13 oktober, 2011 | Auteur: Geesje van Haren | Beeld: Sonia Bicker | Trefwoord: nederland

Aslam Oria is ondergedoken in Nederland

‘Pas op, ik heb 1F!’ Met die tekst voerde zijn dochtertje van drie jaar oud actie tegen de verblijfsstatus van Mohamed Aslam Oria. Het ministerie van Justitie beschouwt hem als oorlogsmisdadiger, maar leverde daarvoor geen bewijs. Dit was in 2000. Nu, elf jaar later, is Oria ondergedoken in Nederland. Niet omdat hij vervolgd wordt, maar omdat de minister weigert zijn zaak voor de rechter te brengen.

Wat rest is een man, met vrouw en twee kinderen, die al elf jaar in een asielzoekerscentrum wacht op wat de minister voor Immigratie en Asiel over hem beslist. Hij kan niet verhuizen naar een ander land, omdat hij in Nederland als eerste asiel heeft aangevraagd. Dat krijgt hij niet omdat hij in Afghanistan heeft gewerkt voor Khad/Wad, de Afghaanse staatsveiligheidsdienst. Hij hoort tot een groep mannen die in 2000 in reactie op hun asielaanvraag het stempel 1F kregen; verdacht van een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid.

Is Aslam Oria een oorlogsmisdadiger? “Nee”, zegt Caroline Visser van het Interkerkelijk Platform Kerk en Vluchteling Wijchen. “Hij was magazijnmedewerker op het ministerie van Staatsveiligheid, directie Logistiek. Zijn werkzaamheden waren het registreren van leveranties en van goederen die het gebouw verlieten. Drie werknemers werkten onder hem.”

Caroline Visser leerde Aslam Oria twee maanden geleden kennen. Hij belde haar op omdat hij hulp zocht. Hij wilde noodopvang voor zijn gezin, omdat zij het Azielzoekerscentrum in Grave moesten verlaten. De Dienst Terugkeer en Vertrek heeft namelijk bepaald dat zij naar de vrijheidsbeperkende locatie (VBL) in Vught moesten. Daar zou een traject ingaan voor vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst. Het hoger beroep in zijn asielaanvraag, dat namens Aslam Oria bij de Raad van State is ingediend mag hij niet in Nederland afwachten.

De hulp waar Aslam om vroeg kan Caroline Visser niet bieden. “Als je weigert naar de VBL te gaan, pleeg je een strafbaar feit. Dan gooi je alle glazen van je aanvraag in, want een asielverzoek wordt niet toegekend aan mensen die strafbare feiten plegen. Ik kon Aslam dus niet helpen. Het gezin kreeg tenslotte onderdak van de overheid in de VBL.”

Wel ging Caroline Visser aan de slag met zijn dossier. Daarover kreeg het Interkerkelijk Platform een machtiging. “Voor het geval dat”, zegt Visser. Na overleg met Aslam Oria’s advocaat Hans Eizenga konden zij met De Dienst Terugkeer en Vertrek afspreken dat de familie Oria in ieder geval niet gedwongen naar Afghanistan zou worden uitgezet. “Maar ze moesten wel naar Vught.”

Ondertussen werden brieven gestuurd aan de gemeente Grave, de burgemeester en tenslotte aan de minister voor Immigratie en Asiel, Gerd Leers (CDA). De minister werd gevraagd gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid. “De familiegeschiedenis van dit gezin geeft daar alle aanleiding toe”, meent Caroline Visser.

Communistisch Afghanistan

Gedurende de communistische periode in Afghanistan was de Khad verantwoordelijk voor ernstige mensenrechtenschendingen. Deze staatsveiligheidsdienst werd in 1978 opgericht. De Khad, die werd bijgestaan door de Russische KGB, zorgde voor uitschakeling van politieke tegenstanders en eenieder die daarvan verdacht werd. In 1986 veranderde echter de taak van de dienst. Toen president Nadjibullah aantrad werd staatsveiligheid een ministerpost en veranderde de Khad in de Khad/Wad, waarbij een veelheid aan onderafdelingen werden toegevoegd.

Aslam Oria startte zijn werkzaamheden voor de Khad/Wad drie jaar later, vanaf 1989. “Op de directie logistiek had hij de rang van eerste luitenant, maar een militaire functie heeft hij nooit gehad. Juist omdat hij niet als militair wilde dienen koos hij voor deze functie”, verklaart Caroline Visser.

Op dit punt druist de uitleg die Nederland geeft aan asielaanvragen van gevluchte ex-Khad-medewerkers in tegen verklaringen van de UNHCR. De IND wees begin deze eeuw vrijwel alle ex-Khad-medewerkers af op basis van het Artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Iedereen die voor de Khad werkte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen, was het devies.

In mei 2008 publiceerde de Vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) een overzicht waarin de geschiedenis en structuur van de Khad/Wad uiteen wordt gezet. Hierin is te lezen dat de zaak genuanceerder ligt dan het Nederlandse 1F-beleid doet voorkomen.

“Er waren regionaal en op nationaal niveau diverse directies actief in veiligheidsoperaties waarbij mensenrechtenschendingen voorkwamen”, schrijft de UNHCR. “Maar de Khad/Wad had ook niet-operationele directies, waaronder Administratie en Financiën, Propaganda, Personeelszaken, Logistiek, Telecommunicatie en Decoderen, Pers en Onderwijsinstellingen(..). Het UNHCR heeft geen bewijzen voor mensenrechtenschendingen bij deze ondersteunende directies gevonden."

Gevlucht en het noodlot

Aslam Oria bleef tot 1994 werken op de afdeling logistiek van het ministerie van Staatsveiligheid. De moedjahedien hadden inmiddels de macht in Kabul overgenomen en regeerden volgens de strenge geloofsregels van de islam. De communisten waren nu de tegenstanders van het regime. Iedereen die in de voorgaande jaren voor de regering had gewerkt was vijandig. Velen werden opgepakt. Ook Aslam Oria belandde in de gevangenis, daar werd hij gemarteld.

Maar Oria wist te ontsnappen. Hij vluchtte naar Nederland. In mei 2000 werd hij voor de eerste keer gehoord voor een asielprocedure. Hij heeft echter op het verkeerde moment zijn hoop op het verkeerde land gevestigd. Zijn aanvraag werd na veel uitstel door de Nederlandse overheid afgewezen, op basis van artikel 1F.

Nederland is enorm streng op dat moment. “Samen met Luxemburg loopt Nederland voorop in Europees verband bij de toepassing van artikel 1F”, schrijft advocaat Pieter Bogaers in de voorbereiding op een reeks commissievergaderingen bij Justitie over het Nederlandse 1F-beleid op 3 september 2008.

Dat Nederland begin deze eeuw zo resoluut 1F toepaste komt volgens Pieter Bogaers door vergaande invloed van een artikel in Vrij Nederland. In 1997 publiceerde het weekblad ‘Het barst hier van de Afghaanse oorlogsmisdadigers’, een artikel door Jos Slats, dat werd begeleid door een lijst van namen van Afghanen die hoge functies bij de Khad hadden bekleed.

“Toenmalig staatssecretaris van Justitie Schmitz reageerde geschrokken en zegde toe dat de IND voortaan strenger zou optreden tegen mogelijke oorlogsmisdadigers”, schrijft journalist Robert van de Griend terugblikkend in Vrij Nederland in 2008.

Voor Aslam Oria betekende het dat al zijn kansen om in Europa een nieuw veilig bestaan op te bouwen zijn verspeeld.

Zijn vrouw, Rahela Babakarhel, was nog in Kabul. Daar was zij met hun vier kinderen achtergebleven. Toen het in Kabul ook voor hen te gevaarlijk werd vluchtten ze naar Iran. Zij vonden samen met Rahela Babakarhels ouders huisvesting in Bam. Het noodlot sloeg daar toe.

Op tweede kerstdag 2003 werd Bam door een zware aardbeving getroffen. Van de oude stad bleef niets over. Meer dan 40.000 mensen kwamen om het leven. Rahela Babakarhel was op dat moment in Kabul bij de begrafenis van Aslam Oria’s vader, die was door de moedjahedien omgebracht. Zij overleefde de ramp. Maar haar ouders en de vier kinderen vonden allen de dood door het natuurgeweld.

Zwaar getraumatiseerd komt Rahela Babakarhel begin 2004 naar Nederland, naar het asielzoekerscentrum waar haar man woont. “Daar moest zij hem het vreselijke nieuws over het lot van hun kinderen brengen. Bij beiden is een ernstige posttraumatische stresstoornis vastgesteld door deze vreselijke gebeurtenissen”, vertelt Caroline Visser.

De asielprocedure

Asielprocedures duren lang in Nederland. Die van Aslam Oria loopt nu elf jaar. Hij bevindt zich nog altijd in onzekerheid over zijn verblijfsstatus. In het beroep tegen zijn 1F-status stelt de rechtbank in Dordrecht hem op 1 november 2004 in het gelijk. Het besluit van de IND wordt vernietigd en er moet een nieuwe beslissing komen. In januari 2005 wordt hij aanvullend gehoord.

Maar er wordt niet doorgepakt. De IND wacht twee en een half jaar voordat zij weer van zich laten horen. Caroline Visser: “Een brief kwam met excuses voor de lange termijn van afhandeling, maar met de melding dat het dossier nog een keer beoordeeld zal worden in het kader van 1F.” Toch wordt Aslam Oria dat jaar wederom door de rechtbank in het gelijk gesteld. Zijn beroep tegen 1F is gegrond, oordeelt de rechter in augustus 2007. De beslissing leidt weer niet direct tot een verblijfsvergunning. Pas vier jaar later zal de zaak opnieuw worden behandeld.

Onderduiken

Verenigd in het AZC in Grave bouwen Aslam en Rahela voorzichtig een nieuw bestaan op. Zij krijgen twee dochters, die inmiddels naar de basisschool gaan. Directeur Jeroen Ulijn van Daltonschool De Raamdonk in Grave heeft de meisjes Lema, geboren in 2005 en Marwa geboren in 2007, op woensdagavond 7 september 2011 voor het laatst gezien. Hij was bij het gezin op de avond voordat zij naar de vrijheidsbeperkende locatie in Vught moesten. “Ik heb hen nog een laatste hart onder de riem gestoken. Op school hebben we die middag een bescheiden afscheidfeestje in de klassen van de meisjes gehouden”, vertelt Jeroen Ulijn. “Vooral Lema, het oudste meisje, had goed in de gaten wat er speelde. De kleine Marwa wist het wel, maar ging er op haar manier mee om.”

Caroline Visser lost de schooldirecteur later op de avond af. Zij treft veel boosheid en verdriet. “Rahela Babakarhel was woedend. Vooral op haar man. Zij verwijt hem al die jaren niets gedaan te hebben. Ze verkeerde in grote angst en paniek. Aslam Oria was vooral heel verdrietig”, vertelt zij.

In mei 2009 heeft het gezin het bericht gekregen dat de rechtbank de beroepen waarin Oria in het gelijk was gesteld aanhield. De minister houdt voet bij stuk. “De minister is heel consistent in 1F-zaken. Er bestaat grote beleidsruimte in het vluchtelingenbeleid, waardoor het ministerie veel vrijheid heeft om zaken opnieuw te beoordelen. In 1F-zaken bestaat een sterke wil bij de minister om deze af te wijzen”, verklaart Aslam Oria’s advocaat Hans Eizenga.

Namens zijn cliënt heeft Hans Eizenga in juni 2011 een hoger beroep ingediend bij de Raad van State. “Het duurt zo’n 23 weken voordat die uitspraak doen. Dus dat is in december te verwachten”, aldus Eizenga.

Ondertussen is er beslist dat Aslam Oria het proces niet langer in vrijheid mag afwachten. Op donderdag 8 september 2011 moest hij zich, met zijn vrouw en kinderen, melden bij de VBL in Vught.

Donderdag 8 september begint als een typisch Hollandse zomerdag. ‘s Ochtends schijnt de zon, maar algauw trekken dikke buien over Nederland. Bij het Interkerkelijk Platform Kerk en Vluchteling Wijchen ligt de hele huisraad van het gezin Oria opgeslagen. Want naar Vught mag je per persoon maximaal 20 kilo meenemen. “En een mens bouwt in elf jaar toch een flinke inboedel op”, zegt Caroline Visser. Zij wordt die ochtend door Aslam Oria gebeld. Hij is zijn telefoon kwijt, zegt hij. En vraagt haar of ze met hem contact wil houden per e-mail. “Daarna is het gezin verdwenen”, aldus Caroline Visser. “En hele stomme zet. Want, zoals gezegd, als je je niet in het postcodegebied van Vught bevindt op het moment dat je je daar moet melden, pleeg je een strafbaar feit.”

“Lema en Marwa zijn de dupe van de situatie”, reageert schooldirecteur Jeroen Ulijn. “Zij hebben part noch deel aan de situatie van hun ouders. Ze zijn hier geboren, ze hadden een goed leven. Dat is voorbij. Waar ze ook zijn nu, ze bevinden zich in een uitzichtloze situatie met veel onzekerheid. Dat doet meer kwaad dan goed.” Hij denkt vaak aan het gezin. Vooral toen het landelijk nieuws deze maand berichtte over 26 burgemeesters die in de bres springen voor een andere Afghaan die ook op basis van 1F werd afgewezen voor asiel. “We hadden misschien met dit gezin wel net het goede zetje kunnen geven”, denkt Ulijn. Op eigen initiatief heeft Burgemeester Haasjes-van den Berg van Grave minister Leers een brief gestuurd, maar daar is nog niet op gereageerd.

Het contact met de Dienst Terugkeer en Vertrek houdt Caroline Visser zolang mogelijk warm, voor het geval dat het gezin besluit zich toch te melden. “DT&V weet van de angst die speelt bij de ouders en ik denk dat als ze zich binnen een week hadden gemeld, hen het zogenaamde niet meewerken wel vergeven zou worden, maar de weken schrijden voort”, zegt Visser. “Ze zijn zo intens bang om naar Vught te gaan.”

Via de e-mail stuurt zij Aslam Oria zoveel mogelijk berichten over ontwikkelingen in het 1F-beleid. Want heel langzaamaan laait in de landelijke politiek de discussie over de problematiek van deze mensen op.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.