27 januari, 2026 | Auteur: Reza Sardari | Beeld: de redactie | Trefwoord: iran
Het Iran achter de opstand
Iran wordt opnieuw geconfronteerd met een golf van grootschalige protesten. De betogingen begonnen op 28 december 2025 op de bazaar in Teheran, nadat de nationale munt sterk in waarde was gedaald, en breidden zich vervolgens uit naar de rest van het land. Veiligheids- en militaire eenheden grepen hard in tegen de demonstranten.
Vanwege het afsluiten van internet- en telefoonverbindingen blijft de omvang van het geweld moeilijk vast te stellen. Volgens mensenrechtenorganisatie HRANA, die vanuit de Verenigde Staten de situatie in Iran volgt, zijn bij de hevige protesten van de afgelopen weken inmiddels minstens 4.519 doden gevallen.
Onder de slachtoffers bevinden zich 4.251 demonstranten en 197 leden van de ordediensten. Een VN-vertegenwoordiger zegt dat het dodental in Iran stijgt en dat er mogelijk onderzoeken komen naar ‘misdaden tegen de menselijkheid.’
In tegenstelling tot eerdere protestgolven wordt tijdens de recente demonstraties vaker de naam gescandeerd van Reza Pahlavi, de zoon van de laatste sjah van Iran die in de Verenigde Staten verblijft. Na oproepen van Pahlavi tot landelijke protesten gingen in meerdere steden grote groepen mensen de straat op.
De Iraanse geestelijk leider Ali Khamenei bestempelde de demonstraties in een publieke toespraak als ‘rellen’ en gaf veiligheidstroepen opdracht hard op te treden. In de nasleep verklaarde de overheid dat gewapende groeperingen de protesten zouden hebben geïnfiltreerd en zowel op demonstranten als op veiligheidstroepen zouden hebben geschoten, met als doel buitenlandse inmenging uit te lokken. Onafhankelijke bevestiging van deze lezing ontbreekt.
Na het uitbreken van de protesten sprak president Donald Trump van de Verenigde Staten zijn steun uit aan de Iraanse demonstranten en waarschuwde hij dat verdere repressie gevolgen zou kunnen hebben. Tegelijkertijd raakten de gebeurtenissen in Iran verweven met het bredere internationale politieke debat rond Israël en Palestina.
Beperkte aandacht voor de situatie
De Amerikaanse senator Lindsey Graham, uitte kritiek op wat hij ziet als beperkte aandacht voor de situatie in Iran binnen delen van de internationale linkse beweging en onder pro-Palestijnse activisten. Ook in Nederland stellen politici als Geert Wilders en Dilan Yeşilgöz vergelijkbare vragen.

In dit debat wordt door met name pro-Israëlische politici gesteld dat internationale Palestina- activisten zich nauwelijks uitspreken over het geweld tegen Iraanse demonstranten.
Onder het Pahlavi-regime (1925 tot 1979) onderhield Iran informele, maar nauwe politieke, veiligheids- en economische banden met Israël. Ondanks dat er geen diplomatieke erkenning was, verleende Iran tijdens de Jom Kipoeroorlog van 1973 financiële steun aan Egypte.
De Jom Kipoeroorlog was een conflict tussen Israël en een coalitie van Arabische staten onder leiding van Egypte en Syrië, dat begon met een verrassingsaanval tijdens Jom Kipoer. De gevechten vonden vooral plaats in de Sinaï en op de Golanhoogten en werden beïnvloed door steun van de VS en de Sovjet-Unie aan hun respectieve bondgenoten.
Sinds de revolutie van 1979 voert Iran een uitgesproken vijandige politiek tegenover Israël, die een belangrijk onderdeel vormt van de ideologische identiteit en het buitenlands beleid van het land. Dit uit zich onder meer in steun aan gewapende groeperingen zoals Hezbollah en de Palestijnse Islamitische Jihad, inclusief steun met financiële en militaire middelen. Leiders van het regime hebben in officiële verklaringen herhaaldelijk opgeroepen tot de vernietiging van Israël.
Nu, binnen de Iraanse oppositie zijn hierdoor duidelijke scheidslijnen ontstaan. Een deel van de monarchistische beweging onderhoudt nauwe banden met rechts-conservatieve Israëlische kringen, waarbij sommige Israëlische politici openlijk pleiten voor regimeverandering in Iran en de terugkeer van de monarchie.
Terwijl aan de andere kant linkse, republikeinse en etnische groeperingen staan, waaronder Koerden, die kritisch zijn over een mogelijke terugkeer van de monarchie. Zij vertonen deels overlap met het mondiale pro-Palestijnse discours en speelden een sleutelrol in de Vrouw, Leven, Vrijheid-beweging die in 2022 de overhand hadden bij de massademonstraties van toen.
Strategisch dilemma
De toenemende zichtbaarheid van Reza Pahlavi tijdens de protesten heeft binnen delen van de Iraanse oppositie geleid tot een strategisch dilemma. Pahlavi heeft herhaaldelijk verklaard geen herstel van de monarchie na te streven, maar zichzelf te zien als een mogelijke tijdelijke figuur in een overgangsperiode, waarin de toekomstige staatsvorm via een vrij referendum zou moeten worden vastgesteld. De andere oppositiegroepen, met name Koerdische organisaties en linkse republikeinse bewegingen, tonen scepsis over zijn intenties en betwijfelen of Pahlavi daadwerkelijk afstand heeft genomen van het monarchistische verleden. De verdeeldheid en het wantrouwen binnen de oppositie blijft hierdoor bestaan.
Deze spanningen zijn ook merkbaar binnen de Iraans-Nederlandse gemeenschap en onder Nederlandse activisten. In verschillende Nederlandse steden vonden deze maand solidariteitsbijeenkomsten plaats voor Iraanse demonstranten. Tijdens sommige manifestaties werden historische Iraanse vlaggen naast Israëlische vlaggen getoond, wat leidde tot kritiek en boycots vanuit linkse en pro-Palestijnse kringen.
Beelden van brandende moskeeën in Iran riepen daarnaast vragen op bij Nederlandse moslims en pro-Palestijnse activisten over de aard en intenties van de protesten. Deze interpretatie werkt de Iraanse autoriteiten in de hand, die de protesten veelal afschilderen als religieus vijandig of destructief.
Structurele discriminatie
Mensenrechtenorganisaties wijzen erop dat de Islamitische Republiek is gebaseerd op sjiitisch politiek-religieus bestuur en dat soennitische minderheden al decennialang te maken hebben met structurele discriminatie. Tijdens eerdere protesten, waaronder die na de dood van Mahsa Amini in 2022, werd melding gemaakt van geweld tegen soennitische demonstranten, onder meer na vrijdaggebeden. En ook nu zijn er berichten over zware repressie in Koerdische, Baluchische en Arabische regio’s, al is de omvang daarvan door mediablokkades moeilijk vast te stellen.
In sommige gebieden worden moskeeën gebruikt door veiligheidstroepen, waaronder de Basij-militie, die een actieve rol speelt bij het handhaven van de orde tijdens protesten. In diverse rapporten melden mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty International en Iran Human Rights Society, provocaties of sabotage die volgens critici worden aangevoerd om hard optreden tegen demonstranten te legitimeren.
Er zijn grote zorgen over waar het geweld in Iran toe leidt. Sommige waarnemers trekken parallellen met Syrië begin 2011, toen vreedzame protesten geïnspireerd door de Arabische Lente in andere landen, door grootschalige repressie en buitenlandse steun uit Iran en Rusland uitmondden in een langdurig conflict.