10 april, 2026 | Auteur: Noortje Smeltink | Beeld: Noortje Smeltink | Trefwoord: brazilie

Hoe São Paulo de 'nepdroom' van Europa ontmaskert

Terwijl Amerikaanse en Europese politici debatteren over hogere muren en lagere aantallen, bouwen duizenden migranten en vluchtelingen in de winkelgalerijen van São Paulo een nieuw zichtbaar bestaan. In het hart van de grootste stad van Zuid-Amerika wordt een provocerende stelling werkelijkheid: Voor wie waardigheid zoekt, is het Globale Zuiden een betere bestemming dan het schuldengedreven Westen.

In de kleurrijke winkelgalerijen rond Praça da República in het centrum van São Paulo klinkt West-Afrikaanse muziek. Stapels sneakers en rekken met stoffen staan er uitgestald. Mensen stoppen bij elkaars winkel of kraam om een praatje te maken. Er wordt vooral Portugees gesproken. “Hier bouwen mensen uit Senegal, Nigeria en Congo hun leven opnieuw op”, zegt Mekebib Tadasse Assefa terwijl hij door de passage loopt. Hij is een Ethiopische vluchteling en oprichter van ngo FEB3. Volgens hem kunnen vluchtelingen beter in Brazilië blijven, dan hun Europese of Amerikaanse droom najagen. “Hier heb je kans onderdeel te zijn van de maatschappij, in plaats van een leven leiden als derderangsburger”.

Wereldwijd woont het grootste deel van de mensen die hun land ontvluchten in landen met een midden- of laag inkomen. Volgens de VN vangen zulke landen meer dan twee keer zoveel vluchtelingen op als rijke landen. Brazilië speelt daarin een bijzondere rol. In 2024 vroegen meer dan 68.000 mensen asiel aan in Brazilië, een stijging van ruim zestien procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Het land geldt in Latijns-Amerika als een van de landen met relatief ruime rechten voor vluchtelingen. Ze kunnen er werken, studeren en toegang krijgen tot gezondheidszorg en onderwijs.

Venezuela
Volgens internationale organisaties wonen in Brazilië inmiddels meer dan 820.000 mensen die internationale bescherming nodig hebben. Zij zijn afkomstig uit meer dan honderd verschillende landen. Ruim 150.000 mensen zijn officieel erkend als vluchteling. De grootste groep komt uit Venezuela, gevolgd door mensen uit onder meer Haïti, Afghanistan, Syrië, Angola en Congo. Velen trekken uiteindelijk naar São Paulo, de economische motor van het land.

Brazilië wordt als tussenstop gezien. Volgens Assefa is dat een gemiste kans. Hijzelf vluchtte uit Ethiopië, waar hij werkte in de mensenrechtensector toen een burgeroorlog uitbrak. Door zijn werk en zijn etnische achtergrond liep hij het risico gearresteerd te worden. “Ik had twee opties”, vertelt hij. “Of ik zou worden opgepakt, of ik zou me moeten aansluiten bij een gewapende groep. Geen van beide wilde ik.” Hij was in Brazilië voor een training toen de situatie thuis verslechterde. Teruggaan werd te gevaarlijk, dus bleef hij. Twee jaar later kreeg hij officieel de vluchtelingenstatus.

Nu leidt hij FEB3. Een organisatie die vluchtelingen helpt om nieuwe kansen te vinden en hen ervan te overtuigen in Brazilië te blijven. De ngo is vernoemd naar de dag dat hij in Brazilië aankwam, 3 februari, zes jaar geleden. Met FEB3 bezoekt hij plekken waar veel vluchtelingen samenkomen, geeft hij informatiesessies en helpt hij mensen aan werk.

Schulden
Assefa kijkt met een ontnuchterende blik naar Europa en de Verenigde Staten. In zijn visie is het Westen gevangen in wat hij ‘corporate democracy’ en ‘schulden-slavernij’ noemt. “In het Westen leeft bijna iedereen in de ketenen van schulden”,  legt hij uit. “Studieschuld, hypotheek, zelfs een schuld voor je telefoon.” Volgens hem trekken migranten en vluchtelingen daarbij aan het kortste eind. “Wanneer vluchtelingen daar aankomen, worden ze in gesubsidieerde hotels gezet waar bedrijven miljoenen verdienen aan hun opvang, terwijl de migranten zelf jarenlang niet mogen werken.”

In Europa en de Verenigde Staten is het politieke klimaat rond vluchtelingen de afgelopen jaren merkbaar verhard. In veel Europese landen mogen asielzoekers pas na zes tot negen maanden werken en dan nog onder strikte voorwaarden. In Nederland geldt bijvoorbeeld een wachttijd van zes maanden en een maximum van 24 werkweken per jaar. Zelfs na jarenlang een verblijfsvergunning te hebben gekregen, werkt slechts een klein deel full time.

In de Verenigde Staten moeten asielzoekers minimaal 150 dagen wachten voordat ze een werkvergunning kunnen aanvragen, waarna de procedure vaak nog maanden duurt. Voor veel nieuwkomers betekent dat lange periodes zonder inkomen, afhankelijk van opvang en zonder duidelijke plek in de samenleving.

Ongedocumenteerden
Voor wie buiten het systeem valt, is de afstand nog groter. In de Verenigde Staten leven naar schatting miljoenen ongedocumenteerden die vaak in de informele economie werken, zonder rechten of bescherming. Tegelijkertijd worden zij geconfronteerd met invallen en controles door immigratiedienst ICE, waarbij mensen thuis, op straat of op hun werk kunnen worden opgepakt.

Ook in Europa leven honderdduizenden mensen zonder papieren, vaak uitgesloten van formeel werk, zorg en huisvesting. Onderzoek van onder UNHCR laat zien dat juist die eerste periode van uitsluiting – geen toegang tot de arbeidsmarkt – langdurige gevolgen heeft voor hun integratie en deelname aan de maatschappij.

“Een werkvergunning is het grootste geschenk dat je een mens kunt geven. Het herstelt de waardigheid.”

Dit contrasteert scherp met de Braziliaanse realiteit. Hoewel Brazilië kampt met diepe ongelijkheid en armoede, biedt het land nieuwkomers iets wat in Europa steeds schaarser wordt: het onmiddellijke recht om deel te nemen aan de economie. “Op de dag dat je asiel aanvraagt, krijg je een werkvergunning”, zegt Assefa. “Dat is het grootste geschenk dat je een mens kunt geven. Het herstelt de waardigheid.”

Assefa: “Het belangrijkste voor een mens is om deel te nemen aan de samenleving. Economie is eigenlijk niets anders dan uitwisseling tussen mensen.” Hij noemt dat principe exchange: het idee dat mensen niet alleen hulp ontvangen, maar ook bijdragen. Brazilië is een economie in opkomst, legt hij uit. Als vluchteling kun je daar onderdeel van uitmaken.

Frustratie
Volgens hem ontstaan spanningen juist wanneer vluchtelingen niet mogen werken. “Als mensen jarenlang moeten wachten zonder iets te kunnen doen dan ontstaat er frustratie. Bij hen, maar ook bij de samenleving.” Zelf begon hij in Brazilië met eenvoudige banen. Eerst als tuinier. Later in een Japans restaurant. Het waren lange dagen voor weinig geld, maar ze vormden de basis voor zijn nieuwe leven. “Je begint klein. Maar zodra je deel wordt van de economie, ontstaan er kansen”, verklaart hij.

Een paar kilometer verderop, onder de viaducten van São Paulo, is de schaduwkant van dit systeem zichtbaar. Matrassen op beton en muren van karton vormen de enige bescherming voor Sao Paulo’s duizenden daklozen. Robert Montinard kent deze precariteit van binnenuit. Hij vluchtte uit Haïti na de verwoestende aardbeving van 2010. “In Brazilië leef ik met vrede, maar economisch is het een gevecht”, zegt hij.

Montinard, humanitair werker bij ngo Mawon, wijst op een wrede cirkel. Vluchtelingen die hun land verlaten vanwege oorlog of klimaatgerelateerde instabiliteit, zoals de vernietiging van landbouwregio’s in Haïti, eindigen in São Paulo vaak in de meest kwetsbare gebieden. In São Paulo leven naar schatting meer dan 30.000 mensen op straat. Miljoenen anderen wonen in favela’s, waar huizen tegen heuvels zijn aangebouwd of in laaggelegen gebieden die bij hevige regen onderlopen.  “Het merendeel van de vluchtelingen eindigt daar”, legt hij uit. “Zij die vluchtten voor het water, worden in de Braziliaanse megastad opnieuw slachtoffer van extreme regenval en hittestress”.

‘Klimaatvluchtelingen’
Brazilië bevindt zich in een juridische spagaat. Terwijl het land COP30 in Belém host en zich profileert als klimaatleider, erkent de wet ‘klimaatvluchtelingen’ niet officieel als status. In plaats daarvan krijgen zij humanitaire visa. Dat is een tijdelijk document dat bescherming biedt, maar die de diepere oorzaak van ontheemding juridisch onzichtbaar laat.

Toch ziet Montinard kansen voor ontheemden in Brazilië. Ook hij noemt de droom van Europa of de Verenigde Staten een misvatting. “De American Dream, oftewel een grote auto en een burger in een fastfoodrestaurant, is voor de meeste vluchtelingen niet haalbaar”, zegt hij. In zijn ogen draait het Westen om bezit en status en worden migranten er al snel gezien als risico’s in plaats van als mensen. “Als je denkt dat je daar rijk wordt, moet je gaan. Maar als je wilt leven, moet je ergens anders zijn.”

Waardigheid
In Brazilië ligt dat anders, vindt hij. “Ik heb geen auto, ik ben niet rijk, maar ik ben wél iemand.” Die waardigheid staat los van welvaart. Montinard erkent hoe zwaar het leven in São Paulo kan zijn. Er zijn lage lonen, onzekere huisvesting en de constante dreiging van armoede. Toch verkiest hij die realiteit boven een systeem waarin mensen wel worden opgevangen, maar niet mogen meedoen. “Hier begin je onderaan”, zegt hij. “Maar je begint tenminste.”

“Ik heb geen auto, ik ben niet rijk, maar ik ben wél iemand.”

Ondanks de gebrekkige infrastructuur en de dreiging van klimaatverandering, tonen de migranten in de straten rond Praça da República een opvallend optimisme. Claudio, een 50- jarige Angolees, leunt tegen het kraampje van een vriend aan. Als kind vluchtte hij uit Cabinda naar Congo-Brazzaville, waar hij 46 jaar als vluchteling leefde. Pas een jaar geleden kwam hij naar Brazilië. Inmiddels werkt hij met een vast contract in de logistiek. Hij laat zijn Braziliaanse identiteitsbewijs zien, zichtbaar trots. “Ik wil mijn leven hier opbouwen”, zegt hij. “Het leven in Brazilië is beter.” Zijn volgende doel is duidelijk: zijn vrouw en twee kinderen, die nog in Luanda wonen, over laten komen.

Een paar winkels verderop staat Frank, uit Congo. Ook hij vluchtte vanwege politieke problemen. Binnen een jaar vond hij werk in een chemische fabriek. Niet rijkdom dreef hem hierheen, zegt hij, maar iets eenvoudigers. “Ik zocht vrijheid. De mogelijkheid om iets te doen.” São Paulo geeft hem die ruimte. Of hij ooit weg uit Brazilië zou gaan? “Waarom zou ik. Het is een paradijs.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.