1 juli, 2013 | Beeld: Mauro Kury | Trefwoord: brazilie
Brazilië floreert alleen in voetbal
Brazilië kan voetballen. Dit weekend wonnen ze op indrukwekkende wijze de Confederations Cup. Mocht het land volgend jaar voor eigen publiek wereldkampioen worden, dan wacht een waar volksfeest. In 2016 gaat echter een heel ander sportevenement van start: de Olympische Spelen. Kunnen Brazilianen dan medailles halen?
De medaillespiegel van de Olympische Spelen 2012 in Londen laat zien dat Brazilië op een 22ste plek staat met 17 medailles: drie keer goud, vijf maal zilver en negen bronzen medailles. Een magere oogst voor een land dat bijna 200 miljoen inwoners telt. Ter vergelijking: Nederland behaalde met ruim 16 miljoen inwoners zes gouden plakken, zes keer zilver en acht maal brons.
Ook in 2008 behaalde Brazilië in Peking een schamel aantal medailles: 15 in totaal. De sporten waarmee er op de laatste twee edities van de Olympische Spelen medailles zijn gewonnen, zijn onder meer volleybal, judo, zwemmen, voetbal, beachvolleybal en zeilen.
Er moet wel wat gebeuren wil Brazilië een top-5 plek halen op de Olympische medaillespiegel in Rio 2016. Andere edities laten zien dat een land veel beter presteert als de Spelen in haar thuissteden worden gehouden. In 2000 werd Australië in Sydney vierde ten opzichte van tiende in 2012, Griekenland behaalde vier jaar later in Athene een 15de plek en werd in 2012 75ste, China won bij de Spelen in Peking de meeste gouden medailles van iedereen en vier jaar later waren de VS weer succesvoller. In 2012 in Londen wist Groot-Brittannië tot slot achttien medailles meer te veroveren dan vier jaar eerder. Een flinke opgave dus voor Brazilië om deze prestaties te evenaren.
Vila Olímpica Da Gamboa
Om geen modderfiguur te slaan in 2016 heeft Brazilië flink geïnvesteerd. Niet alleen in de accommodaties, maar ook in de faciliteiten. Er is voor de jeugd een Olympisch dorp gecreëerd. In de wijk Gamboa bijvoorbeeld. Bedoeling is om kinderen kennis te laten maken met nieuwe sporten, andere dan voetbal. Het oogt niet goed onderhouden. Vroeger was hier een treinstation gevestigd, maar dat is gesloopt nadat deze overbodig was geraakt. Het enige wat nog doet denken aan haar vroegere functie is een oud stationsgebouw met een locomotief erin.
Het is half twaalf in de ochtend, het terrein ligt er verlaten bij, zelfs een beetje naargeestig. Een verlegen jongen loopt naar het voetbalveldje. Zijn naam is Telo, 12 jaar en hij krijgt les in Vila Olímpica da Gamboa. Waarom is het zo verlaten hier? “Tussen elf uur en een uur is het rusttijd. Na één uur gaan we weer verder.” Net zoals alle jongetjes van zijn leeftijd wil hij profvoetballer worden. Voetbal is zijn alles. Doet hij ook aan andere sporten? Het blijft lang stil, maar dan: “Handbal. Dat moeten wij spelen met school. Het moet, maar echt leuk vind ik het niet. Ik voetbal liever”, zegt hij sip. ,,Van school mogen wij niet alleen maar voetballen.”
Toch kent hij toch ook andere sporters dan alleen maar voetballers. “Michael Jordan”, zegt hij verlegen en hij kijkt naar het basketbalnet. Houdt hij ook van basketbal? “Nee.” Op de vraag wie zijn held is antwoordt hij verrassend genoeg geen voetballer: “God is mijn idool.” Het draait in Brazilië alleen maar om god en voetbal.
“Er is geen aandacht voor andere sporten.”
Paulo Uchôa is gymleraar en coördinator van het Vila Olímpica. Elke dag zijn ze open, behalve op zondag, legt Uchôa uit. Er wordt hier les gegeven in voetbal, basketbal, skaten, zwemmen en judo. “Deze dorpen zijn er gemaakt met het oog op de Olympische Spelen in 2016. Brazilianen moesten beter worden in Olympische sporten. Maar vervolgens worden deze dorpen niet onderhouden.” Ondertussen is collega Paulo Barroso bij Uchôa aangesloten. Hij is de andere gymleraar. Barroso wil de kinderen winnen voor verschillende sporten. “Het is zo jammer”, zegt hij. “Er is in een heel dorp geïnvesteerd en vervolgens laten ze het gewoon wegrotten. Paulo en ik willen er iets van maken, maar we hebben geen middelen. Kijk eens naar die voetbalveldjes, die basketbalnetjes. Het zwembad is te klein; met deze middelen kun je de jeugd onmogelijk enthousiast voor sport maken. Behalve voetbal dan, dat gaat er nooit meer uit”, concludeert Barroso.
Er gaat het nodige mis op sportgebied. Barroso ziet met lede ogen aan hoe politici de centra nu sluiten. “Er komen te weinig mensen op af, zeggen ze dan, maar de centra worden ook niet onderhouden. Vind je het gek dat mensen dan niet komen? Bovendien is het hier in het centrum van de stad geen goede lokatie om sportcentra neer te zetten. Mensen moeten ver reizen om in het centrum te komen. En buitensporten zoals wielrennen kun je niet in de binnenstad van Rio uitoefenen. Om echt te scoren met andere sporten moet je flink investeren en geen zwabberbeleid uitvoeren.”
De twee zijn het eens. De politiek zou een helder sportbeleid moeten uitvoeren. Barroso: “Sporten als voetbal en volleybal hebben prioriteit, dat wordt goed geregeld. Kijk maar naar de Olympische sporten waarin we goed zijn. Judo, zwemmen, voetbal, volleybal en beachvolleybal hebben over het algemeen goede faciliteiten. De rest zijn ondergeschoven kindjes”. Zijn dat de enige sporten waarin Braziliaanse sporters schitteren? Na lang nadenken komt Uchôa met het antwoord. “Sommige Brazilianen zijn ook heel goed in het onderdeel schieten. Vooral in de favela’s zijn ze daar heel behendig in.” De twee sportleraren lachen hard. Blijkbaar is humor het medicijn om niet moedeloos te worden van deze toestanden.