5 juli, 2008 | Trefwoord: wereld
Hoe ICMP speurt naar DNA en vermiste personen
President Clinton nam in 1996, tijdens de G7-top in Frankrijk, het initiatief tot het oprichten van het ‘International Commission on Missing People’. Het ICMP heeft als belangrijkste taak vermiste personen die tijdens conflicten vermoord zijn, op te sporen en te identificeren. De organisatie werd opgericht als een gevolg van het Dayton-akkoord, dat vrede inluidde op de Balkan.
Tegenwoordig gaat het werk van ICMP veel verder dan alleen het opsporen van slachtoffers tijdens de oorlog in het voormalig Joegoslavië. De organisatie werd onlangs ingezet in Azië na de Tsunami van 2004 en in Irak om de decennia lang vermoorde en verdwenen tegenstanders van Saddam op te sporen.
In 2001, vijf jaar na de oprichting, was ICMP wereldwijd al de meest gekwalificeerde organisatie op het gebied van massale DNA-identificaties. Alleen al voor Bosnië-Herzegovina is een database opgebouwd van ruim 86.000 nabestaanden en 28.589 vermiste personen. Deze database is belangrijk omdat er voor de identificatie van één persoon meerdere DNA-samples van familieleden nodig zijn. Door de vergelijking van het DNA met bloed en de stukjes bot hebben ze maar liefst 13.826 mensen weten te identificeren die in voormalig Joegoslavië vermoord zijn.
Eigenlijk tot vrij recent werd de identificatie van slachtoffers simpelweg gedaan met het vergelijken van bijvoorbeeld papieren of kleding die gevonden werd bij de slachtoffers. In sommige gevallen kon er ook gebruikt worden gemaakt van gebitgegevens, maar die waren niet altijd voorhanden. Met de 30.000 vermiste personen aan het eind van de oorlog werd snel duidelijk dat dit een bijna onmogelijke opdracht zou worden.
ICMP bracht in de loop der jaren een oplossing. Zo ging men steeds meer met DNA werken en werd er speciale software ontwikkeld om de enorme hoeveelheid gegevens te kunnen verwerken en te vergelijken.
Op dit moment zijn er drie grote faciliteiten in Bosnië-Herzegovina van IMCP. Het hoofdkantoor bevindt zich in Sarajevo. Hier vindt tevens de extractie van DNA plaats van de overledenen en van familieleden die de oorlog hebben overleefd. In dit laboratorium worden er ruim honderd DNA-profielen per dag opgesteld.
In Tuzla, in het oosten van Bosnië, huisvest het Identificatie Coördinatie Centrum (ICD). Hier worden de gegevens van het DNA uit de botten vergeleken met dat van familieleden. De conclusies van dit onderzoek gaan door naar het mortuarium van ICMP of naar andere niet-ICMP organisaties.
Het mortuarium van ICMP in Tuzla is alleen gericht op de slachtoffers van de genocide in Srebrenica. In deze faciliteit worden de overblijfselen van de gevonden slachtoffers uit de massagraven bewaard. Een team van pathologen vergelijkt de DNA-gegevens met de persoonlijke attributen die bij de slachtoffers gevonden zijn evenals de fysiologische kenmerken.
In de koelcel die hier gehuisvest is, liggen zakken met nummers erop die vol met botten zitten. Voordat de redelijk moderne koelcel in gebruik werd genomen, werden de doden bewaard in de zoutmijnen die iets verderop liggen. Hoewel de koelcel het redelijk uithoudt met de warme zomerse buitentemperaturen is er niets wat de lucht binnen kan verhullen. Het lijkt net alsof je in een grote ruimte met mest loopt.
In Lukavac, vlakbij Tuzla, houdt ICMP zich vooral bezig met het probleem van de gemengelde graven. Nadat het de Serviërs duidelijk werd dat zij de oorlog gingen verliezen, werden de massagraven opgegraven om de lijken elders te begraven. Dit gebeurde zonder het nodige respect en voorzichtigheid.
De Serven hadden haast en gingen met groot materiaal als graafmachines te werk. Lijken uit verschillende graven werden bij elkaar gestopt en lichaamsdelen werden over verschillende graven verdeeld. Dit alles om de ontdekking van de genocide zo moeilijk mogelijk te maken.
In de faciliteit in Lukavac zijn de pathologen bezig om de lichamen weer in elkaar te zetten. Bij ons bezoek waren ze net klaar met de identificatie van twee broers en hun vader. Zij gaan net als de vele anderen terug naar de nabestaanden die de overledenen dan meestal op 14 juli, tijdens de herdenking in Patocari, hun definitieve rustplek geven.
Bron: www.ic-mp.org
Gerelateerde publicaties:
Srebrenica; Hoe zat dat ook alweer?
Bosnië en Herzegovina de recente geschiedenis