4 mei, 2012 | Auteur: Anthea van den Berg – Koopman | Beeld: Itoh Kei/World Vision | Trefwoord: japan

'We blijven een lerende organisatie' (4)

Iedereen op de wereld kan een ramp overkomen. Of je nu in Japan woont, Haïti, Pakistan of Nederland. Sommige rampen, zoals een oorlogssituatie, zijn veroorzaakt door mensen. Die rampen kunnen maanden, soms wel jaren duren. Andere rampen, zoals overstromingen, droogtes of aardbevingen, kunnen eigenlijk overal toeslaan. En zonder waarschuwing zorgen ze voor duizenden slachtoffers.

Medewerkers van World Vision vertellen zeven maanden lang in de rubriek Verbeter de Wereld over hun werkzaamheden in Japan.

In Japan was het in 2011 raak. Daar was in maart een aardbeving van 9.0 op de schaal van Richter. Deze aardbeving zorgde ervoor dat zo'n 15 000 mensen overleden. Een veelvoud hiervan raakte hun huis en alles wat ze bezaten kwijt. Nu is Japan geen arm land, maar een goed ontwikkeld land. Meestal wordt aan armen en kinderen gedacht als slachtoffers, maar World Vision kijkt verder en heeft voor de meest kwetsbaren in de samenleving oog en geeft hen voorrang bij de hulpverlening.

Het effect van klimaatverandering en grote politieke omwentelingen

In de afgelopen vijftig jaar hebben er dertien keer zoveel grote rampen plaatsgevonden. Belangrijke factoren van deze toename zijn het klimaat, zoals de langere droogtes en de heftige overstromingen, en grote politieke omwentelingen met bijvoorbeeld stijgende voedselprijzen als gevolg. Bedenk hierbij dat elke 21 seconden iemand in de wereld vluchteling wordt en dat de slachtoffers van een ramp in 90% van de gevallen leven in een ontwikkelingsland, waar armoede en gebrek aan middelen het lijden verergeren. Dit alles betekent dat snelle hulp na een ramp steeds belangrijker wordt.

Omdat World Vision al meer dan 50 jaar wereldwijd werkt, hebben we ruime ervaring in noodhulpsituaties. En we weten als geen ander dat elk leven kostbaar is. We doen er dan ook alles aan om een noodhulpactie na een ramp, zoals in Japan, snel en efficiënt te laten verlopen, zodat zo veel mogelijk kwetsbare mensen worden geholpen.  Bij de rampen kan het gaan om twee types, een ‘rapid onset emergency’, waarbij er van het één op het andere moment heel veel slachtoffers zijn en grote schade (bijvoorbeeld een overstroming of aardbeving) of het kan gaan om een ‘slow onset emergency’. Bij deze laatste verslechtert de situatie langzaam, bijvoorbeeld binnen een paar maanden. Denk hierbij aan een hongersnood of het opkomen van vluchtelingenstromen door een oorlogssituatie.

Japan valt in de categorie ‘rapid onset’. Zonder waarschuwing vooraf werden de inwoners in het noordoosten van Japan overvallen door de aardbeving en de daaropvolgende tsunami. Er was eigenlijk geen kans om jezelf en je spullen te redden. Het aantal slachtoffers was groot en ook de schade had een ongelooflijke impact op het dagelijkse leven van de betrokkenen.

De voorbereiding

Als er geen ramp is, zijn we toch dagelijks bezig met de voorbereidingen. Wereldwijd staan er op strategische plekken units die zijn gevuld met hulpgoederen. Denk hierbij aan dekens, tenten, pannen en hygiëne kits. Ook tijdens de aardbeving in Japan zijn er dekens en keukengerei uitgedeeld vanuit onze units. Verder staan er Rapid Response Teams klaar, die in 24 tot 72 uur ter plaatse kunnen zijn om de hulpverlening na de ramp te coördineren.

Binnen een paar uur na een ramp komt de ‘Declaration Decision Group’ (DDG) bij elkaar. De DDG bestaat uit 4 leden: de regionale noodhulp directeur, een vertegenwoordig van het belangrijkste ondersteuningskantoor uit het gebied, een persoon die op dat moment verantwoordelijk is voor noodhulpcoördinatie en de nationale World Vision directeur van het getroffen land. Doordat het een kleine groep is, kunnen ze snel bij elkaar komen (skype en webex zijn onmisbaar) en snel beslissingen nemen. Deze groep beoordeelt de situatie en plaatst de ramp in categorie I, II of III.

Een categorie I ramp betreft tot 100 000 slachtoffers. Bij deze categorie ramp worden middelen van bestaan en de World Vision activiteiten (bijvoorbeeld een sponsorprogramma) bedreigd. Er is een verhoogd overlijdensrisico en er is een duidelijk gevaar voor geweld tegen vrouwen, kinderen en andere kwetsbare groepen. De categorie I ramp veroorzaakt een grote impact op de infrastructuur en basisvoorzieningen.

Het slachtofferaantal ligt bij een categorie II ramp een stuk hoger: 100 000 tot één miljoen of 25 tot 50 procent van de bevolking. De ramp heeft grote gevolgen voor bijvoorbeeld gezondheidszorg en onderwijs. Er sterven 1 op de 10 000 mensen per dag en bij kinderen jonger dan 5 jaar zelfs het dubbele. Of er is een meer dan gemiddelde kans om te overlijden door de situatie.

Bij een categorie III ramp is meer dan één miljoen mensen of meer dan 50% van de bevolking slachtoffer van de ramp. De kans op onmiddellijk overlijden is ernstig verhoogd of de kans op overlijden is verdubbeld ten opzichte van de normale cijfers.

Het plan van aanpak

Voor Japan was duidelijk dat de ramp onder categorie III viel. Want naast de harde cijfers van het aantal slachtoffers stonden de middelen van bestaan onder grote druk of waren zelfs verdwenen (denk aan de visserij). Er was grote schade aan wegen, bruggen en gebouwen. Ook schoon drinkwater was niet toegankelijk. Door de heftigheid van de aardbeving en de daaropvolgende tsunami waren kinderen ernstig getraumatiseerd door wat ze gezien hadden.

De DDG bepaalt vervolgens het type respons. Voor Japan ging het om een Global Response. Dat betekent dat er meer dan tien miljoen dollar nodig is voor de juiste hulp en een uitbreiding van het personeel met meer dan 50 procent. Bovendien heeft de overheid World Vision om hulp gevraagd.

In het geval van de aardbeving van Japan is er een korte periode sprake geweest van een "National office response", dat betekent dat World Vision Japan met behulp van extra personeel de hulpverlening zelf zou kunnen doen. Maar doordat er steeds meer informatie beschikbaar kwam over de schade en over de impact juist ook bij kinderen en omdat de regering World Vision om hulp vroeg, is de ramp opgeschaald naar een Global Response.

Door onze ruime ervaring konden we snel aan de slag in Japan. Elke ramp is weer uniek en vereist een eigen aanpak. Na afloop van een ramp monitoren we alles en evalueren we, want we blijven een lerende organisatie. Wat niet verandert is onze prioriteit. Want die ligt bij kinderen en de meest kwetsbare groepen mensen. World Vision zal altijd voor hun rechten opkomen en hen beschermen.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.