20 november, 2020 | Auteur: Thijs Broekkamp | Trefwoord: nederland
Gestraft voor een nobele daad
Een Nederlands paspoort gebruiken om een Syrische vluchteling naar Nederland te halen: dat is mensensmokkel. De veroordeling in deze rechtzaak heeft mogelijk vergaande consequenties voor een vrouw met goede bedoelingen. Fatima A. riskeerde haar verblijfsvergunning voor een minderjarige vluchteling uit Griekenland.
Verdachte Fatima A. (40) komt op vrijdag 2 oktober 2020 voor in de rechtszaal van Haarlem. Fatima woont ongeveer 2,5 jaar in Nederland, na met haar gezin uit Syrië hierheen gevlucht te zijn. Bijna een jaar eerder, op 8 november 2019 vloog Fatima vanaf Schiphol naar Athene, Griekenland, om een paar dagen later terug te keren met een Syrische minderjarige vluchteling. Ze probeerde de jongen op het paspoort van haar eigen zoon Nederland binnen te krijgen. Maar daar trapte de Nederlandse douane niet in. Op Schiphol werden ze aangehouden door de marechaussee en in hechtenis genomen.
'Hij ziet mij als zijn moeder'
De rechter geeft aan dat op de telefoon van de verdachte vliegtickets naar Athene zijn gevonden op haar naam, en meerdere foto’s waarop jongens en mannen met elkaar vergeleken worden. Volgens Fatima kreeg ze die foto’s doorgestuurd van een vriendin. Ze moesten aantonen dat het andere mensen gelukt was om op deze manier een land binnen te komen. Zulke foto’s worden vaak gevonden bij mensensmokkelaars en zijn voor de rechter verdacht.
Met deze bewijzen valt Fatima’s daad niet te ontkennen. Maar wie was die jongen en waarom haalde Fatima hem op? De jongen in kwestie is Moussa, het zoontje van Fatima’s nicht die vlak na zijn geboorte overleed. Fatima voedde de jongen op en heeft daardoor een zeer sterke band met hem. “Ik heb de rol van moeder op mij genomen”, vertelt ze.

Fatima zegt dat ze op een gegeven moment in Nederland een telefoontje krijgt. Het is Moussa. Huilend vertelt hij haar dat hij in zijn eentje in Griekenland rondzwerft. In Syrië zou zijn stiefmoeder geregeld hebben dat de jongen naar Griekenland werd gebracht. Haar broer zou Moussa daar via Turkije naartoe brengen. Maar zijn stiefoom liet Moussa vervolgens alleen achter en aan het lot over. “In Turkije moest Moussa alleen met de smokkelaars mee op een rubberboot naar Griekenland”, vertelt Fatima met een gebroken, hese stem. De omstandigheden van een reis via deze vluchtroute zijn ons allen inmiddels bekend, en moeten angstaanjagend zijn geweest voor een jongen alleen van twaalf jaar oud.
Fatima had in het achterhoofd haar eigen traumatische vlucht vanuit Syrië. Tijdens die vlucht is haar man in zijn eentje verder gegaan en bleef zij alleen achter. Zij is toen onder andere mishandeld door smokkelaars en heeft daar PTSS aan overgehouden.
Bijzondere omstandigheden
De officier van justitie erkent het verhaal van Fatima en gelooft niet dat hierin gelogen is. “Desalniettemin”, zegt de officier, “hebben we duidelijk kunnen aantonen dat u de wet overtreden heeft.” De officier eist 5 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 voorwaardelijk. “Hierbij heb ik rekening gehouden met de uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden.”
Fatima breekt in snikken uit bij het horen van deze eis. Haar advocaat Sandra Meijer begint aan haar betoog. “Dit is een zeer emotionele zaak, bijna ondraaglijk voor mijn cliënt.” Ze legt uit dat deze uitspraak zeer waarschijnlijk betekent dat Fatima’s verblijfsvergunning ingetrokken wordt, ze tot ongewenst vreemdeling wordt verklaard en een inreisverbod krijgt. Dit, samen met een gevangenisstraf kan voor iemand die lijdt aan PTSS en depressie wel eens de nekslag betekenen voor haar mentale gesteldheid.
De advocaat vermoedt dat Fatima’s man en kinderen in Nederland blijven, mocht zij uitgezet worden. Ze denkt dat Fatima weinig te zeggen heeft in het gezin. Haar dochter is zonder haar toestemming door haar man uitgehuwelijkt in Saudi-Arabië, en met haar heeft ze al jaren geen contact meer.

Persoonlijke omstandigheden niet van belang
De officier van justitie reageert op het betoog van Fatima’s advocaat dat de consequenties van een gevangenisstraf voor de verblijfsvergunning en voor de mentale toestand van Fatima niet meegerekend moeten worden in de beslissing. De officier beargumenteert dat het uiteindelijk aan de IND is om te beslissen over Fatima’s verblijfsvergunning en dat dit vonnis niet zonder meer betekent dat haar verblijfsvergunning ingetrokken wordt. “Ik begrijp de goede bedoelingen, maar dat neemt niet weg dat wat verdachte deed strafbaar is. Ik ben van mening dat ik hier voldoende uitdrukking aan waardeoordeel heb gegeven. In andere zaken was het een volledig onvoorwaardelijke straf geweest.”
De rechter doet gelijk uitspraak. Zij beslist dat het bewezen is dat Moussa door Fatima op illegale wijze is meegenomen naar Nederland. “Ik ga er echt van uit dat u wist dat dit niet kon en dit is een ernstig strafbaar feit. Ik kan u niet kwijtschelden van gevangenisstraf, dat zou betekenen dat u dit wel kunt doen en uw buurvrouw niet.” Ook de rechter vindt dat de gevolgen van de straf niet meegerekend mogen worden. Het vonnis: 4 maanden cel, waarvan de helft voorwaardelijk.
Bij het horen van dit vonnis krimpt Fatima in elkaar en barst in luid huilen uit. Buiten de rechtszaal wachten familieleden haar op en zij vallen elkaar huilend in de armen. Haar advocaat geeft aan direct in hoger beroep te gaan. “De officier van justitie geeft aan dat niet zeker is dat Fatima’s verblijfsvergunning ingetrokken wordt. Maar als de IND dit vonnis ziet, waarin de rechter aangeeft dat zij het niet nodig vindt om rekening te houden met de gevolgen van de gevangenisstraf, waarom zou de IND dat dan wel nodig vinden?”
De wet is duidelijk in deze zaak. De rechter hoeft geen rekening te houden met mogelijke uitzetting als gevolg de van de uitspraak. Mensensmokkel valt onder het strafrecht en vreemdelingenrecht onder het bestuursrecht. Maar met het vonnis wordt ook een signaal afgegeven dat regels zwaarder wegen dan oog voor menselijkheid. In vreemdelingwetten en verdragen blijft uitzetting achterwege zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling, niet verantwoord is om te reizen. Mentale instabiliteit die het terugreizen en het leven oppakken bij terugkeer in Syrië ernstig in de weg staan, kan in hoger beroep een grond zijn waarop het vonnis van Fatima A. aangepast kan worden.