28 december, 2010 | Beeld: Erik Wallert | Trefwoord: estland

Estland wil wel aan de euro

Terwijl de helft van de Nederlanders nostalgisch terugverlangt naar de gulden en een kwart consequent blijft omrekenen, aldus de ING in november 2010, staan de Esten juist te trappelen om van hun kronen af te komen. Op 1 januari 2011 schakelt Estland over op de euro.   

Estland wordt in 2011 het zeventiende Europese land dat de euro invoert. Met de 1,3 miljoen Esten komt het aantal gebruikers van de euro straks uit op 330 miljoen burgers. Estland heeft 45 miljoen biljetten en 194 miljoen munten besteld. Bij de Nationale Bank van Finland, want de Esten zullen – voorlopig – de euro niet zelf gaan produceren.  

De keuze voor samenwerken met de Finse Nationale Bank is niet heel vreemd. Estland (met hoofdstad Tallinn) is de noordelijkste van de drie Baltische staten en ligt geografisch, maar ook qua taal en historie, erg dichtbij Finland.  

De EU-toetreding in 2005 legde Estland niet bepaald windeieren. Het economische hervormingsplan dat na de onafhankelijkheid in 1991 werd ingezet, kreeg een extra motivatie. Net als voor aan de Russische overheersing richtte het land zich in de handel weer op Scandinavië en Duitsland. De jaarlijkse groei van het Bruto Nationaal Product (BNP) steeg tot 10 procent, vele malen hoger dan het EU-gemiddelde dat rond 1,7 procent ligt. Ook daalde de werkeloosheid spectaculair, wederom tot onder het EU-gemiddelde. De grote investeringen in de Research & Development-sector leidden tot een zeer sterke IT-sector, met bekende ‘uitvindingen’ zoals Kazaa en Skype. De sterke groei leidde tot de koosnaam 'Baltic Tiger' voor Estland en haar Baltische buren. Estland werd verder gekenmerkt door een zeer lage staatsschuld (4,8 procent van het BNP). In 2006 kreeg het land de prestigieuze Wereldbank-classificatie van high income country. Dat resulteerde in plaats twaalf op de lijst landen met de meeste economische vrijheid ter wereld, opgesteld door de invloedrijke Amerikaanse denktank The Heritage Foundation en trok grote buitenlandse investeringen aan. Vooral Scandinavische banken trokken massaal naar ‘het vijfde Scandinavische land’ en staken veel geld in de financiële en vastgoedsector.  

Niet opgewassen tegen crisis

Toch bleek de Estse economie niet opgewassen tegen de crisis. Het ontbreken van een sterke export en het barsten van de bouw- en de financiële sector werden de Estse economie fataal. In 2008 daalde de economische groei dramatisch, met zelfs negen procent. Van de EU-landen werd Estland, na Ierland, het zwaarst getroffen door de crisis. De regering voerde uiteindelijk in 2009 zeer zware bezuinigingen door en snoeide voor dertig procent in de overheidsuitgaven. Er volgden vele ontslagen en er werd in praktisch iedere sector bezuinigd, van zorg en pensioenen tot de infrastructuur. Als gevolg steeg de werkeloosheid tot ruim 19 procent, bijna even hoog als in Spanje. 

Deze maatregelen waren pijnlijk merkbaar in het dagelijks leven, maar werden desondanks relatief gemakkelijk doorgevoerd. Er volgde geen openbare demonstraties zoals in andere Europese landen. In tegendeel. “Dit komt door onze noordelijke nuchterheid”, verklaarde Meeli Hunt, voormalig overheidswoordvoerder. Ook zij verloor haar baan en is inmiddels Estlands bekendste werkeloze. Ze riep op moed te houden en organiseerde een groot karaokefeest voor werklozen in Tallinn. De Estse media stelden dat het feest even uitbundig was als de onafhankelijkheid van de Russen. Deze onafhankelijkheid ging vooraf aan wat inmiddels de Zingende Revolutie wordt genoemd.    

De maatregelen hebben hun vruchten afgeworpen. Binnen een jaar voldeed Estland ruimschoots aan de criteria voor toetreding tot de Europese munt: een begrotingstekort van maximaal drie procent BNP en een staatsschuld van maximaal zestig procent BNP. De Estse staatsbegroting is met een te verwaarlozen begrotingstekort (1,3 procent) en een staatsschuld van zeven procent vele malen beter op orde dan de Nederlandse. Ter vergelijking: de Griekse staatsschuld, de andere extreme, bedraagt 115 procent. 

Waarom toetreden tot de euro?

Maar waarom zou een land onder de huidige omstandigheden tot de euro willen toetreden, hoonde de BBC toen in juni de euro 17 procent daalde ten opzichte van de dollar. In dezelfde week kreeg Estland officieel goedkeuring van de Europese Commissie voor invoering van de Europese munteenheid. Volgens de Estse minister van Financiën Jürgen Ligi toonden de bezuinigingen al de pragmatische wil van Estland om bij de euro te horen, maar zou het de euro vooral nieuwe stabiliteit geven en onrust over een eventuele devaluerende kroon wegnemen voor investeerders. “De euro blijft ondanks alles een kwaliteitskeurmerk en een belangrijk economisch en politiek signaal”, aldus minister Ligi.  

Tegenstanders van de invoering van de euro in Estland moeten met een lantaarntje worden gezocht; de ruime meerderheid van de Esten is positief over de invoering. Toch zijn ze er wel: hoogleraar Ivar Reig is kritisch over de timing en het ontbreken van een coherente economische politiek. “Voor de zuidelijke landen is een bezuiniging van vijf procent al reden voor onlusten, daarom denk ik dat de eurozone niet ideaal is”, zei hij zinspelend op de Griekse situatie.  

Zijn zorg over de timing werd met name in het Westen gedeeld. Was het moment wel daar om een nieuw euroland te verwelkomen, zo vlak na de Griekse en Ierse bailout? Zou Estland de euro opblazen? Naast minister Ligi en rapporten van de Europese Bank en Europese Commissie, deelde ook criticus Reig dat de Estse budgettaire situatie te gezond was en de Estse populatie te klein om de euro serieuze schade toe te kunnen dienen. Daarbij is Estland sinds 2004 al opvolger van de Europese verplichtingen die verbonden zijn aan de monetaire unie. En Ligi benadrukte dat Estland wel het minste belang heeft bij een val van de euro.  

Signaal naar de Oosterburen

Tot slot is de euro een impliciet signaal naar de oosterburen. Estland kent een aanzienlijke Russische minderheid, als gevolg van de jarenlange Sovjetoverheersing. Estland viel in de negentiende eeuw onder de Russische tsarenrijk en kende tussen 1918 en 1940 een onafhankelijke periode. Vervolgens kwam het na Duitse bezetting weer onder Russische heerschappij. Estland maakte tot 1991 onderdeel uit van de Sovjet Unie. Tegenwoordig behoort ruim een kwart van de Estse bevolking tot de Russische minderheid.  

Deze minderheid was meer dan eens de aanleiding voor gespannen verhoudingen met grote broer Rusland. In 2007 nog, toen de Estse regering besloot een Russisch herdenkingsmonument over de Tweede Wereldoorlog te verwijderen uit Tallinn. Volgens de regering zou 'De Bronzen Soldaat' de Russische overheersing uitbeelden. Rusland – en de Russische minderheid – vonden het echter een herinnering aan de strijd tegen de nazi’s. Deze controverse leidde niet alleen tot diplomatiek gekissebis, uiteindelijk vonden zware rellen plaats. Een demonstrant kwam om het leven en er vielen tientallen gewonden. Uiteindelijk werd het standbeeld weggehaald en staat nu opgeslagen om een nieuwe plek te krijgen, zij het nog onbekend wanneer.  

Eerder deed de toetreding tot de NAVO en tot de EU, enkele weken na elkaar in 2004, de relatie tussen de buren geen goed. Uit de gelekte Wikileaks cables blijkt dat de VS een noodscenario hadden klaarliggen om Polen tegen een eventuele Russische aanval te beschermen. Afgelopen januari werd nog overeengekomen om het programma uit te breiden met de Baltische staten – waaronder dus Estland. Zogeheten operatie Eagle Guardian zou de relatie met Rusland zeker verstoren, vermoedde men, en moest daarom met grote discretie behandeld worden. Nu de documenten door Wikileaks bekend zijn geworden, bleken de Russen inderdaad not amused. Ze spraken van een aangetaste vertrouwensrelatie. Toch hebben de documenten (nog) niet tot directe, concrete gevolgen geleid. Daarom is de euro voor Estland ook van belang. Met de euro hoort Estland op tastbare wijze bij ‘het Westen’ en is van voormalige Sovjetsatellietstaat of Russische invloedssfeer definitief geen sprake meer.

In november stelde de Europese Commissie tevreden te zijn met de Estse maatregelen in de aanloop naar de omschakeling op de euro. Hiermee lijkt Europa een duidelijk signaal af te willen geven aan de voormalig Oostbloklanden die in dezelfde toetredingsgolf als Estland in 2004 bij de EU kwamen. Ondanks woelige tijden, zoals de Griekse crisis of een wankelende euro, zullen zij als ieder andere EU lidstaat behandeld worden. En nog belangrijker: de criteria voor toetreding tot de euro blijven hetzelfde als voorheen. Zoals het in Estland klonk, de nieuwe lidstaten zullen niet de dupe worden van het feit dat sommige andere EU-landen hun begroting niet op orde hadden. Tegelijkertijd lijkt dit pragmatisme ook op zijn grenzen te stuiten: voor de komende vier jaar zullen er hoogstwaarschijnlijk geen nieuwe landen bijkomen die de euro gaan invoeren. De Estse euro zal voorlopig de laatste nieuwe euro zijn.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.