26 juli, 2012 | Auteur: Anthea van den Berg – Koopman | Trefwoord: japan
De wederopbouw van de visindustrie in Japan (6)
Nog voordat de tsunami in maart 2011 in Japan was, had de visserij-industrie in het noordoosten het moeilijk. Jeugd eet steeds minder vis en er verdwenen meer en meer familiebedrijven. Traditionele visbedrijven werden niet overgenomen door de nieuwe generatie, omdat de jongeren verhuisden naar de stad. De aardbeving en de daaropvolgende tsunami kwamen daar nog eens bovenop.
Medewerkers van World Vision vertellen zeven maanden lang in de rubriek Verbeter de Wereld over hun werkzaamheden in Japan.
Op 11 maart 2011 werd 95 procent van alle faciliteiten voor de visindustrie in de stad Kesennuma vernietigd of beschadigd. Zes maanden later functioneerde de haven nog niet eens voor twintig procent van de normale capaciteit.

"De lokale visindustrie sliep gedurende drie maanden na de tsunami als het ware", vertelt Hiroyuki Kumagai. Hij is directeur van de Kesennuma Visserij Coöperatie. "Voorheen werkten er 4.500 mensen in deze bedrijfstak. Maar nu waren het er maar 400 die in staat waren om te werken." World Vision Japan hoorde van de problemen in deze industrie en de organisatie realiseerde zich wat voor impact dit had op de kinderen van de families die werkten in de visserij. De kinderen leden onder de zorgen van hun ouders.
Daarom besloot World Vision zich bij de wederopbouw na de ramp te richten op deze vorm van levensonderhoud. "Voor het welzijn van kinderen is het belangrijk dat ouders een stabiele baan hebben. Door de visserij te ondersteunen, ondersteunen we de kinderen", aldus Rio Mochizuki, teamleider levensonderhoud World Vision Japan.
In de visindustrie werden enorme diepvriezers gebruikt om duizenden tonnen vis in op te slaan. Maar na de tsunami waren deze vriezers zwaar beschadigd of zelfs volledig verwoest. Voor de tsunami waren er in Kesennuma ongeveer negentig van deze enorme vriezers, maar daarna functioneerden er nog maar een paar. Veel te weinig om alle vis in op te slaan die de haven inkwam. Krab en vis stond buiten te rotten.

In plaats van een capaciteit om 165.000 ton vis in te vriezen, was er nu slechts capaciteit voor 2.000 ton vis. World Vision besloot om met donaties uit de hele wereld financiële ondersteuning te verlenen aan de Kesennuma Visserij Coöperatie. Met deze financiële injectie schroefden ze de vriescapaciteit weer op naar 160 ton.
Na de tsunami was de Kesennumma Visserij Coöperatie gedwongen om de meerheid van het personeel te ontslaan, omdat er geen werk meer was. "Er werkten 97 mensen in onze coöperatie, waarbij veel mensen werkten in de grote vriezers", aldus Kumagai. “We hadden geen andere keuze dan ze te ontslaan. De behoefte aan vriescapaciteit in deze industrie is enorm. Maar letterlijk alles was verloren. We probeerden maatregelen te nemen die tegelijk effect hadden op korte, middellange en lange termijn."
In een poging om de groei te stimuleren, opende de haven van Kesennuma het gebied voor de lokale markt en visverkopers. Kumagai: "Als coöperatie begonnen we drie maanden na de ramp met het openen van een vismarkt in de haven. Zo boden we de mensen kans op werk. Tegelijkertijd begonnen we met het herstellen van de grote vriezers, maar dat kon maanden duren. Daar was het wachten op, want als de vriezers weer werkten, had de markt weer vis."
Mariko Kinai van World Vision Japan vertelt: "De visserij-industrie had al een probleem vóór de ramp. Door de vergrijzing in de samenleving was er een daling in de productie. Van een omzet van 80,2 miljard Japanse Yen in 1995 daalde de omzet naar 48 miljard Japanse Yen in 2005. En van de 13 457 werknemers in deze sector in 1995, waren er in 2005 nog maar 9 994 werkzaam in de visindustrie." Kumagai vult hem aan: "Jonge mensen wilden niet meer werken in deze industrie en vertrokken naar de stad voor een kantoorbaan. Wij moesten ervoor zorgen dat het werk weer aantrekkelijk werd gemaakt, en dat het beter betaalde."

Bij de wederopbouw na de ramp spande World Vision zich ook in om te helpen het imago van de visindustrie te verbeteren onder de jongeren. "De visindustrie helpt ook heel veel andere bedrijven, zoals scheepsbouw en transport", zegt Mochizuki. "We hopen dat het werken in de visindustrie van Kesennuma weer aantrekkelijk wordt en dat jongeren weer enthousiast worden om hier te werken."
De ramp als kans
"Deze ramp zagen wij als kans. Als team zochten we contact met de gemeenschap", vertelt Kinai van World Vision. "We bekeken de oorzaken die al voor de ramp bestonden. We gaan nu naar de middelbare scholen om voorlichting te geven over het werken in de visindustrie en we verspreiden promotiemateriaal onder jongeren. We moedigen hen aan om na hun opleiding te gaan werken in de visserij en te blijven in het gebied waar ze opgroeiden. Zo gaat er geen kennis weg. Het doel is om de jeugd te behouden in de gemeenschap en de visindustrie te revitaliseren."
Naast deze hulp heeft World Vision gezorgd voor visgerei en zeewierteelapparatuur. Dit was allemaal verloren gegaan door de tsunami. Daarnaast zijn er ook veertig kleine vissersbootjes aangeschaft en de coöperatie zal die geven aan de families die grootste schade hebben geleden. "Er zijn veel mensen die na de ramp hun leven hadden opgegeven. Ze waren depressief, omdat ze hun gezin niet konden onderhouden. Ze hadden geen enkele hoop voor de toekomst", vertelt Kumagai. "Door de steun van World Vision werden we bemoedigd en hebben mensen in dit gebied veel positieve steun ervaren. Nu proberen we samen de industrie weer op te bouwen." World Vision ziet ook wat de impact is op de kinderen in de gezinnen die in de visserij werken. Door te werken aan een betere visindustrie, werken ze aan de toekomst voor kinderen, zodat hun leven tot volle bloei kan komen.