12 juli, 2012 | Auteur: Marleen Hoftijzer | Beeld: Marleen Hoftijzer | Trefwoord: india
De Digambar kunnen zonder materieel eigendom
Het jaïnisme is een oude Indiase religie die sinds vroege tijden als onafhankelijk geloof en filosofie geldt. Met ongeveer 8 tot 10 miljoen aanhangers, is het jaïnisme een van de kleinste belangrijke wereldreligies.
Er zijn ongeveer 6.000 jaïnische nonnen en 2.500 jaïnische monniken. Het jaïnisme leert dat elk levend wezen een individuele en eeuwige ziel is, die van zijn eigen acties de oorzaak is.
De Jains hebben respect voor alle levende wezens. Daarom vegen ze het pad waarop ze lopen van tevoren schoon met een bezem om de kans dat ze een dier vertrappen te minimaliseren.
Elk individu is alleen verantwoordelijk voor goed en kwaad, in de manier waarop zij dat toebrengen aan andere levende wezens. Maar alle volgelingen hanteren een streng dieet.
Als deel van haar houding tegen geweld, gaat het jaïnisme verder dan vegetarisme. In die zin dat het jaïnistisch dieet ook de meeste wortelgroenten uitsluit (omdat je hiermee belemmert dat de plant verder groeit).
Ook ander voedsel waarvan wordt verondersteld onnodig nadelig te zijn voor levende wezens wordt gemeden. Jaïnisten eten, drinken en reizen niet na zonsondergang. Het is derhalve voor een Jain erg moeilijk om te reizen en daarbij de zeer ingewikkelde voedingswetten na te leven.
Binnen het Jainisme onderscheiden zich twee soorten volgelingen: de Digambar en de Svetambar. De Digambar zijn ook wel bekend als de ‘met lucht gekleden’, omdat deze monniken naakt door het leven gaan.
Het naakt zijn wordt niet beschouwd als zijnde zondig, integendeel, het wordt gezien als symbool van de hoogste heiligheid.
Jaïnisten zien God als een onveranderlijk teken van de zuivere ziel. Dit teken is oneindige kennis, waarneming, bewustzijn en geluk. Vandaar dat er wordt gezegd dat het jaïnisme een religieuze stroming is, die geen concept van een schepper-God omvat.
Het heelal zelf is eeuwig, zonder begin en ook zonder einde. Het levensdoel van de monniken is om anderen te helpen in het bereiken van de spirituele zelfverwerkelijking.
In principe is elk mens in staat om zichzelf te bevrijden van elk soort van aanhankelijkheid aan materiële zaken en kennis te krijgen van verleden, heden en toekomst. Deze Digamber monniken hebben al hun materiële eigendommen opgegeven, tot hun kleren aan toe.