11 februari, 2014 | Auteur: Charlotte Bouwman | Beeld: Julie Hrudova | Trefwoord: rusland
Correspondent: David Jan Godfroid
David Jan Godfroid is correspondent voor de NOS in Rusland en de voormalige Sovjetunie. “Ik ben begonnen in voormalig Joegoslavië met de Kosovo-oorlog, toen een paar jaar hier in Rusland, toen Belgrado en nu weer hier. Ik ben een soort pingpong Rusland-Balkan-correspondent.”
Hoe staat het ervoor met de berichtgeving over het buitenland in de Nederlandse media? Dat onderzochten 18 deelnemers van de Beyond your World-editie Onderzoek buitenlandjournalistiek. Zij interviewden correspondenten in meer dan 10 landen.
Er zijn natuurlijk veel dingen waar hij zich als Nederlander in Rusland over verbaast. Bijvoorbeeld dat er zoveel mensen wonen in een gebied dat eigenlijk onbewoonbaar is. “Qua klimaat en gebrek aan licht in de winter”, licht Godfroid toe. Iets anders dat zijn verbazing wekt is dat Russen zo volgzaam zijn. “Ze wonen al eeuwen in een land dat nooit echt als democratie bestuurd is en dat dragen ze over het algemeen maar gewoon. In de Tweede Wereldoorlog gingen ze met miljoenen dood, lieten ze zich afslachten, werden ze de oorlog ingestuurd; ze deden het allemaal maar gewoon. Dat zou in een land als Verenigde Staten nooit kunnen.”
Dat komt terug in de kleinere dingen, aldus Godfroid. “Je ziet hoe mensen, vooral oudere vrouwen, hun schamele inkomen proberen te verdienen door dingen in de kou te verkopen!” Als ander voorbeeld noemt hij de Goelag (de straf- en werkkampen ten tijde van de Sovjet-Unie, red.). “In Nederland zou iedereen doodgaan, hier hebben een heleboel mensen het overleefd. Daar spreekt een enorme kracht uit, maar ook een state of mind. In Nederland zijn we gewend dat alles het doet. Hier is dat anders, maar toch functioneert het, op de een of andere manier.”
Zijn grootste tegenvaller? “Het heeft eigenlijk altijd wel meegezeten, er is nog nooit iets echt vreselijk misgegaan.”
In 2004 deed Godfroid verslag van het gijzelingsdrama in Beslan. Daar is hij het meest trots op. “Het was het vreselijkste wat ik ooit heb meegemaakt, maar ik ben wel mijn werk blijven doen.” Ook later had hij hier nog last van. “Dat was niet leuk. Ik heb daar wel slapeloze nachten van gehad en een behoefte om er heel veel over te praten, tot mensen er gek van werden.” De NOS heeft een speciaal programma voor zulke traumatische gebeurtenissen en uiteindelijk heeft hij met een psycholoog gepraat. “Dat heeft geholpen.”
Volgens Godfroid kijkt Nederland op een verkeerde manier naar Rusland. “Nederlanders hebben het maar over een klein aspect van Rusland, zoals de mensenrechten. Maar er gebeurt hier nog zoveel meer!”
En: “Het is logisch dat we in Nederland Poetin veroordelen omdat hij weinig tot geen respect heeft voor de mensenrechten. Maar wat mensen vergeten is dat in de jaren negentig, na de val van het communisme, Rusland een redelijke democratie was en toen volledig op z’n gat is gegaan.” Hij legt uit dat dit in zijn ogen niet zozeer door de vrijheid kwam, maar door de liberalisering van de economie. “Staatsbedrijven werden spotgoedkoop verkocht en een selecte groep mensen is daar stinkend rijk mee geworden. Door de hyperinflatie zijn mensen al hun spaargeld kwijtgeraakt, het was een enorme ellende.”
De manier waarop het land nu wordt bestuurd, komt dus ergens vandaan. “Daar hoeven wij niet blij mee te zijn. En als mensenrechten worden geschonden mag er best iets gezegd worden. Toch hoort dit verhaal er ook bij. Maar het is hartstikke moeilijk om deze nuance in te brengen in een journaalreportage van twee minuten.”
Natuurlijk heeft zijn lange verblijf in het buitenland ervoor gezorgd dat Godfroid anders naar Nederland is gaan kijken. “Nederland is mijn vaderland, dat zal nooit veranderen. Maar ik vind het wel een ongelofelijk zeurland.” Als voorbeelden noemt hij bijvoorbeeld het feit dat er in de Tweede Kamer wordt gedebatteerd over de vraag of homo’s in Sotsji hun overwinning met een zoen mogen vieren. “En dat gezeur over treinen die niet op tijd rijden…”, zucht Godfroid. “Nogmaals, ik hou van Nederland en kom er graag, maar het blijft een zeurland.”