6 april, 2010 | Auteur: Geesje van Haren | Beeld: Rogier ten Hacken | Trefwoord: nederland

Waar het echt om draait bij het jubileum van LNV

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) bestaat 75 jaar. Dit feest werd overschaduwd door felle kritiek van de Tweede Kamer op de kosten van het tijdschrift ‘Gerda’, dat ter ere van deze gelegenheid eenmalig is uitgebracht. Geruzie voerde de boventoon, waar de jubileumviering eigenlijk in zou moeten gaan op beleidsvragen; ‘waar komen we vandaan en waar moet het naartoe?’  

In 1935 werd het ministerie onder de naam Landbouw en Visserij opgericht. Midden in de periode van de grote depressie, een crisistijd die vele malen groter was dan de financiële crisis van nu, daalden de prijzen van agrarische producten flink. Op het slechtste moment lagen de prijzen bijna vijftig procent lager dan in het decennium daarvoor. “Daar kwam bij dat het verminderde inkomen met meer personen moest worden gedeeld, doordat er meer mensen in de landbouw bleven als gevolg van de massale werkloosheid. De agrarische sector had toen een aandeel van 20 procent in de totale beroepsbevolking; tegenwoordig is dat minder dan 3 procent”, beschreef Cees van Bruchem van LEI-Wageningen-UR op 14 januari in het Agrarisch Dagblad. 

De boerensector in Nederland groeit nog over de hele linie. Door heel uiteenlopende redenen, zoals de huidige crisis, faillissementen en gebrek aan opvolging door boerenzonen of dochters, zijn er in de laatste vijftien jaar wel veel bedrijven verdwenen. In 1995 telde Nederland 113 duizend land- en tuinbouwbedrijven, in 2008 was dit aantal afgenomen tot ruim 75 duizend. Maar “de oppervlakte landbouwgrond is in die jaren slechts met een paar procent afgenomen”, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). “In 2008 had 15 procent van de boerenbedrijven meer dan 50 hectare landbouwgrond. In 1995 was dit nog 6 procent.” 

Cees van Bruchem laat zien hoe tegengesteld beleid van de overheid kan zijn. Op verschillende momenten in de geschiedenis kunnen totaal tegenovergestelde beslissingen worden genomen ter bestijding van crisis. In de jaren dertig greep het ministerie van Landbouw en Visserij flink in. “Naarmate duidelijker werd dat dit een langdurig en pijnlijk proces zou worden met een onzekere afloop, ging de Nederlandse overheid, in navolging van andere landen, meer en meer over tot ondersteunende maatregelen, die uitmondden in de Landbouwcrisiswetgeving”, schrijft van Bruchem. En hoewel de prijzen vandaag de dag ook flink dalen is uitbreiding van overheidsbemoeienis met prijs- en inkomensvorming nu totaal ondenkbaar. “De huidige tijd staat in het teken van de afbouw van overheidsingrijpen”, aldus van Bruchem.

Het vertrouwde oer-Hollandse landschap is veranderd. Inmiddels heet het ministerie niet meer Landbouw en Visserij, maar Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De sector bestaat nu uit veel meer dan alleen veehouderij en akkerbouw. Futuristisch ondernemerschap, innovatie en duurzaamheid zijn belangrijke waarden geworden, waar het beleid nu ook op is gericht. Vorige maand maakte Annemie Burger, directeur-generaal van LNV, bekend dat het ministerie van LNV nog dit jaar een platform voor de verduurzaming van voedsel start. Vooruitlopend op dit nieuws organiseerde Dick Veerman van Foodlog.nl op 1 april jongstleden een bijeenkomst in ICSE, centrum voor duurzaamheid in Eindhoven. Boeren, brancheorganisaties, retailmedewerkers en levensmiddelentechnologen bogen zich over het thema; Waait of stormt het in boerenland?

Veerman introduceerde de belangrijkste vraag van de bijeenkomst: ‘LNV pleit voor verduurzaming, maar hebben boeren daar wel geld voor?’ Deze vraag had hij eerder in een interview voor Foodlog.nl aan minister Gerda Verburg gesteld, maar zij had hierop geen antwoord. Achter deze vraag schuilen drie grote probleemstellingen; Boeren verdienen steeds minder; verduurzaming is maatschappelijk gewenst; en supermarkten voeren lage prijzen. 

Het zijn precies deze drie thema’s waarvoor Hans Huijbers, voorzitter van de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO), waarschuwt dat die absoluut niet met elkaar in conflict mogen komen. “Wat doen NGO’s, retail en de boerensector gezamenlijk met de verwende Noordwest-Europese consument die telkens om andere concepten en producten vraagt?”, stelt hij. “Boeren vinden het heel moeilijk om goed te praten met NGO’s, zoals Greenpeace, Milieudefensie of Wakker Dier, en boeren mopperen tegelijkertijd op supermarkten.” Huijbers wil een proces inzetten om een spagaat te voorkomen en waarbij zowel dierenwelzijn als goede kostprijzen op een prettige manier naar de consument geborgd kunnen worden. 

Veehouder Stef Beunk vergelijkt de neerwaartse kostprijsspiraal met een boer die zijn paard goedkoper wil laten produceren door hem elke dag minder water te geven. “Op het laatst kon het paard goed zonder water, maar toen ging hij dood”, aldus Beunk. De aanwezige boeren erkennen dat de trend van schaalvergroting, megastallen en extra grote kassen is uitgewerkt. Dat die laatste hectare meer en die extra partij kippen, koeien of varkens de kostprijs niet meer lager maken. Het denken daarover moet sectorbreed veranderen.

Stef Beunk: “Je ziet dat jonge boeren al heel anders denken. Ik was laatst bij een veehouder van dertig, die had net zijn stal uitgebreid naar 65 koeien. Trots liet hij die aan mij en een collega zien. Die collega zei daarop dat 65 koeien niets voorstelde, dat dat geen uitbreiding was. Waarop die jonge boer zei: ‘Jullie weten niet wat ik op het dak heb. Daar ligt een batterij zonnepanelen waarmee ik voor een zeer goede prijs groene energie opwek. Mijn bedrijf is winstgevend, de koeien dragen daaraan bij en ik heb ‘s avonds vrij om met mijn gezin door te brengen.’ Nou, daar had die ouwe niet van terug”. 

Maar de stem van die jonge, groen ingestelde boeren wordt op het platteland niet gehoord. Er is nog een veel te grote oude garde vertegenwoordigd in de sector. Het CBS berekende dat er in 2009 nog 13,3 duizend boeren van 65 jaar of ouder werken op de boerderij. “Hiermee werkt op bijna een van de vijf boerderijen een ‘gepensioneerde’ boer”, aldus het CBS. Hans Huijbers van ZLTO vindt het hoog tijd dat er meer naar jonge boeren geluisterd wordt. “Het ministerie en de brancheorganisaties zijn nog te veel de representant van de oude structuren”, zegt hij. “Nu wordt onze belangrijkste veranderingskracht gedreven door natuurlijke rampen. Pas bij virusuitbraken en ziektes, zoals de Q-koorts of de varkenspest gaan wij bepalen wat eraan gedaan moet worden. De boer wordt pas mens als er crisis is. Dat moet anders.”

Mede door die grote uitbraken begint de overredingskracht van de lobby voor dierenwelzijn zijn vruchten af te werpen. Nederlandse supermarkten zwichten steeds vaker onder de druk van campagnes van NGO’s. Het laatste decennium werken partijen als WWF, Novib en Fairfood mee aan onderzoek voor de totstandkoming van Europees beleid. Landbouwsubsidies worden sindsdien directer gericht op ‘maatschappelijke bijdragen’ en de ‘waarde van natuur’. Dick Veerman stelt tijdens de discussie dat de 1 april grap van het televisieprogramma Vroege Vogels niet eens zo’n raar idee was. “Vroege Vogels haalde deze week het nieuws met de aankondiging van de Partij voor de planten”, zei Veerman. “Maar vergis je niet. In Zwitserland is plantenwelzijn in de grondwet vastgelegd, net als dierenwelzijn. Die kant kan het opgaan.”

De wil van de consument is door de jaren heen steeds belangrijker geworden. En die wil verschuift in Nederland langzaam naar de eis dat producten schoon en duurzaam gemaakt worden. Dit bewustzijnsproces wordt natuurlijk aangewakkerd door de NGO’s, maar er is ook meer aandacht voor voedsel op tv. Diverse kookprogramma’s en populaire tv-koks dragen ertoe bij dat smaak voor velen weer belangrijk wordt. Na vijftien jaar discussiëren zijn zowel de boeren, als de retailers, als de branchorganisaties het hierover eens: Als ‘eten met betekenis’ echt belangrijk wordt voor de man in de straat, kunnen zij zich daar vanuit de sector prima op richten.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.