1 juni, 2007 | Auteur: Alex Wolf | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: sri-lanka
Het gevallen paradijs
Vakantiefolders noemen Sri Lanka een tropisch paradijs. De oppervlakte van 65.610 vierkante kilometer (1,6 keer Nederland), is omringd door prachtige, paradijselijke stranden. Volgens de eeuwenoude legende lag hier het hof van Eden. Marco Polo noemde Sri Lanka “het mooiste eiland in zijn omvang”.
Een langslepende bloedige burgeroorlog houdt het paradijs in zijn greep. De eilandbewoners bestaan uit verschillende bevolkingsgroepen. De belangrijkste twee zijn de boeddhistische Singalezen en de hindoeïstische Tamils. De boeddhistische Singalezen hebben met 74 procent de meerderheid. Zij wonen voornamelijk in het dichtbevolkte zuidwesten.
De LTTE (Liberation Tigers of Tamil Eelam), werd in 1976 opgericht door Velupillai Prabhakaran. Het rebellenleger strijdt sinds bloedige etnische rellen in 1983, waarbij veel Tamil slachtoffers vielen, voor een Tamilstaat in het noorden en het oosten van Sri Lanka.
De spanningen hebben een lange geschiedenis. In 1505 zetten Portugezen als eerste koloniale macht voet aan wal, het land was toen opgedeeld in drie koninkrijken: één Tamil koninkrijk in het noorden en twee Singalese koninkrijken in het zuiden. Het grootste koninkrijk lag in het zuidwesten in de buurt van Colombo, Kotte.
De Portugezen sloten vriendschap met Kotte en verkregen het alleenrecht op de kaneel- en kruidenhandel. De Portugezen gedroegen zich als wrede bezetters. Ze deden vele pogingen om van Sri Lanka één land te maken, maar het Singalese koninkrijk in Kandy bleek een onneembare vesting.
In 1658 verjoegen de Nederlanders op verzoek van de koning van Kandy de Portugezen. De Nederlanders lieten Tamilslaven overkomen uit Zuid-India om te werken op de rijstplantages. Zij gedroegen zich niet anders dan de Portugezen, maar ook Nederlandse pogingen om van Sri Lanka (Zeylan) één land te maken mislukten.
Er zijn nog veel sporen van het VOC verleden, zoals het Nederlandse fort en kerk in het plaatsje Galle in het zuiden van Sri Lanka. Zowel tijdens de Portugese als de Nederlandse overheersing werd het Tamil koninkrijk in het noorden apart geregeerd van het rest van het land.
In 1796 namen de Engelsen na een korte strijd de macht over van de Nederlanders. Zij slaagden er met bloedige oorlogen in Kandy te veroveren. In 1833 brachten de Britten het hele eiland inclusief het Tamil koninkrijk onder één bestuur en maakten van Sri Lanka (Ceylon) een plantagekolonie. Engels werd de voertaal.
Na een gewasziekte in 1868 werd thee het belang-rijkste product. Ten behoeve van de theeopbrengst werd een nieuw plantagesysteem geïntroduceerd. Hiervoor moesten Singalese boeren hun land in-leveren en werden er theeplantages van gemaakt.
De Britten haalden Tamilarbeiders uit Zuid-India naar de theeplantages. In 1911 waren er meer Tamilgastarbeiders dan oorspronkelijke Tamils in Sri Lanka. De Singalezen voelden zich hierdoor bedreigd. Om het gezag te handhaven, speelden de Engelsen de bevolkingsgroepen tegen elkaar uit.
Voor een tegenwicht aan de Singalese meerderheid, zorgden de Engelsen voor goed onderwijs aan de Tamilminderheid. De Tamils kregen een dominante positie in het bestuur ten opzichte van de Singalese meerderheid. Ook kregen zij vaak betere banen dan de Singalezen. Zelfs in het zuiden en westen van het land, het gebied waar voornamelijk Singalezen wonen, kregen de Tamils de beste posities toebedeeld. Dit wakkerde nationalisme onder de Singalezen aan. De voedings-bodem voor etnische spanningen was gelegd.
Foto: Aanslag op 24-05-07 in Colombo op een bus met soldaten. De explosie kostte één soldaat het leven en zeven mensen, waaronder drie burgers, raakten gewond.
Foto: Deze bom was verstopt in een motorfiets en is door middel van een afstandbediening tot ontploffing gebracht.
In 1948 gaven de Engelsen het bestuur aan de Singalese meerderheid in Sri Lanka. Deze ontnamen de Indiase Tamils op de plantages, hun burgerrechten. Zij verloren onder andere stemrecht. In de jaren vijftig werden meer wetten aangenomen die alle Tamils benadeelden. Singalees werd de officiële taal en banen in de ambtenarij waren alleen voor Singalezen.
De Tamils voelden zich gediscrimineerd, zij verlangden langzaamaan naar een eigen staat. Na een grondwetherziening in 1978 werd het Tamil als officiële taal erkend, maar de Tamils voelden zich nog op vele gebieden achtergesteld. Na een aanslag in 1983 van Tamils op soldaten in het noorden braken er bloedige onlusten uit in Colombo. Die kostten veel Tamils het leven.
Sindsdien voert de LTTE strijd voor een eigen Tamil staat (Tamil Eelam). In december 2001, na onderhandelingen waarbij bemiddeld werd door Noorwegen, werd een staakt-het-vuren overeen-gekomen. In 2006 werd het bestand geschonden en sindsdien wordt er weer gevochten. Het vredesproces is, na besprekingen in februari 2006 in Genève, volledig vastgelopen. Het conflict heeft tot nu toe aan 64.000 mensen het leven gekost.
Ook de aanslag van 24 mei jongstleden werd gepleegd door de LTTE. Colombo wordt regelmatig opgeschrikt door bomaanslagen. De aanslagen zijn voornamelijk gericht tegen militaire doelen, maar vaak vallen hierbij ook burgerslachtoffers.
Door het recentelijk oplaaiend geweld tussen de regeringstroepen en de Tamiltijgers zijn tienduizenden mensen gedwongen hun huizen in de oostelijke provincies te ontvluchten.
In het district Batticaloa bevinden zich talloze vluchtelingenkampen. Veel kinderen zijn getraumatiseerd door de beelden van het oorlogsgeweld en slapen slecht door het geluid van nachtelijk artillerievuur.
Er zijn nu 750.000 vluchtelingen in Sri Lanka, 300.000 vluchtelingen zijn de laatste 18 maanden ontheemd door het geweld. Er zijn ongeveer 350.000 vluchtelingen van voor het bestand van 2002. Deze mensen kunnen nog steeds niet naar hun huis terug. En er zijn nog 100.000 Tsunami-slachtoffers in de vluchtelingkampen in het oosten.
Ondanks de inbreng van vele hulporganisaties is de situatie in de kampen erbarmelijk. De kinderen zijn beroofd van hun recht op educatie. De angst voor ontvoeringen en mishandelingen door militante organisaties als de Karuna Groep is constant aanwezig. De laatste maanden is het aantal ontvoeringen van minderjarigen schrikbarend toegenomen.
Iedere dag en iedere nacht is artillerievuur te horen gericht op de jungle van Thoppigala, een gebied ten westen van Batticaloa. Hier bevinden zich veel kampen van de Tamiltijgers. De regering zegt nu 95 procent van het gebied in handen te hebben en ze rukken op naar de laatste grote trainings-kampen van de Tamiltijgers voor de “final battle”. De regering zegt nu al 188 Tamil tijgers te hebben gedood. Daarbij zou het regeringsleger zelf negen soldaten hebben verloren. Het gebied is ontoegankelijk voor de pers.
De oorlog benadeelt ook duizenden gezinnen in het oosten die door de tsunami hun huizen zijn kwijtgeraakt. Door het conflict lopen de bouw-projecten veel vertraging op. Van T.R.O Tamils Rehabilitation Organisation zijn de banktegoeden bevroren op verdenking van financiering van de LTTE. T.R.O kan hierdoor het geld niet besteden aan bouwprojecten in het oosten.
Foto: Gezin woont in een geïmproviseerd hutje op het bouwterrein waar hun halve huis staat.
“Ik heb tien familieleden verloren door de tsunami waaronder mijn vrouw en vier kinderen,” aldus S. Jesuthasan. Ook de bouw van zijn huis achter hem ligt door het conflict stil.
Door de slechte hygiënische omstandigheden in de vluchtelingkampen is er grote kans op hepatitis-besmetting. In het ziekenhuis van Chenkalady worden dagelijks zieke vluchtelingen gebracht.
De regering is sinds 1 juni bezig met een groot-schalig herplaatsingsprogramma. Zij proberen 90.000 vluchtelingen terug te laten keren naar de gebieden ten westen van Batticaloa. Deze gebieden zijn volgens de regering weer veilig. Vluchtelingenorganisatie UNHCR ziet er op toe dat dit op een vrijwillige en humane manier gebeurt.
Vluchtelingen wachten uren in de brandende zon. Voordat zij terug kunnen keren naar hun huizen worden ze eerst allemaal gefotografeerd en krijgen ze een nieuwe identiteitskaart.
De Karuna Groep is een militante beweging onder leiding van Commandant Karuna. Hij werkte voor-heen met de LTTE samen. Na een meningsverschil met de leider van de LTTE heeft hij zich in 2004 af-gescheiden en gevestigd in Batticaloa. Deze groep bevecht nu met de regering de LTTE.
Karuna kent strategische geheimen en schuilplaat-sen van de LTTE. De regering geeft hem in ruil hiervoor privileges. De Karuna Groep wordt door diverse mensenrechten organisaties beschuldigd van ontvoeringen en moordpartijen. Ook zouden ze kinderen ontvoeren en opleiden als soldaat.
Sri Lanka: Karuna Group and LTTE Continue Abducting and Recruiting Children
Foto: Leden van de Karuna Groep houden mensen staande op straat om ze een folder te geven waarin staat dat ze niks hoeven te vrezen van de Karuna Groep. De folders worden gewapend uitgedeeld. Toen ze mijn aanwezigheid opmerkten stopten ze onmiddelijk met het folderen en verstopten het wapen.
Een jongen van de Karuna Groep verbergt angstvallig zijn wapen terwijl hij een cola drinkt. De jongen kan ongehinderd op straat lopen met zijn geweer, hij wordt gedoogd door de politie en het leger.
Het geweer is duidelijk zichtbaar. In een rapport van Human Right Watch van 24 januari, beschuldigt de mensenrechten organisatie de regering van Sri Lanka dat ze medeplichtig zijn aan het werven van kindsoldaten door de Karuna Groep waarmee ze de internationale wetgeving overtreedt. Ook de LTTE maakt zich volgens het rapport schuldig aan het werven van kindsoldaten.
Zes Rode Kruis vrijwilligers van Batticaloa ver-trokken naar Colombo om een workshop logistiek bij te wonen. Na de workshop vertrokken ze op 1 juni 2007 naar het treinstation van Colombo om de trein van 07.15 te nemen, terug naar Batticaloa. Ze werden op het station benaderd door vier man in burgerkleding die claimden dat ze van de CID (Criminal Investigation Department) waren. Ze werden ondervraagd in het Singalees.
Twee mannen moesten mee voor verdere ondervraging op het politiebureau. Hun collega’s zouden hen later weer kunnen ophalen. Ze werden afgevoerd in een witte bestelbus. Het politiebureau hebben ze nooit gehaald. De volgende dag werden hun lichamen tachtig kilometer verderop gevonden met kogelgaten in het hoofd.
Foto: De moeder van Sinnarasa Shanmugalingam (32) rouwt om het verlies van haar zoon.
Beide slachtoffers, Sinnarasa Shanmugalingam (32) en Karthekesu Chandramogan (26), kwamen van zeer arme families. Hun enige rijkdom was hun betrokkenheid om als vrijwilliger vluchtelingen bij te staan.
Foto: De zus van de vermoorde Rode Kruis medewerker is ontroostbaar.
Er zijn nog geen arrestaties verricht. Sommigen denken dat de militante Karuna Groep verant-woordelijk is voor de moorden andere wijzen de vinger naar de overheid.
Foto: Moeder van de vermoorde Rode Kruis medewerker Karthekesu Chandramogan schreeuwt het uit van verdriet tijdens de begrafenis.
Vorig jaar augustus zijn er 17 hulpverleners van een Franse hulporganisatie Action Contre la Faim vermoord in Mutur. Wie achter deze moordpartij zat is nog steeds onbekend, beide strijdende partijen beschuldigen elkaar.
Inquiry into Sri Lanka massacre yields questions
Er komen momenteel veel ontvoeringen en moorden voor in Sri Lanka.
Er is een speciale commissie in het leven geroepen door de president van Sri Lanka, Mahinda Rajapakse, om onderzoek te doen naar de ontvoeringen en moorden die het eiland teisteren. De commissie meldt dat er in de periode 14 september 2006 en 25 februari 2007 al 430 Sri Lankese burgers zijn vermoord, merendeel Tamils. De meeste slachtoffers zijn gevonden met hun handen gebonden op hun rug en kogelgaten in het hoofd.
In dezelfde periode zijn er 2020 mensen ontvoerd waarvan er 1134 veilig konden terugkeren naar hun families. Het lot van de resterende 886 is onbekend.
Foto: Het graf van de twee vermoorde Rode Kruis medewerkers wordt gedolven.
Mensenrechten organisaties denken dat veilig-heidstroepen en door de regering gesteunde paramillitaire organisaties zoals de Karuna Groep verantwoordelijk zijn voor de ontvoeringen en de moorden. Mano Ganesan, parlementslid in Colombo, leider van Western Peoples Front, President van de Democratic Workers Congress en woordvoerder van Civil Monitoring Commission: “Ik duik niet onder de tafel, iemand moet tegen het onrecht van ontvoeringen en moorden op onschuldige burgers vechten.
“In de nacht van zeven januari om twee ’s nachts kwam er een witte bestelbus langs met daarin drie mannen in burger en één in een politie-uniform. Ze wilden de identiteitskaart van mijn man zien. Ik wilde deze pakken, maar toen ik mij omdraaide hadden ze mijn man al meegenomen.
De volgende dag kwamen er soldaten langs met mijn man in een bestelbus en doorzochten mijn huis naar wapens. We hebben hier nog nooit wapens gehad. Sindsdien heb ik mijn man nooit meer gezien. Ik ben bij alle bevoegde instanties langsgeweest, heb politiebureau’s bezocht maar niemand weet waar mijn man is,” aldus Yagarurge Runugr Paddra.
Zij is Singalees en haar man is Tamil een mooi voorbeeld dat de twee bevolkingsgroepen in vrede met elkaar kunnen leven. Maar nu is haar man al meer dan zes maanden vermist, heeft ze geen inkomen meer en moet het zien te redden met haar vijf kinderen. Haar man is chauffeur in de haven van Colombo. Ze heeft zelfs een bezoek aan de president gebracht om te vragen waar haar man is maar tot nu toe heeft ze nog geen reactie gekregen.
In het district Vavuniya, in het noorden van Sri Lanka, loopt de grens tussen gebieden die gecontroleerd worden door de LTTE en het Sri Lankese leger. Vavuniya is een frontlinie stad en twintig kilometer daarvandaan wordt momenteel zwaar gevochten. Het artillerievuur van beide strijdende partijen is duidelijk hoorbaar. Op 2 juni 2007 zijn er veel doden gevallen, zowel aan de kant van de Tamil Tijgers als van het regeringsleger.
Volgens een aantal inwoners voelen de meeste Tamils zich bezet door het Sri Lankese leger. Een bediende in een hotel vertelde mij dat de soldaten vaak komen eten en drinken en weglopen zonder te betalen. Vanaf Vavuniya loopt er één hoofdweg naar het LTTE gebied in het noorden. De weg gaat maar drie keer per week open voor Tamils die naar familie in het noorden willen. Voor de pers is het momenteel verboden om het LTTE gebied te bezoeken.
De soldaten en politieagenten in Vavuniya gebruiken openbare bussen om zich te verplaatsen en brengen zo de levens in gevaar van onschuldige burgers. Soldaten en politieagenten zijn regelmatig doelwit van aanslagen van de LTTE.
Ook in Vavuniya zijn er veel vluchtelingen. Sainitha met haar kind Vishnao woont al tien jaar in een vluchtelingkamp. Ze heeft twee jaar onschuldig in de gevangenis gezeten omdat ze er van werd beschuldigd een Tamil Tijger te zijn. Sainitha hoopt dat er op een dag weer vrede zal zijn en dat de Singalezen en Tamils in vrede naast elkaar kunnen wonen. Ze hoopt dat haar kind een betere toekomst zal krijgen zonder oorlog.
Verspreid over Colombo wonen 20.000 Tamils in zogenaamde lodges. Op 7 juni werden 376 Tamils waaronder vrouwen en kinderen om ‘veiligheidsredenen’ in Colombo opgepakt en gedwongen de hoofdstad te verlaten. Ze werden in bussen vervoerd naar de conflictgebieden in het noorden en oosten. Het hooggerechtshof heeft na felle kritiek van de oppositie de volgende dag deze gewongen deportatie ongedaan gemaakt en de uitgezette Tamils mochten weer terug komen naar Colombo. Door deze blunder erkent de regering indirect het Tamilland in het noorden en oosten van Sri Lanka.
In een vluchtelingkamp in het oosten van Sri Lanka spelen kinderen met een duif. De oorlog heeft in de laatste 18 maanden al aan meer dan 5.000 mensen het leven gekost. De internationale gemeenschap onder leiding van Noorwegen doet verwoede pogingen het vredesproces nieuw leven in te blazen. Tot nu toe zonder succes. Dagelijks vinden er gevechten plaats. In Sri Lanka dreigt een humanitaire crisis.