21 november, 2011 | Beeld: Erik Wallert | Trefwoord: spanje
Europese politici blijven op hun hoede voor ETA
Goed nieuws uit Spanje: op 20 oktober 2011 maakte de Baskische gewapende afscheidingsbeweging ETA bekend al haar gewelddadige activiteiten per direct en definitief te staken. Politici in binnen- en buitenland reageerden positief, maar op hun hoede.
Het is niet de eerste keer dat ETA een wapenstilstand afkondigt, om die vervolgens te schenden. Toch lijkt het deze keer serieus: de Spaanse premier Zapatero sprak dan ook van een "overwinning voor de democratie, de wet en de rede". Mocht dit definitief het einde van het separatistische geweld zijn, wat betekent dit dan voor Baskenland? Om duurzame vrede te bereiken moet wellicht een dialoog opgestart worden met ETA.
De aankondiging van ETA mag, na meer dan vijftig jaar strijd en 829 dodelijke slachtoffers, historisch genoemd worden. Nooit eerder zwoer de groepering het geweld definitief af, voorheen werden alleen voorlopige wapenstilstanden aangeboden. ETA (Euskadi Ta Askatasuna, Baskisch voor ‘Baskenland en Vrijheid’) werd opgericht in 1959 en strijdt sindsdien voor een onafhankelijk Baskenland. Het gebied waarvoor ETA onafhankelijkheid wil bestaat uit de autonome regio’s Baskenland en Navarra in Noord-Spanje en nog drie aangrenzende provincies in Zuidwest-Frankrijk. Bij elkaar telt het gebied zo’n drie miljoen inwoners. ETA staat bekend om haar uitgesproken linkse, Marxistische ideologie. In 1968 maakte de beweging haar eerste dodelijke slachtoffer en in de jaren die er op volgden werd de groep berucht vanwege talloze bomaanslagen, gewapende aanvallen en ontvoeringen.
De Spaanse regering heeft altijd zeer repressief tegen ETA opgetreden. Tijdens de militaire dictatuur van Franco en tijdens de overgang naar een democratisch stelsel bestonden er zelfs gewelddadige contramilities, maar ook in de periode daarna werden gevallen van martelingen van ETA-gevangenen bekend. Jarenlang fungeerde de partij Batasuna als politieke tak van ETA. Batasuna streefde dezelfde doelen na en veroordeelde het geweld van ETA niet. In 2003 werd de partij verboden door het Spaanse Hooggerechtshof en ook opvolgers van Batasuna werden daarna consequent verboden.
De belangrijkste reden dat ETA nu heeft besloten de wapens neer te leggen is de afgebrokkelde steun voor hun activiteiten. De jongste Euskobarrómetro van mei 2011 (een opinieonderzoek dat door de Universiteit van Baskenland wordt uitgevoerd onder de Baskische bevolking) laat zien dat nog maar 4 procent van de Basken achter ETA staat. Daartegenover staat dat 63 procent ETA in zijn geheel verwerpelijk vindt en dat 10 procent wel achter de doelen van ETA staat, maar haar gewelddadige tactieken niet ondersteunt.
Ook geniet ETA niet langer de steun van haar politieke vleugel, die niet meer achter het gebruik van geweld staat. De voormalige ETA-militant Ramón Zallo, tegenwoordig professor Communicatie aan de Universiteit van Baskenland, signaleerde in 2010 in een interview met Time al onenigheid: “Er is een interne machtsstrijd gaande over wie de Baskische nationalisten moet leiden: ETA of Batasuna.” In mei 2011 nam er voor het eerst een radicaal-linkse pro-onafhankelijkheidspartij, Bildu, deel aan de lokale verkiezingen. Bildu werd niet illegaal verklaard omdat deze partij publiekelijk ETA’s gewelddadige campagne veroordeelde. Dit betekende een klap in het gezicht van ETA, te meer omdat Bildu ook nog liefst 26 procent van het electoraat voor zich wist te winnen. Bildu-leider Pello Urizar verklaarde na de verkiezingsoverwinning dat wat hem betreft ETA "iets uit het verleden" zou moeten worden.
Daarnaast heeft ETA ook in militair opzicht de nodige slagkracht moeten inleveren. De Spaanse politie heeft de afgelopen jaren een groot aantal ETA-kopstukken weten te arresteren, mede door verbeterde samenwerking met hun Franse collega’s. Voorheen gebruikten ETA-leden Frankrijk vaak als uitvalsbasis. De strijd tegen ETA verliep zo succesvol dat de Spaanse terreurbestrijding in september 2011 verklaarde dat de organisatie financieel aan de grond zat en vermoedelijk nog maar zo’n vijftig actieve leden had.
In de boodschap die op 20 oktober 2011 naar de Baskische krant Gara gestuurd werd, beloofde ETA niet alleen het einde van de gewapende strijd, maar werden de regeringen van Spanje en Frankrijk opgeroepen een directe dialoog met ETA op te starten. De Spaanse en Franse autoriteiten hebben vooralsnog niet enthousiast gereageerd op deze uitnodiging. De Spaanse regering heeft tot nu toe altijd de lijn gevolgd niet te onderhandelen met wat zij beschouwt als een terroristische organisatie. Hier zal, zeker gezien de grote verkiezingsoverwinning van de rechts-conservatieve PP, geen verandering in komen. Veel Spanjaarden vrezen ook de 700 ETA-gedetineerden, die ongetwijfeld door de ETA als politiek wisselgeld bij onderhandelingen gevraagd zullen worden. De Franse minister van Binnenlandse Zaken Claude Géant liet weten waakzaam te blijven. Tijdens een gezamenlijke persconferentie met zijn Spaanse collega zei hij: “Er zijn nog altijd wapens in omloop en militanten op vrije voeten. We zullen ze blijven vervolgen met dezelfde vastberadenheid als nu.”
Juist die volharding zou wel eens de grootste bedreiging voor echte ontwapening en duurzame vrede kunnen worden. Hiervoor is het nuttig naar het Noord-Ierse voorbeeld te kijken. In 1998 bereikten protestantse en katholieke partijen na een jarenlang conflict daar een vredesakkoord. Uiteindelijk is het in 2005, onder toezicht van internationale waarnemers, gekomen tot de volledige ontwapening van de IRA (de gewapende beweging die vocht voor aansluiting van Noord-Ierland bij Ierland). De sleutel hiertoe was de intensieve betrekking van Sinn Féin, de politieke partij die gelieerd was aan de IRA, bij de vredesonderhandelingen. Het risico bestaat dat als ETA buitenspel blijft staan, de beweging opnieuw vervreemdt van het democratische proces en er geen ontwapening en definitieve vrede zal komen.
Het lijkt onwaarschijnlijk dat er op korte termijn onderhandeld gaat worden met ETA. Dit neemt echter niet weg dat de verklaring van ETA een steun in de rug is voor de zaak van de Baskische nationalisten. Tot onafhankelijkheid zal het zeker niet komen (deze optie heeft de steun van slechts een derde van de Baskische bevolking en is bovendien tegen de Spaanse en Franse grondwet). Maar door het einde van het geweld zal het Baskische nationalisme in Spanje een positiever imago krijgen.
Momenteel kent de Autonome Regio Baskenland reeds een aantal eigen bevoegdheden op het gebied van bijvoorbeeld belastingen, onderwijs en politie, maar gezien de grote verkiezingsoverwinning van Bildu en het einde van het geweld kunnen die wellicht uitgebreid worden. Zelfs de 'losse associatie' met Spanje die in 2005 door de toenmalige president van de Baksische regering, Juan José Ibarretxe, werd voorgesteld, zou op lange termijn opnieuw in beeld kunnen komen.