6 december, 2009 | Auteur: Irma Booms-L’Abee | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: nederland
Agressieve game terreur?
Wie hem heeft, wil hem houden. Wie hem nog niet heeft, wil hem hebben. Call of Duty: Modern Warfare 2. De zesde editie van het spel Call of Duty levert honderden miljoenen op. Op 28 november 2009 stond de teller op 4,7 miljoen verkochte exemplaren. Dit staat gelijk aan een verdienste van ongeveer 365 miljoen euro's.
Zowel nationaal als internationaal zorgt de Call of Duty-serie voor discussie. De vierde editie van Call of Duty (Modern Warfare 1) en de zesde editie (Modern Warfare 2) nemen hierin een centrale rol. Waar Call of Duty 1, 2, en 3 zich afspelen in Wereld Oorlog II, spelen 4 en 6 zich af in het heden. In discussies valt het woord ‘terrorisme’ regelmatig. Tijdens het spelen maakt de speler deel uit van een groep terroristen die het vuur openen op burgers. CDA-kamerlid Joop Atsma vroeg om een verbod op het spel. Maar na overleg met het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM), kwam Atsma tot de conclusie dat een verbod wettelijk niet mogelijk was. Het kamerlid stelt op prijs dat de makers de spelers waarschuwen en spelers de mogelijkheid geven de meest geweldadige scène over te slaan.
Een Zweeds onderzoek is de aanleiding voor de nationale discussie over de gamereeks Call of Duty. Het onderzoek is uitgevoerd door de twee mensenrechtenorganisaties: Trial en Pro Juventute. Uit het onderzoek blijkt dat in de vierde editie Call of Duty humanitaire wetten worden gebroken. Call of Duty maakte deel uit van een hele lijst spellen die onderzocht werd, waaronder Army of Two, Battlefield Bad Company, Far Cry 2, Medal of Honour Airborne en Call of Duty 5. De games zijn getest op verschillende oorlogsmisdaden: het doden van burgers, het martelen van gevangenen en het vernietigen van huizen en gebouwen.
Het onderzoek ontlokte de vraag of makers en spelers gestraft moesten worden voor deze misdaden. Sommige politici zeggen van wel, anderen vinden dit onzin. Zij vinden dat er onderscheid is tussen fantasie en realiteit. De relatie tussen fantasie en werkelijkheid leidt op haar beurt tot nieuwe discussies. In deze discussie komen vragen aan de orde als: ‘In hoeverre staan fantasie en realiteit los van elkaar?’ en ‘Op welke manier beïnvloedt fantasie de werkelijkheid?’ De cultivatietheorie uit 1980 beschrijft de invloed van media op de realiteit. Deze theorie en andere mediatheorieën richten zich op de invloed van televisiegeweld op onze realiteit. Deze kunnen ook worden toegepast op videogames.
Mediatheorieën over gewelddadige fantasie en realiteit
Een kind van twaalf jaar heeft op televisie gemiddeld al 101.000 gewelddadige episoden gezien en 13.400 mensen zien sterven. Veel wetenschappelijke theorieën en onderzoeken beweren dat blootstelling aan geweld op televisie leidt tot veranderingen in realiteitsperceptie. De cultivatietheorie houdt in dat media, onbewust, effect hebben op onze waarneming van de realiteit. De wereld wordt op televisie vaak gewelddadiger voorgesteld, dan zij in werkelijkheid is.
Bij games zien we deze ontwikkeling ook. In agressieve spellen schieten deelnemers mensen dood. De kijker of speler trekt de twee verschillende werelden van fantasie en realiteit op één lijn. Door de ogen van de kijker wordt de realiteit geweldadiger ervaren, doordat media deze agressiever verbeelden. Onderzoeken laten zien dat criminaliteitscijfers veel hoger worden ingeschat door veel naar misdaadseries te kijken. Het intensief kijken naar dit soort series en programma’s leidt ook tot een vertekend beeld over wapenbezit en veiligheid.
De verbeelding dat de werkelijkheid vol geweld zit, kan leiden tot angsten. Het idee dat iedereen een wapen draagt kan zorgen voor een onveilig gevoel op straat. In films en series bezitten mensen wapens. Veel films en series zijn van Amerikaanse hand. Volgens de cultivatietheorie leidt deze projectie tot overschatting van wapenbezit. Een wapenvergunning wordt in Nederland minder makkelijk verstrekt dan in Amerika. Het is waarschijnlijk dat het verschil in wapenbezit in de realiteit en op televisie voor Nederland nog groter is. Zo zal volgens de theorie de overschatting van wapenbezit sterker zijn. Dit kan uiteindelijk leiden tot een grote angst voor wapens.
Sommige theorieën gaan een stapje verder: niet alleen de perceptie van de werkelijkheid zou beïnvloed worden, ook de werkelijkheid zelf. Meer blootstelling aan geweld op televisie of in games, zou leiden tot meer geweld in de werkelijkheid. Dit zou worden veroorzaakt door imitatie of door gebrek aan remmingen.
Effecten van media op het gedrag van de mens
De nature-nurturediscussie vraagt zich af of agressie is aangeboren of aangeleerd. Sommige wetenschappers zeggen dat elke mens van nature een drang naar geweld heeft. De drang naar geweld is volgens hen biologisch vastgelegd in het DNA. Sommigen kunnen deze drang onderdrukken, anderen kunnen dit minder goed. De imitatietheorie sluit hier op aan: geweld op televisie zou de remmingen van de drang naar geweld verminderen. Geweld wordt acceptabel gevonden, omdat op televisie veel geweld is te zien. Onze gedachtegang zou niet alleen beïnvloed worden, ook ons gedrag valt ten prooi.
Voor videogames is dit de belangrijkste discussie. Veel wetenschappers denken dat videogames als Call of Duty invloed hebben op ons gedrag. Na het spelen van een videogame zouden spelers agressiever gedrag vertonen. Volgens de imitatietheorie kan dit verklaard worden door de vermindering van remmingen op ons gedrag. Deze theorie beweert dat mensen geweld adapteren via een medium. Leren door observeren.
Aansluitend op de nurturediscussie, leidt dit tot de conclusie dat geweld is aangeleerd. Kijkers zouden aangeleerd krijgen wanneer geweld en het gebruik van wapens van toepassing is. Bovenstaande theorieën zeggen dat we een kritische houding moeten hebben ten opzichte van de inhoud van televisie en games. Deze media kunnen invloed hebben op onze realiteitsperceptie van en op ons gedrag. De hoeveelheid geweld op televisie is zwaar overdreven en het geweld in videogames gesimuleerd. De kans dat je betrokken raakt bij een gewelddadige gebeurtenis is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 5,2 procent.
De grote vraag blijft of het verantwoordelijk is om videogames te spelen. Zolang makers hun morele plichten en verantwoordelijkheden nemen, kunnen videogames gespeeld blijven worden. Leeftijdsgrenzen dienen in acht te worden genomen en eventueel is ouderlijk toezicht van toepassing. Op fora geven veel gamers aan dat zij het onderscheid tussen fantasie en realiteit wel kennen en dat het om een spel gaat. Ook bestaan er gamingtheorieën die beweren dan agressieve spellen zorgen voor verzadiging van gewelddadige prikkels. Zo zouden games leiden tot vermindering van geweld in de realiteit. De discussie zal waarschijnlijk nog lange tijd voortgaan.