11 mei, 2020 | Trefwoord: verenigd-koninkrijk
Hoe zal de wereld zijn na het coronavirus? Vier mogelijke toekomsten
Waar zullen we zijn over zes maanden, een jaar, tien jaar vanaf nu? ’s Nachts lig ik wakker, me afvragend wat de toekomst in petto heeft voor mijn geliefden. Voor mijn kwetsbare vrienden en familieleden. Ik vraag me af wat er zal gebeuren met mijn baan, ook al ben ik beter af dan de meesten: ik krijg doorbetaald en ik kan thuis werken. Ik schrijf dit vanuit het Verenigd Koninkrijk, waar bevriende zelfstandigen aankijken tegen maanden zonder salaris en andere vrienden hun banen al kwijt zijn geraakt. Het contract dat 80% van mijn salaris betaalt loopt af in december. Het coronavirus raakt de economie hard. Zullen er vacatures zijn als ik werk nodig heb?
Dit is een vertaling van een artikel dat eerder werd gepubliceerd door The Conversation
Er zijn een aantal mogelijke toekomsten, die allemaal afhankelijk zijn van hoe regeringen en de maatschappij reageren op het coronavirus en de economische nasleep. Hopelijk zullen we deze crisis gebruikten om te herbouwen, om iets beters en menselijkers te produceren. Maar we kunnen ook naar iets slechters afglijden.
Ik denk dat we onze situatie kunnen begrijpen – en datgene wat mogelijk in onze toekomst ligt – door te kijken naar de politieke economie van andere crises. Mijn onderzoek focust op de fundamenten van moderne economie: mondiale toeleveringsketens, salarissen en productiviteit. Ik kijk naar de manier waarop economische bewegingen bijdragen aan uitdagingen zoals klimaatverandering en lage niveaus van mentale en fysieke gezondheid onder arbeiders. Ik heb betoogd dat we een hele andere economie nodig hebben als we sociaal rechtvaardige en ecologisch verantwoorde toekomsten willen bouwen. Geconfronteerd met COVID-19 is dat nog nooit zo duidelijk geweest.
De reacties op de COVID-19 pandemie zijn simpelweg de versterking van de dynamiek die andere sociale ecologische crises aandrijft: de prioritisering van een bepaalde waarde boven een andere. Deze dynamiek heeft een grote rol gespeeld in de wereldwijde reacties op COVID-19. Dus als reacties op het virus evolueren, hoe zal onze economische toekomst zich dan ontwikkelen?
Vanuit economisch perspectief zijn er vier mogelijke toekomsten: een afdaling naar barbarij, een robuust staatskapitalisme, een radicaal staatssocialisme, en een transformatie naar een maatschappij gebouwd op wederzijdse hulp. Versies van al deze toekomsten zijn zeer wel mogelijk, maar niet even wenselijk.
Kleine veranderingen zijn niet genoeg
Het coronavirus, net als klimaatverandering, is deels een probleem van onze economische structuur. Hoewel beide “milieu’’ of ‘’natuurlijke’’ problemen lijken te zijn, worden ze sociaal aangedreven.
Ja, klimaatverandering is veroorzaakt door bepaalde gassen die hitte absorberen. Maar dat is een vrij oppervlakkige uitleg. Om klimaatverandering echt te begrijpen, moeten we de sociale redenen begrijpen die ons voortdurend broeikasgassen laten uitstoten. Hetzelfde geldt voor COVID-19. Ja, de directe oorzaak is het virus. Maar omgaan met de effecten ervan vereist dat we menselijk gedrag en de bredere economische context begrijpen.
Het tackelen van zowel COVID-19 als klimaatverandering is veel makkelijker wanneer je niet-essentiële economische activiteiten reduceert. Voor klimaatverandering geldt dat wanneer je minder dingen produceert, je minder energie verbruikt en minder broeikasgassen uitstoot. De epidemiologie van COVID-19 is snel aan het evolueren. Maar de kernlogica is even simpel. Mensen komen samen en verspreiden infecties. Dit gebeurt in huishoudens, op de werkvloer en tijdens de reizen die mensen maken. Het reduceren van dat samenkomen reduceert waarschijnlijk het overdragen van mens op mens en leidt tot minder infecties in het algemeen.
Het reduceren van contact tussen mensen helpt misschien ook bij andere controlestrategieën. Een veel voorkomende controlestrategie voor besmettelijke virusuitbraken is contactopsporing en isolatie, waarbij contacten van een besmet persoon worden geïdentificeerd en dan worden geïsoleerd om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Dit is het meest effectief wanneer je een groot percentage contacten opspoort. Hoe minder contacten een persoon heeft, des te minder contacten hoef je op te sporen om dat hoge percentage te behalen.
Vanuit Wuhan kunnen we zien dat dergelijke sociale distantiëring en lockdown maatregelen effectief zijn. Politieke economie is nuttig ons te helpen begrijpen waarom ze niet eerder werden geïntroduceerd in Europese landen en de VS.
Een kwetsbare economie
Lockdown legt druk op de mondiale economie. We worden geconfronteerd met een ernstige recessie. Die druk heeft ertoe geleid dat sommige wereldleiders oproepen tot een versoepeling van lockdown maatregelen.
Zelfs toen 19 landen in een vorm van lockdown zaten, riepen de president van de VS, Donald Trump, en de Braziliaanse president Jair Bolsonaro op tot het terugdraaien van maatregelen. Trump riep op de Amerikaanse economie binnen drie weken weer normaal te krijgen (hij heeft nu geaccepteerd dat sociale distantiëring veel langer zal moeten duren). Bolsonaro zei: “Onze levens moeten doorgaan. Banen moeten gehouden worden. We moeten, ja, terug naar normaal.”
In het Verenigd Koninkrijk was Premier Boris Johnson, vier dagen voor de oproep tot een drie weken durende lockdown, slechts iets minder optimistisch, zeggend dat het Verenigd Koninkrijk het tij kon keren binnen 12 weken. Maar zelfs als Johnson gelijk heeft, dan blijft het geval dat we met een economisch systeem leven dat dreigt in elkaar te zakken bij het volgende teken van een pandemie.
De economie van instorting is vrij eenvoudig. Bedrijven bestaan om winst te maken. Als ze niet kunnen produceren, kunnen ze niets verkopen. Dat betekent dat ze geen winst maken, wat betekent dat ze minder in staat zijn jou aan te nemen. Bedrijven houden (over korte periodes) arbeiders aan die ze niet direct nodig hebben: ze willen aan de vraag kunnen voldoen wanneer de economie weer aantrekt. Maar als dingen er heel slecht beginnen uit te zien, zullen ze dat niet doen. Dus verliezen meer mensen hun baan of dreigen hun baan te verliezen. Dus ze kopen minder. En de hele cirkel begint opnieuw, en we raken in een economische depressie.
In een normale crisis is het recept om dit op te lossen eenvoudig. De regering geeft geld uit, totdat mensen weer beginnen met consumeren en werken. (Het recept waar econoom John Maynard Keynes beroemd mee werd).
Een vrijwel leeg station in Liverpool
Maar normale interventies werken nu niet omdat we niet willen dat de economie herstelt (althans, nu nog niet). Het hele punt van de lockdown is om mensen te stoppen naar hun werk te gaan, waar ze het virus kunnen verspreiden. Een recente studie suggereerde dat het te snel opheffen van lockdown maatregelen in Wuhan (inclusief sluitingen van werkplekken) China later in 2020 een tweede piek van gevallen zal bezorgen.
Zoals de econoom James Meadway schreef, is de correcte reactie op COVID-19 niet een oorlogseconomie – met een enorme opschaling van productie. Beter zou een “anti-oorlogs” economie zijn met enorme afschaling van productie. En als we veerkrachtiger willen zijn in geval van pandemieën in de toekomst (en om het ergste van klimaatverandering te mijden) hebben we een systeem nodig dat in staat is om productie af te schalen op een manier die niet het verlies van kostwinning inhoudt.
Dus wat we nodig hebben is een andere economische manier van denken. We hebben de neiging om over economie te denken als het kopen en verkopen van dingen, voornamelijk consumptiegoederen. Maar dit is niet wat een economie is of moet zijn. In de kern is economie de manier waarop we grondstoffen veranderen in dingen die we nodig hebben om te leven. Kijkend op deze manier kunnen we beginnen meer mogelijkheden te ontdekken om anders te leven, zodanig dat we minder dingen produceren zonder ellende te vergroten.
Ik en andere ecologische economen zijn lang bezig geweest met de vraag hoe je op een sociaal verantwoorde manier minder kunt produceren, want de uitdaging om minder te produceren staat ook centraal bij het aanpakken van klimaatverandering. Eender: hoe meer we produceren hoe meer broeikasgassen we uitstoten. Dus: hoe reduceer je de hoeveelheid spullen die je maakt terwijl je mensen aan het werk houdt?
Voorstellen bevatten het reduceren van de lengte van de werkweek, of, waar ik in mijn recente werk naar keek, mensen toestaan langzamer te werken met minder druk. Beide zijn ze niet direct van toepassing op COVID-19, waar het doel is om menselijk contact te verminderen in plaats van output, maar de kern van de voorstellen is hetzelfde. Je moet de afhankelijkheid van een salaris om te kunnen leven, verminderen.
Waar is de economie voor?
De sleutel om de reacties op COVID-19 te begrijpen is de vraag waar de economie voor is. Op dit moment is het primaire doel van wereldeconomie het vergemakkelijken van het uitwisselen van geld. Dit is wat economen “ruilwaarde” noemen.
Het dominante idee van het huidige systeem waar we in leven is dat ruilwaarde hetzelfde is als waarde. Mensen geven in feite geld uit aan dingen die ze willen of die ze nodig hebben, en deze daad van geld uitgeven vertelt ons iets over hoeveel waarde ze hechten aan het ‘gebruik’. Dit is waarom markten gezien worden als de beste manier om de maatschappij te runnen. Ze staan aanpassing toe en ze zijn flexibel genoeg om de productiecapaciteit in te stellen op de gebruikswaarde.
Wat COVID-19 ons laat zien is hoe vals ons geloof in markten is. Over de hele wereld zijn regeringen bang dat kritieke systemen verstoord of overladen zullen worden: toeleveringsketens, sociale zorg, maar voornamelijk gezondheidszorg. Er zijn veel factoren die hieraan bijdragen. Maar we nemen er twee.
Het is ten eerste vrij makkelijk om geld te verdienen aan veel van de meest essentiële maatschappelijke diensten. Deels komt dit omdat een belangrijke drijfveer van winsten arbeidsproductiviteitgroei is: meer doen met minder mensen. Mensen zijn een grote kostenfactor voor veel ondernemingen, zeker voor degene die afhankelijk zijn van persoonlijke interactie, zoals gezondheidszorg. Hierdoor is de productiviteitsgroei in de gezondheidszorg lager dan in de rest van de economie, dus de kosten gaan sneller omhoog dan gemiddeld.
Ten tweede zijn het niet de banen in veel essentiële diensten die het meest op waarde worden geschat door de samenleving. Veel van de best betaalde banen bestaan alleen om uitwisselingen te faciliteren: om geld te verdienen. Ze dragen niet bij aan een breder oogmerk voor de samenleving: het zijn wat antropoloog David Graeber ‘onzin banen’ noemt. Juist omdat ze veel geld verdienen hebben we veel consultants, een enorme advertentiebranche en een enorme financiële sector. Ondertussen hebben we een crisis in gezondheids- en sociale zorg, waar mensen vaak gedwongen worden hun nuttige baan waar ze van genieten te verlaten, omdat die banen niet genoeg betalen om van te leven.
Zinloze banen
Het feit dat zoveel mensen zinloze banen hebben is deels waarom we zo slecht reageren op COVID-19. De pandemie laat zien dat veel banen niet essentieel zijn, en dat we afdoende sleutelfiguren missen om te reageren als het slecht gaat.
Mensen zijn gedwongen om een zinloze baan te hebben omdat in een samenleving waar ruilwaarde de leidende factor is van de economie, de basisgoederen van het leven voornamelijk beschikbaar zijn middels markten. Dit betekent dat je ze moet kopen en dat je daarvoor een inkomen nodig hebt, dat van je werk komt.
De andere kant van deze medaille is dat de meest radicale (en effectieve) reacties die we zien op de COVID-19-uitbraak de dominantie van markten en de ruilwaarde uitdagen. Overal in de wereld ondernemen regeringen acties die drie maanden geleden onmogelijk leken. In Spanje zijn privé ziekenhuizen genationaliseerd. In het Verenigd Koninkrijk is het vooruitzicht realistisch geworden dat verschillende manieren van transport worden genationaliseerd. En Frankrijk heeft bereidheid getoond om grote bedrijven te nationaliseren.
Hetzelfde zien we bij de afbraak van de arbeidsmarkten. Landen als Denemarken en het Verenigd Koninkrijk voorzien mensen van een inkomen om ze te stoppen naar hun werk te gaan. Dit is een essentieel deel van een succesvolle lockdown. Deze maatregelen zijn verre van perfect. Desalniettemin is het een verandering van het principe dat mensen moeten werken om een inkomen te vergaren, en een beweging naar het idee dat mensen het verdienen om te kunnen leven, ook als ze niet kunnen werken.
Dit draait de dominante trends van de laatste 40 jaar om. In deze periode werden markten en ruilwaarden gezien als de beste manier om een economie te runnen. Dus publieke systemen kwamen onder grotere druk om te vermarkten, om ze te runnen als bedrijven die geld moeten verdienen. Ook arbeiders werden meer en meer blootgesteld aan de markt – nul-urencontracten en de gig-economie hebben de beschermingslaag tegen marktschommelingen weggenomen die werd geboden door langdurige, stabiele werkgelegenheid.
COVID-19 lijkt deze trend om te draaien, door gezondheidszorg en arbeidsgoederen uit de markt te halen en in handen van de staat te leggen. Staten produceren om vele redenen. Sommige zijn goed, sommige niet. Maar in tegenstelling tot markten, hoeven ze niet alleen te produceren voor ruilwaarde.
Deze veranderingen geven mij hoop. Ze bieden de kans om vele levens te redden. Ze wijzen zelfs op de mogelijkheid van veranderingen op langere termijn, die ons gelukkiger maken en die ons helpen klimaatverandering aan te pakken. Maar waarom duurde het ons zo lang om hier te komen? Waarom zijn zoveel landen zo slecht voorbereid op het vertragen van productie? Het antwoord ligt in een recent WHO-rapport: ze hadden niet de juiste “manier van denken”.
Lege straten in het Engelse Leeds
Onze economische verbeelding
Veertig jaar lang is er een brede economische consensus geweest die het vermogen van politici en hun adviseurs heeft beperkt om scheuren in het systeem te zien of om alternatieven te bedenken. Deze manier van denken wordt aangedreven door twee gerelateerde overtuigingen:
- De markt zorgt voor een goede levenskwaliteit, dus die moet worden beschermd
- De markt zal altijd weer normaal worden na korte perioden van crisis
Veel Westerse landen hebben deze denkbeelden gemeen. Maar ze zijn het sterkst in het Verenigd Koninkrijk en in de VS, die beide ook bewezen hebben slecht voorbereid te zijn op COVID-19.
In het Verenigd Koninkrijk vatten aanwezigen van een privégesprek de benadering van COVID-19 door een topassistent van de premier naar verluidt als volgt samen: “Groepsimmuniteit, bescherming van de economie en als dat betekent dat sommige gepensioneerden overlijden, is dat jammer”. De regering heeft dit ontkent, maar als het waar is, is het niet verrassend. Tijdens een regeringsevenement in het begin van de pandemie, zei een hoge ambtenaar tegen mij: “Is het de economische verstoring waard? Als je kijkt naar de waarde van een leven door de schatkist, waarschijnlijk niet.”
Een dergelijke visie is endemisch in een bepaalde eliteklasse. Hij wordt goed weergegeven door een ambtenaar uit Texas die betoogde dat veel bejaarde mensen liever doodgaan dan dat ze de VS in een economische depressie zien wegzinken. Deze visie brengt veel kwetsbare mensen in gevaar (en niet alle kwetsbare mensen zijn bejaard), en zoals ik heb proberen uit te leggen, is het een verkeerde keuze.
Een van de dingen die de COVID-19 crisis zou kunnen doen is het uitbreiden van deze economische opvatting. Nu regeringen en burgers stappen zetten die drie maanden geleden onmogelijk leken, kunnen onze ideeën over hoe de wereld werkt, snel veranderen. Laten we eens kijken naar waar deze nieuwe verbeelding ons zou kunnen brengen.
Vier toekomsten
Om ons te helpen de toekomst te bezoeken, gebruik ik een techniek afkomstig van toekomststudies. Je neemt twee factoren waarvan je denkt dat ze belangrijk zijn in het aandrijven van de toekomst, en je beeldt je in wat er zal gebeuren bij verschillende combinaties van die factoren.
De factoren die ik wil nemen zijn waarde en centralisatie. Waarde verwijst naar wat het leidende principe is in onze economie. Gebruiken we onze bronnen om het maximale uit uitwisselingen en geld te halen, of gebruiken we ze om het maximale uit het leven te halen? Centralisatie verwijst naar de manieren waarop dingen zijn georganiseerd, ofwel door heel veel kleine eenheden, of door een grote sturende kracht. We kunnen deze factoren onderverdelen in een raster, dat dan kan worden ingevuld met scenario’s. Zo kunnen we nadenken over wat er kan gebeuren als we proberen te reageren op het coronavirus met de vier extreme combinaties.
1) Staatskapitalisme: gecentraliseerde reactie, prioriteit geven aan ruilwaarde
2) Barbaarsheid: gedecentraliseerde reactie, prioriteit geven aan ruilwaarde
3) Staatssocialisme: gecentraliseerde reactie, prioriteit geven aan het beschermen van leven
4) Wederzijdse hulp: gedecentraliseerde reactie, prioriteit geven aan het beschermen van leven
Staatskapitalisme
Staatskapitalisme is de dominerende reactie die we nu in de hele wereld zien. Typische voorbeelden zijn het VK, Spanje en Denemarken.
De staatskapitalistische samenleving zet het streven naar ruilwaarde voort als baken voor de economie. Maar erkent dat markten tijdens een crisis steun nodig hebben van de staat. Gegeven dat veel arbeiders niet kunnen werken omdat ze ziek zijn en vrezen voor hun leven, grijpt de staat in met uitgebreide bijstand. Ze geeft ook een enorme Keynesiaanse stimulans door krediet te verstrekken en rechtstreekse betalingen aan bedrijven te doen.
De verwachting is dat het voor een korte periode zal zijn. De primaire functie van de genomen stappen is om zoveel mogelijk bedrijven in staat te stellen te blijven handelen. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, wordt voedsel nog steeds gedistribueerd door markten (al hanteert de regering wel versoepelde concurrentiewetten). Daar waar arbeiders rechtstreeks worden gesteund, wordt dit gedaan op manieren die beogen de verstoring van het normale functioneren van de arbeidsmarkt te minimaliseren. Dus in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, moeten betalingen aan werknemers worden aangevraagd en verdeeld door werkgevers. En de hoogte van betalingen is gebaseerd op de ruilwaarde die een werknemer normaal gesproken creëert op de markt, in plaats van op het nut van hun werk.
Zou dit een succesvol scenario kunnen zijn? Misschien, maar alleen als COVID-19 controleerbaar blijkt te zijn gedurende een korte periode. Terwijl een volledige lockdown wordt vermeden om de markt te laten functioneren, is het aannemelijk dat overdracht van infecties nog steeds zal doorgaan. In het Verenigd Koninkrijk gaat niet-essentiële bouw bijvoorbeeld door, hetgeen ervoor zorgt dat arbeiders samenkomen op bouwplaatsen. Maar een beperkte staatsinterventie wordt steeds moeilijker vol te houden als het dodental stijgt. Toenemende ziekte en dood zullen onrust veroorzaken en de economische schokken vergroten, waardoor de staat wordt gedwongen steeds radicalere maatregelen te nemen om te proberen het functioneren van de markt te handhaven.
Barbaarsheid
Dit is het somberste scenario. Barbaarsheid is de toekomst als we blijven vertrouwen op ruilwaarde als leidend principe en weigeren steun te verlenen aan degenen die door ziekte of werkloosheid van de markten worden uitgesloten. Het is een situatie die we nog niet eerder hebben gezien.
Bedrijven falen en werknemers verhongeren omdat er geen systemen zijn om hen te beschermen tegen de harde realiteit van de markt. Ziekenhuizen worden niet gesteund door buitengewone maatregelen en worden daardoor overweldigd. Mensen overlijden. Barbarij is uiteindelijk een onstabiele staat die na een periode van politieke en sociale verwoesting ten onder gaat of een overgaat naar een van de andere rastergebieden.
Kan dit gebeuren? De zorg is dat het ofwel per ongeluk gebeurt tijdens de pandemie, of met opzet nadat de pandemie piekt. De fout ontstaat als een regering faalt stevig genoeg in te grijpen gedurende het dieptepunt van de pandemie. Steun zou aangeboden kunnen worden aan bedrijven en huishoudens, maar als die onvoldoende is om instorting van de markt te voorkomen ten tijde van wijdverbreide ziekte, zal chaos volgen. Ziekenhuizen zouden extra fondsen en mensen kunnen krijgen, maar als dat onvoldoende is, zullen grote aantallen zieke mensen worden weggestuurd.
Hetzelfde volgt potentieel uit mogelijke enorme bezuinigingen nadat de pandemie zijn hoogtepunt heeft bereikt en regeringen proberen terug te keren naar 'normaal'. Dit dreigde te gebeuren in Duitsland. Het zou rampzalig zijn. Niet in de laatste plaats omdat het onttrekken van fondsen aan kritieke diensten door bezuinigingen, het vermogen van landen beïnvloedt om op deze pandemie te reageren.
Het daaropvolgende falen van de economie en de samenleving zal politieke en sociale onrust veroorzaken, die leidt tot een mislukte staat en de ineenstorting van bijstandssystemen van de staat en de gemeenschap.
Staatssocialisme
Het staatssocialisme beschrijft de eerste van de toekomsten die we waarnemen als er een culturele verschuiving plaatsvindt die een ander soort waarde centraal stelt in de economie. Dit is de toekomst die we bereiken met een uitbreiding van de maatregelen die we momenteel zien in het VK, Spanje en Denemarken.
Het belangrijkste hier is dat maatregelen zoals nationalisatie van ziekenhuizen en betalingen aan werknemers niet worden gezien als instrumenten om markten te beschermen, maar als een manier om het leven zelf te beschermen. In zo’n scenario grijpt de staat in om de delen van de economie te beschermen die essentieel zijn voor het leven: de productie van voedsel, energie en onderdak bijvoorbeeld, zodat de basisvoorzieningen van niet langer afhankelijk zijn van de grillen van de markt. De staat nationaliseert ziekenhuizen, en maakt huisvesting gratis beschikbaar. Ten slotte biedt de staat alle burgers middelen om toegang te krijgen tot verschillende goederen – zowel basisproducten als consumptiegoederen die we kunnen produceren met een verminderd personeelsbestand.
Burgers vertrouwen niet langer op werkgevers als bemiddelaar tussen hen en de basismaterialen van het leven. Betalingen worden rechtstreeks naar iedereen gedaan en zijn niet gerelateerd aan de ruilwaarde die ze creëren. In plaats daarvan zijn betalingen hetzelfde voor iedereen (vanuit de basis dat we het verdienen om te kunnen leven, eenvoudigweg omdat we leven), of ze zijn gebaseerd op het nut van het werk. Supermarktpersoneel, bezorgkoeriers, magazijnwerkers, verpleegsters, leraren en dokters zijn de nieuwe bazen.
Het is mogelijk dat staatssocialisme tevoorschijn komt als gevolg van pogingen tot staatskapitalisme en de effecten van een langdurige pandemie. Als zich diepe recessies voordoen en de aanbodketens dusdanig worden verstoord dat de vraag niet kan worden gered door het soort standaard keynesiaanse beleid dat we nu zien (geld drukken, leningen gemakkelijker verkrijgen, enzovoort), kan de staat de productie overnemen.
Deze benadering brengt risico's met zich mee – we moeten voorzichtig zijn om autoritarisme te vermijden. Maar als het goed wordt gedaan, is dit misschien onze beste hoop tegen een extreme COVID-19-uitbraak. Een sterke staat die de middelen kan geleiden om de kernfuncties van economie en samenleving te beschermen.
Wederzijdse hulp
Wederzijdse hulp is de tweede toekomst waarbij we de bescherming van het leven nemen als het leidende principe voor onze economie. Maar in dit scenario heeft de staat geen bepalende rol. In plaats daarvan beginnen individuen en kleine groepen met het organiseren van steun en zorg binnen hun gemeenschappen.
De risico’s bij deze toekomst zijn dat kleine groepen niet in staat zijn om snel de grondstoffen te mobiliseren die nodig zijn om effectief de gezondheidszorgcapaciteit te vergroten bijvoorbeeld. Maar wederzijdse hulp kan zorgen voor een effectievere bescherming tegen besmetting, door gemeenschappelijke steunnetwerken op te bouwen die de kwetsbaren beschermen en toezien op isolatieregels. De meest ambitieuze vorm van deze toekomst ziet nieuwe democratische structuren ontstaan. Gegroupeerde gemeenschappen die relatief snel in staat zijn aanzienlijke middelen te mobiliseren. Mensen die samenkomen om regionale antwoorden te bedenken om de verspreiding van ziekte te stoppen en (als ze de vaardigheden hebben) om patiënten te verzorgen.
Dit soort scenario zou kunnen ontstaan uit alle anderen. Het is een mogelijke weg uit barbarij of staatskapitalisme en zou staatssocialisme kunnen steunen. We weten dat gemeenschappelijke reacties centraal stonden bij het aanpakken van de West-Afrikaanse Ebola-uitbraak. En we zien vandaag al de wortels van deze toekomst bij groepen die zorgpakketten en gemeenschappelijke steun organiseren. We kunnen dit zien als een mislukking van reacties door de staat. Of we kunnen het zien als een pragmatische, meedogende maatschappelijke reactie op een ontplooiende crisis.
Hoop en angst
Deze visies zijn extreme scenario’s, karikaturen en ze lopen waarschijnlijk in elkaar over. Mijn angst is het afzakken van staatskapitalisme naar barbarij. Mijn hoop is een mengsel van staatssocialisme en wederzijdse hulp: een sterke, democratische staat die bronnen mobiliseert om een sterker gezondheidssysteem te bouwen, prioriteit geeft aan het beschermen van de kwetsbaren tegen de grillen van de markt en die met burgers communiceert en hen faciliteert om groepen voor wederzijdse hulp te maken in plaats van nutteloze banen te vervullen.
Wat hopelijk duidelijk is, is dat al deze scenario's redenen tot angst met zich meebrengen maar ook voor hoop. COVID-19 wijst op ernstige tekortkomingen in ons bestaande systeem. Om hier effectief op in te spelen, is waarschijnlijk radicale sociale verandering nodig. Ik heb betoogd dat de primaire manier om een economie te organiseren een drastische beweging vereist, weg van markten en het aanwenden van winsten. Het voordeel hiervan is de mogelijkheid dat we een menselijker systeem bouwen dat ons veerkrachtiger maakt in het licht van toekomstige pandemieën en andere dreigende crises zoals klimaatverandering.
Sociale verandering kan van veel plekken en met veel invloeden komen. Een belangrijke taak voor ons allen is eisen dat opdoemende sociale vormen voortkomen uit een ethiek die zorg, leven en democratie waardeert. De centrale politieke taak in deze crisistijd is leven en (virtueel) organiseren rond deze waarden.