20 november, 2012 | Auteur: Fleur Launspach, Lotje Kaak | Beeld: Lotje Kaak | Trefwoord: kenia

Volle tank, lege maag: Biobrandstof versus voedsel

Zijn biobrandstoffen hét antwoord op het tekort aan fossiele brandstof en klimaatverandering? Of werken ze wereldwijde ongelijkheid en voedselonzekerheid in de hand? Terwijl de discussie voortduurt blijft de vraag naar Afrikaanse grond – waarop dit duurzame alternatief grootschalig moet worden verbouwd – stijgen en verliezen lokale boeren hun recht op land, water en voedsel. In de EU moet immers in 2020 voor 10 procent op biobrandstof worden gereden.

Biobrandstoffen leken een sluitend alternatief voor de olie-industrie, simpelweg omdat ze hernieuwbaar zijn en olie niet. Het blijkt echter een ontwikkeling met twee gezichten. Aan de 10 procent bijmengnorm die de Europese Unie stelt kan op het eigen grondgebied nooit worden voldaan. Daarom zoeken bedrijven en overheden de wereld af naar plaatsen waar voldoende (goedkoop) land aanwezig is. Afrika lijkt hiervoor een uitstekende bron; er is voldoende vruchtbare grond die niet tot nauwelijks wordt bewoond.

Bovendien worden Westerse investeringen veelal met open armen ontvangen door Afrikaanse overheden. Maar leidt deze toenemende vraag wel tot een eerlijke vorm van wederzijdse afhankelijkheid tussen de EU en Afrika? Of vergroot de biobrandstofindustrie het voedseltekort in Afrika en creëert het een oneerlijke marktwerking tussen de twee continenten?

‘De Deal’

Biobrandstoffen worden grotendeels gemaakt uit landbouwgewassen; jatropha, suikerriet, soja en maïs worden verwerkt tot bio-ethanol of bio-diesel. Het winnen van biobrandstoffen gaat gepaard met een langdurig productieproces en vereist meer land en water dan oorspronkelijk werd verwacht. Desalniettemin wordt er grootschalig in geïnvesteerd, wat leidt tot een toename aan landdeals in Afrika.

Zo ook in Kenia waar 84.000 hectare in de Tana Delta recent is verkocht aan het Canadese Bedford Biofuels en het Keniaanse Mumias Sugar Company Ltd voor de productie van jatropha en suikerriet om biobrandstoffen uit te winnen. Dat is meer dan twee derde van de vruchtbare grond in het gehele gebied. Logischerwijs leidt dat tot problemen bij de lokale bevolking. Volgens Diwayu, medewerker van de NGO Nature Kenya, zullen er 25.000 mensen hun land moeten verlaten om deze productieplannen te realiseren.

De Tana Delta is relatief dunbevolkt, economisch onderontwikkeld en wordt bewoond door een veelheid aan stammen die met elkaar conflicteren. De Keniaanse overheid lijkt dit gebied liever kwijt te zijn dan rijk waardoor ze investeringen van buitenaf verwelkomt; ze brengen immers werkgelegenheid en een verbeterde infrastructuur. De lokale en landelijke overheid stelt weinig eisen aan deze landdeals. Dit gaat echter ten koste van de rechten van de oorspronkelijke bewoners en hun voedselzekerheid. Zo betaalde het Canadese Bedford 1 US Dollar per hectare land met een contractduur van 45 jaar, waarbij het bedrijf geen enkele verantwoordelijkheid hoeft te dragen voor de officieuze bewoners van het aangekochte stuk land. En ‘officieus’ zijn veel mensen in dit gebied, aangezien tachtig procent van het land eigendom is van de overheid.

Dorpsniveau

Dit geldt onder andere in het dorpje Wema, bewoond door de Pokomo stam. De officiële landrechten van de boeren in dit dorp zijn nooit bij de overheid aangevraagd. Ondertussen wordt er al sinds de voorvaderen van de stam honderden jaren kleinschalig en zelfvoorzienend geboerd op dit land.

Martin, een van de oudere mannen van het dorp, staat op zijn land. Hij vertelt dat hij steeds minder water kan krijgen voor zijn akker, omdat verderop een suikerrietplantage is aangelegd die uit dezelfde waterbron put. “Geen water, geen voedsel”, zegt hij. Biobrandstof klinkt de dorpsbewoners raar in de oren. “Wat moet ik met die brandstof als ik geen motor heb om het in te doen?”, wordt meerdere malen gevraagd. De eerste behoefte van deze dorpen in de Delta is dat ze hun eigen voedsel kunnen verbouwen. “Biobrandstoffen zijn niet om te eten en bovendien wordt het buiten ons om geëxporteerd naar andere landen”, zegt Martin.

De nabijgelegen dorpen staan eveneens onder druk van internationale landdeals; de termen jatropha en sugercane zijn bij iedereen bekend. Roba uit Bilisa vertelt over het belang van de akkers voor de mensen hier. Het is de primaire bron van voedsel en lang niet voldoende om alle mensen uit het dorp te voeden. “Dit land is ons bestaansrecht. Ze willen dat we verhuizen naar droge gebieden, maar van droge grond kunnen we niet leven”, aldus Roba. Naarmate er minder grond beschikbaar is om voedsel te verbouwen wordt het eten in dit gebied schaarser en dus ook duurder. Dat betekent dat de armste mensen het eerst getroffen worden.

Naast de problemen op het land, vrezen ook vissers voor minder vangst en een onzekere toekomst van hun dorp. Een groot deel van hun viswater zal dienst moeten doen als irrigatie voor de biobrandstofplantages, waardoor de hoeveelheid vis die er in zwemt snel zal afnemen. Dat houdt in dat er minder vis kan worden verkocht en gegeten. Nature Kenya ziet de komst van de plantages niet alleen als gevaar voor voedselzekerheid, maar ook als aanslag op de uitzonderlijke natuur in het gebied. De delta is een thuisbasis voor unieke vogels en boomsoorten, nijlpaarden en krokodillen. “Dit alles zal veranderen als deze projecten doorgaan”, vertelt Diwayu, die zich als activist inzet voor het behoud van de biodiversiteit in de delta.

Brandstof versus voedsel

Ook in de buurlanden van Kenia; Ethiopië en Tanzania, worden veel landdeals voor biobrandstoffen gesloten. Daardoor krijgen inwoners te kampen met land-, water- en voedselproblematiek. Sander van Bennekom, van Oxfam Novib, is gespecialiseerd in biobrandstoffen. Hij verklaart: “zo’n zestig procent van de landaankopen in Sub-Saharisch Afrika zijn bestemd voor het produceren van biobrandstoffen. Dit zijn grootschalige producties om aan de grote vraag van de EU te voldoen. De volumes worden gehaald en de problemen op kleine schaal, tja die worden momenteel voor lief genomen.”

Wel ontstaat er op politiek niveau steeds meer discussie over de concurrentie tussen brandstof en voedsel en heeft Brussel recentelijk een grens gesteld aan de hoeveelheid biobrandstof die uit voedsel gehaald mag worden. Of dit echter zoden aan de dijk zet in de concurrentiestrijd tussen biobrandstof- en voedselproductie op Afrikaanse bodem zal nog moeten blijken. Voorlopig kampt de Tana Delta met een aanhoudend tekort aan land, water en voedsel en zullen deze beleidsveranderingen uit Brussel in de dagelijkse praktijk niet snel doorklinken.

Om de productie van biobrandstoffen uit voedselgewassen te verminderen wordt er geëxperimenteerd met energiewinning uit andere onuitputbare ‘biobronnen’ zoals algen, stro en afval. Als deze op grote schaal kunnen worden geproduceerd zouden ze de druk op voedselconcurrentie kunnen verlichten.

Een grotere uitdaging blijft om Afrika zelf een graantje te laten meepikken in de opkomende vraag naar biobrandstoffen. Bijvoorbeeld door de boer over zijn eigen land te laten beschikken en hem een eerlijke prijs te betalen voor het afnemen van zijn gewas. Zo wordt het productieproces in eigen hand gehouden en kan de opkomende vraag naar biobrandstof misschien zelfs bijdragen aan een betere Afrikaanse economie.

Jammer genoeg is de afgelopen jaren gebleken dat een waardig EU alternatief voor de olie-industrie alleen gepaard gaat met grootschaligheid en beslissingen op internationaal beleidsniveau, wat in zijn grootschaligheid schade op lokaal niveau berokkend. Is hieruit te concluderen dat voedselzekerheid in Afrika ondergeschikt is aan een klimaatprobleem dat de hele wereld aangaat? Kan grootschaligheid uiteindelijk gepaard gaan met duurzame en eerlijke handel? Voorlopig geldt het recht van de sterkste; een duurzame tank in de EU betekent in Afrika een lege maag.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.