15 oktober, 2020 | Auteur: Sil Biesbroek | Beeld: Sil Biesbroek | Trefwoord: europa
Jong in Europa: Betti Csiba
Bestaat er zoiets als een Europese identiteit? In de interviewserie 'Jong in Europa' stelt Sil Biesbroek deze vraag aan Europese jongeren die geboren zijn na de Koude Oorlog. Jongeren uit Letland, Kosovo, Frankrijk, Hongarije en Duitsland delen hun blik op Europa.

Betti Csiba (27) is geboren in Hongarije en heeft in veel Europese landen gewoond. Na Engeland, Duitsland, Nederland en Finland woont en werkt ze nu in Spanje.
“Ik denk dat identiteit altijd een mes is dat snijdt aan twee kanten. Wanneer je een identiteit creëert is het namelijk altijd wij tegen hen. Vaak creëer je een identiteit gebaseerd op dingen die je deelt. Degene die bepaalde waarden en eigenschappen niet met je delen zijn dan buitenstaanders. Als alleen EU-lidstaten een identiteit delen, hoe zit dat dan met de Balkan, het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne? Zijn zij niet Europees?”
Betti Csiba: ‘Identiteit is altijd een mes dat snijdt aan twee kanten’
Betti is geboren in Köszeg, een klein dorp in Hongarije dichtbij de Oostenrijkse grens. Een plaatsje waar Oostenrijkers heen gaan voor een knipbeurt, het is tenslotte vlakbij en goedkoper dan in Oostenrijk. Zelf bracht ze het laatste jaar van haar middelbare school door op een Oostenrijkse school, omdat ze beter wilde worden in Duits.
Buitenstaander
“Dat was de eerste keer dat ik werd blootgesteld aan een buitenlandse omgeving”, zegt Betti. Ze was verbaasd: “In Oostenrijk verwacht je namen zoals Fritz, maar de helft van mijn klasgenoten had achternamen als Kusmić of Kovačić.” Betti legt uit dat er veel derde generatie Servische en Kroatische migranten op haar school zaten. “Het was interessant omdat er weinig Hongaren op die school zaten, daardoor voelde ik me altijd een buitenstaander.”
Op haar zeventiende verhuisde Betti vanuit Köszeg naar de grote stad Bristol in Engeland, om te studeren. Het was anders dan ze gewend was: “Ik werd uitgenodigd door klasgenoten voor een picknick. Ik dacht: ‘Dat wordt leuk, ik neem broodjes mee.’” Toen ze arriveerde waren haar minderjarige klasgenoten wodka aan het drinken en wiet aan het roken. “Ver weg van het geromantiseerde beeld van een picknick”, reflecteert Betti.
Valenciano
Nu ze in Valencia woont valt het Betti op dat lokale identiteit een grote rol speelt in Spanje. Als je in Valencia voor de overheid wilt werken moet je naast Spaans ook Valenciano kunnen spreken, de lokale taal. Sommigen van haar collega’s klagen hierover. “Een Britse collega van me heeft drie kinderen en vindt het erg vervelend dat de communicatie vanuit school meestal in Valenciano is.”
Betti vindt het discriminerend. Niet alleen tegenover Engelssprekende expats, ook voor Latijns Amerikanen: ‘Je hebt die arme mensen al gedwongen Spaans te spreken, dwing hen niet ook nog Valenciano te spreken.
Het is moeilijk voor Betti haar eigen identiteit uit te leggen: “Natuurlijk ben ik Hongaars, maar ik kan me niet identificeren met de huidige Hongaarse levensstijl. Doordat ik ook in landen heb gewoond waar ik me eveneens lastig kon identificeren met de stereotype cultuur is het extra lastig. Ik ben niet lang genoeg in één land geweest om echt op te gaan in de cultuur.”
Hagelslag
Ze geeft een voorbeeld uit Nederland om dit te illustreren: ‘Ik herinner me een vakantie met Nederlanders in Portugal, een land waar het eten ronduit geweldig is. We hebben daar een uur besteed aan het zoeken naar een pak hagelslag. Ik had zoiets van: ‘Kijk om je heen! Kom op!’” Volgens Betti geeft dit aan dat, ongeacht waar we zijn, we altijd naar iets vertrouwds zoeken.
“Ik geloof dat we nu eerder van een Europese identiteit kunnen spreken dan tien, vijftien jaar terug. Omdat we meer reizen en meer verbintenissen met elkaar aangaan.” Betti denkt dat dit een curve is die op en neer gaat. Ze legt uit dat tijdens de Koude Oorlog je in socialistische landen nog steeds kon rondreizen: “Toen mijn moeder veertien of vijftien was ging ze naar Oost-Duitsland om agrarisch werk te verrichten. Je kon daar in verbinding staan met andere internationale studenten uit het Oosterse blok.”
Betti concludeert: “Ik geloof dat we ons niet zozeer moeten richten op het creëren van een Europese identiteit, maar het is misschien wel goed om het belang van een nationale identiteit te temperen.”
Je las deel 3 in de interviewreeks 'Jong in Europa'. Beluister de bijbehorende podcast hier: