18 mei, 2011 | Beeld: Ricky Booms | Trefwoord: europa

Het einde van de euro is het einde van de solidariteit

Toen de gerespecteerde Duitse ‘Der Spiegel’ op 6 mei publiceerde over een op handen zijnde geheimzinnig beraad tussen enkele Europese landen over de toekomst van Griekenland in de eurozone – of zelfs een eventueel vertrek – kreeg de euro direct een fikse tik op de beurs. In twee uur tijd daalde de valuta vier procent in waarde.

Het gerucht dat Griekenland overwoog de eurozone te verlaten, werd door het land zelf ten stelligste ontkend. Jean-Claude Trichet, directeur van de Europese Centrale Bank (ECB), probeerde het meteen de kop in te drukken, om de financiële markt gerust te stellen. Die lijkt er niet zeker op. De rente van onder andere Griekenland blijft stijgen. Er hangt een donkere wolk boven de eurozone.

Met een historisch lage populariteit voor de EU – minder dan de helft van de bevolking is tevreden, blijkt uit de Eurobarometer van september 2010 – doen de eurosceptische partijen in heel Europa het goed. Van Oostenrijk en Nederland tot Finland klinkt steeds vaker de roep om terugkeer naar de nationale munt. De euro heeft het dus zwaar te verduren onder de dalende EU-populariteit. Maar eerlijk is eerlijk, de euro heeft zich dan ook nooit bijster geliefd gemaakt onder de Europese burger. Dit pleidooi voor terugkeer naar de oude munt is alleen geen nieuwe trend. In Frankrijk bijvoorbeeld bleef een groot deel van de bevolking altijd sentimenteel om haar franc. Het extreemrechtse Front National bepleit een terugkeer naar de franc al sinds de invoering van de euro. De schaal waarop deze roep nu in heel Europa klinkt, is wel nieuw. Niet eerder was deze trend zo duidelijk in alle landen te zien.

Weeffout

De huidige eurocrisis lijkt duidelijk debet aan deze tendens. Toch is het belangrijk te benadrukken dat de eurocrisis niet bepaald als een verrassing komt. Bij de creatie van de euro in het Verdrag van Maastricht (1992) heeft de EU verzaakt de eigen verplichtingen van het verdrag te volgen, zo betoogde André Szász, voormalig directeur van De Nederlandsche Bank, al in 2005 in een hoorcollege voor de Universiteit van Amsterdam en nogmaals in 2010 in een serie voor de Wiardi Beckman Stichting. De EU verzuimde naast een monetaire unie (de gezamenlijke munt) een economische unie (gezamenlijk economisch beleid) te creëren. De EU-landen, met elk zo hun verschillende economische prioriteiten, konden daardoor ongestoord hun eigen economische beleid voeren, terwijl redmiddelen zoals devaluatie, niet meer mogelijk waren met één munt. Het probleem is echter dat het afstaan van het economische beleid aan Brussel zo diep het hart van de soevereiniteit van een land raakt, dat geen van de lidstaten dit wilde afstaan, verklaart Szasz. Een weeffout dus in het ontwerp van de euro.

Vervolgens werden de gemaakte afspraken voor de euro, het Stabiliteitspact, en masse overtreden. Op initiatief van Duitsland, getraumatiseerd door de hyperinflatie van de jaren dertig, werd hierin afgesproken dat landen hun begrotingstekort tot maximaal drie procent van hun nationaal inkomen konden laten oplopen, en de staatsschuld mocht de zestig procent niet voorbijstreven. Jim Rogers, bekend als vrijemarktfundamentalist en financieel expert, voorspelde in 1999 tijdens een uitzending van ‘Tegenlicht’ al de val van de euro, toen deze nog amper giraal was ingevoerd. Het Stabiliteitspact zou onhoudbaar zijn: “Because nobody has a similar economy and they all fake the numbers!” Achteraf bleek Griekenland inderdaad stelselmatig verkeerde gegevens door te geven, maar zelfs met die gegevens voldeed het land, en Italië evenmin, aan de formele vereisten. Maar de eurolanden – dus ook Nederland – gingen toch akkoord.

Nobelprijswinnaar en Amerikaans econoom Paul Kruger gaat nog verder in het verklaren van de huidige europroblemen. Het echte probleem zou volgens hem zijn dat de euro aan de bevolking zou zijn opgelegd, zo stelde hij afgelopen 8 mei in zijn column in‘The New York Times’.

Dit is koren op de molen van de populistische partijen, die in heel Europa al bijna tien jaar dit democratische tekort bekritiseren. Ze vinden in groeiende mate steun onder de bevolking, in Noord-Europese landen door kritiek op de Europese noodhulp, in Zuid-Europa door kritiek op de door Brussel opgelegde bezuinigingspakketten. Na de overwinning van de Finse populistische partij de Ware Finnen, die van vijf op 39 zetels kwamen en daarmee verzekerd leken van een plek in de coalitie, kwam verdere noodhulp aan Portugal onder druk te staan. Waarom zou Finland moeten meebetalen aan de slechte begrotingen van de méditerrannée, was een veelgehoorde leus in hun campagne. Maar op de plek van Finland kan in feite elk (voornamelijk Noord-)Europees land worden ingevuld, gezien de onvrede onder de bevolking. En hun protesten zullen waarschijnlijk nog wel enige tijd aanhouden, gezien het einde nog niet in zicht is. Na Griekenland, Ierland en Portugal wordt de situatie in Spanje nauwlettend in de gaten gehouden en ook over het lot van Italië houdt men het hart vast.

'Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht'

Toch zou het niet terecht zijn de eurocrisis als oorzaak van deze onvrede te bestempelen. Die brengt eerder een al langer gaande solidariteitscrisis van de EU aan het licht. Een crisis die past binnen de kritiek op de gevolgen van globalisatie. Uit het rapport ‘Nieuwe ronden, nieuwe kansen’ van de Raad van Maatschappelijk Onderzoek van 27 april blijkt dat de Nederlandse samenleving steeds sterker verdeeld raakt tussen hoger- en lageropgeleiden. Niet geheel ontoevallig is Europese eenwording een van de onderwerpen waarover deze groepen het sterkst van mening verschillen. Dit past binnen de onderliggende thema’s van globalisatie dat men een verlies aan identiteit of gemeenschapszin voelt. Sinds de ontzuiling of de voortdenderende Europese trein heeft men steeds minder het gevoel onderdeel van een gemeenschap of de samenleving uit te maken. Hier komt onvrede uit voort. Zoals begin mei uit onderzoek van het Trimbos-instituut nog bleek is de Nederlander een van de gelukkigste bevolkingen op aarde, we geven ons leven een 7,5. De samenleving als geheel krijgt een slechter cijfer. De stemming laat zich goed omschrijven als: met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht. Daarbij rijst de pijnlijke vraag: moeten we elkaar eigenlijk nog wel helpen? Filosoof Bas Heijne beschrijft in zijn laatste boek ‘Moeten wij van elkaar houden?’ dat solidariteit steeds meer als hypocriete abstractie wordt gezien.

Op Europees niveau, dat verder van ieder afstaat, ligt solidariteit nog ingewikkelder. Solidariteit is volgens het verdrag een van de grondbeginselen van de EU. Toch klinkt het steeds vaker dat ‘onze belastingcenten’ niet mogen worden ‘verspild’ aan trivialiteiten zoals snelwegen. Hoewel dit in feite pure Europese solidariteit is: het herverdelen van de Europese welvaart, opdat we er allemaal beter van zouden worden. Rob Boudewijn, Europa-analist: “We kunnen nu klagen als landen in problemen een beroep doen op Europa, zoals Ierland, maar zijn morgen de eerste om onze hand op te steken als we zelf een beroep willen doen op diezelfde Europese solidariteit.” Wanneer hier in toenemende mate tegen geprotesteerd wordt,  rijst toch de vraag of deze solidariteit nog wel bestaat. 

En waarom zouden we de noodlijdende eurolanden eigenlijk moeten helpen? Uit puur altruïsme – niet alle gevallen zijn vergelijkbaar of het gevolg van culturele luiheid of financieel wanbeleid – of toch vooral om onszelf te helpen? Met de komst van de euro is het echt verleden tijd dat de invloed van economisch beleid ophoudt bij de grens. Als gevolg zijn problemen met één land in de eurozone in feite een probleem voor de hele eurozone voelbaar. Ter illustratie: de Franse banken hebben zo veel investeringen in Spanje en de Duitse banken in Italië, dat wanneer Spanje en Italië in de problemen zouden komen, ook in Frankrijk en Duitsland grote moeilijkheden zouden krijgen in de bankensector. Die zullen vervolgens om overheidssteun vragen, waarop ook die moeite zullen hebben hun begroting te dichten, met alle gevolgen, zoals onrusten op de financiële markten, van dien. Verder niet onbelangrijk: Nederland verdient eigenlijk aan de leningen die het indirect aan de eurolijders heeft verstrekt, omdat die tegen hogere rentes lenen dan dat Nederland doet. Het verschil komt in de Nederlandse schatkist terecht, aldus Kees Vendrik, oud-Tweede Kamerlid, in een ‘Tegenlicht’-documentaire uit februari 2011 over de mogelijke val van de euro, waar hij ook het scenario voor schreef.

Dan maar eruit?

Zouden we dan maar zelf uit de euro moeten stappen of Griekenland eruit moeten knikkeren? Trevor Cullinan, hoofd Europese obligaties van kredietbeoordelaar Standard&Poor’s, stelde in ‘Het Financieele Dagblad’ van 10 mei dat uit de euro stappen “bijzonder onwaarschijnlijk en juridisch erg complex is”. Het zou ook een gevaarlijk precedent zijn. Als Griekenland eruit zou stappen, waarom zouden Ierland, Portugal, Spanje of Italië dan niet later volgen? Dit zou zo veel onzekerheid met zich meebrengen dat de financiële markten de rest van de eurozone zullen afstraffen. Daarbij vindt een overstap niet van de ene op de andere dag plaats, waardoor de onzekerheid lang zou aanhouden. Ook in Nederland, met een relatief gezonde financiële situatie, zouden de gevolgen groot zijn.

Uit de euro stappen, vrijwillig door Nederland of gedwongen voor Griekenland, zou dus in ieder geval mogelijk zijn, zij het met zeer geringe positieve gevolgen. De enige voorlopige strategie is daarom vertrouwen en eenheid uitstralen om de onzekerheid weg te nemen bij de financiële markten. Iets waar geheime meetings natuurlijk niet toe bijdragen, aldus ‘The Guardian’ van 10 mei.

In het pittoreske Franse toeristenstadje Thiers hebben ze de euro alvast een beetje in de ban gedaan. Althans, sinds 1 april is de Franse franc weer heringevoerd. Een ludieke actie van de winkeliers, die azen op de ruim vier miljard franc in bankbiljetten (ongeveer 625 miljoen euro) die nog altijd niet zijn ingewisseld volgens schattingen van de Banque de France. Ondanks de ruime winst van het Front National tijdens de laatste verkiezingen is de actie niet politiek gemotiveerd. Thiers hoopt binnenlandse toeristen te lokken om hun laatste bewaarde francs uit te geven. De actie loopt tot 17 februari 2012, daarna wisselt ook de nationale bank niet meer. In het ergste geval moet er dan een zelfde actie voor de euro worden gestart.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.