7 november, 2012 | Auteur: Jenda Terpstra | Beeld: Lennart Hofman | Trefwoord: syrie

'Ik wilde geen kinderen doden, ik wilde niet vechten'

Mardin. Een grensstadje in het zuidoosten van Turkije. De ochtendzon verlicht de witte kalkstenen huizen en werpt schaduwen over de nauwe straatjes. De kerken beginnen elk moment en ook de Muezzin roept op tot gebed. Toch is dit stadje minder rustig dan het lijkt. De huizen herbergen vele families die uit Syrië zijn gevlucht voor het oorlogsgeweld. 

De straten van Mardin, dat tegen machtige rotsen is aangebouwd, bieden een panoramisch uitzicht over het uitgestrekte dal. Daar, op steenworp afstand, ligt Syrië. Hoewel de grenzen dicht zijn kennen smokkelaars hun weg en ze brengen wekelijks Syrische burgers de Turkse grens over.

Mohammed (21) is een maand geleden gearriveerd. Gekleed in een trainingspak zit hij op de bank en rookt de ene naar de andere sigaret. Hij is bij zijn grootvader ingetrokken die in Mardin woont en hij wil graag zijn verhaal doen. “Mijn broer zat in het leger en daarom werd ik nog niet opgeroepen. Toen mijn broer zijn dienstplicht had vervuld, was het mijn beurt. Ik kon kiezen: of ik ging het leger in, of ik zou vermoord worden. Maar ik wilde niet vechten. Dus ik besloot te vluchten.”

Sinds het begin van de burgeroorlog in maart 2011 zijn volgens de UNHCR al meer dan driehonderdduizend Syrische burgers gevlucht naar buurlanden Turkije, Jordanië, Irak en Libanon. Volgens de Turkse regering worden er in Turkije in totaal 107.769 vluchtelingen opgevangen. De meesten wonen in tentenkampen in grensplaatsen als Hatay, Gaziantep, Kilis en Osmaniye. Anderen kunnen op uitnodiging onderdak krijgen bij vrienden en familie. Zo ook in Mardin.

Mohammed is Koerdisch. Hij komt oorspronkelijk uit Al-Hasakah in het oosten van Syrië. Hij betaalde 2.500 dollar aan smokkelaars die hem door het grensgebied naar Turkije begeleidden. Volgens hem waren het Koerdische strijders gerelateerd aan de PKK, die dankzij de oorlog een flink zakcentje verdienen. Hem leek het de beste optie. En zo vertrok hij. In een groepje van vijf legden ze te voet 25 kilometer af naar de Turkse stad Urfa. “De smokkelaars kenden de weg en wisten waar de mijnen lagen. Zo kwam ik hier aan.”

Terwijl Mohammed zijn verhaal vertelt gaat de deur open. Twee jongens komen binnen. “Salaam Aleikum”, groeten ze. Ook zij zijn recentelijk gevlucht. Nur (26) komt uit Aleppo en wantrouwt de situatie in deze huiskamer: wie zijn deze vreemdelingen, wat gebeurt er met zijn verhaal en komt de informatie niet bij de Turkse regering terecht? Ook hij is gevlucht toen hij het leger in moest. Hij was net klaar met zijn studie sociologie toen hij werd opgeroepen. “Maar ik wilde geen mensen en kinderen doden. Daarom heb ik geweigerd en moest ik vluchten.”

Nur oogt als een rustige jongen en ziet er met zijn gebreide trui, bril en baard uit als een intellectueel. Liever laat hij niets los en antwoordt hij kort op de vragen. Een oudere man in het gezelschap verklaart hem nader: “We hebben in tijden niet vrij kunnen praten, dus het gaat moeizaam. Maar de Syriërs zijn moe geworden, nu willen we open zijn.”

Ali (25) heeft wel in het leger gezeten, maar nog voordat de burgeroorlog uitbrak. Hij was gelegerd in Damascus en eindigde zijn dienstplicht in 2009. “Toen het conflict uitbrak, werd iedereen onder de 35 jaar opgeroepen om weer in dienst te komen. Ook ik, maar ik wilde geen kinderen doden. Ik wilde niet vechten.” Ook Ali betaalde daarom het enorme bedrag aan de smokkelaars en na de oversteek kwam hij aan in een Turks vluchtelingenkamp. Sinds twee maanden verblijft hij in Mardin.

Het einde van het conflict in Syrië is nog niet in zicht. Activisten zeggen dat inmiddels meer dan 27.000 mensen zijn omgekomen, waaronder vele burgers. Ook in de laatste week van oktober 2012 werd er zwaar gevochten rond ondermeer Idlib, Aleppo en Deir es Zor na een mislukt staakt-het-vuren tijdens het offerfeest. Turkije bewaakt de negenhonderd kilometer lange grens met Syrië zorgvuldig. Na het incident deze maand waarin vijf Turkse burgers in Akcakale werden gedood door Syrische bombardementen, heeft Turkije het Syrische leger gewaarschuwd tenminste tien kilometer van de grens vandaan te blijven. Nur, Mohammed en Ali zijn voorlopig veilig.

Het nieuws dat er Nederlandse journalisten in een Syrisch huis zijn en vluchtelingen willen spreken, verspreidt zich als een lopend vuurtje door de stad. De deur gaat doorlopend open en na enige tijd zit de kamer vol met Syriërs. Iedereen leeft verspreid door de stad. De meesten delen huizen met andere families. Ze vragen elkaar naar nieuws uit hun land en al snel ontstaat er een verhitte discussie over politiek.

Waarom hebben deze drie jongens, die zich tegen de Syrische regering hebben gekeerd, zich niet bij het Syrische Vrijheidsleger aangesloten? Het antwoord volgens Ali: “We weten niet wie zij zijn. Op een dag verklaarden onbekende groepen dat ze het Vrijheidsleger waren. Wij hebben geen informatie over hen, bijvoorbeeld door wie ze getraind zijn. Daarom vluchtte ik liever.” Voor Mohammed is het simpel: “Ik ben gewoon bang om te vechten.”

Over één ding zijn de drie jongens het eens. “Het is afgelopen met Syrië”, zeggen Mohammed en Nur in koor op de vraag wat ze van de toekomst verwachten. Misschien wordt het net zoals Afghanistan, misschien nog erger. Nur informeert terloops naar de situatie in Nederland en of vluchtelingen worden opgenomen. Hij wil gewoon studeren en een goed leven leiden. Terug willen de jongens niet meer. Alles wat ze nu kunnen doen is wachten.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.