9 april, 2020 | Trefwoord: verenigd-koninkrijk
Deze anarchistische denker helpt verklaren waarom we zo gedreven zijn elkaar door de coronacrisis te helpen
Lege schappen in supermarkten en paniekerige briefings van de overheid zijn kenmerkende beelden geworden van de coronacrisis. Maar de reactie van de gemeenschap is misschien wel een blijvender kenmerk. Het virus en de handhaving van sociaal isolement zorgen voor onzekerheid en angst. Maar er is ook een verscheidenheid aan lokale, door vrijwilligers geleide netwerken voor wederzijdse hulp ontstaan.
Dit is een vertaling van een artikel dat eerder werd gepubliceerd door The Conversation
Veel mensen die bij deze groepen betrokken zijn, weten dat de term 'wederzijdse hulp' beroemd is gemaakt door de 19e eeuwse anarchist Peter Kropotkin. Hij gebruikte het om sociaal-darwinisten aan te vallen die de natuur beschreven als een competitieve strijd tussen in eigenbelang geïnteresseerde individuen. 'Survival of the fittest' werd hun slogan en werd gebruikt om antagonistische relaties tussen mensen, rassen en staten te beschrijven. Deze manier van denken normaliseerde agressie als een natuurlijke reactie op schaarste.
In de huidige context is de implicatie dat bakkeleien om de laatste fles desinfecterend middel of een rol toiletpapier een geprogrammeerde, onvermijdelijke reactie is. Als alleen de sterksten overleven, dan moeten anderen worden beschouwd als rivalen of zelfs vijanden en hebben we gelijk om de noodzakelijke maatregelen te nemen die ons tegen hen beschermen.
Ook al accepteerde Kropotkin dat competitie een factor was die biologische fitheid bepaalde, zijn argument was dat samenwerking, of wederzijdse hulp, even belangrijk was.
Wederzijdse hulp geeft als ethisch idee de inspanningen weer die mensen doen om anderen te helpen zonder een beloning te zoeken. Dit gedijt in een lokale, vrijwillige organisatie. De Lifeboat Association, opgericht door William Hillary in het Verenigd Koninkrijk ter ondersteuning van een nationale instelling om slachtoffers van scheepswrakken te redden, was een voorbeeld van dergelijke ethische zelforganisatie die Kropotkin voor ogen had.
Hillary deed in 1825 een beroep op de koning om zijn project te steunen met de uitleg dat het zijn doel was om ‘mensen en schepen van elk land, in vrede of in oorlog’ te helpen. Zijn zaak was tegelijk "individueel, nationaal en universeel". Hij stelde zich voor dat de oprichting van een Britse vereniging de basis zou vormen voor zusterorganisaties over de hele wereld.
Kropotkin hield van de Lifeboat Association omdat die vertrouwde op ‘samenwerking … enthousiasme … lokale kennis’. Ze redde iedereen in nood en omdat ze steunde op lokale actie, kon het gemakkelijk elders worden gerepliceerd. Het was een sjabloon voor wereldwijde netwerken om solidariteit op te bouwen.
Samenwerken in crisistijd
Dit is het elan dat we zien in de ondersteunende netwerken die ontstaan nu mensen het hoofd bieden aan de corona pandemie. Buren helpen buren. Degenen die hun huis kunnen verlaten halen recepten en essentiële benodigdheden op voor de kwetsbaren. Groepsnetwerken in dorpen en steden bundelen middelen zodat niemand zonder zit.
Gemeenschapssteun is altijd een kernaspect geweest van het menselijke sociale leven. Onderzoek naar de manier waarop mensen hun verschillende dagelijkse taken uitvoeren, toont aan dat er veel meer tijd aan onbetaalde gemeenschapsondersteuning wordt besteed dan we zouden denken. Wederzijdse hulp en samenwerking, zoals buren die voor elkaars kinderen zorgen of elkaar helpen hun auto te repareren, lopen door de samenleving. Het is een misvatting te denken dat het vooruitzicht op winst ons gedrag motiveert.
Wederzijdse hulp komt vaak voor in tijden van crisis of vreselijke catastrofe, bijvoorbeeld in de nasleep van de orkaan Sandy in de VS en de Grenfell-brand in Londen. De verschijning ervan bevestigt nu de observaties van Kropotkin over het vermogen tot dagelijkse solidariteit. De vraag die hij zou stellen is: hoe kunnen we deze praktijken uitbreiden om onze sociale organisatie te heroverwegen?
Kropotkin omschreef de Lifeboat Association als "perfect spontaan". Dit betekende niet dat hij dacht dat het niet gepland was. Het betekende dat het niet wettelijk verplicht was. Vertrouwen en toepassing waren essentieel voor de visie van Kropotkin op een wereld die opnieuw werd gemaakt door samenwerking en respect voor lokale zelfbeschikking.
Nu het uiterste wordt gevergd van alle middelen, vertrouwen regeringen over de hele wereld op netwerken voor wederzijdse hulp om diegenen te helpen die het meeste risico lopen, door te winkelen voor hen die geïsoleerd zijn of door virtuele steunboodschappen te sturen om demoralisering te voorkomen.
Misschien kunnen we gaan nadenken over hoe we een op de gemeenschap gebaseerde organisatie in de post-coronawereld kunnen behouden.
Er is een beduidend verschil tussen de politiek van wederzijdse hulp en neoliberale projecten die bedoeld zijn om overheidsdiensten te privatiseren. Kropotkin wilde niet dat de verantwoordelijkheid voor overheidsdiensten zou worden overgedragen aan grote bedrijven of aan vrijwilligers met veel contanten. Zijn doel was om bestaande machtsstructuren aan te vallen. Wederzijdse hulp gedijt goed onder voorwaarden van gelijkheid en is een noodzakelijk onderdeel van een anarchistisch streven naar gedecentraliseerde federatie.
Als de gebruikelijke bezuinigingen na de crisis terugkeren, zal de vruchtbare grond van wederzijdse hulp wellicht opdrogen. Handhaving en uitbreiding van een basisinkomen kunnen daarentegen bijdragen aan het behoud en de bevordering van basale sociale veranderingen op langere termijn.