10 april, 2009 | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland
Het joodse paasfeest en het joodse geloof
Het paasfeest zoals dat dit weekend in Westerse landen gevierd wordt is gebaseerd op het joodse Pesach. Ondanks dat er in Nederland zo’n 40.000 joden wonen, is het jodendom een relatief onbekende godsdienst. Een kijkje in de joodse levenscyclus geeft meer inzicht in deze religie.
Het jodendom is niet te vatten in een enkele definitie. Het kan gezien worden als een mengeling van godsdienst, cultuur en een volk. Het centrale dogma van het joodse geloof is de aanname dat het menselijk leven heilig is en geschapen is naar Gods beeld. De hoogste idealen van het jodendom worden duidelijk verwoord in Micha 6:8 ‘Het is u heel duidelijk gezegd wat goed is en wat de Heer van de mens verlangt: houd u aan het recht, blijf altijd trouw en ga bij alles bij uw God te rade’.
Pesach
Dit jaar wordt van 9 tot 15 april Pesach, het joodse paasfeest, gevierd. Het paasfeest zoals dat in Westerse landen gevierd wordt, is hierop gebaseerd. De joodse religie kent veel feestdagen, waarvan er velen zijn verbonden aan de seizoenen. Pesach is hier een voorbeeld van, het wordt jaarlijks gevierd in de lente en is één van de belangrijkste feesten die het jodendom kent.
Tijdens dit lentefeest wordt de uittocht uit Egypte herdacht en het einde van de slavernij gevierd. Pesach duurt zeven of acht dagen en begint op de avond van de vijftiende nisan die dit jaar op 8 april valt. Dit heet de seideravond. Tijdens deze avond wordt het verhaal van de exodus verteld.
Om hetzelfde te voelen als de joden die moesten vluchten uit Egypte eten zij tijdens de seideravond speciale waren van de zogenaamde seiderschotel. Zo eten zij bijvoorbeeld mierikswortel, dat herinnert aan het bittere. Er worden ook groenten gedoopt in zout water, dat doet denken aan het zweet en de tranen van de slaven. Gedurende het hele feest worden er matzes (ongerezen brood) gegeten, omdat de joden die uit Egypte trokken geen tijd hadden hun brood te laten rijzen en het dus ongerezen aten. Op de seideravond wordt er gelezen uit de haggada waarin de gebeurtenissen uit de tijd van de uittocht staan opgesomd. De meeste delen van de haggada worden gezongen, wat zorgt voor een vrolijke sfeer en een gevoel van saamhorigheid.
De joodse godsdienst kent veel stromingen, van zeer orthodox tot progressief. Eén van de bijzondere karakteristieken van het geloof is dat het als één van de weinige deze, soms, tegenstrijdige stromingen naast elkaar verdraagt.
Er bestaat een gigantisch verschil tussen orthodoxe en liberale joden. De orthodoxen gaan ervan uit dat de Thora de ultieme waarheid is en dat er streng volgens de Halacha (de joodse wet) geleefd moet worden. Het liberale jodendom streeft naar gelijkheid voor alle joden, ongeacht geslacht en seksuele geaardheid. Zij nemen de Halacha minder nauw, zo is een belangrijke ontwikkeling in deze stroming de vrouwenemancipatie.
Tussen de ultraorthodoxe en de zeer progressieve bewegingen liggen nog veel meer heel verschillende stromingen, met heel verschillende denkwijzen. De joodse levenscyclus is in iedere stroming wel ongeveer hetzelfde.
Geboorte
De joodse levensloop begint bij de geboorte. Kinderen krijgen is een plicht binnen het jodendom. Dit wordt al meteen duidelijk uit het eerste gebod: ‘Wees vruchtbaar en vermenigvuldigt u’ (Gen. 1:28, 9:1). Kinderen worden daarnaast ook als een zegen en een continuering van het joodse volk gezien.
Joodse jongetjes worden op de achtste dag na hun geboorte besneden. Deze plechtigheid heet beriet milá, dit betekent verbond der besnijdenis. Op de dag van de besnijdenis wordt de joodse naam van het jongetje bekend gemaakt.
Aan meisjes wordt de joodse naam op de eerste sjabbat (de wekelijkse rustdag op zaterdag) na de geboorte gegeven. In de liberale stroming gaan steeds meer stemmen op om voor meisjes ook een speciale geboorteplechtigheid in te voeren.
Volgens de joodse wet worden jongens volwassen op hun dertiende en vrouwen op hun twaalfde levensjaar. Jongens vieren dan hun bar mitswa wat gebodsgenoot betekent. In het liberale jodendom vieren meisjes hun bat mitswa. Na de deze ceremonie is het kind zelf verantwoordelijk voor zijn of haar godsdienstige daden.
Huwelijk, dood en rouw
Partnerschap is naast het krijgen van kinderen een plicht die een jood moet vervullen. Het huwelijk vormt de basis voor het joodse gezinsleven en de gemeenschap. Een joodse bruiloft wordt een choepa genoemd. Het kan alleen plaatsvinden als beide partners joods zijn en wordt gezien als een wederzijds verbond dat het bruidspaar met elkaar aangaat. De choepa speelt zich af in de synagoge en bestaat uit twee delen: de eroesien oftewel de verloving en kidoesjien, de heiliging.
Wanneer er een jood komt te overlijden moet de begrafenis binnen vierentwintig uur voltrokken worden. Voordat de begrafenis kan plaatsvinden moet er eerst een rituele wassing, de tahara, gedaan worden. Tot de begrafenis moet er ten allen tijden iemand waken bij de dode.
Een joodse begrafenis is eenvoudig en sober net zoals de joodse begraafplaats. Omdat in het jodendom elke gelovige gelijk is wordt uiterlijk vertoon afgewezen. Er worden geen bloemen op het graf gelegd. Liefdadigheid is de enige manier om eer te bewijzen aan de overledene. Wanneer de kist eenmaal in het graf staat, zijn het de naasten van de overledene die de eerste drie scheppen zand op de kist gooien, daarna volgen familie en vrienden.
Het scheppen van de aarde op de kist wordt als een mitswa, een goede daad, gezien. Tijdens het bedekken van de kist is het gewoonte te zeggen: ‘Zo keert het stof tot de aarde terug gelijk het was; de geest keert terug tot God, die hem geschonken heeft’ (Prediker 12:7). Ten slotte zeggen de naaste verwanten kaddiesj, een plechtig en vaak zeer emotioneel gebed waarin God wordt geprezen. Met de begrafenis wordt de eerste periode van rouw afgesloten. Hierna volgen nog drie rouwperiodes. De totale rouw neemt maar liefst een jaar in beslag.