7 februari, 2014 | Auteur: Boris Lemereis | Beeld: Boris Lemereis | Trefwoord: kenia
Correspondent: Arjen Westra
Arjen Westra is Afrikacorrespondent. Sinds 2002 bereist hij vanuit standplaats Nairobi het hele continent om journalistieke producties te maken. Westra werkt voor verschillende kranten en tijdschriften, maar zijn voornaamste opdrachtgevers zijn de Leeuwarder Courant en de Belgische krant De Standaard. Naast journalist is hij reisleider, maakt hij reisgidsen en voert hij commerciële foto- en video-opdrachten uit.
Hoe staat het ervoor met de berichtgeving over het buitenland in de Nederlandse media? Dat onderzochten 18 deelnemers van de Beyond your World-editie Onderzoek buitenlandjournalistiek. Zij interviewden correspondenten in meer dan 10 landen.
Toen Arjen Westra naar Afrika vertrok, wist hij dat het niet makkelijk zou worden. Na zijn opleiding communicatievoorlichting en een aantal jaren radio-ervaring reisde hij naar Kenia. Hij begon zonder enige financiële buffer en zonder vooraf uitgestippeld plan. Vanuit zijn kleine huurwoning in Nairobi schreef hij de eerste redacties aan. “Mijn enige bezittingen waren een matrasje, een muskietennet en een laptop”, vertelt hij. “Ik moest zien te overleven met de schaarse middelen die ik had. Eigenlijk best wel rock-’n-roll.”
Het liefst zou Westra verhalen maken over de dagelijkse gang van zaken in Afrikaanse landen. Maar dat is meestal niet het soort berichtgeving waar Nederlandse buitenlandredacties op zitten te wachten. Dat is zonde, vindt Westra, want volgens hem is het juist de toegevoegde waarde van een correspondent om grotere ontwikkelingen te laten zien aan de hand van kleinere, lokale verhalen. “Waarom publiceren kranten en tijdschriften vooral verhalen met hoge nieuwswaarde?”, vraagt hij zich hardop af. “Is het feit dat een verhaal interessant is niet al genoeg reden om het te publiceren? Het leidend motief kan ook zijn of een verhaal inzicht geeft in het dagelijks leven en dat het daardoor bijdraagt aan een beter begrip over de wereld om ons heen.”
Met deze missie in het achterhoofd is Westra het meest trots op een verdiepend achtergrondverhaal dat hij maakte voor De Standaard. Hij interviewde vijf vrouwen die tijdens de burgeroorlog in Congo door rebellen zijn verkracht. “Het was geen verhaal met grote nieuwswaarde, maar een verdiepend achtergrondverhaal. Ik heb goed kunnen vastleggen welke invloed de oorlog op het dagelijks leven van de vrouwen heeft. Het was tevens een van mijn heftigste reportages. Na de reis had ik echt even een break nodig, dat heb ik nog nooit gehad in de journalistiek.”
Westra heeft een haat-liefdeverhouding met Kenia. Het is volgens hem een land vol tegenstrijdigheden, waarin je de negatieve kant als journalist ook vaak ervaart. “Je treft me ook op een slecht moment”, geeft Westra toe. Hij wist tijdens de aanslag op Westgate afgelopen september ternauwernood uit het winkelcentrum te ontsnappen en werd enkele weken daarna gewelddadig overvallen. Zijn vertrouwen in het land is op dit moment niet erg groot, maar Kenia of Afrika verlaten is geen optie. “Dat was dan al veel eerder gebeurd. Ik voel me hier op mijn plek. Ik heb een soort onrust in me. Ik hou van vrijheid en van reizen. Als ik vandaag bedenk dat ik naar Tanzania wil, kan ik daar morgen zijn. Zulke vrijheid heb je in Nederland veel minder. Het is niet altijd even makkelijk om het als freelancer financieel te redden in Kenia, maar je krijgt toch een soort eelt op je ziel. Een soort noestig doorzettingsvermogen.”
Doorzettingsvermogen heeft Westra zeker. Ondanks slinkende budgetten bij buitenlandredacties en faillissementen van opdrachtgevers houdt hij het nog steeds vol in Afrika. Makkelijk is het niet. “Het zijn niet de beste tijden voor de journalistiek”, geeft hij toe. “Misschien is de tijd wel weer gekomen dat ik terug moet naar mijn matrasje en laptop. Niet mijn eerste keuze, maar ik denk dat het ergens wel goed is voor de soul in mijn verhalen. Terug naar het begin, terug naar overleven met de schaarse middelen die je hebt. Het rock-’n-rollleven lijkt weer te zijn begonnen.”