24 juni, 2026 | Auteur: Clarine van Karnebeek | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: nederland
In Staphorst gaat de weg naar weerbaarheid niet over rozen, maar over munitie
In Staphorst kun je de auto’s die voorbijrazen op de A28, bijna aanraken. Zodra je de snelweg verlaat, rij je direct het dorp in. Het verkeer gaat hier non stop door. Onbedoeld snijdt de afrit, het dorpse leven doormidden, want alles in dit traditionele lintdorp ligt langs diezelfde weg: brandweer, politie, winkels, de grote kerk en het gemeentehuis. De situatie zorgt dagelijks voor files en gevaarlijke situaties. Met het ‘Staphorster Bod’ lijkt een nieuwe toegangsweg dichterbij, maar deze weg komt met een prijs: Een grootschalig munitiedepot.
In de nota Ruimte voor Defensie wordt toegelicht hoe Nederland weerbaarder moet worden en veilig kan blijven. Zo is er meer ruimte nodig voor de opslag van munitie voor eigen taken en die van de NAVO-bondgenoten. Waar dit nieuwe depot in Nederland moet komen, was lange tijd de vraag. Geen gemeente bood zich aan, tot Burgemeester Jan ten Kate in december 2024 iedereen verraste met het ‘Staphorster Bod’.
Raadslid Alberto Schra licht toe: “Wij willen verantwoordelijkheid nemen voor het landsbelang. Daarom doen wij een stap vooruit.” Het gemeentebestuur stelt wel voorwaarden aan de komst van het NAVO-munitiecomplex, waar internationale bondgenoten ook gebruik van mogen maken. Dit kan alleen als er een nieuwe weg en een spoorwegovergang komen, die rechtstreeks aansluiten op de A28. Want de druk op de dorpskern is nu al te groot.
Het mes snijdt aan twee kanten. “Staphorst wil meedenken, maar we willen ook zaken oplossen op het gebied van mobiliteit, want dat is al jaren een vraagstuk.”

Alberto Schra is geboren en getogen in Rouveen, wat met de dorpen Punthorst en IJhorst onderdeel uitmaakt van deze hechte gemeente. Staphorst telt 18.000 inwoners en groeit hard. Volgens de laatste cijfers van het CBS is Staphorst, na Urk de jongste gemeente in Nederland. “Het depot is een kans om als gemeente ook stappen te zetten. En er ligt al een klein munitiedepot in Staphorst, sinds de koude oorlog. Daar hebben we nooit last van gehad.”
“Het is onvermijdelijk dat er een paar boerderijen geruimd zullen worden.”
De opslag ligt verscholen in het groen, aan de rand van het natuur-en recreatiegebied de Zwarte Dennen. Het gebied wordt ook wel de ‘groene long’ van de regio genoemd en is maar liefst 940 hectare groot. De bestaande opslag is 15 hectare en inmiddels gedateerd. Het nieuwe NAVO-munitiecomplex wordt minimaal vier keer zo groot en gaat ten koste van 70 hectare natuur-en recreatiegrond en 12 hectare landbouwgrond. Hoe het er precies uit komt uit te zien, is niet bekend. “We hopen dat het niet zo’n betondorp wordt, als het complex in Veenhuizen” aldus Schra.
Zorgen
Het bestuur snapt de zorgen van de boeren, omwonenden en natuurliefhebbers in de nabije omgeving. Daarom zijn er in het bod randvoorwaarden gesteld, die de belangen en de veiligheid van alle betrokkenen moeten waarborgen. “Maar het is onvermijdelijk dat er een paar boerderijen geruimd zullen worden en deze gezinnen moeten natuurlijk ruimhartige compensatie krijgen. We hebben ook als voorwaarde gesteld dat een goede inpassing van het depot belangrijk is en in lijn moet zijn met de natuur- en recreatiewaarden.”
Volgens het raadslid verandert er “globaal” niet zo veel. In het dagelijks bestuur is hij, vooral bezig met de impasse van de stikstofcrisis. Maar ondermijning; criminele activiteiten zoals het witwassen, drugslabs en zelfs mensenhandel, is in de regio ook een belangrijk thema aan het worden. Brandweer, ambulance en meldkamer vallen in Staphorst onder de veiligheidsregio IJsselland. Op de laatste bijeenkomsten, die Schra samen met de burgemeester bijwoonde, ging het veel over weerbaarheid en het risico van een noodsituatie door stroomuitval “het onderwerp leeft steeds meer”. Dat ziet hij ook vanuit zijn eigen bedrijf dat zich bezighoudt met ICT-oplossingen en onderhoud. Cybervraagstukken worden steeds complexer en het risico van een black-out groeit.
Als vrijwillige ploegleider van de brandweer is Hendrik Timmerman erg betrokken bij de gemeenschap. Deze vader van 6 kinderen, is niet zo bezig met de dreiging van een oorlog, eigenlijk niemand in zijn omgeving. Over de eventuele komst van het munitiedepot maakt hij zich geen zorgen. “Iemand moet het toch doen toch? En dingen worden vaak overdreven”, reageert hij, “Net als de klimaatproblemen. Tuurlijk is er meer neerslag en droogte, maar zo erg als in Limburg met die overstromingen, gaan we hier niet meemaken.” Hij vindt wel dat het leven minder stabiel is geworden. “De overheid doet zijn best, maar als er een noodsituatie is dan moet je het hebben van de buurtschap. Als er problemen zijn, dan lossen we het met elkaar op, de lijnen zijn kort hier. Wat er allemaal speelt bij de veiligheidsregio weet ik niet, het is best wel massaal daar.”
Zijn teamleider crisisbeheersing bij de veiligheidsregio heeft hem onlangs gevraagd of zijn team goed is voorbereid, mochten ze te maken krijgen met een grote stroomstoring. “Mijn ploegleden deden er eerst nog een beetje lacherig over, maar boerenbedrijven in de omgeving zijn echt heel afhankelijk van stroom. Ik stel mijn team nu vaker de vraag: Kun jij in geval van nood 72 uur of langer van huis wegblijven? Als dat niet zo is moet je maatregelen treffen met elkaar. Gelukkig is er voor de vrijwillige brandweer een wachtlijst hier, dat is in andere regio’s wel anders.”
“We leven niet allemaal in dezelfde bubbel, maar de onderlinge betrokkenheid is groot.”
Timmerman heeft ook gehoord dat de Rijksoverheid van plan is om noodsteunpunten in te gaan richten, waar burgers tijdens een crisis terecht kunnen voor een kop koffie, stroom en water. Er wordt uitgegaan van 5.000 bewoners per steunpunt. Dat kan zijn kazerne niet aan, er is onvoldoende parkeerruimte, water en stroom voor zoveel mensen. De brandweer wordt ook ingeschakeld bij het inrichten en draaiend houden van de noodsteunpunten. Wat er van zijn ploeg verwacht wordt weet hij niet, maar zijn teamleider denkt dat het nog een hele klus gaat worden naast de gewone taken.
Om de hoek bij de kazerne is Museum Staphorst gehuisvest in een traditionele boerderij. Wie de culturele identiteit van dit lintdorp nog niet kent, kan hier meer ontdekken over de tradities en ambachten, van stipwerk tot klederdracht. De tentoonstellingsruimte boven is gewijd aan de grote stormramp in het Zuiderzeegebied 200 jaar geleden, waardoor Staphorst overstroomde. Jacco Hooikammer heeft de tentoonstelling als vrijwilliger mee samengesteld.

“We wilden vanuit een historisch perspectief het belang van water door de tijd heen, laten zien.” Hooikammer werkt als streekdrachten specialist in een museum in Arnhem en woont al zijn hele leven in Staphorst. De cultuurhistorie van deze regio fascineert hem. Het valt hem op dat Staphorsters hun erfgoed zelf niet zo koesteren. Een aantal jaar geleden werd besloten om klederdrachttraditie los te laten. “De volgende dag verdwenen de ambachtelijke stoffen keurig gevouwen in de kliko. Staphorsters zijn pragmatisch, handelen direct en kijken niet meer achterom. Het is een misverstand dat iedereen op zondag, in klederdracht naar de kerk gaat. We leven niet allemaal in dezelfde bubbel, maar de onderlinge betrokkenheid is groot.”
En dat blijkt ook uit de verhalen. Zo vertelt Timmerman over een voorval van een paar jaar geleden “Een boerenzoon veroorzaakte met zijn trekker voor een paar ton schade aan het spoor. De jongen was niet verzekerd was, maar het schadegeld werd ingezameld door de gemeenschap.” En Schra spreekt met trots over de constructie die het gemeentebestuur bedacht om bewoners, mede-eigenaar te maken van de windmolens die er moesten komen.
Ook met weinig geld kon je instappen en nu levert die inleg ook echt wat op. “In de Tweede Wereldoorlog waren we deels zelfvoorzienend, de overheid riep ons tijdens de hongerwinter zelfs op om extra aardappels te verbouwen voor de rest van het land. Naastenliefde en burenplicht zijn belangrijke waarden in onze gemeenschap.” Dat zelfredzame karakter herkent Hooikammer ook, maar volgens hem hebben zijn dorpsgenoten niet veel vertrouwen in Den Haag. Ze hebben het gevoel dat hun belastinggeld vooral wordt gebruikt om problemen in de Randstad op te lossen. Soms is het gewoon een middelvinger naar Den Haag. Hij vertelt over een buurt waar structureel te hard gereden werd. “De overheid deed niets, toen hebben buurtbewoners ’s nachts zelf drempels in de weg gemaakt”, lachend voegt hij eraan toe “de volgende dag moesten die drempels er alweer uit.”
“Bewoners zijn niet goed geïnformeerd over de gevolgen voor hun lokale veiligheid.”
Maar er zijn meer belangen, zo vindt de Werkgroep Groenkracht dat de gemeente, de laatste jaren, zienderogen versteend. Dit lokale initiatief komt op voor het behoud van de Zwarte Dennen en de natuur. Volgens de Werkgroep zijn gemeente en defensie niet zorgvuldig te werk gegaan bij de besluitvorming en communicatie over de locatie: “Bewoners zijn niet goed geïnformeerd over de gevolgen voor hun lokale veiligheid, en over bijvoorbeeld de risico’s bij oorlogsdreiging. Staphorst wordt een aantrekkelijk doelwit, en het depot ligt vlak bij de dorpen. Veel inwoners hebben ook geen idee hoeveel natuur dit gaat kosten, en wat de gevolgen zijn voor alle dieren in het bos. En ook doet defensie geen uitspraken over eventuele toekomstige opslag van nucleair materiaal.”, aldus de Werkgroep.
De Werkgroep heeft, naar eigen zeggen, goede alternatieve oplossingen aangedragen die minder natuur en landbouwgrond kosten en veiliger zijn. Ook zetten ze in op natuurcompensatie: “Nieuw bos moet worden aangelegd dicht bij de plek waar bos wordt gekapt, en zeker niet buiten de gemeentegrenzen”. Maar waar al die hectares natuur dan moeten komen is nog een hele puzzel in deze agrarische regio waar ook economische belangen spelen.
Het Gemeentebestuur heeft aangegeven samen met de Rijksoverheid te willen optrekken over de plannen en de besluitvorming, maar garanties en toezeggingen voor de voorwaarden in het Staphorster Bod zijn er niet. “Staphorst toont moed en lef, maar ik kan geen blanco cheque neerleggen.” Sprak (demissionair) Staatssecretaris Defensie Gijs Tuinman in de Tweede Kamer in oktober 2025. In 2026 start Defensie met de uitvoering van de beleidsvisie, en moeten gemeente, provincie en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat komen tot een uitvoerbaar plan.