18 oktober, 2011 | Auteur: Jennis Jongerius | Beeld: Regien Heneweer | Trefwoord: nederland
De Indische Buurt: de paradox van stadsvernieuwing
De Amsterdamse Jordaan veranderde in de jaren zeventig van een arbeiderswijk in een ‘yuppenbuurt’. Twintig jaar later heeft de Pijp eenzelfde transformatie ondergaan. Nu, weer twintig jaar later, is dit proces zich ook aan het ontwikkelen in de Indische Buurt. Maar zijn de gevolgen zo positief als die op het eerste gezicht lijken?
De term die dit proces duidt is gentrification. In het kort slaat dit op een opwaardering van een buurt met als gevolg een stijging van de prijs van het onroerend goed. Een goed historisch voorbeeld hiervan is de Jordaan. Hier woonden voornamelijk fabrieksarbeiders voor wie een woning binnen de grachtengordel te hoog gegrepen was. De stadsvernieuwing was toentertijd voornamelijk gericht op andere buurten in Amsterdam waardoor er in de Jordaan een concentratie van armoede ontstond. De bewoners hadden zelf geen geld voor renovatie, waardoor verpaupering en verkrotting geen uitzondering waren. Op het dieptepunt was de prijs van het onroerend goed in de Jordaan vijf keer zo laag als in de grachtengordel.
In de jaren zeventig was het volkshuisvestingsbeleid betreffende stadsvernieuwing voornamelijk gericht op massale sloop en nieuwbouw, maar in de Jordaan stuitte dit op verzet. Veelal bij studenten en kunstenaars, die daar dankzij de lage huurprijzen konden wonen. Langzaam aan renoveerden zij, na hun afstuderen, met hun eerste salarissen hun huizen en kwamen er in de buurt steeds meer voorzieningen die aansloten op hun wensen. De buurt werd hierdoor leefbaarder en steeds aantrekkelijker voor mensen uit de hogere middenklasse. De ‘yup’ heeft zijn weg ook meer dan ruimschoots gevonden naar de Jordaan. Uit een onderzoek van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties is gebleken dat een gemiddelde koopwoning in de Jordaan een woningprijs heeft van 4.000 euro per vierkante meter. Dit ligt ruim boven het gemiddelde van de rest van Amsterdam. Ook een wandeling door de Jordaan leert de bezoeker dat het er wemelt van de bakfietsen, overloopt van de biologische winkeltjes en een broeinest is van creativiteit, gemeten aan de hoeveelheid gallerietjes.
Voor de gemeente Amsterdam was deze verandering een openbaring. De plannen die de gemeente zelf had voor de Jordaan zouden veel geld gekost hebben. Nu heeft er een stadsvernieuwing plaatsgevonden, zonder dat het de gemeente al te veel geld kostte.
Twintig jaar later speelde eenzelfde soort tafereel zich af in de Pijp. De gemeente stimuleerde het proces onbewust, door beleidsmaatregelen die het voor de middenklasse aantrekkelijker maakte om zich in de Pijp te vestigen. In de jaren negentig verdubbelde de waarde van het onroerend goed in de Pijp dan ook. Voor de lagere socio-economische klasse is het moeilijk geworden hier nog een pand te bewonen, terwijl de buurt immens populair is onder yuppen. Ook hier staat het bol van hippe bagelzaken en designerwinkels.
In de Indische Buurt is nu eenzelfde soort transformatie gaande als voorheen in de Jordaan en de Pijp het geval was. In 2003 kwam de Indische Buurt als minst leefbare wijk naar voren uit een bewonersonderzoek en de wijk bekleedde ook niet voor niks de 36e plek op de lijst van Vogelaarwijken. De gemeente Amsterdam heeft het dan ook tot beleid verheven om de monocultuur en concentratie van armoede in de Indische Buurt tegen te gaan. Bovendien heeft de gemeente er baat bij om een hoogopgeleide bevolking te hebben om als stad een goede concurrentiepositie te behouden. Dit blijkt ook wel uit een Rapport van de Kamer van Koophandel over de huizenmarkt uit 2002. Het Parool vatte dat toen al samen met de slogan 'Armen eruit, rijken erin'. De plannen voor de, slecht aangeschreven, Indische Buurt zijn wel beduidend anders dan voor de Jordaan en de Pijp voorheen. De nadruk is verschoven van grootschalige sloop naar een beleid van ‘bouwen voor de buurt’.
De gemeente Amsterdam heeft veel geld geïnvesteerd om het stadsdeel leefbaarder te maken voor de bewoners en door haar achterstandspositie is er ook al heel wat geld uit fondsen van de Europese Unie naar de Indische Buurt gestroomd. Met dat geld is onder andere de Javastraat op de schop gegaan. Zo zijn de stoepen verbreed, is de straat opnieuw betegeld, zijn de gevels stuk voor stuk onder handen genomen en zijn er bomen geplant. Daarnaast zijn er op het Javaplein nog fonteinen geplaatst, wat de buurt een stuk gezelliger maakt en aantrekkelijker voor de rijkere middenklasse.
De eigenares van de groentekraam op het Javaplein bevestigt de transformatie van de Indische Buurt: “Tuurlijk is het hier veranderd!” Ze zit er al 23 jaar met haar kraam en vindt de buurt er veel gezelliger op geworden. Ook is er een verandering gaande in het voorzieningenaanbod. Waar de Javastraat voorheen bekend stond als bolwerk van wasserettes en belwinkels, komen er nu gelijksoortige winkeltjes als in de Jordaan en de Pijp op. Iwan Welsh is al sinds 1972 opticien op de Javastraat en verwelkomt de verandering met open armen. “Sinds ik hier met mijn winkel zit is er een hoop veranderd. Er zijn veel koopwoningen gekomen, waar jonge en rijkere mensen zijn komen wonen. Voor mijn zaak komt dat wel goed uit, want die mensen komen graag in mijn winkel.” Op het Javaplein is nu ook de Borneohof uit de grond gerezen met veel koopwoningen en op de begane grond een bibliotheek en een CoffeeCompany. Die laatste is samen met de bakfiets inmiddels een metafoor geworden voor ‘hip’ Amsterdam.
Naast de renovatie van de buitenruimte speelt zich nog een ander proces af. De gemeente is een convenant aangegaan met de drie belangrijkste woningbouwverenigingen in de Indische Buurt om een meer gedifferentieerde woningvoorraad aan te bieden. De Indische Buurt bestond namelijk voor 93 procent uit sociale huurwoningen. Dit aantal wordt drastisch gereduceerd en er komen zo steeds meer koopwoningen bij.
Erik Vos, eigenaar van een designerzaak voor verlichting en meubilair, is één van die eigenaren die met hulp van subsidie een zaak kon openen die inspeelt op de behoeftes van de nieuwe bewoners. Volgens hem waren er ook te veel sociale huurwoningen in de buurt en heeft de instroom van de nieuwe bewoners de buurt er beter op gemaakt: “Tien jaar geleden liep je hier ’s avonds niet over straat en nu wel.” Hij vindt het daarnaast een goede ontwikkeling dat de stad investeert in de buurt en als dat ten koste gaat van bepaalde groepen mensen, dan moet dat maar. “Dat is het recht van de sterkste en dat zal je altijd houden, in mijn optiek is dat terecht”, aldus Erik.
De stadsvernieuwing in de Indische Buurt brengt een paradox met zich mee. De stadsvernieuwing wordt namelijk gebracht onder het mom van ‘bouwen voor de buurt’, maar de mensen voor wie het beleid bedoeld zou zijn, de buurt, zijn onbewust de dupe van dit beleid. Het gevolg is namelijk dat de huurprijzen stijgen waardoor een deel van de oorspronkelijke bewoners gedwongen is hun huis en buurt te verlaten.
Hidde, al elf jaar wonend in de Indische Buurt brengt deze paradox in plat Amsterdams onder woorden: “De buurt is er beter op geworden. Ik woon zelf naast restaurant Wilde Zwijnen. Leuk, maar wel alleen als je geld hebt. Nu is het nog goed, als we maar niet de Pijp achterna gaan.” Refererend naar de grote groep yuppen die daar voor het merendeel de buurt zijn gaan bewonen en de daarmee afnemende authenticiteit. De eigenares van de groentekraam ziet haar pachtprijs ook toenemen, maar vreest voorlopig nog niet voor haar voortbestaan van haar kraam: “En anders ik heb zelf in ieder geval nog groentes om de winter mee door te komen!”