24 april, 2014 | Auteur: Mayke Blok | Beeld: Mayke Blok | Trefwoord: china
Het kind vasthouden tijdens hun laatste moment
Mede door de eenkindpolitiek, komen doodzieke Chinese kinderen in weeshuizen terecht. Robin en Joyce Hill voorkomen dat zij in zogeheten dying rooms terechtkomen, waar kinderen in een kamertje gezet worden, de deur dichtgaat en het afwachten begint.
Het is 1996 als een Engelse televisieploeg naar China vertrekt. Drie maanden lang reizen ze van weeshuis naar weeshuis. Met verborgen camera’s leggen ze de gevolgen van het eenkindbeleid vast. Deze wet verbiedt Chinezen meer dan één kind te krijgen om zo de groeiende populatie van het land iets in te dammen. Voor ongewenste kinderen zijn de gevolgen vaak zeer akelig.
De beelden van de televisieploeg gaan de hele wereld over. De crew filmt peuters die de hele dag worden vastgebonden in een kinderstoel. Met touwtjes zitten hun benen tegen de poten aangedrukt. Obsessief bewegen ze van voor naar achter. De verveling wordt enkel onderbroken door iets oudere kinderen die ze af en toe opzoeken. Het weinige personeel toont geen interesse in de kinderen.
Rond dezelfde tijd bezoekt de Engelse expat Robin Hill samen met zijn vrouw een weeshuis in Beijing, op initiatief van de plaatselijke kerkgemeenschap. De meeste bezoekers blijven beneden om met de wat oudere kinderen te spelen. Robin en Joyce besluiten op onderzoek uit te gaan. Ze lopen naar de bovenste verdieping van het weeshuis en komen uit bij een kamertje. Als ze vragen wat voor kamertje het is, wordt er ontwijkend geantwoord.
Het blijkt een dying room te zijn. Robin vertelt: “Het was een klein kamertje, weggestopt achter in het weeshuis. Baby’s met weinig overlevingskans werden in dat kamertje gelegd. De deur werd gesloten. Het wachten begon. Een week later werd de deur weer geopend en haalden ze het lijkje weg.”
Ook de Britse cameraploeg vindt de kamers in Chinese weeshuizen. Ze filmen een meisje dat kermend wacht op het einde, dat vier dagen na het bezoek van de cameraploeg zou komen. Robin Hill richt zijn blik eventjes naar boven. “Ik houd mezelf voor dat de intentie niet slecht is. Ze weten gewoon niet wat ze moeten doen met die kinderen.” Hij zit in zijn luie stoel in een klein kantoortje op de bovenverdieping van zijn weeshuis ‘the new hope foundation’, naast hem hangt een kaart van China.
Robin werkte in Beijing voor een Zweeds bedrijf. Toen zijn contract eind jaren negentig afliep, vroeg hij aan zijn vrouw wat zij dacht dat hun volgende stap zou kunnen worden. “Ze heeft de taferelen in het weeshuis nooit losgelaten. Haar antwoord was dan ook heel helder. ‘We blijven in Beijing en gaan een weeshuis oprichten’. Zo is het begonnen.”
“We reisden naar de weeshuizen, waarvan we wisten dat ze met dying rooms werkten. We vroegen hen of ze de kinderen die niet meer te redden waren, aan ons wilden geven. We bouwden een klein hospice. Je weet dat je niet elk kind kunt redden, maar we wilden op zijn minst dat ze zich iets behaaglijker voelden en te eten kregen. En vooral dat iemand ze zou vasthouden tijdens hun laatste momenten hier.”
Het sloeg aan. Andere weeshuisdirecteuren kwamen naar Robin en Joyce toe met kinderen waar ze zich geen raad mee wisten. Nu heeft het Britse stel weeshuizen en hospices verspreid over het hele land.
“Zestig procent van de kinderen die binnenkomen overlijdt relatief snel. Zo’n dertig procent heeft een langdurige ziekte. Vaak zijn dit hartproblemen die niet te opereren zijn. Tien procent van de kinderen wordt beter. Die kinderen kunnen geadopteerd worden.”
Nog steeds worden er bewijzen gevonden van het bestaan van dying rooms in minder ontwikkelde gebieden van China. Maar volgens Robin verbetert de situatie in een rap tempo. “De Chinese overheid heeft grote veranderingen doorgevoerd met het zogenaamde Blue Sky Project. Er is veel geld gestoken in het bouwen van betere faciliteiten voor de verlaten kinderen en in de hogere regionen van de overheid zetten ze zich in om de kwaliteit van de zorg voor de kinderen te verbeteren. Maar het gaat nog even duren voordat er iets verandert bij de lokale overheid. Ik denk zeker nog een jaar of vijftien.”