27 juni, 2010 | Beeld: Erik Wallert | Trefwoord: europa

'Erasmus-orgasmus' zorgt voor unificatie Europees hoger onderwijs

Waar in Nederland de universiteit studenten van harte aanmoedigt om ‘op Erasmus’ te gaan, zetten Poolse of Italiaanse studenten hun Erasmustijd liever niet op hun cv’s. In Nederland mag een uitwisselingssemester voor interesse en zelfstandigheid staan, in sommige andere landen staat Erasmus synoniem voor veel alcoholgebruik en studievertraging. Daarom proberen Poolse studenten het imago van een exchange-semester te verbeteren door het te verbinden met een sociale dimensie.

Al in 1988 ontstond het idee om studentenuitwisselingen tussen verschillende Europese lidstaten aan te moedigen. Ter gelegenheid van het 900-jarige bestaan van de oudste Europese universiteit, Bologna, tekenden de Rectores Magnifici van Europese universiteiten de Magna Charta Universitatum. Hierin pleitten ze voor het mogelijk maken om een gedeelte van de studie in het buitenland te volgen. Ze vernoemden dit programma naar de Nederlandse filosoof Erasmus, die bekend is om zijn vele reizen door Europa met het doel tot nieuwe inzichten te komen. Met het einde van het millennium in zicht, gingen de universiteiten ervan uit dat ontwikkelingen in de wetenschap een steeds grotere rol zouden spelen. Daarbij spraken ze de hoop uit dat hun actie ‘nationale overheden zou inspireren’.

Studenten konden zodoende voor hun studie naar het buitenland, waar mondjesmaat gebruik van werd gemaakt. Studenten liepen tegen problemen aan met financiering van zo’n uitwisseling en, eenmaal terug in het thuisland, met het  erkend krijgen van de cijfers van de gevolgde vakken in het buitenland.

Daarom nemen de Ministers van Onderwijs van Duitsland, Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië in 1998 een grote stap, tien jaar na de ‘inspiratie oproep’ van de Magna Charta Universitatum. Ze grijpen het 800-jarige bestaan van de Franse Universiteit van Sorbonne aan om de ‘Sorbonne-declaratie’ te tekenen. Dit was de eerste keer dat nationale overheden zich ook met deze studentenuitwisselingen bezighielden.

Verdergaande Europese plannen werden in 1999 gesmeed, wanneer dan alle vijftien Europese landen de Bolognaverklaring tekenen. Vooropgesteld wordt dat Europa niet langer een Europese Unie van de markt en economische samenwerking is, maar dat ook een Europese kenniseconomie opgebouwd wordt. De landen besluiten het Europese onderwijs te harmoniseren, waardoor Erasmusuitwisselingen zullen worden vergemakkelijkt.

Twee belangrijke doelstellingen zijn het ontwikkelen van een Europees accreditatiesysteem voor het goedkeuren van vakken, en het creëren van één Europees onderwijssysteem. Dit laatste werd later bekend als de bama-structuur: eerst drie of vier jaar een bachelor volgen, daarna een afsluitende master. De overkoepelende maatregelen in het kader van uitwisselingen worden Socrates genoemd, dit keer naar de Griekse filosoof.

De Bolognaverklaring legde extra nadruk op de Europese burger, die in het begin van de jaren negentig was ‘uitgevonden’. Onder andere de val van de Berlijnse Muur speelt hierbij een grote rol. Vanaf 1989 is Europa officieel niet meer in tweeën verdeeld. Toch is er dan nog weinig contact tussen de bevolkingen van West- en Oost-Europa.

Vanaf midden jaren negentig worden er echter voorbereidingen getroffen voor de EU-toetreding van tien voormalige Oostbloklanden: de ‘big bang EU-toetreding’. Om ervoor te zorgen dat de Europese burgers niet van elkaar vervreemden en om sociale minimumnormen in Oost-Europa te garanderen, krijgt de Erasmusuitwisseling vanaf dan meer nadruk. Het grensoverschrijdende contact tussen verschillende Europese burgers zou namelijk zorgen voor meer wederzijds begrip en kennis van elkaar. Als bijkomend voordeel werd ervan uitgegaan dat studenten op den duur de nieuwe bovenklasse zou worden. Daarmee zouden er in feite pro-Europese leiders worden gekweekt. Zo zei politicoloog Stefan Wolff: “Geef het 15, 20, 25 jaar en Europa zal bestuurd worden door compleet andere leiders dan vandaag de dag”. Dit was in de tijd van grote Euroscepsis en onduidelijkheid waar men naartoe wilde met het Europese project, nadat de gemeenschappelijke markt voltooid leek. De keuze voor investeren in de burger leek dus een duidelijke stap in de nieuwe richting.

Het Socratesprogramma, in 2007 vervangen door ‘Leven Lang Leren’, heeft een aantal voorzieningen voor Erasmusstudenten. Zo zijn er afspraken over de hoogte van het collegegeld – dat gelijk is aan het collegegeld van de ‘thuisuniversiteit’ – en zorgt het European Credits Transfer System (ECTS) voor een vergemakkelijking van erkenning van studiepunten. Daarnaast verleent de Europese Unie een beurs om in het levensonderhoud te voorzien. Deze beurs kwam in 2009 neer op ongeveer 250 euro per maand. Door samenwerkingsverbanden tussen universiteiten te stimuleren, zouden studenten eenvoudig voor vijf of tien maanden naar het buitenland kunnen. En tot slot zouden door het aanbieden van gratis talencursussen de kleinere Europese talen worden gestimuleerd.

Wetenschappers waren aanzienlijk lovend over dit programma. Welke student zou nou geen gebruik willen maken van dit programma? De lidstaten deelden deze enthousiaste visie. Als doelstelling stelden ze zichzelf dat in 2012 minimaal 3 procent van alle studenten op uitwisseling zou zijn geweest. De EU deed hier een schepje bovenop. In 2012 zouden drie miljoen Europeanen gebruik hebben gemaakt van Erasmus. Anno 2010 nadert de doelstelling met rasse schreden. Niet alleen heeft geen enkel Europees land deze 3 procent gehaald, ook de drie miljoen lijkt nog ver: in twintig jaar tijd gingen bijna 1,9 miljoen studenten op uitwisseling. Alleen Liechtenstein zit met 45 van de 700 studenten op uitwisseling ver boven het Europese gemiddelde. Nederland is met 1,01 procent een goede middenmoter. Overigens zijn de grote lidstaten de populairste bestemmingen en profiteren de kleinere landen dus niet van de voordelen die de Europese Commissie had voorzien om de kleine talen te stimuleren.

De meeste vertrekkende studenten komen uit Spanje, Frankrijk, Duitsland of Polen. Juist de Poolse studenten werken nu aan een charmeoffensief om de Erasmusuitwisseling weer in een positief daglicht te krijgen. Een Erasmusuitwisseling heeft daar onder andere als bijnaam ‘Erasmus-orgasmus’ gekregen door de associaties met losbandige feesten met overmatige alcoholconsumptie. Om deze beeldvorming te bestrijden is het door studenten geleide Poolse Erasmus Exchange Student Network (ESN) begonnen met Social Erasmus: met Erasmusstudenten die meedoen aan sociale vrijwilligersprojecten. Zo hielp de Poolse delegatie uit Krakau geld in te zamelen voor Unicef, hielp het arme kinderen aan kerstcadeautjes en is het bezig een heus Erasmusbos aan te planten.

Ondanks het feit dat de doelstelling betreft het aantal waarschijnlijk niet gehaald gaat worden, heeft Erasmus wél een grote rol gehad in de unificatie van het Europese hoger onderwijs. Op voorhand hebben de lidstaten waarschijnlijk niet voorzien dat het nationale onderwerp bij uitstek: onderwijs, in deze mate zou vereuropeaniseren toen zij hun verklaring tekenden. Los van het losbandige imago en de populariteitsproblemen heeft Erasmus zeker bijgedragen aan het wederzijdse begrip tussen West en Oost. Daardoor is de Erasmusuitwisseling uiteindelijk zeer belangrijk geweest in het totale Europese integratieproces.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.