereotyperingen over Aziatische gemeenschappen.

Wong monteerde dit materiaal tot een collage aan beelden, die ze vervolgens projecteert op een veelvoud aan doeken en wanden. Het is een ruimtelijk werk: als kijker word je fysiek omringd door problematische representaties. Door een collage te projecteren op verschillende achtergronden en lagen, laat de documentairemaker zien hoe alomtegenwoordig deze stereotyperingen zijn. Oftewel: Wong geeft het bestaande materiaal een nieuwe betekenis door het in een andere context te plaatsen.

US & THEM from missalicewong on Vimeo.

Veel van het audiovisuele materiaal dat Wong in haar collage gebruikt circuleert enkel online, waarbij niet altijd duidelijk is wat de oorspronkelijke bronnen zijn. In het geval van Us & Them is dit niet alleen een kwestie van auteursrecht en de bijbehorende wetgeving. De onderliggende vragen zijn ook: wat kunnen we leren van al het bestaande materiaal dat online te vinden is? Hoe kun je bestaand materiaal inzetten om maatschappelijke vraagstukken te belichten? Door archiefmateriaal van verschillende bronnen en afkomsten tot een geheel te monteren, laat Wong zien hoe volgens haar een stereotype tot stand komt: door een herhaling van racistische mediarepresentaties.

Us & Them drijft discussies rondom auteursrechten en archiefmateriaal op de spits. Mag Wong zomaar een scène uit The Simpsons hergebruiken in haar werk? En wat betekent het dat je een beeldfragment projecteert op meerdere doeken en wanden? Verknip je het dan niet? Doet zo’n projectie dan nog wel recht aan de intentie en insteek van de oorspronkelijke maker? In Wongs eigen opname van de projectie heeft ze ervoor gekozen om niet naar de werken te verwijzen die ze hergebruikt.

The Simpsons herken je als kijker wellicht nog redelijk snel, maar hoe zit het met ander materiaal? Welke andere animatieseries en -films zien we? Welke nieuwsfragmenten worden getoond? En waarom? Of is het misschien helemaal niet zo relevant om te weten waar Wong de opnames vandaan heeft gehaald? Is het gebruik van dit materiaal gerechtvaardigd om te laten zien hoe deze racistische uitingen via zoveel verschillende mediakanalen verspreid zijn en zo tot stereotypen hebben geleid? Is het misschien juist wel de taak van een documentairemaker als Wong om te laten zien dat het hier een structureel probleem betreft? En hoe kan Wong dit anders of beter belichten dan door al dit materiaal te hergebruiken, ook al betekent dit misschien dat het uit de oorspronkelijke context wordt gehaald?

Van auteursrechten tot mediapiraten

Alice Wongs Us & Them laat zien hoe je online platformen als YouTube en Vimeo kunt inzetten om een kritische documentaire te maken. Deze platformen fungeren geregeld als online archieven, bedoeld of onbedoeld. Daarnaast zijn er initiatieven als Open Archief van Het Nieuwe Instituut, Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Deze instituten stellen delen van hun digitale collecties beschikbaar en nodigen makers om hier nieuw werk mee te maken. Dit biedt ontzettend veel mogelijkheden voor documentairemakers – al helemaal in de context van Covid-19, waarin het in sommige situaties een stuk lastiger is om zelf opnames te maken.

Al het materiaal in Open Archief is vrij toegankelijk voor iedereen en probeert zo instituten en makers met elkaar te verbinden: “Open Archief brengt makers en erfgoedinstellingen met elkaar in gesprek over het belang van creatief hergebruik van erfgoed en het beschikbaar stellen van online collecties. Makers worden uitgenodigd om te experimenteren met de mogelijkheden van digitale erfgoedcollecties op creatief, technisch en auteursrechtelijk gebied”.

Deze ethos grenst aan initiatieven zoals het Pirate Bay-archief van WORM – een instituut voor experimentele kunst in Rotterdam. Pirate Bay (dat haar naam ontleent aan de BitTorrent-website) heeft als doel een eclectische collectie van avantgarde media, zines, boeken, DVD’s en andere mediavormen publiek te maken. Juist vanwege die nadruk op vrijheid en openheid hopen de oprichters een plek te bieden die aanspoort tot creativiteit en artistieke ontwikkeling onder makers.

Het feit dat initiatieven als Pirate Bay en Open Archief groots inzetten op openheid en toegankelijkheid, maakt ook zichtbaar dat het niet per definitie gebruikelijk is dat je werk van andere makers kunt en mag hergebruiken. Uiteraard delen meerdere makers de overtuiging dat audiovisueel materiaal vrij in het publieke domein mag circuleren – zelfs in bewerkte vorm of als remix.  Maar zeker binnen de Europese Unie is sprake van vrij strikte wetgeving als het gaat om auteursrechten: in principe geldt dit tot en met zeventig jaar na de dood van de maker(s). Pas daarna worden deze werken onderdeel van het publieke domein. Daar tussenin bestaan veel vormen, met de Creative Commons-licenties als handige manier voor auteurs om aan te geven hoe ze hun werk willen positioneren.

In After Uniqueness (2017) gaat filmwetenschapper Erika Balsom dieper in op de vraagstukken rondom archiveren, hergebruik en auteursrechten. Ze schrijft bijvoorbeeld over de ideologie achter bootlegs en kopietjes, maar ook over sites die het heft in eigen handen nemen om werk aan het publieke domein toe te voegen. De website Ubuweb publiceert naar eigen zeggen media die niet makkelijk te vinden of simpelweg te duur zijn om als liefhebber te bekijken of kopen. Als zelfbenoemde ‘Robin Hood van de avant-garde’ publiceert en archiveert Ubuweb audiovisueel en geschreven materiaal zonder expliciete toestemming van de makers of uitgevers. UbuWeb wil zo het klassisme (oftewel, de socio-economische ongelijkheid) binnen de kunsten aan de kaak stellen: volgens de oprichters van de website moet kunst toegankelijk zijn voor iedereen.

Balsom onderzoekt ook de rol van archieven in verschillende culturele en socio-politieke contexten. Zo beschrijft ze hoe het illegaal kopiëren en verspreiden van films in Jordanië niet zomaar het commerciële circuit ondermijnt, maar vooral een toegankelijk archief biedt dat anders zou ontbreken. Want, zo geeft Balsom aan, er is in Jordanië een gebrek aan officiële distributiekanalen, vooral als het gaat om lokale films. Digitale piraterij is volgens haar dus nodig om audiovisuele werken die anders verloren zouden gaan te kunnen archiveren en delen – zelfs al struint dat in tegen de geldende auteursrechten. Of, zoals Balsom (2017, p.116) schrijft: “In the Jordanian context, pirated films do not appear as transgressive but rather are the primary way that commercial films are distributed in the country”.

Genoegen nemen met een residu

Documentairemaker en ontwerper Sunjoo Lee vraagt zich juist af of alles wel voor altijd gearchiveerd moet worden en voor iedereen toegankelijk moet zijn. Haar installatiewerk A Duplicate Life (2016) vertoont een livestream van een boom. Waar de levende boom steeds ouder wordt en uiteindelijk zal sterven, geldt dat ook voor de installatie: hoe langer de livestream voortduurt, hoe groter het risico dat de apparatuur het begeeft.

Op een gegeven moment geven de beeldschermen, de livestream-apparatuur en de bedrading de geest – en blijft er enkel een stoffelijk residu over van een digitale representatie. De livestream zelf is nergens opgeslagen, waardoor het beeldmateriaal voor altijd verdwenen is. Door te omarmen dat de stoffelijke werkelijkheid (van boom tot technologie) eindig is, stelt ze belangrijke vragen: wie bekommeren zich eigenlijk om onze omgeving en wie bepalen wat belangrijk genoeg is om in een archief te bewaren? Zit er een link tussen beide? Voor wie is dit materiaal eigenlijk toegankelijk – en in welke hoedanigheid? En hoe maken we een onderscheid tussen een experimenteel documentaireproject als A Duplicate Life en de veelvoud aan livestreams die het leven in natuurreservaten hopen te documenteren en archiveren – zoals de sinds 1998 lopende opnames in het Djuma Private Game Reserve in Zuid-Afrika?

Tegelijkertijd bevraagt Lee met A Duplicate Life de wisselwerking tussen nieuwe technologieën en de rol van kijkers. Het is nu mogelijk om een nagenoeg oneindige livestream op te zetten en al dit materiaal op te slaan in een steeds verder uitdijend archief. A Duplicate Life laat zien wat er gebeurt als je dit niet doet en je juist richt op het hier en nu. Het is dan plots ontzettend belangrijk om extra goed te observeren wat er gebeurt. Want je kunt niet zomaar terug in de tijd. Hierdoor laat Lee je nadenken over je positie als kijker. Misschien ben je tijdens het kijken van A Duplicate Life wel een ooggetuige van een belangrijke situatie of gebeurtenis die anders vergeten wordt.

Mixed-media documentaires

De positie van de kijker aan de kaak stellen, archieven gebruiken, nieuwe technologieën inzetten om meerdere perspectieven te belichten en stereotyperingen uitvergroten: het kan allemaal met documentaires. En nog veel meer! In vier artikelen hebben we laten zien hoe verschillende documentairemakers recht proberen te doen aan de complexiteit van onze wereld. Deze makers stellen kritische vragen, zetten rechtvaardige samenwerkingen op, gebruiken nieuwe technologie op verrassende manieren en ontwikkelen mixed-media productievormen. Het resultaat: een veelvoud aan prachtige, provocerende, experimentele en gelaagde documentaires.

Wil je meer voorbeelden zien of werk je zelf aan een documentaire, neem dan vooral contact met ons op of kijk naar Open Eyes Institute voor inspirerende mogelijkheden. Houd ook onze pagina van Documenting Complexity in de gaten: het onderzoek loopt tot 2021 en omhelst een veelvoud aan activiteiten, van workshops tot filmfestivals, waarmee we laten zien wat er mogelijk is met documentaires.


Dit artikel is onderdeel van ‘Documenting Complexity’, een tweejarig onderzoeksproject over documentaire, technologie en activisme van de Rijksuniversiteit Groningen, Hogeschool Utrecht, Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, MU Hybrid Art House, VersPers en WORM. Klik hier, hier en hier voor eerdere artikelen

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.