24 mei, 2010 | Auteur: Vivian Bos | Beeld: Erik Wallert | Trefwoord: europa
Europese burgers in de greep van gecreëerde angst
Europese regeringen zijn er om burgers te vertegenwoordigen en gerust te stellen. Maar de afgelopen jaren jagen ze hen continu de stuipen op het lijf. Terrorisme, vliegtuigrampen, griepepidemieën en natuurrampen voeden de angst onder de bevolking en leggen de vrijheid aan banden. De politiek en de media gebruiken dit soort incidenten om de aandacht van de burger te trekken. En de burger wordt steeds alerter. Maar in wiens belang?
‘Wakker schreeuwen’, was de titel van de column van Youp van 't Hek in het NRC Handelsblad na de commotie op de Dam in Amsterdam op 4 mei. Van ’t Hek vindt de reactie van de bevolking maar overdreven. “Natuurlijk was het moment onhandig, maar eigenlijk ook wel weer leerzaam. Inmiddels heeft de stumper zijn excuses aangeboden. Maar weet hij veel. Hij is niet ziek. Wij zijn het. Opgefokte doodsangst beheerst ons leven.”
Dat vindt ook massapsycholoog en hoogleraar van de Rijksuniversiteit Groningen Hans van der Sande. Hij vertelt in een interview op Radio 1 naar aanleiding van 4 mei dat burgers eigenlijk nog nooit zo veilig geleefd hebben als nu. “We worden twee keer zo oud als honderd jaar geleden en er gebeuren veel minder ongelukken dan vroeger, terwijl er veel meer mensen zijn. Toch zijn we nog nooit zo bang geweest.” Dit heeft er volgens hem mee te maken dat mensen nooit meer ongelukken zien en nooit meer iets vreselijks meemaken, waardoor ze sneller bang zijn voor het onbekende dan voor het bekende.
De media is hier volgens Van der Sande niet helemaal van vrij te pleiten. Voor de media is volgens hem alles wat sensationeel is of erop wijst dat er gevaar dreigt, een middel is om te scoren. “Scoren is een soort naaste religie geworden”, aldus Van der Sande. “Als het gevaarlijk is, weet je dat het veel kijkers trekt.”
Nederlanders en Denen zijn bangeriken
Hoewel de huidige Nederlandse bevolking zich het meest zorgen maakt over de economie, is 4 mei een voorbeeld dat angst de samenleving beheerst. In 2006 noemde Edwin Bakker van Instituut Clingendael in Internationale Spectator Nederlanders al ‘het bangste volkje van Europa’. Toen bleek dat 40 procent van de Nederlanders terrorisme als grootste probleem zag waar het land mee werd geconfronteerd. Dit was veel meer dan de Britten, Spanjaarden (die vanwege aanslagen veel meer reden hebben tot angst) en Duitsers. In deze landen was minder dan een derde van de bevolking het meest bang voor terreur. Dat komt omdat Nederland hier nog nooit echt mee is geconfronteerd. “De afgelopen twintig jaar zijn er ‘slechts’ twee doden gevallen door terroristische aanslagen: Pim Fortuyn en Theo van Gogh. En bij Fortuyn kan men eraan twijfelen of het om een terroristische aanslag ging”, aldus Bakker.
Behalve de Nederlanders doen ook de Denen de titel ‘bangste volkje van Europa’ eer aan. Deze maand laaide het 'cartoonincident' weer op toen de cartoonist Kurt Westergaard, die in 2006 in opspraak kwam vanwege zijn Mohammedcartoons, werd aangevallen tijdens een lezing. Daarna is geprobeerd zijn huis in brand te steken. Deze incidenten wakkeren in Denemarken de angst voor terreur behoorlijk aan. En nu spelen net die twee bangste volkjes van Europa, de Denen en de Nederlanders, tegen elkaar op het WK komende maand in Zuid-Afrika.
Het komt terroristen wel heel goed uit dat deze twee bangeriken tegen elkaar spelen, bleek vorige week. Toen verscheen in de media dat een Saoediër in Irak is opgepakt omdat hij dreigde met aanslagen op de Nederlandse en Deense WK-spelers, dan wel -supporters. Dit vanwege het beledigen van de profeet Mohammed. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken roept nu de supporters die naar Zuid-Afrika afreizen op om ‘waakzaam’ te zijn. Maar moet je dat niet altijd al zijn in een land als Zuid-Afrika? En is het niet juist het doel van terroristen deze angst onder supporters te zaaien?
Angst als politiek middel
Als belangrijkste reden voor angst geeft Bakker niet de terreurdreiging, maar het zaaien van onrust door bepaalde politici die de problemen rondom integratie, discriminatie en acceptatie zo benadrukken dat het lijkt alsof het gevaar van heel dichtbij kan komen. Betrekkelijk kleine incidenten brengen de samenleving volgens hem in de ban van terrorisme. “Het is juist dit enorme ‘succes van angst’ dat grote zorgen zou moeten baren.”
Soms komt die angst onder de bevolking de overheid wel goed uit. De Britse documentairemaker Adam Curtis maakte eind 2004 de driedelige documentaire ‘The power of nightmares’. Hierin komt naar voren dat angst zaaien niet alleen voor terreurorganisaties, maar ook voor politici (vooral in Amerika), een politiek wapen is. “Een bevolking die bedreigd wordt door een onberekenbare, wrede, psychopathische vijand, vraagt namelijk om veiligheid en zekerheid.” Dit schrijft Wouter Engels op de site Researcher. Die veiligheid is een mooi item voor politici om op in te spelen.
Volgens Bijzonder Hoogleraar Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht Maarten van Rossem wordt in de politiek en de media misbruik gemaakt van de geschiedenis door vergelijkbare gebeurtenissen uit het verleden te benoemen om een ramp te verduidelijken. Hierdoor worden we juist bang gemaakt. Een voorbeeld hiervan is de vergelijking van onze economische crisis met de depressie uit de jaren dertig. “Door die vergelijking krijgen we het gevoel dat onze crisis ook zomaar vijftien jaar kan duren en een kwart van de bevolking werkeloos raakt”, aldus Van Rossem vorig jaar op Radio 1. “De omstandigheden van toen waren fundamenteel anders dan nu. We hebben nu een verzorgingstaat, we zijn veel welvarender en overheden reageren veel adequater.” Hetzelfde geldt voor de vergelijking van de Mexicaanse Griep met de Spaanse Griep uit de Eerste Wereldoorlog. “In 1919 was de bevolking uitgeput en ondervoed.” Volgens Van Rossem is dat niet te vergelijken met de maatschappij van tegenwoordig.
De vraag is hoe met die angst om moet worden gegaan. Dit behoeft volgens eerder genoemde massapsycholoog Van der Sande een andere samenleving. “Als de overheid een fout heeft gemaakt waardoor iemand iets vervelends overkomt, krijgt de overheid meteen een advocaat achter zich aan. Dat willen de mensen ten koste van alles voorkomen en daardoor wordt alles geregeld. Dit heeft het effect dat mensen niet meer gewend zijn aan ongelukken en daardoor bang worden.” Een mogelijke oplossing voor de samenleving is dat vertrouwen in elkaar en in de politiek moet terugkeren. Als niet alles meer voor de burger wordt geregeld en hij meer voor uitdagingen komt te staan, zal de zelfverzekerdheid terugkeren. En zelfvertrouwen bant angst uit. Hier ligt dus de taak voor de overheid.
Balans tussen veiligheid en vrijheid
Zowel de Europese politiek en de media als de internationale gemeenschap worstelen met de kwestie van berichtgeving en de gevolgen hiervan voor vrijheid en veiligheid. Bibi van Ginkel schrijft deze maand in Internationale Spectator over de moeilijkheden voor de VN bij het vinden van de balans tussen vrijheid en veiligheid met name in de strijd tegen terrorisme. Volgens haar is proportionaliteit het sleutelwoord, waarin het vinden van een balans tussen het verdedigen van de belangen van veiligheid en die van vrijheid centraal staan. Volgens Van Ginkel kan een effectief veiligheidssysteem alleen bestaan als het ten volle respect toont voor vrijheidsrechten en het daarbij accepteert dat honderd procent veiligheid niet bestaat.
Die veiligheidsgarantie kan namelijk noch de overheid noch de media ons geven. Wel moeten ze stoppen de burger te overladen met epidemieën, terreurdreiging, weeralarmen en ‘wat als’-scenario’s. Hier heeft niemand baat bij, al helemaal de bevolking niet. In 1933 zei Franklin Roosevelt tijdens zijn inauguratie als Amerikaanse president: “Het enige waar we bang voor hoeven te zijn, is de angst zelf”. Westerse burgers zullen er de komende jaren verstandig aan doen deze les met zich mee te dragen.