21 juli, 2010 | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland
Hersenen ter grootte van een speldenkop
“Een nieuwe, buitenlandse, zuidelijke diersoort die voor het eerst in Nederland ontdekt is.” Zo kondigde het radioprogramma Vroege Vogels deze week de vondst aan van de Cicade orni, een Zuid-Europees insect, in de binnenstad van Amsterdam. Vooral in Zuid-Frankrijk komen deze insecten veel voor, maar in Nederland niet. “Hij kan zijn meegereisd met toeristen of meegekomen met geïmporteerde potplanten”, gist bioloog Baudewijn Odé in Vroege Vogels.
Door verschuivingen van klimaatzones, verhuizen insecten steeds vaker van leefgebied. “Deze soort komt ten noorden van Lyon al bijna niet meer voor”, verklaart Baudewijn Odé. Maar hoe het cicademannetje de Nederlandse grens is overgestoken is voor hem een raadsel. Ook is onbekend of er ook een vrouwtje is meegereisd en of het diertje in Amsterdam kan overleven. Maar niets in uitgesloten. Insecten blijken slimmer dan tot nu toe werd aangenomen.
Op 11 juni 2010 publiceerde de Universiteit van Adelaide een uitgebreid rapport over de intelligentie van insecten. De onderzoekers van de faculteit Fysiologie hebben onderzocht hoe insecten de snelheid van bewegende objecten beoordelen. “Het blijkt dat de hersencellen van insecten aanvullende mechanismen hebben, die kunnen calculeren hoe een gecontroleerde landing gemaakt kan worden op een bloem of hoe een voedselbron bereikt kan worden. Dit vermogen werkt alleen in een natuurlijke omgeving”, schreef Newswise naar aanleiding van het rapport.
Newswise: “In een artikel gepubliceerd de internationale krant Current Biology, zegt de schrijver David O’Caroll dat insecten goed geïdentificeerde hersencellen hebben, die toegewijd zijn aan het analyseren van visuele beweging. Deze cellen lijken erg op die van mensen.
‘Voorheen werd niet begrepen hoe een klein insectenbrein meerdere hersenwegen kon gebruiken om beweging te beoordelen’, zegt buitengewoon hoogleraar O’Carroll. ‘We weten al jaren dat ze de richting van bewegende objecten kunnen inschatten, maar tot op heden wisten we niet hoe zij snelheid beoordelen, zoals andere dieren, zo ook mensen, doen. Het lijkt erop dat ze rekening houden met verschillende lichtpatronen in de natuur, zoals een mistige ochtend of een zonnige dag, en zich daaraan aanpassen. Dit mechanisme in hun hersenen zorgt ervoor dat de insecten bewegende objecten kunnen onderscheiden in veel verschillende natuurlijke omstandigheden. Het kaart ook aan dat enkele neuronen extreem complex gedrag tot uitkomst hebben.’
O’Caroll schreef mee aan het artikel met Paul Barnett, een doctoraal student Fysiologie van de Universiteit van Adelaide, en Dr. Karin Nördstrom, een Postdoctoraal Fysiologie van Adelaide die nu werkt bij de Uppsala Universiteit in Zweden. Hun onderzoek concentreert zich op ‘Hoe de hersenen de wereld die door ogen bekeken wordt begrijpelijk maken’, met het gebruik van het visuele systeem van het insect als belangrijk model.
‘Insecten zijn ideaal voor ons onderzoek, omdat hun visuele systeem dertig procent van hun gehele massa in beslag neemt, dit is veel meer dan bij andere dieren’, zegt O’Caroll. Zijn team werkt samen met de technische industrie om kunstmatige ogen in robots te ontwikkelen, om het zicht van mensen en insecten na te bootsen.”
De tekst is vertaald uit het Engels.
Vertaling door: Irma L’Abee.
Bron: www.newswise.com.