28 december, 2011 | Auteur: Sara-May Leeflang | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: nederland

De Nederlandse identiteit, die mag je zelf verzinnen

Identiteit, wat stellen we ons daar bij voor? Wat voor identiteit heeft de lezer en wat voor een heeft de schrijver? In “In de bergen van Nederland” van Cees Nooteboom hoef je geen duidelijk antwoord te verwachten. Niet alleen de identiteit van de lezer en schrijver is onduidelijk, ook die van de hoofdpersonages en die van Nederland is compleet vervaagd. Daarbij weet de lezer in eerste instantie niet wat voor verhaal het aan het lezen is. Is het nu een sprookje, een roman of een essay? Dit wekt wel de nieuwsgierigheid van de lezer.

Nooteboom is niet bang om de verwarring open en bloot op tafel te leggen. Hij laat zich uitgebreid uit over concepten als schrijven, filosoferen en sprookjes. Zo zegt hoofdpersoon Alfonso: “Schrijven bestaat uit steeds hetzelfde vragen en filosoferen schijnt te bestaan uit steeds iets anders antwoorden, het is de inventarisatie van het antwoord. Wat doet iemand die een sprookje schrijft? Hij maakt het zich makkelijk, hij verhevigt de werkelijkheid niet, hij vervormt haar, hij laat haar dingen doen die ze niet kan. Hij stelt dus geen vragen, hij geeft alleen maar antwoorden, verkeerde antwoorden die niet kunnen en daarmee doet hij de werkelijkheid geweld aan, dat is de verheviging.”

Het boek vertelt een verhaal in een verhaal. Alfonso Tiburón de Mendoza is Inspecteur van de Wegen in de provincie Zaragoza, een deel van het vroegere koninkrijk Aragón, in Spanje. Hij vertelt, aan zichzelf, het verhaal van de circusartiesten Kai en Lucia. Alfonso introduceert het verhaal door het te vergelijken met zijn werk: “Maar laat ik mijn verhaal vertellen. Het heeft bochten, zoals de meeste wegen in Aragón, soms moet je klimmen en dan dus ook weer naar beneden, want aan het landschap kan ik niet zo veel doen, dat valt niet onder mijn competentie. Wel het wegdek natuurlijk en de bermen. Als het aan de instanties ligt moet de zeis daar voortdurend overheen (wij doen dat langs de kleine wegen nog met een zeis), maar ik geef altijd de opdracht hier en daar, op plekken die ik aanwijs, zo veel mogelijk bloemen te laten staan. Het is niet zo’n belangrijke weg, er komen geen ministers langs, en wie zal de Inspecteur inspecteren?”

Het ruwe, corrupte, gevaarlijke zuiden van Nederland

Er is geen werk meer in het noorden van de Nederlanden en dus moeten illusionisten Kai en Lucia naar het ruwe, corrupte, gevaarlijke zuiden van Nederland. Door de intrede van de televisie in het noorden zitten mensen niet meer te wachten op hun circuskunsten: “Gebaren moesten in liefst zo veel mogelijk huiskamers van de wereld op exact hetzelfde ogenblik gezien worden door mensen die er nu juist niet bij waren.” In het zuiden zijn mensen nog bijgelovig en bereid om te geloven in de illusie. Kai had eigenlijk clown willen worden, maar “miste de grondeloze melancholie en het gruwelijk evenwicht tussen naar binnen gerichte mensenliefde en naar buiten gerichte zelfhaat die bij dat beroep horen”, aldus Alfonso.

Zij vertrekken naar het zuiden en het gedonder begint. De twee zijn perfecte mensen om te zien, volmaakt, nog meer als stel. Zo perfect, dat ze bij iedereen in eerste instantie bewondering of afschuw oproepen. “Volmaakt geluk is, net als volmaakt ongeluk en veel dat daar in de buurt komt, vreselijk om aan te zien” (..) “dan wordt volmaakte schoonheid een maatstok voor de eigen onvolmaaktheid, en dat vindt niemand prettig.” Door de perfectie zijn ze een makkelijk doelwit. Kai wordt in het zuiden ontvoerd door de sneeuwkoningin en haar bende. Vervolgens wordt hij door haar misbruikt. Lucia gaat met Anna de clown op zoek naar hem. Dit verloop brengt verwarrende taferelen, omdat de lezer niet weet waar het aan toe is door de bizariteit van het verhaal.

Ongrijpbaar

De karakters Kai en Lucia zijn vlakke personages waar in de loop van het verhaal niet veel affectie voor wordt ontwikkeld. Ook Alfonso, de verteller, is een vrij ongrijpbaar karakter. Het zijn de gedachtegangen van Alfonso die de lezer prachtige inzichten geeft. Het verhaal, het sprookje, lijkt af en toe meer een toevallig resultaat voor het aan de kaart brengen van bepaalde gedachtegangen. Af en toe springen enkele zinnen zomaar in het oog:

“Al te veel lust lijkt in tegenspraak met het idee van volmaaktheid.”

“Het langere leven kent het verdriet en vermijd dat.”

“Het paar is de kleinste menselijke vereniging die er bestaat en daardoor, omdat het anderen uitsluit, onuitstaanbaar.”

Met de Nederlandse identiteit worden veel trucs uitgehaald. De (Nederlandse) lezer zal zich niet snel  identificeren met in de zuidelijke Nederlanden. Het roept verwarring op door bijvoorbeeld de corrupte grenspolitie die Lucia misbruikt. “…het Zuiden desolaat, wild en kwaadaardig. En de inwoners achterlijk, dat spreekt vanzelf. Als je er niets te maken had, ging je er niet heen.” Ook de mensen in het zuiden zijn typisch anders: “Dansende en joelende inwoners van het Zuiden had de Noordelingen een licht gevoel van schaamte bezorgd, schaamte over een onbezorgde vreugde waaraan je nog wel zou willen deelnemen, maar die voor jou niet meer is weggelegd.” Het doet de lezer denken aan meer het oosten van Europa en wordt zo ook geconfronteerd met de eigen stereotyperingen die hij of zij bezit.

Ouderdom en jeugdigheid

In het boek komen de thema’s sterfelijkheid, ouderdom en jeugdigheid aan bod. Waarin de jeugd op ironische wijze wordt verbonden met schoonheid en onsterfelijkheid en ouderdom met onvolmaaktheid en aftakeling. Dit wordt duidelijk in een passage over het naaktstrand: “Dikke en oude mensen kunnen er beter niet heen gaan, al doen ze het toch. Ze zijn niet welkom, ze verstoren de paradijsillusie, de dikken omdat ze de gedachte aan onmatigheid en dus de Danteske straf daarvoor, ziekte, dood en verdoemenis oproepen, de ouden omdat ze schaamteloos vertonen wat iedereen nu juist probeert te ontkennen, de toekomst.”

Wanneer het boek uit is, blijf je in verwarring achter. Toch bestaat er over veel basisbegrippen en -concepten opvallend veel duidelijkheid. En dat maakt het zo waard om het verhaal te lezen; het heeft een filosofische verhaalvorm. Nooteboom danst naar niemands pijpen, niet naar die van Alfonso, Kai en Lucia en dus ook niet naar die van de lezer. De verwarring is ook fijn, het scherpt weerzin van de lezer; die weet in elk geval waar hij het niet mee eens is. Vooral in het omschrijven van het Nederlandse landschap. “Dit kan Nederland niet zijn!” Maar wat dan wel? Wat is Nederland wel? Daar mag de lezer zelf antwoord op geven.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.