8 augustus, 2012 | Trefwoord: europa
Europese toenadering in het interbellum
In een tijd waarin ‘Europa’ meer ter discussie staat dan ooit, is het interessant om eens een blik in het verleden te werpen. Het interbellum, de periode tussen de twee wereldoorlogen, was ook een roerige, onzekere tijd waarin de verhoudingen tussen de Europese landen op scherp kwamen te staan.
Het interbellum wordt weleens gezien als slechts een aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Echter, halverwege de jaren twintig heerste er een politiek ontspannen sfeer in Europa. Er was sprake van een relatieve rust, een periode waarin allerlei initiatieven tot Europese toenadering, zowel op politiek als op maatschappelijk gebied, de kans kregen om te bloeien. Een voorbeeld van een dergelijk initiatief is de Europäische Kulturbund.
De Europese initiatieven op maatschappelijk gebied werden vaak ondernomen door individuele burgers uit de elite. Niet alleen ministers en diplomaten, maar ook intellectuelen maakten zich zorgen over de internationale economische, culturele en militaire verhoudingen in Europa. Schrijvers, kunstenaars en ondernemers verenigden zich dan ook in Europese netwerken. Talloze tijdschriften, onderzoeksinstituten en verenigingen werden opgericht om te voorzien in informatie over andere Europese landen en om te discussiëren over hoe de vrede te bewaren.

Veel initiatieven waren gericht op de Europese wederopbouw, en daarmee gebaseerd op een nauwe Frans-Duitse samenwerking. Bekende voorbeelden van dergelijke initiatieven zijn ‘Paneuropa’ van graaf Richard Coudenhove-Kalergi en ‘Mitteleuropa’ van Friedrich Naumann, een plan voor een sterk Centraal-Europa, gebaseerd op economische motieven. De Europäische Kulturbund kunnen we ook in dit licht plaatsen, maar is veel minder bekend. Dit is opvallend, aangezien de bond ruim tien jaar bestond en er een reeks grote namen van politici en schrijvers uit heel Europa aan verbonden was.
Karl Anton Rohan
De Europäische Kulturbund was een vereniging die werd opgericht met als doel intellectuelen uit heel Europa met elkaars cultuur kennis te laten maken en zo wederzijds begrip en erkenning te kweken. De oprichter was Karl Anton Prins Rohan (1898 – 1975). Deze welbespraakte Oostenrijker van adellijke afkomst had zelf aan het front meegevochten, iets wat diepe indruk op hem maakte. In 1922 richtte hij in Wenen met een paar gelijkgestemden de Kulturbund op. Hij wilde een platform bieden waar voorstanders van het Europese idee elkaar zouden kunnen vinden, ongeacht het verschil in natie, ras, politieke of confessionele overtuiging. De Kulturbund organiseerde een regelmatig treffen van geïnteresseerde filosofen, wetenschappers en kunstenaars.
Het succes van zijn openbare optredens in Oostenrijk bracht Rohan ertoe in het najaar van 1922 verschillende reizen door Europa te ondernemen en werd onder andere uitgenodigd in Parijs. In de salons van de Franse hoofdstad werd hij in contact gebracht met verschillende aristocraten en belangrijke persoonlijkheden uit het intellectuele leven en begaf zich binnen de kortste tijd in de bovenste kringen van het culturele en politieke leven in Parijs. Zo groeide in het jaar 1923, ondanks bezetting van het Ruhrgebied, de Franse sectie van de Kulturbund. Er traden verschillende bekende Franse intellectuelen toe, onder wie voormalig minister van Marine en vriend van minister-president Painlevé, Emile Borel, de radicaalsocialistische Paul Langevin en de dichter en filosoof Paul Valéry.
Duidelijk was dat de Europäische Kulturbund een elitaire beweging was, waarin weinig tot geen aandacht was voor de gewone man. Rohan wilde terug naar een leidende elite in Europa. Hierin is Rohan tekenend voor de elite van zijn generatie; zij staan nog met één been in de ‘oude wereld’ van voor 1914 en hebben geen vertrouwen in de democratie. Daarnaast was voor Rohan ook duidelijk dat het nieuwe Europa christelijk moest zijn. Onder zijn aanhangers waren daarom ook veel geestelijken.
In april 1925 richtte Rohan in samenwerking met de bevriende industrieel George von Schnitzler en zijn vrouw Lily het tijdschrift Europäische Revue op. Het blad kwam maandelijks uit. In de Europäische Revue was niet alleen plaats voor essays, maar ook voor proza en poëzie. Jonge schrijvers kregen vaak de kans om in het blad te schrijven. In het blad werd geschreven over de (geestelijke) crisis waarin Europa verkeerde, de Frans-Duitse relatie en vrede (of het herstel) van Europa. Ook kwamen de economische ontwikkelingen in Europa aan de orde en er werd gerefereerd aan werken van grote Europese denkers als Nietzsche en Novalis. Gerenommeerde schrijvers en politici uit heel Europa leverden bijdragen aan het blad, onder wie Hugo von Hofmannsthal, Rainer Maria Rilke, Thomas Mann, Alfred Weber, Emile Borel, André Gide, Romain Rolland, Paul Valéry, Winston Churchill en John Maynard Keynes en Igaz Seipel.
Fascisme
De lijst met intellectuelen die meewerkten aan de Kulturbund werd steeds langer. Aanhangers van allerlei verschillende politieke stromingen sloten zich aan, waardoor een zeer gemêleerd gezelschap ontstond. Maar er bestond een spanning tussen deze variëteit en de politieke overtuiging van Rohan zelf; hij was namelijk geïnteresseerd in het fascisme. In 1925 werd de bond uitgebreid naar Milaan. Volgens Rohan was het fascisme de nieuwe weg die Europa in zou moeten slaan: een ‘derde’ weg, als alternatief voor het socialisme en het bolsjewisme. Rohan was van mening dat Italië als gidsland zou moeten fungeren. Het verbinden van het Europese idee aan het fascisme lijkt opmerkelijk, maar het was in de roerige tijd van het interbellum zeker niet ongebruikelijk. Het fascisme was met haar felle antidemocratische, antiliberale en anticommunistische karakter tot eind jaren twintig voor veel intellectuelen een aantrekkelijke stroming.
Toch blijft het moeilijk te verklaren dat een socialistische schrijver als Paul Valéry nog zo lang aan het initiatief heeft meegewerkt. Een verklaring zou kunnen zijn dat Valéry vond dat je altijd de dialoog moet blijven aangaan en in gesprek moet blijven in plaats van te polariseren. Vanaf ongeveer 1929 werd de pro-fascistische houding van de Kulturbund sterker. De Europäische Revue vierde het tienjarig bestaan van het fascistische regime in Italië in november 1932 met een speciaal nummer, met bijna honderd pagina’s gewijd aan uitsluitend het fascisme. In 1933 nam het nationaalsocialistische propagandaministerie in Duitsland een belangrijk deel van de financiering van de Europäische Revue over. In 1934 verbroken de nationaalsocialisten de samenwerking helemaal en kon de Europäische Kulturbund niet langer blijven bestaan. Uitzonderingen waren er voor diegenen die zich wilden inzetten voor nationaalsocialistische belangen.
Rohan werd in 1935 lid van de Oostenrijkse NSDAP en bleef nog tot 1936 uitgever van de Europäische Revue. Rohan’s ideeën werden echter steeds moeilijker verenigbaar met de denkbeelden van de nationaalsocialisten. Zij hadden hun eigen voorstellingen over een rassenbiologische elite in Europa, die bij Rohan nooit te bespeuren is geweest. Naar Rohan’s eigen zeggen hebben "goede vrienden op belangrijke plaatsen" de daaropvolgende jaren en tijdens de Tweede Wereldoorlog ervoor gezorgd dat hij veilig zijn vak als schrijver kon blijven uitoefenen. De Europäische Revue heeft tot 1944 nog kunnen voortbestaan als propagandatijdschrift voor de nationaalsocialisten.
Een mogelijke reden waarom nu zo weinig bekend is over de Europäische Kulturbund, is dat de bond met zijn afwijzing van de democratie al vóór 1933 zijn apolitieke, uitsluitend culturele karakter verloren had, en daarom geen aansluiting meer kon vinden in het Europa van na de Tweede Wereldoorlog. De bond laat ons zien dat het interbellum niet slechts een aanloop was naar de Tweede Wereldoorlog, maar dat er wel degelijk gezocht werd naar mogelijkheden voor blijvende vrede in Europa.