8 februari, 2009 | Auteur: Geesje van Haren | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland
Al negen jaar in onzekerheid
Mina Qayumzada werd vorige week maandag drie jaar oud. Haar verjaardag viel samen met de dag dat haar vader, Abdul Wahid Qayumzada, zijn koffers moest pakken. De volgende ochtend 3 februari, zou hij afscheid nemen van zijn gezin om van het asielzoekerscentrum (AZC) in Markelo (Overijssel) te verhuizen naar het vertrekcentrum in Ter Apel (Groningen).
Het doel is dat hij vrijwillig vertrekt naar Afghanistan, het land dat hij negen jaar geleden ontvluchtte en waar hij niet naar terug wil keren. Maar in Nederland is hij niet welkom. Mina’s verjaardagsfeestje werd overschaduwd door een gespannen emotionele sfeer.
Omdat Abdul Wahid Qayumzada als onderdirecteur van het legermuseum in Afghanistan een hoge militaire functie heeft gehad bij de landmacht tijdens het communistische Khad regime, heeft hij het stempel 1-F van het vreemdelingenverdrag gekregen. Abdul Wahid bestrijdt deze verdenking oorlogsmisdadiger te zijn. Sinds zes jaar wonen hij en zijn gezin in een caravan op het terrein van het AZC in Markelo. Zijn kinderen zijn er opgegroeid en gaan naar school. Zoon Ayra heeft de dag na Mina’s verjaardag een Cito-toets en ook Susan, de middelste dochter heeft een tentamen. Om de schoolresultaten niet te laten lijden onder de thuissituatie heeft Abdul Wahid besloten Ayra niet volledig te vertellen dat hij morgen al moet gaan.
Zonder vergunning mogen asielzoekers in Nederland niet werken. Om de dagen toch nuttig te besteden deed Abdul Wahid sinds 2003 vrijwilligerswerk als klusjesman voor de Stichting Welzijn Ouderen (SWO). Eén van zijn ex-collega’s komt naar Mina’s verjaardag om afscheid te nemen. Als dank voor zijn bewezen diensten krijgt Abdul Wahid een envelop met geld. Dat zal hij de volgende dag gebruiken om op de valreep nog een goede koffer te kopen. Maar deze avond wil hij niet dat er een verdrietige stemming heerst, het feestje van zijn jongste dochter moet gezellig zijn. Zijn vrouw Diba kookt vanavond een feestmaal.
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft laten weten dat hij de volgende dag tussen elf en twee uur klaar moet staan om te worden overgeplaatst naar Ter Apel. Hieraan werkt Abdul Wahid ongedwongen mee. Hij wil zich in Nederland netjes gedragen, maar hij is niet van plan mee te werken aan een definitieve uitzetting naar Afghanistan. In Ter Apel zal de Dienst Terugkeer&Vertrek (DT&V) de komende drie maanden proberen hem op dit punt van gedachten te veranderen, zodat hij Nederland vrijwillig verlaat. Lukt dit niet, dan kan Abdul Wahid ook gedwongen worden uitgezet.
“In principe werkt de Afghaanse autoriteit niet mee aan gedwongen terugkeer, maar daartegen wordt de EU-staat ingezet”, vertelt Abdul Wahid’s advocaat Piet Hein Hillen. Het gebruik van zo’n EU-staat voor dit doeleinde zou de internationale omgangsvormen aantasten, maar dat wordt betwist. “Een EU-staat is gewoon document om mee te reizen”, legt woordvoerder Dorothée van Kempen van het ministerie van Justitie desgevraagd uit. De Raad van State heeft onlangs nog uitgesproken dat gedwongen uitzetting met gebruik van een EU-staat niet in strijd is met de internationale regels.
In die uitspraak van 27 januari 2009 staat: “De Afghaanse autoriteiten verstrekken laissez passer ten behoeve van vreemdelingen die de Afghaanse nationaliteit hebben en die bereid zijn vrijwillig naar Afghanistan terug te keren. Indien een vreemdeling de Afghaanse nationaliteit bezit, maar gedurende zijn presentatie bij de Afghaanse autoriteiten aangeeft niet te willen terugkeren, wordt aan hem geen laissez passer verstrekt. In een dergelijke situatie kan de vreemdeling door tussenkomst van de Minister van Buitenlandse zaken, na in kennisstelling van het Afghaanse Ministerie van Vluchtelingen en Terugkeer en de UNHCR in Kabul, met behulp van een EU-staat door de Dienst Terugkeer en Vertrek gedwongen naar Afghanistan worden verwijderd.”
“Omdat het traject van gedwongen verwijdering arbeidsintensief is, wordt dit traject met name gevolgd bij vreemdelingen die ongewenst zijn verklaard en/of bij wie de asielaanvraag is afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, aldus de staatssecretaris”, vervolgde de Raad van State in de uitspraak.
Advocaat Piet Hein Hillen voert deze maand twee processen voor zijn cliënt Abdul Wahid: “Op 12 februari dient er een zaak waar wordt beslist of dit wel het goede moment is dat hij naar Ter Apel is gebracht gezien zijn medische toestand en op 26 februari dient er een tweede asielaanvraag”.
De tweede asielaanvraag wordt behandeld volgens de verkorte asielprocedure, binnen een week na 20 februari moet de Immigratie en NaturalisatieDienst (IND) uitspraak doen als zij de aanvraag willen afwijzen. Abdul Wahid heeft zijn hoop gevestigd op een brief die hij op 2 februari ontving van het consulaat van Afghanistan in Den Haag. Daarin staat geschreven dat er geen mensenrechten schendingen door hem zijn begaan tijdens zijn periode als soldaat in Afghanistan. “De IND zal een andere waarde hechten aan die brief dan Abdul Wahid”, zegt Piet Hein Hillen. “Zij zullen beweren dat er geen objectieve bron is, omdat de brief op verzoek is opgetekend.”
In 2008 kreeg Abdul Wahid hartklachten. Er wordt nog onderzocht wat de oorzaak daarvan is, maar volgens zijn advocaat helpen stress en drukte hem niet. In het vertrekcentrum in Ter Apel leeft Abdul Wahid nu met acht mannen op één kamer. “De zaak loopt al vier jaar, er is lang gewacht. Had dan nog even gewacht tot er meer duidelijkheid is over zijn medische toestand”, zegt Piet Hein Hillen.
Ondertussen heeft zijn vrouw Diba op woensdagochtend 3 februari de koffer ingepakt. Zij kan haar emoties niet meer in bedwang houden. Om 13.11 komt een medewerker van het AZC melden dat het busje is gearriveerd. Diba roept tegen de medewerker dat dit onrechtvaardig is en dat haar man onschuldig is.
Diba, Mina en de oudste dochter Sadaf moeten afscheid nemen. Diba kan slecht bevatten dat haar man wordt opgehaald. Abdul probeert haar te troosten en fluistert haar toe dat het allemaal goed komt. Ook Mina is in de war. Iedereen is verdrietig, maar zij begrijpt niet waarom. Als Abdul in het busje stapt begint ze te huilen. De medewerkers van het AZC zijn onder de indruk van de situatie. Zichtbaar geëmotioneerd voeren zij hun werk uit. “Ik ben het niet eens met het beleid”, zegt één van de beveiligingsmedewerkers. “Met een dubbel gevoel doe ik mijn werk. Ik probeer zo neutraal mogelijk te blijven en probeer het verblijf voor deze mensen zo aangenaam mogelijk te maken.”
Zowel voor het gezin als voor de medewerkers is er bij het AZC nazorg beschikbaar in de vorm van ondersteuning door medewerkers van het Instituut voor Psychotrauma (IVP). Als Abdul Wahid vertrokken is, stort Diba ineen. Door vriendinnen en een COA-medewerker wordt zij opgevangen. De dochters Mina en Sadaf kijken verslagen toe hoe hun moeder tot kalmte wordt gemaand.
Het lot van zijn vrouw en kinderen is verweven met dat van Abdul Wahid. “De vrouw en de kinderen hebben wel een eigen aanvraag lopen met een andere advocaat, maar als de vader 1-F heeft is het voor de anderen haast ondoenlijk wel een verblijfsvergunning te krijgen”, zegt Piet Hein Hillen. Nederland voorkomt hiermee dat de vader met 1-F via gezinshereniging alsnog aanspraak zou kunnen maken op een Nederlands verblijfsdocument.