12 december, 2011 | Beeld: Vintage collection/Alex Wolf | Trefwoord: belgie
De belangrijkste machtsfactor in België
Na ruim anderhalf jaar onderhandelen is de kogel nu dan eindelijk door de kerk. België heeft een regeringsakkoord en een regering. Tussen alle geluiden door horen we in Nederland niets meer over de eigenlijke winnaar van de verkiezingen: de Nieuw-Vlaamse Alliantie (NV-A). Deze Vlaams-nationalistische partij is veroordeeld tot oppositie voeren. Zij lijkt hier zelf niet mee te zitten en de de opmars van de partij blijft onverminderd doorgaan.
NV-A-voorzitter Bart De Wever had geen goed woord over voor het gesloten akkoord en noemde het "een rotte kers op een rotte taart". Het grootste deel van de rekening van de financiële crisis zou op het bordje van de Vlamingen terecht komen. De Wever hekelde ook het feit dat overal in Europa rechtse regeringen aantreden, terwijl België haar economie moet gaan saneren met een socialistische premier. Dit is uiteraard de rol van de oppositieleider, maar het is ook typerend voor de NV-A: een partij die zich profileert als sterk Vlaams en centrumrechts.
Kartel
De NV-A verdedigt naar eigen zeggen "de politieke, sociale en culturele belangen van de zes miljoen Vlamingen". De partij is in 2001 voortgekomen uit de Volksunie, een kleine radicale partij die ijverde voor een onafhankelijk Vlaanderen. Hoewel in de partijbeginselen nog steeds staat dat de NV-A streeft naar Vlaamse onafhankelijkheid, mag dat nu ook stapsgewijs en op lange termijn. Door steeds meer bevoegdheden naar de regionale overheid over te hevelen zal België vanzelf "verdampen", zoals dat heet in NV-A-terminologie. De beginjaren waren moeizaam: bij de verkiezingen van 2003 werd ternauwernood de kiesdrempel van 5 procent gehaald. Medeoprichter Geert Bourgeois werd daarmee de enige vertegenwoordiger in het federale parlement.
Een jaar later werd een kartel gesloten met de Christendemocraten van CD&V. Dit bleek een gouden greep: door de verbinding met een gevestigde partij veranderde het imago van de NV-A als radicale randgroep in dat van een volwassen partij met bestuurlijke ambitie. De verkiezingen voor het Vlaams Parlement in 2004 betekenden de grote doorbraak: de lijstverbinding CD&V/NV-A haalde meer dan een miljoen stemmen, ofwel 26 procent van het totaal. Ook bij de federale verkiezingen van 2007 zette de combinatie haar electorale zegetocht voort. De regeringsonderhandelingen die volgden op die verkiezingen verliepen al even moeizaam als de meest recente: pas na negen maanden ploeteren slaagde CD&V-leider Yves Leterme erin een regering te vormen.
Er werd door Leterme echter geen overeenstemming bereikt over de voorgenomen "grote staatshervorming", waar de Vlamingen al jaren voor ijveren. Dit houdt een oplossing voor het betwiste kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde in, plus een aantal andere hervormingen die ervoor zorgen dat de taalgemeenschappen meer zeggenschap krijgen ten koste van het federale bestuursniveau. Het communautaire vraagstuk werd dus op de lange baan geschoven en dat was voor de NV-A aanleiding om de samenwerking met de Christendemocraten te beëindigen. Door de electorale successen was de partij sterk genoeg om op eigen benen te staan. Bij de laatste verkiezingen, die alweer van 13 juni 2010 dateren, werd de NV-A dé sensatie. CD&V werd samen met de liberalen gedecimeerd en De Wever bezorgde zijn partij maar liefst 28 procent van de Vlaamse stemmen, waarmee de NV-A zelfs de grootste in heel België werd. Nu bestaat de uitzonderlijke situatie dat de grootste politieke partij van het land in de oppositie is beland.
Vlaamse leeuw
De snelle opkomst en enorme populariteit van de NV-A is een kwestie die Belgische politicologen nu al een tijd bezighoudt. Volgens Peter Van Aelst, universitair hoofddocent politieke wetenschappen aan de universiteiten van Antwerpen en Leiden, is een belangrijke verklaring voor het succes het feit dat het communautaire dossier – raison d’ être van de NV-A – de laatste jaren nummer één op de Belgische politieke agenda is geweest. Voorstellen voor een staatshervorming zijn jarenlang op een Waals ‘Non’ gestuit en die blokkade heeft de Vlamingen gefrustreerd. De Wever neemt hard stelling tegen de Franstaligen en dat heeft bijgedragen aan de populariteit van zijn partij. Het economisch rechtse discours van de NV-A accentueert de verschillen binnen België nog meer, omdat Wallonië overwegend links stemt.
Bart De Wever zelf wordt ook vaak genoemd als een grote succesfactor. Meer dan een kwart van de NV-A-kiezers noemt hem als een reden om bij de laatste verkiezingen op die partij te hebben gestemd, zo blijkt uit cijfers van IPSO, het Instituut voor Politiek en Sociaal Opinieonderzoek. De Wever, een corpulente historicus van nog maar 40 jaar oud, staat bekend om zijn grote redenaarstalent en charisma. Hij verwierf onder meer grote faam door zijn deelname aan de televisiequiz De slimste mens ter wereld, waarin hij de finale haalde en opviel door zijn humor en intellect. Zijn vlammende speeches geeft hij vaak extra cachet met Latijnse spreuken.
Door zijn populariteit wordt De Wever vaak weggezet als rechts populist in het rijtje van Geert Wilders en Jean-Marie Le Pen. Er zijn echter grote verschillen te onderscheiden: De Wever zet zich niet af tegen de politieke elite an sich en maatregelen tegen immigratie en de islam zijn geen speerpunten van de NV-A. Bovendien heeft de partij door haar deelname aan de Vlaamse regering ook, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Vlaams Belang, aangetoond bestuurlijke verantwoordelijkheid te willen nemen.
Het grote verschil tussen de NV-A en andere Vlaams-nationalistische bewegingen is dat zij niet zo zeer inspeelt op de culturele identiteit van de Vlamingen, maar het nationalisme zakelijk probeert te houden. Van Aelst: “De NV-A wil niet meer Vlaamse autonomie om met de vlag met de Vlaamse leeuw te kunnen zwaaien, maar om een eigen Vlaams beleid te kunnen voeren.” De Wever hamert vooral op de financiële kant van de zaak: de ‘hardwerkende’ Vlamingen betalen voor de ‘luie’ Walen, daarom is meer eigen zeggenschap voor de Vlamingen noodzakelijk. In 2005 voerde de partij actie door met 12 vrachtwagens, geladen met 11 miljard nepeuro’s, naar Wallonië te rijden om de jaarlijkse transfers van noord naar zuid te symboliseren.
Onderhandelingen
Terwijl Bart De Wever voor een politieke aardverschuiving zorgde in Vlaanderen werd aan de andere kant van de taalgrens juist de socialistische PS van de nieuwe premier Elio di Rupo veruit de grootste. Ondanks dat dit wellicht een merkwaardige combinatie lijkt, gingen de twee tegenpolen in eerste instantie samen aan de slag om een regering te vormen. Dit verliep in het begin voorspoedig, maar naar verloop van tijd moesten er steeds meer noodgrepen plaatsvinden om de dialoog levend te houden. Zo werden er door de koning Albert II achtereenvolgens een informateur, een preformateur, twee bemiddelaars, een verduidelijker, nog een informateur en nog een bemiddelaar aangesteld. Op 7 juli 2011 verwierp De Wever tijdens een persconferentie de voorstellen van formateur Di Rupo, terwijl de acht andere partijen wel met Di Rupo door wilden. Vanaf dat moment stond de NV-A buitenspel en Di Rupo bereikte uiteindelijk een akkoord over de staatshervorming en over de nieuwe regering.
Opvallend aan de anderhalf jaar durende soap is dat een groot akkoord, met zowel de NV-A als de PS aan boord, een paar keer niet eens zo ver weg is geweest. Op 17 oktober 2010 deed De Wever een onverwachte geste: hij legde de andere partijen een nota van 48 pagina’s voor, met daarin voor NV-A begrippen redelijk verregaande voorstellen voor de staatshervorming. Het voorstel werd echter binnen een uur afgeschoten door de PS. Aan de andere kant is het akkoord dat nu op tafel ligt volgens veel analisten een akkoord waar de NV-A in 2007 meer dan tevreden mee zou zijn geweest. Dit heeft De Wever en zijn partijleden het verwijt opgeleverd dat ze eigenlijk helemaal geen akkoord wilden. De sfeer in België is echter verhard in de tussentijd en bij het volk is de bereidheid tot compromissen afgenomen. “De Wever heeft nu gekozen voor stemmen in plaats van beleid”, aldus politicoloog Van Aelst. De harde opstelling legt de NV-A inderdaad geen windeieren. Een peiling van 2 december 2011 laat zien dat de NV-A de enige Vlaamse partij is die groeit en nu zelfs zo’n 40 procent van de Vlamingen achter zich heeft.
De grote vraag is nu of Di Rupo in staat zal zijn van zijn nieuwe regering een succes te maken met zo’n sterke tegenstander in de oppositiebank. Een aantal factoren spelen volgens Van Aelst in elk geval in het nadeel van Di Rupo I. De nieuwe regering heeft aan Vlaamse zijde geen meerderheid en wordt dus door de meeste Vlamingen niet gesteund, waar de NV-A makkelijk op kan inspelen. Daarbij komt dat de liberale Open Vld, één van de regeringspartijen, er dramatisch voorstaat in de peilingen. Zij zullen zich daarom als enige rechtse partij in de coalitie sterker moeten profileren en dat kan spanningen opleveren. Maar juist die peilingen zorgen er ook voor dat de coalitiepartners er alles aan zullen doen om te slagen. Van Aelst: “Als het kabinet valt zit de NV-A in pole position bij nieuwe verkiezingen, een rampscenario voor alle andere partijen.”